artikel

Voedingssupplementen ten onrechte op één bij sporters

Algemeen

Voedingssupplementen ten onrechte op één bij sporters

Sporters willen snel resultaat behalen. Om die reden grijpen ze vaak naar voedingssupplementen. Maar de focus hoort als eerste te liggen op basisvoeding, vinden deskundigen. Ook de timing van de voedselconsumptie speelt een belangrijke rol bij het verbeteren van sportprestaties, bleek tijdens het congres Sport & Voeding van het FrieslandCampina Institute op Sportcentrum Papendal. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 7.

Epidemioloog en gezondheidswetenschapper Tommy Visscher vraagt zich regelmatig af: hoe komt het toch dat we zoveel ongezonde voeding tot ons nemen? ‘Er zijn mensen die in de literatuur denken te lezen dat er een daling is van obesitas. Die daling zien we echter alleen bij kortdurende studies. Alle studies die langer dan zeven jaar duren, laten een stijging zien in BMI en buikomvang.’

Obesitas

Niet zo gek dat Visscher zijn pleidooi over een gezonde basisvoeding houdt op het congres Sport en Voeding. Bij het leveren van topprestaties hoort immers ook een verantwoorde voeding. Maar lang niet alle sporters zijn bewust met hun voeding bezig. Dat wordt op het congres (per videoboodschap) bevestigd door Robert Lathouwers, drievoudig Nederlands sprintkampioen op de 400 meter en tegenwoordig personal trainer. ‘Ik had meer uit mijn loopbaan kunnen halen als ik beter met voeding bezig was geweest. Goed op mijn eiwitten letten bijvoorbeeld en de inname ervan verdelen over de dag. Een ander aandachtspunt is dat diëtisten en personal trainers vaak heel laag in calorieën willen zitten om afvallen te stimuleren. Maar voor sporters is dat juist niet slim.’ Voor veel Nederlanders geldt: jong geleerd, is oud gedaan. Dat geldt ook voor aankomende (top)sporters, weet Visscher. ‘We moeten ons daarom zeker richten op kinderen. De gewoontes die ze in hun peutertijd krijgen aangeleerd over (gezonde) voeding zullen ze hun hele leven lang blijven volgen. Dat heeft dus een heel leven lang impact.’

Eetgewoontes jonge sporters

Sportdiëtiste Vera Wisse kan dit alleen maar onderstrepen. Ze deed onderzoek naar eetgewoontes van jonge sporters in de leeftijd van 12 tot en met 18 jaar die minimaal zes uur sporten (judo, tennis, atletiek en zwemmen). Wisse gebruikte voedingsdagboeken, vragenlijsten, antropometrische data en voedingsberekening. Ze paste statistische analyses toe om de verkregen gegevens met elkaar te vergelijken. Uit haar onderzoek bleek bijvoorbeeld dat de berekende energiebehoefte vele malen hoger was dan de berekende energieinname uit de dagboeken: de gemiddelde energie-inname bedroeg 2300 kcal, terwijl die richting de 3000 kcal zou moeten zijn. Wat ook opviel, was de hoge inname van verzadigd vet en mono- en disachariden. Daarbij viel geen verschil waar te nemen tussen de energie-inname op trainings- en op rustdagen. Wat dat betreft lijkt het voedingspatroon van fanatiek sportende jongeren en hun minder actieve leeftijdsgenoten niet veel te verschillen. Beide groepen drinken veel gesuikerde frisdranken: naast de sportdranken zo’n 500-700 milliliter per dag. In tegenstelling tot de frisdrankenconsumptie is de groenteconsumptie laag; slechts de helft van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van 250 gram wordt gehaald. Ook de fruit- en zuivelinname blijft achter. Wisses conclusie: de voeding van jonge sporters is, mede door onregelmatige eetpatronen, onvol waardig. ‘Dit zegt misschien wel iets over hoe weinig jongeren, trainers en coaches met voeding bezig zijn. Er ontbreekt bijvoorbeeld vaak een herstelstrategie.’ De gevolgen van een onvolledige voeding zijn duidelijk: vermoeidheid, verslechterde prestatie en bij meisjes het uitblijven van menstruatie. Op lange termijn lopen jonge sporters bovendien het risico dat de botdichtheid afneemt. Wisse: ‘De voedingsmiddelen die jongeren kiezen passen lang niet altijd bij de leefstijl van een (top)sporter. Dit heeft te maken met voedingskennis, vastgeroeste gewoontes en educatie.’ Hoe kun je jonge sporters bewust maken van de rol van voeding bij prestatie en gezondheid? ‘Zorg voor een regelmatige screening, zodat sporters in het gewenste voedingspatroon blijven, en focus altijd op basisvoeding’, adviseert Wisse. Ze ziet namelijk regelmatig dat jonge sporters aan de eiwitshakes of creatine gaan .

Voedingssuplementen

Dit bevestigt Nick Iedema, docent Sport en Bewegen aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) en sportdiëtist bij onder andere de Koninklijke Nederlandse Zwembond en het NOC*NSF. Sporters zoeken soms naar snelle manieren om hun prestaties te verbeteren. Ze richten zich dan mogelijk op de verkeerde dingen, zoals voedingssupplementen. ‘Ze stellen supplementen op de eerste en basisvoeding op de laatste plaats.’ Volgens Iedema moet eiwitinname de basis van goede sportvoeding vormen, met daarbij koolhydraten voor de energie. Het is vrij simpel, aldus de sportdiëtist: train je veel dan heb je veel koolhydraten nodig, train je weinig dan heb je er ook minder nodig. Toch kiezen veel atleten (40 tot 70%) ook voor voedingssupplementen: voor hun gezondheid (om tekorten aan voedingsstoffen aan te vullen), om hun prestaties te verbeteren, voor herstel en adaptatie. ‘Maar let goed op als je voor deze aanvullingen kiest’, waarschuwt Iedema: ‘80% bevat niet de ingrediënten die op de verpakking staan en 10 tot 15% is vervuild. De helft van de atleten koopt namelijk niet-gecontroleerde voedingssupplementen. Dit brengt onnodige risico’s met zich mee. Zo is tot maximaal 8,8% van de dopinggevallen te wijten aan vervuilde supplementen en zelfs 60% van de onderzochte voedingssupplementen bevat een of meer verboden farmacologische actieve stoffen. Daarnaast veroorzaken voedingssupplementen 20% van de gevallen van leverbeschadiging.’ Van maar heel weinig voedingssupplementen is wetenschappelijk bewezen dat ze werken. Slechts twee gezondheidsclaims zijn goedgekeurd door de Europese Voedselautoriteit (EFSA): alleen koolhydraatelektrolyten en creatine zouden aantoonbaar de sportieve prestaties kunnen verbeteren. ‘Grijp niet te snel naar voedingssupplementen, maar maak eerst een goede kosten-batenanalyse’, raadt de sportdocent aan. ‘Wegen de prijs en de mogelijke bijwerkingen op tegen het voordeel dat ze mogelijk opleveren?’ Iedema begrijpt wel waarom sporters supplementen gebruiken: in de topsport kunnen ze net het verschil maken tussen winst en verlies. ‘Als sporters op het goede moment het juiste supplement gebruiken, kan dat net de doorslag geven in het winnen van zilver of goud. Maar hij benadrukt daarbij dat de sportvoedselpiramide niet omgedraaid moet worden. Basisvoeding moet altijd op de eerste plaats staan.

Sportpiramide als leidraad

Voeding en sport zijn nauw met elkaar verbonden, weet sportdiëtiste Sita Veenstra van Adviesbureau Voeding & Sport. Uit archeologisch onderzoek blijkt dat Romeinse gladiatoren zich er al mee bezighielden. Ze aten vooral vegetarisch en gebruikten ook supplementen, een soort sportdrankje dat ze na hun wedstrijd dronken. Tegenwoordig wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar de invloed van voeding op sportieve prestaties, constateert Veenstra. Zo kijken wetenschappers naar het effect ervan op de skeletspieren, de hersenen, de opnamecapaciteit in de darmen en de tolerantie voor uitdroging. Veenstra gebruikt de sportvoedselpiramide als basis om te analyseren wat voeding kan betekenen voor de sporter. ‘De eerste laag van de piramide gaat over basisvoeding. Die moet voldoende energie leveren. De tweede bestaat uit sportspecifieke voeding, zoals sportrepen en eiwitdranken, die op het juiste mo- ment moet worden ingenomen. Dan zijn er nog de sportsupplementen, die gebruikt kunnen worden als er uit de bloedwaarden tekorten naar voren komen, bijvoorbeeld een gebrek aan vitamine D.’

Nutritional training

‘De sportpiramide is een goede leidraad bij de advisering, maar iedere sporter blijft toch uniek’, vervolgt Veenstra. Ze werkt daarom met het concept nutritional training. Veenstra: ‘Hiermee wordt bedoeld dat je je voedingsinterventies heel specifiek plant. In de praktijk betekent dit dat je een planning maakt rondom de trainingen en de doelen die je wilt behalen. Voeding op zichzelf verandert dan ook haast in een soort training. In zekere zin vormen voeding en training puzzelstukjes die in elkaar vallen.’ Een voorbeeld van nutritional training is training race nutrition, waarbij in de weken voor de wedstrijd de voeding aangepast wordt. Een ander voorbeeld is training dehydrated. Daarbij wordt gekeken wat er gebeurt als je bewust een negatieve vochtbalans ontwikkelt. Ook training the gut wil Veenstra even noemen. ‘Je traint dan eigenlijk de darmen, want maag- en darmklachten zijn een veelvoorkomend probleem onder sporters.’ En hoe denkt de Friese sportdiëtist over voedingssupplementen? Die kunnen ook invloed hebben op de training, benadrukt ze. ‘Een heel hoge inname van antioxidanten kan de training negatief beïnvloeding.’ Net als sportdocent Iedema vindt ze dat alles begint bij een goede basisvoeding. Hiermee kan de eiwitinname prima verhoogd worden. Daartoe dienen sporters minimaal vijf eetmomenten in te lassen, waarbij ze voldoende eiwitten binnenkrijgen. Veenstra raadt aan om met name voor het slapengaan extra eiwitten te consumeren.

Lekker eten

Net als ieder ander hebben sporters zo hun smaakvoorkeuren en voedingswensen. Naast dat het de sportprestaties kan helpen verbeteren, mag het eten dus best lekker smaken. Sporters zijn veel onderweg en slapen vaak in hotels. Het voedsel is daar niet altijd even lekker. Doorgekookte pasta of kip die al drie keer is opgewarmd, zijn veelgehoorde klachten die Janneke Pieterson vaak hoort. Zij is zowel diëtist als chef-kok. In 2012 begon ze te koken voor topsporters. Tot en met 2015 stond ze in de keuken voor het wielerteam Giant- Alpecin. Ze werd tijdens haar reizen met het team soms geconfronteerd met heel slechte hygiënische omstandigheden in hotelkeukens. ‘Er waren echt dagen waarop ik dacht: hier ga ik niet koken. Wat als de jongens ziek worden?’ Naast de slechte hygiëne, was het voedingsaanbod in de accommodaties vaak niet om over naar huis te schrijven. ‘Hotels denken dat wielrenners alleen maar pasta eten. Mijn eerste zorg is dat de jongens blijven eten. Daarbij is smaakbeleving erg belangrijk.’ Daar kwam ze slechts langzamerhand achter, want in het begin was ze toch vooral de “strenge diëtist”. Pieterson: ‘Ik doe nu heel veel met groentes in een gerecht. Losse quinoa eten sporters niet, maar wel als het lekker wordt verwerkt met groente.’ Onlangs is Pieterson een eigen kookstudio begonnen, waarin ze lekker, beleving en gezond met elkaar combineert. ‘Lekker en gezond koken hoeft niet moeilijk te zijn. Dat wil ik sporters met eigen ogen laten zien.’

Reageer op dit artikel