artikel

‘Diëtisten en voedingsadviseurs krijgen alleen nog maar meer werk’

Algemeen

‘Diëtisten en voedingsadviseurs krijgen alleen nog maar meer werk’

Hoe vaak komt het op voedingsbijeenkomsten niet ter sprake dat artsen in hun basisopleiding te weinig over voeding leren? Het roept steeds de verbazing op dat het aantal uren voeding slechts een fractie is van het totale curriculum dat artsen in hun opleiding moeten volgen. Terecht, vindt huisarts Tamara de Weijer die in 2016 Vereniging Arts en Voeding oprichtte om de helende kracht van een gezonde voeding en leefstijl een plek te geven in de spreekkamer van huisartsen. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 2.

Hoe erg is het gesteld met de aandacht voor voeding in de geneeskundeopleidingen?

‘De aandacht voor voeding in de basisopleiding voor artsen is dramatisch laag. Ik heb voordat ik huisarts werd negen jaar opleiding gehad, waarvan anderhalve week is besteed aan voeding en leefstijl. In mijn eigen praktijk is misschien wel minimaal de helft van de klachten aan leefstijl gerelateerd. Als ik kijk naar medicatie, gaat het in tachtig procent van de gevallen om leefstijlzaken. Er zijn ruim vijf miljoen Nederlanders chronisch ziek, wat veelal te maken heeft met voeding en leefstijl. Als artsen doen we daar nog veel te weinig mee.’

Was dat de reden om arts en voeding op te richten?

‘Nog voor ik huisarts werd, drie jaar geleden, kwam ik al in contact met de Stichting Voeding Leeft. Deze stichting ontwikkelt leefstijlprogramma’s voor bedrijven en chronisch zieken. We vonden dat we als arts een keer met de vuist op tafel moesten slaan. Er hangen zoveel ziektes en aandoeningen samen met een ongezonde leefstijl, maar er gebeurt niets met dat gegeven. Natuurlijk werken artsen al samen met fysiotherapeut of diëtist, maar in de praktijk komt het er toch nog te weinig van dat we patiënten op basis van leefstijlfactoren, ook buiten de ketenzorg om, doorverwijzen. In 2016 heb ik daarom Vereniging Arts en Voeding opgericht, om de kennis en vaardigheden van artsen over voeding en leefstijl te vergroten; om het onderwerp in de spreekkamer en gezondheidzorgbreed op de agenda te krijgen. Sindsdien hebben al veel artsen de vereniging omarmd. We hebben inmiddels 450 leden, huisartsen. Dat lijkt niet zo veel, want er zijn ruim 8000 huisartsen in Nederland, maar onze leden staan voor ruim 400.000 patiënten.’

Wat zijn jullie speerpunten?

‘Een belangrijk doel is het voeren van lobby’s, bij de overheid, zorgverzekeraars en opleiders. Zo zijn we inmiddels gesprekspartner en adviseur van het ministerie van Volksgezondheid bij de invulling van het curriculum van de basisopleiding geneeskunde. We hebben hiervoor een kernteam van hoogleraren gevormd, waarin ook hoogleraren voeding zitten, en een klankbordgroep, met daarin onder andere vertegenwoordigers van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten en het Voedingscentrum. Dokters, de retail, overheid en zorgverzekeraars hebben jarenlang met een beschuldigende vinger naar elkaar gewezen, maar volgens mij zijn we dat stadium nu voorbij. We kunnen aan leefstijl gerelateerde problemen alleen gezamenlijk oplossen. Ik denk dat er een kentering gaande is in de aanpak van aan leefstijl gerelateerde problemen. Een tweede tak van Arts en Voeding vormt de opleiding van huisartsen, praktijkondersteuners en verpleegkundigen. We vertalen wetenschappelijk onderzoek in hapklare brokken naar de praktijk. Als huisartsen hebben we niet allemaal de tijd om alle wetenschappelijke literatuur door te nemen: daarvoor zitten onze dagen te vol.’

Gaan artsen de diëtisten niet in de wielen rijden?

‘Het is ontzettend jammer als diëtisten er zo in staan. Ik denk dat we elkaar enorm kunnen versterken. We hebben immers hetzelfde doel: mensen begeleiden naar een gezondere leefstijl. Het gaat er ons als artsen niet om dat we complete voedings- of leefstijladviezen gaan geven. Diëtisten zouden wat wij doen, moeten zien als primen. Als artsen kunnen en moeten wij beter gaan signaleren wanneer er problemen zijn die gerelateerd zijn aan leefstijl. In de praktijk gaat het dan meestal om voeding, beweging, stress of slaap. Om de problemen het hoofd te bieden, kunnen wij bedenken welke zorgprofessional het best bij een patiënt past. Als arts houden we dan wel de regie, maar de juiste professional voert uit. Dat kan een diëtist zijn, maar ook een fysiotherapeut, ggz-medewerker, leefstijlcoach of mindfulness-trainer. Ook met dat laatste doen we nog veel te weinig, terwijl er zo veel resultaten mee te behalen zijn. We moeten dus samen optrekken. Er gebeuren heel veel positieve dingen op het gebied van voeding en leefstijl, maar als iedereen op zijn eiland blijft zitten, komt er weinig van de grond. Daarbij komt uit een onderzoek, dat mede door het ministerie van VWS is uitgevoerd, dat de arts door patiënten gezien wordt als de hoogste autoriteit als het gaat om gezondheidsinformatie, ook op het gebied van voeding en leefstijl. Dat is natuurlijk wel bijzonder, want we weten er eigenlijk geen bal van. Maar we zijn wel degenen die erover zouden moeten voorlichten. Bij het zien van de resultaten van dit onderzoek hebben we natuurlijk ook bedacht hoe we hier het beste mee om zouden kunnen gaan. Wij zijn ervan overtuigd dat we de kennis en vaardigheden van artsen in een rap tempo moeten bijspijkeren, zodat we goed kunnen signaleren, motiveren en doorverwijzen naar de betreffende zorgprofessional. Ik denk dat veel diëtisten het werk niet meer aankunnen, als meer artsen in Nederland vaker gaan doorverwijzen naar de diëtist. Ik neem mijn praktijk in Zwaag maar als voorbeeld. Sinds ik met mijn patiënten meer over hun leefstijl in gesprek ben gegaan, is de hoeveelheid werk van mijn diëtist verviervoudigd. En er komt alleen nog maar meer werk bij.’

Vanwaar je aandacht voor voeding en leefstijl?

‘Ik ben nu drie jaar huisarts, maar mijn aandacht voor voeding en leefstijl begon al eerder, mede om persoonlijke redenen. Na mijn zwangerschap was ik zo’n twintig kilo zwaarder dan daarvoor en had ik last van een prikkelbare darm. Ik ben me sindsdien anders gaan voeden. Weg van de pakjes, zakjes en snelle suikers, naar meer verse producten, noten, avocado’s, gezonde vetten, enzovoorts. Ik heb een “shift” gemaakt. Binnen een maand merkte ik al verbetering en binnen enkele maanden was ik van mijn overgewicht af. Ik kreeg meer energie, kon beter slapen en mijn darmen werden rustiger. Het ging daarbij niet om het ene of andere stofje dat zijn werk deed, daar geloof ik niet zo in, maar om het samenspel van mijn gezonde voedingsmiddelen: meer voedingswaarde dan vulling, met voldoende vitamines en mineralen. Ik houd van een mediterraan voedingspatroon, met veel onbewerkte producten, groente en fruit van het seizoen, volkoren, gezonde vetten en gefermenteerde zuivel. Als drinken heeft water, thee of koffie de voorkeur en zo min mogelijk vloeibare suikers. Voor deze periode had ik al een redelijke lijngeschiedenis achter de rug, met veel dieetproducten, weinig vet en vooral letten op de kilocalorieën, maar dat ging steeds gepaard met te veel honger en negatieve gevoelens. Ik vond me toen best een slapjanus. Soortgelijke zaken zie ik nu ook steeds terug in mijn spreekkamer. Mensen die de discipline niet kunnen opbrengen om gezond te leven. Door mijn persoonlijke ervaringen en alle literatuur die ik erover las, leerde ik dat een beter resultaat voor de gezondheid geboekt kan worden met gezonde voeding en leefstijl. Daarbij moeten we dan niet uit het oog verliezen dat het in de huidige voedselomgeving, met alle marketing daarbij, veel gemakkelijker is ongezond dan gezond te eten.’

Sta je achter de Richtlijnen goede voeding?

Ik sta zeker achter de Richtlijnen, maar als arts moet je wel steeds kijken wat geschikt is voor welke patiënt. Volkoren producten zijn gezond, bevatten veel vezels, vitamines en mineralen, maar bij iemand met veel abdominaal overgewicht moet je toch proberen de insulinepieken zo laag mogelijk te houden en moet je misschien voor andere producten kiezen. Goede voeding is individueel bepaald. Bij mij hoef je ook niet aan te komen met een groene groente-smoothie, ik vind dat gewoon niet lekker. Ook havermout, vezelrijk en gezond, wil er bij mij niet in. Als we allemaal zouden eten volgens de Richtlijnen, zou er geen obesitasprobleem meer zijn. Helaas houdt slechts een klein deel van de bevolking zich eraan. Je moet samen met patiënten uitvinden welke gezonde voeding ze lekker vinden, wat verzadiging biedt en gemakkelijk volgehouden kan worden.’

Reageer op dit artikel