artikel

De praktijk van Martine Ridderhof: ‘Alles mag, maar niet iedere dag’

Algemeen

De praktijk van Martine Ridderhof: ‘Alles mag, maar niet iedere dag’

‘Ja, ik heb een tik’, verontschuldigt Martine Ridderhof zich een beetje, bij binnenkomst in haar praktijk aan huis in het Zeeuwse Sint-Annaland. Links en rechts vallen meteen heel veel boeken over voeding op, vooral kookboeken. Sinds ze met haar opleiding diëtetiek aan de HAN in Arnhem begon, is ze meer over koken gaan ontdekken. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 7.

‘Daarvoor deed ik eigenlijk maar wat, met een pakje hier en een zakje daar, maar ik begon het kokerellen steeds leuker te vinden. Nu probeer ik elke week iets nieuws uit.’ Sinds kort is ze zelfs begonnen met een blog, waarin ze haar culinaire ontdekkingstocht door het Zeeuwse land weergeeft. Wat kun je zoal met zeekraal of andere streekproducten? Daarnaast geeft ze in haar blog tips over bijvoorbeeld afvallen met een gezonde voeding, zonder een dieet. ‘Met mijn blog wil ik laten zien dat gezond eten ook leuk, lekker en gemakkelijk kan zijn’, vervolgt ze. ‘Daarbij zijn recepten heel belangrijk, ook voor mijn praktijk. Het is nodig te ontdekken hoe gerechten smaken, zodat ik ze ook bij cliënten kan aanbevelen. Bovendien vragen steeds meer mensen in mijn praktijk naar recepten; soms maak ik weekmenu’s voor ze. In koken en lekker eten zijn heel veel mensen geïnteresseerd. Kijk alleen maar naar het aantal websites en blogs erover van mensen die geen diëtist zijn. Ik denk dat we daar als diëtist mooi gebruik van kunnen maken.’

Diëtist op een eiland

We zitten op het eiland Tholen, grenzend aan de Oosterschelde. Reden voor Martine om zich Diëtist Tholen te noemen. Toen ze na haar opleiding in 2014 zonder succes veelvuldig had gesolliciteerd, begon ze vrijwel meteen met haar praktijk. Dat was al tijdens de opleiding eigenlijk een van haar dromen. Destijds woonde ze nog in de omgeving van Arnhem, maar ze wilde graag samen met haar man terug naar Tholen, waar ze opgroeide. Daarom schreef ze de praktiserende huisartsen op het Zeeuwse eiland en het aanpalende West-Brabantse deel aan. ‘Ik heb alle zeven huisartsenpraktijken – de ene is wat groter dan de andere – in de zeven dorpjes die hier op Tholen zijn, gevraagd of ze nog een diëtist voor hun praktijk zochten. Een aantal was wel geïnteresseerd, maar de meeste artsen hadden al een diëtist die verbonden was aan hun praktijk. Alleen de huisarts in Oud Vossemeer wilde nog wel een diëtist in zijn praktijk. Kort erna begon ik ook in een fysiotherapiepraktijk in Halsteren.’ Ze reisde in het begin nog op en neer vanuit Arnhem, waar ze nog woonde, om een dag in de week in de omgeving van Tholen te werken. Net nadat ze in het Zeeuwse gestart was, hoorde ze dat de diëtist die in Sint-Annaland werkte met pensioen zou gaan en haar werkzaamheden ging afbouwen. ‘De huisarts gaf aan dat hij mij graag in zijn praktijk wilde hebben’, zegt Martine. ‘Daarbij had ik het geluk dat ik hier ben opgegroeid en dat de huisarts mij goed kende, want er waren nog meer gegadigden.’ Ook sloot ze zich in de begintijd nog aan bij een fysiotherapeut op Tholen. ‘Daar leerde ik dat ik erg hard aan mijn promotie moest werken om aan cliënten te komen. Bij een fysiotherapeut komen mensen met allerlei problemen, die niet per se aan voeding zijn gerelateerd. Via verwijzing kreeg ik maar weinig cliënten, dus was er meer voor nodig om meer werk te hebben. Ik ging mezelf promoten met een redactioneel stuk in de plaatselijke kranten.’ Daarnaast vertelde ze in een advertorial wat meer over zichzelf, met het doel de drempel om naar de diëtist te gaan te verlagen. En dat werkte: een aantal mensen nam contact met haar op. ‘Ik heb verteld wat een diëtist doet en wat een consult inhoudt. De titel boven het stuk in de krant was: “Een koekje af en toe mag best”. Dat vertelde ik om aan te geven dat een diëtist er niet is om met het vingertje te wijzen; het gaat om keuzes maken en de juiste balans. In een tweede stuk heb ik me gericht op diabetes. Hierin ben ik me gaandeweg meer gaan specialiseren.’ Deze specialisatie van Martine kwam enerzijds door het toegenomen aantal verwijzingen van huisartsen van mensen met diabetes, maar ook door haar persoonlijke interesse. ‘Je kunt heel wat met je voeding doen om diabetes, of de gevolgen ervan, tegen te gaan’, verklaart Martine. ‘Ik vind het mooi om te zien dat mensen door hun voeding van veel, naar minder of geen medicatie kunnen. Het hangt natuurlijk van de patiënt af hoe lang een behandeltraject is. Bij de minder gemotiveerden gaat het doorgaans in kleinere stapjes, wat eigenlijk mijn voorkeur heeft. En dat alles onder het motto: “Alles mag, maar niet elke dag”.’

Verwijzingen

Behalve diabetici vormen mensen met overgewicht of het metabool syndroom tegenwoordig de grootste doelgroep van Diëtist Tholen. Zo’n tachtig procent van Martines huidige cliëntenkring komt nu binnen via verwijzing. Ongeveer zestig procent van de mensen die ze behandelt, valt onder de ketenzorg. ‘De helft van al mijn cliënten heeft diabetes, daarnaast zijn er veel mensen met overgewicht of het metabool syndroom’, zegt Martine. ‘Cliënten met specifieke aandoeningen, zoals allergieën, verwijs ik door naar een andere diëtist. Ik vind dat diëtisten meer naar elkaar zouden moeten doorverwijzen: je kunt niet overal de beste in zijn. Ik zie het als een uitdaging om mensen naar volle tevredenheid te behandelen en kwaliteit af te leveren. Behalve in haar praktijk aan huis, is Martine te vinden op vier andere locaties. ‘Ik kies ervoor om ook een dag in de week bij mijn huisarts in Sint-Annaland op locatie te zitten’, zegt ze. ‘Het zou goedkoper zijn als ik alles vanuit mijn praktijk aan huis deed, maar het gaat er ook om dat ik wekelijks contact onderhoud en zichtbaar voor de omgeving ben. Dat is ook een van de redenen om meerdere andere locaties aan te houden. Hierdoor betaal ik relatief veel huur per cliënt, maar dat past bij de dorpse omgeving waarin ik werk. Ik heb vooral 40-, 50-plussers en ouderen als cliënt. Zij willen het liefst zo dicht mogelijk bij huis behandeld worden in plaats van eerst een kwartier of langer in de auto te moeten zitten. Op sommige plekken kom ik maar eens in de twee weken en daar betaal ik dan ook mijn huur naar. Het is anders als je in een stad zou zitten en de mensen uit de directe omgeving naar jou toe kunnen komen.’

Begininvesteringen

In het eerste jaar van de oprichting van haar praktijk deed Martine al een aanvullende, speciale opleiding om diabetici beter te kunnen behandelen. De opleiding vormde een belangrijk deel van de begininvestering in haar praktijk. ‘Ik heb in het begin gemakkelijk vijf- tot zesduizend euro geïnvesteerd’, weet Martine. ‘Eigenlijk heeft dat jaar me financieel niets opgeleverd, omdat ik net zoveel kwijt was als dat ik toen verdiende. Ik werkte minimaal 24 uur per week als voedingsassistent, zodat ik een basisinkomen had. Ook had ik het voordeel dat mijn man ook toen een betaalde baan had, maar ik was graag zelfstandig en wilde het ook alleen kunnen rooien.’ De investeringen die Martine deed, loonden: in het tweede jaar had ze haar omzet ongeveer vervijfvoudigd. ‘Alles begon erg goed te lopen en ik kon mijn baan als voedingsassistent opzeggen’, verhaalt ze. ‘Ik werkte al gauw ook een avond en een zaterdagochtend in de week. Ik heb nog een tijdje een collega in dienst genomen, maar uiteindelijk werd dat alles toch allemaal een beetje te veel. Het was niet zo goed te combineren met mijn privéleven en andere interesses. Daarbij moet je je niet vergissen in de energie die het kost om dag in, dag uit consulten te geven. Bij sommige mensen gaat het hulpverlenen als vanzelf, maar bij velen is het vaak trekken en duwen. Als ik wil, kan ik de hele week cliënten ontvangen, maar dan houd ik weinig tijd over voor andere zaken. Ik heb ervoor gekozen niet meer dan drieënhalve dag per week spreekuur te houden. Hierdoor houd ik tijd over voor administratie en mijn blog. Het maken van een blog vind ik super leuk en heel belangrijk, enerzijds voor mijn cliënten en anderzijds voor mijn diëtistencollega’s. Ik wil eraan bijdragen dat we het suffe imago van de diëtist met het wijzende vingertje van ons af kunnen schudden.’

Naam: Martine Ridderhof (28);

Praktijk: Sinds april 2014;

Specialisatie: Diabetes, overgewicht, Zeeuwse keuken;

Investering: Circa € 6.000 (eerste 2 jaren);

Hoogtepunt: Mensen die goed geholpen zijn en het geven van presentaties over gezonde voeding;

Dieptepunt: De praktijk moest enkele maanden dicht door privéomstandigheden.

DO’S: ‘Heb je te weinig cliënten? Trek erop uit! Bel aan bij andere zorgverleners. Laat je omgeving zien dat je bestaat, door bijvoorbeeld je auto te bestickeren met je logo. En deel je kennis met anderen: dat levert een goede band op met sectorgenoten.’

DON’TS: ‘Het opgeheven vingertje. Vasthouden aan traditionele adviezen. Het Voedingscentrum en de Schijf van Vijf bieden een goede basis, maar niet iedereen wil of kan zich daaraan houden. Het gaat om variatie en balans.’

Reageer op dit artikel