artikel

Opleidingen Voeding en Diëtetiek klaar voor de toekomst

Algemeen

Opleidingen Voeding en Diëtetiek klaar voor de toekomst

Diëtisten zijn van oudsher de deskundigen op het gebied van voeding, gezondheid en ziekte. Afgestudeerden van de hbo-opleiding werken in dieetadvisering, productontwikkeling en leefstijlcoaching. Zij krijgen echter steeds meer concurrentie van andere beroepsgroepen. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 2.

Hoe onderscheiden diëtisten zich in dit strijdgewoel en hoe maken zij hun toegevoegde waarde duidelijk? De vier hbo-studies Voeding en Diëtetiek pasten afgelopen jaren hun curriculum aan om studenten de nodige handvatten te bieden over hoe in te spelen op ontwikkelingen als digitalisering en ondernemerschap.

Diëtisten krijgen steeds meer concurrentie van andere beroepsgroepen die zich gretig op het onderwerp voeding storten. Via reguliereen sociale media laten deze voedingsexperts volop van zich horen. Hoe kan een diëtist zijn of haar deskundigheid beter ten gelde maken? Vaak kan de beroepsgroep zich niet genoeg profileren: meer ondernemerschap is nodig. Hoe spelen de vier hbo-opleidingen Voeding en Diëtetiek hierop in? En hoe leiden zij hun studenten op in een steeds veranderende samenleving? Hoe geven zij vorm aan leren in verbinding met de praktijk? Hoe werken zij aan ‘21th century skills’ als ondernemen, samenwerken en kritisch denken? Deze vraagstukken zijn uiteindelijk door de vier opleidingen verwerkt in het landelijk opleidingsprofiel Voeding en Diëtetiek dat in 2015 is vernieuwd. Hierin wordt ingespeeld op de veranderende maatschappelijke context, met behoud van de inhoudelijke basis die de opleidingen kenmerkt en met daarin volop aandacht voor zaken als samenwerking, ondernemerschap en verbinding met de praktijk. Belanghebbenden als de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD) en de Diëtisten Corporatie Nederland (DCN) waren hierbij betrokken. De vier opleidingen hebben allemaal een curriculum dat is afgeleid van en voldoet aan het landelijke profiel. Elke opleiding geeft een eigen kleur aan dit profiel en ze zorgen er met elkaar voor dat er voor aankomende studenten iets te kiezen is. Kenmerkend is daarbij dat de afgestudeerden gedegen kennis hebben van voeding, gedragsverandering, productontwikkeling en leefstijl en dat zij individueel voedings- en dieetadvies op maat kunnen geven. Voeding Nu sprak met de opleidingsmanagers van de Hanze Hogeschool in Groningen, De Haagse Hogeschool, de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN) en Hogeschool van Amsterdam (HvA) over de veranderingen in hun curriculum de afgelopen jaren.

LENNO MUNNIKES vn 5 18

Lenno Munnikes

opleidingsmanager Voeding & Diëtetiek, Hogeschool van Amsterdam (HvA)

Al in 2010 begon de HvA met de renovatie van haar onderwijsprogramma. Dat resulteerde in drie uitstroomrichtingen: Diëtetiek, Health Promotion en New Product Management. ‘Voorheen werd iedereen diëtist. Al had je natuurlijk wel verschillende specialisaties, zoals productontwikkeling. De drie nieuw geformuleerde richtingen helpen het vak maatschappelijk gezond te houden en diëtisten niet op te leiden tot werkeloosheid.’ Bij alle drie de richtingen volgen de studenten anderhalf jaar voedingsleer en- onderzoek. Ook wordt aandacht besteed aan marketing en management. Pas halverwege het tweede jaar kiezen studenten een uitstroomrichting. Bij New Product Management draait het om product- en conceptontwikkeling. Deze wat commercieel getinte opleiding spreekt relatief veel jongens aan. Health Promotion richt zich op interventies en groepsbegeleiding, bijvoorbeeld in de stadswijken. Diëtetiek focust zich bij de HvA vooral op klinische ziektebeelden en individuele begeleiding. ‘We zijn erg blij met deze aanpassing, want de maat schappelijk relevante diëtist werkt niet altijd als diëtist. Dit brengt perspectief op de arbeidsmarkt met zich mee.’ De HvA gaat steeds meer richting co-creatie om samen met studenten en werkveld het onderwijs vorm te geven. Dit betekent bijvoorbeeld dat studenten met alle relevante stakeholders in een wijk aan de slag gaan om oplossingen te zoeken voor vraagstukken die daar spelen. In de richting Diëtetiek is een programma opgenomen met het Amsterdams Medisch Centrum (AMC) waarin studenten een paar dagen meedraaien met diëtisten. ‘We zetten in op een authentieke leeromgeving. Hoe eerder studenten in contact komen met de praktijk, hoe beter.’ Bij alle drie de oriëntaties speelt ondernemerschap een belangrijke rol. ‘Veel diëtetiekstudenten willen in het ziekenhuis werken met kinderen. Wij zeggen: kijk breder en wees ondernemend.’ Naast de vakken management en marketing in het tweede jaar schrijven de studenten in alle uitstroomrichtingen een ondernemersplan. ‘Studenten vinden ondernemerschap niet moeilijk, het zit bij hen in het karakter en hoort bij deze tijdsgeest.’ E-learning en E-health staan scherp op het netvlies van de HvA. ‘Maar we zijn nog bezig met uitbreiding hiervan. Dit moeten we echt embedden. Dat vergt ook meer professionalisering van onze docenten. Verder werken we veel met co-creatie op het gebied van sociale media. Mensen uit het werkveld die hier ver mee zijn, zijn bij ons gastdocenten.’ De HvA zet studenten van verschillende studies in om in Amsterdam gezamenlijk challenges te doen. ‘Het gaat er dan bijvoorbeeld om samen met de opleidingen fysiotherapie en hulpverlening uitdagingen in de stad aan te pakken.’

VIVIANNE CEELEN vn 5 18

Vivianne Ceelen

hoofd opleiding Voeding & Diëtetiek, Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN)

Meer ondernemerschap, samenwerking, interprofessioneel onderwijs: dat was het doel toen de HAN een aantal jaar geleden het curriculum onder handen nam. ‘Dit zijn de vaardigheden van de 21ste eeuw. Hiermee kunnen we een tijdje voort.’ Het onderwijs is zo vormgegeven dat studenten actief leren. Ondernemen is nu vervlochten in de gehele opleiding. ‘Er is bijvoorbeeld aandacht voor hoe je een netwerk opbouwt en hoe je je op een gesprek voorbereidt om mogelijk een grote opdracht binnen te slepen.’ Het eerste studiejaar van Voeding & Diëtetiek start met werkveldorientaties ‘Voorheen werd alles voor de DIO’s (diëtisten in opleiding) geregeld. Nu zeggen we: ga zelf op zoek, ga bellen. Natuurlijk begeleiden we ze daar wel in. In het vierde jaar gaan ze een jaar stage lopen. Ze moeten daar een vraagstuk zien te vinden om mee aan de slag te gaan. Zo creëer je je eigen opdracht en je eigen werk. DIO’s aan de HAN leren dat als je als diëtist wilt slagen, je moet kunnen ondernemen. Wij helpen studenten te ontdekken waar ze goed in zijn en om het lef te hebben dat uit te dragen.’ Niet alleen ondernemen is belangrijk, maar ook de verbinding met de praktijk. Daarom heeft de HAN tien zogeheten Sparkcentres: wijk- en gezondheidscentra waar experts uit meerdere disciplines samenwerken. ‘Onze docenten verzorgen daar onderwijs en onze DIO’s werken er aan opdrachten uit de praktijk van de diëtisten en andere professionals of aan vraagstukken van burgers. Iedereen leert daar van elkaar. De DIO’s leren cliëntgericht te werken, samen met studenten van andere opleidingen in zorg en welzijn. Ze leren kijken vanuit de cliënt: wat heeft hij of zij nodig?’ Een interventie op het gebied van voeding hoeft dan niet altijd de eerste oplossing te zijn. HAN-studenten worden allemaal diëtist. ‘Dat beschouwen we als een kwaliteitskeurmerk: met een diëtist haal je een echte deskundige in huis.’ De opleiding definieerde vier rollen: voorlichter, productontwikkelaar, diëtist en beleidsadviseur. ‘Bijna alle diëtisten zijn in meerdere rollen tegelijk aan het werk.’

MARTIJN VERHEUS vn 5 18

Martijn Verheus

opleidingsmanager Voeding & Diëtetiek, De Haagse Hogeschool

Digitalisering van de samenleving en andere technologische ontwikkelingen bieden volop kansen voor studenten Voeding & Diëtetiek van De Haagse School. In september 2017 is de opleiding gestart met het nieuwe curriculum dat de titel Mensenwerk met techniek heeft meegekregen. Middels de onderzoekslijnen New tech foods, Health assessment technology en Digital tools in behaviour change, wordt het gebruik van techniek in het curriculum geïntegreerd. Er worden bijvoorbeeld online coach-modules gebruikt. Verder vindt de opleiding het belangrijk dat studenten zich al tijdens hun opleiding breed oriënteren op het vakgebied. ‘Door de vergrijzing en de aandacht die voeding heeft in de media is er veel behoefte aan voedingsprofessionals. Er liggen veel kansen bij bedrijven en overheden, maar ook eigen initiatieven die studenten ontwikkelen zijn kansrijk.’ Ondernemerschap is daarom, naast het toepassen van technologie binnen het vakgebied, een ander belangrijk element dat veel meer nadruk heeft gekregen binnen het nieuwe curriculum. Op de Haagse Hogeschool behoren hoorcolleges tot het verleden. Om ondernemerschap te stimuleren is overgestapt op ‘samenwerkend leren’, waarbij een veel actievere rol van de student wordt verwacht. ‘Er zijn rollenspellen en studenten lossen in groepen vraagstukken op. Daarbij speelt het competitie-element ook een rol. Met korte tests wordt per week bepaald waar de studenten het meeste moeite mee hebben. Specifiek daarop volgt dan nog extra uitleg.’ Naast het samenwerkend leren werkt De Haagse opleiding met de Leer op Maat-lijn. Daarin buigen studenten, docenten en het werkveld zich gezamenlijk over maatschappelijke vraagstukken. Net als bij de HvA gaat dit in de vorm van challenges. Voorbeelden daarvan zijn Den Haag 100.000 kilo fitter en Samen eten, samen leven. Ruim drie jaar werkte De Haagse Hogeschool aan het nieuwe curriculum. ‘Ook docenten moesten wennen aan de omslag van aanbod- naar vraaggestuurd onderwijs, maar ervaren nu veel voldoeding van de meer actieve vorm die het onderwijs nu heeft.’

MONIQUE WEITERING vn 5 18

Monique Weitering

opleidingsmanager Voeding & Diëtetiek, Hanzehogeschool in Groningen

Alle studenten uit Groningen studeren af als diëtist. Na 2,5 jaar kiezen ze een profiel waarmee ze zich verdiepen in een bepaalde richting. ‘We hebben hiervoor drie majors: Voeding en Zorg, Voeding en Vitaliteit en Voeding en Bedrijf. Daarnaast is er nog het verbredende profiel Voeding en Samenleving. De student die deze richting kiest, kan een half jaar een deel van het curriculum bij een andere opleiding volgen, bijvoorbeeld bij sportkunde, verpleegkunde of psychologie. Na dat half jaar keert de student altijd weer terug naar de eigen opleiding om vervolgens een van de drie profielen te kiezen of ook hierin te mixen. Op deze manier zorgen we ervoor dat we breed opgeleide diëtisten afleveren die veel mogelijkheden hebben op de arbeidsmarkt. We zien de resultaten hiervan inmiddels in de praktijk terug: onze diëtisten zijn, naast in de zorg, steeds vaker werkzaam in het bedrijfsleven, bijvoorbeeld in functies op het gebied van productaanpassing, kwaliteitszorg of preventie. Om studenten nog beter voor te bereiden op hun toekomst, hebben we in alle leerjaren onderdelen binnen het curriculum gepland die we samen uitvoeren met andere opleidingen in het gezondheidsdomein, zoals logopedie, fysiotherapie of mondzorgkunde. Interdisciplinair samenwerken wordt daardoor vanaf het eerste jaar vanzelfsprekend voor de studenten. Op het gebied van ondernemerschap willen we onze studenten in Groningen net een extra zetje meegeven. Daarvoor hebben we een nieuwe leerlijn ontwikkeld, waarin studenten in het derde leerjaar een businessconcept moeten ontwikkelen dat past bij de richting waarvoor ze kiezen. Ze mogen hiervoor uit door het werkveld aangeleverde praktijkgevallen één casus kiezen die aansluit bij de beroepscontext van hun voorkeur. De opdracht is om een innovatieve oplossing voor een probleem te ontwikkelen. Voorbeelden van deze casussen zijn: de ontwikkeling van een poli voor kinderdiëtetiek in een ziekenhuis, de oprichting van een multidisciplinair zorgteam bij een wooncentrum voor ouderen of productontwikkeling bij een levensmiddelenbedrijf. De uiteindelijke resultaten worden gepresenteerd aan een jury volgens het “Dragons’ Denprincipe”. Een opmerkelijke innovatie van de afgelopen periode was bijvoorbeeld de ontwikkeling van vegetarische sushi in opdracht van de vegetarische slager.’

Reageer op dit artikel