artikel

De Belgische voedingsdriehoek: Kompas gezond eten voor Vlaanderen

Algemeen

De Belgische voedingsdriehoek: Kompas gezond eten voor Vlaanderen

Exact twintig jaar na de eerste publicatie onderging de Actieve Voedingsdriehoek, het meest gebruikte voedingsvoorlichtingsmodel in Vlaanderen, een grondige herziening. De bestaande driehoek werd op zijn kop gezet en door elkaar geschud. Het nieuwe model wil elke Vlaming met haalbare en praktische adviezen bewust maken en motiveren om evenwichtiger te eten.Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 5.

Daarmee verandert het doel van het model van een educatief instrument voor gezondheidsprofessionals en leerkrachten naar een communicatiemodel voor het algemene publiek (1). De driehoek en bijhorende adviezen zijn gebaseerd op een holistische kijk op voeding en gezondheid, aangevuld met milieuaspecten en verbeterpunten in de huidige voedingsgewoonten. Het nieuwe model is overwegend positief onthaald en als vernieuwend en gedurfd benoemd. Kritiek komt uit niet onverwachte hoek: producenten van vleeswaren en ultrabewerkte voeding, die hun aanbod in een negatief daglicht zien staan.

Waarom een nieuw model?

Evoluties op wetenschappelijk en maatschappelijk vlak zijn de aanleiding geweest voor een volledige herziening van de bestaande Actieve Voedingsdriehoek (zie afbeelding 1). Consumenten zijn steeds meer geïnteresseerd geraakt in voeding en zich meer bewust van het belang ervan voor de gezondheid. Een positieve evolutie, maar er schuilt ook een risico in. Als consumenten om de oren worden geslagen met incorrecte of tegenstrijdige adviezen bestaat het gevaar dat ze in extremen vervallen of volledig afhaken.

Zonder bijkomende uitleg bood de vorige driehoek de individuele consument te weinig houvast en zette onvoldoende aan tot concrete actie. Bij de professionals was er vraag naar meer praktische toepasbaarheid op maat (2). De nieuwe Voedingsdriehoek en alle bijhorende instrumenten willen een antwoord bieden op de behoefte aan juiste en toegankelijke informatie over gezonde voeding.

Afbeelding 1

Holistische en inhoudelijke visie

Naast een heroriëntatie van het doel is de inhoudelijke visie op gezonde voeding herzien. In het verleden werden de aanbevelingen voor voedingsstoffen van de Belgische Hoge Gezondheidsraad (HGR) als belangrijkste referentie voor herzieningen gebruikt. Om een antwoord te geven op de nutritionele kwesties van deze tijd, wordt voor de groepering en rangschikking van voedingsmiddelen in het nieuwe model niet langer de inbreng van gemeenschappelijke nutriënten als basis gehanteerd. Eiwitrijke producten, zoals vlees, vis, peulvruchten en noten, worden bijvoorbeeld niet langer als een groep beschouwd.

Uitgangspunten

De uitgangspunten voor de indeling en plaats in de nieuwe driehoek zijn de volgende (in volgorde van belangrijkheid):

De wetenschappelijke bewijskracht voor het effect van een voedingsmiddelengroep op de gezondheid.
De nieuwe voedingsdriehoek reflecteert de verschuiving naar een meer holistische benadering van voeding en gezondheid: het effect van voedingsmiddelen als geheel (en gecombineerd tot een voedingspatroon) in plaats van een sterke focus op individuele voedingsstoffen (3). Deze ruimere benadering houdt ook rekening met interacties tussen voedingsstoffen en bioactieve componenten in voedingsmiddelen en hun effecten op honger, verzadiging en het vet- en glucosemetabolisme (4, 5). Vooral weinig of niet-bewerkte plantaardige voedingsmiddelen worden bij hogere inname met gezondheidsvoordelen geassocieerd: groenten en fruit, volle granen, peulvruchten, noten en zaden.

Rood vlees en bewerkte vleeswaren vertonen daarentegen een ongunstig verband bij hogere consumptie (6-9). Ook de mate waarin voedsel bewerkt is, wint aan aandacht als criterium voor het effect op gezondheid. Er wordt uiteraard niet gepleit voor de consumptie van alleen maar rauwe voedingswaren of voor een terugkeer naar het voedingspatroon van onze verre voorouders. Maar ver doorgedreven bewerkingen komen de voedingswaarde niet ten goede. In de literatuur wordt gesproken van ‘ultrabewerkt voedsel’. Het betreft veel gebruiksklare, industrieel bereide voedingsmiddelen met kenmerkende ingrediënten als suiker, geraffineerde bloem, palmolie (en andere vetten rijk aan verzadigde vetzuren), zout en additieven. Het gaat vaak om energiedichte producten die weinig of geen nuttige voedingsstoffen zoals vezels en micronutriënten bevatten.

Ook veranderingen aan de structuur op zich kunnen een nadelig effect hebben, bijvoorbeeld op de bloedsuikerspiegel of op het gevoel van verzadiging. Deze producten zijn meestal lang houdbaar, aantrekkelijk qua uiterlijk en smaak en eenvoudig in gebruik. Ze worden gemakkelijk overgeconsumeerd en nemen de plaats in van essentiële voedingsmiddelen. Enkele voorbeelden: frisdranken, snoep, koekjes en andere zoete snacks, chips en andere zoute snacks, diverse bewerkte vleeswaren (10-13).

De impact op het milieu (duurzaamheid)
Duurzaamheidsaspecten van onze voeding worden, terecht, steeds vaker meegenomen in richtlijnen voor gezonde voeding. ‘Duurzame voeding’ is echter een veelomvattend begrip, dat bekeken kan worden vanuit ecologische, sociale en economische overwegingen. Zonder andere belangrijke aspecten te willen minimaliseren, is ervoor gekozen voornamelijk naar de milieu-impact van voedingsmiddelen en -patronen te kijken voor het formuleren van adviezen aan de consument (14).

Bij de Voedingsdriehoek worden de gemeenschappelijke kenmerken benadrukt van een gezond en duurzamer voedingspatroon. Consumptie van relatief meer voeding van plantaardige dan van dierlijke oorsprong is zo’n kenmerk. Voor de meeste Vlamingen zit deze verhouding momenteel nog niet goed. Een vermindering van de consumptie van dierlijke eiwitbronnen, in het bijzonder vlees, is een belangrijk aandachtspunt. Een andere prioriteit is het tegengaan van overconsumptie en voedselverspilling. Meer kopen en consumeren dan nodig vormt een overbodige belasting voor het milieu en de gezondheid. De nadruk ligt hierbij op het verminderen van “overbodige” voedingsmiddelen met een hoge energie-inbreng en lage nutriëntdensiteit (15-16).

De huidige consumptiegewoonten in België
De voedingsgewoonten in Vlaanderen en België zijn nog verre van ideaal, zoals de resultaten van de Voedselconsumptiepeiling laten zien (17). Er wordt nog te weinig groenten en fruit en andere vezelrijke voedingsmiddelen gegeten. De gemiddelde Vlaming gebruikt te veel overbodige producten zoals zoete en zoute snacks, gesuikerde dranken en alcohol. Ook de vleesconsumptie ligt nog te hoog.

Afbeelding 2

Zones

De nieuwe driehoek bestaat uit vijf gekleurde zones:
1. Blauwe zone: water
Water is de enige onmisbare drank om de vochtbalans in stand te houden. Het kan afgewisseld worden met thee of koffie.

2. Donkergroene zone: groenten, fruit, volle granen en aardappelen, peulvruchten, noten, zaden, plantaardige oliën (en andere vetstoffen rijk aan onverzadigde vetzuren)
Voedingsmiddelen van plantaardige oorsprong met een gunstig effect op de gezondheid. De voorkeur gaat uit naar de weinig of niet-bewerkte vorm (liever fruit dan fruitsap, liever volkoren brood dan wit brood).

3. Lichtgroene zone: vis, yoghurt, melk, kaas, eieren, gevogelte
Voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong met een gunstig, neutraal of nog niet eenduidig bewezen effect op de gezondheid. Ook hier krijgen niet- of beperkt bewerkte producten de voorkeur (liever yoghurt natuur dan gesuikerde varianten).

4. Oranje zone: rood vlees, boter, kokos- en palmolie (en andere vetstoffen rijk aan verzadigde vetzuren)
Voedingsmiddelen van dierlijke of plantaardige oorsprong met een mogelijk ongunstig effect op de gezondheid bij hoge consumptie. Ze bevatten wel essentiële voedingsstoffen zoals ijzer, vitamine B12 en vetoplosbare vitaminen.

5. Rode zone: snoep en koeken, gesuikerde dranken, alcohol, hartige en zoutrijke snacks, fastfood, bewerkte vleeswaren
Ultrabewerkte producten van dierlijke of plantaardige oorsprong met een ongunstig effect op de gezondheid bij hoge consumptie of zonder nutritionele meerwaarde. Deze producten zijn overbodig in een gezond voedingspatroon.

Meer plantaardig, minder dierlijk, onbewerkt

Een transitie naar een meer plantaardig voedingspatroon, aangevuld met een matige consumptie van dierlijke producten, is dus zowel voor de gezondheid als het milieu aan te bevelen. De indeling en gekleurde zones van de nieuwe driehoek reflecteren dit. De bewerkingsgraad wordt daarnaast als criterium gehanteerd voor de verdere indeling binnen een voedingsmiddelengroep (voorkeur of ter afwisseling) of voor de toewijzing van producten aan de rode zone indien onderzoek naar het effect op de gezondheid ontbreekt. Anders dan bij de Schijf van Vijf (een product zit erin of niet) hanteert de nieuwe Voedingsdriehoek nog een ‘grijze zone’ met producten die geen voorkeur hebben, maar ook niet beschouwd moeten worden als nutteloos of bewezen gezondheidsschadend. Tot deze grijze zone behoren onder andere gesuikerde melkproducten, vruchtensap en light frisdranken.

Afbeelding 3

Wat met beweging?

Voldoende bewegen en minder lang stilzitten blijven, naast niet roken en gezond eten, zijn belangrijke thema’s voor een gezond leven. Om de toegenomen inzichten op het vlak van beweging en sedentair gedrag volwaardig te kunnen meenemen en afbeelden, is besloten hiervoor een apart model te ontwikkelen: de Bewegingsdriehoek (afbeelding 3).

Meer info over de onderbouwing en het ontwikkelingsproces van de voedingsdriehoek en bijkomend advies per voedingsmiddel: www.gezondleven.be/voedingsdriehoek

Referenties

1. Vanhauwaert E. De actieve voedingsdriehoek. 2012.
2. TNS. Evaluatieonderzoek de actieve voedingsdriehoek (i.o.v. VIGeZ en Vlaams Agentschap Zorg & Gezondheid). 2013.
3. Mozaffarian D. Dietary and Policy Priorities for Cardiovascular Disease, Diabetes, and Obesity: A Comprehensive Review. Circulation. 2016;133(2):187-225.
4. Jacobs DR, Tapsell LC. Food synergy: the key to a healthy diet. The Proceedings of the Nutrition Society. 2013;72(2):200-6.
5. Fardet A, Rock E. Toward a new philosophy of preventive nutrition: from a reductionist to a holistic paradigm to improve nutritional recommendations. Advances in nutrition (Bethesda, Md). 2014;5(4):430-46.
6. Fardet A, Boirie Y. Associations between food and beverage groups and major diet-related chronic diseases: an exhaustive review of pooled/meta-analyses and systematic reviews. Nutr Rev. 2014;72(12):741-62.
7. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding. Den Haag: Gezondheidsraad; 2015.
8. Anses. Actualisation des repères du PNNS: revision des repères de consommations alimentaires. Avis de l’Anses. Rapport d’expertise collective. 2016.
9. DGAC. Scientific report of the 2015 Dietary Guidelines Advisory Committee. 2015.
10. Fardet A, Rock E, Bassama J, Bohuon P, Prabhasankar P, Monteiro C, et al. Current food classifications in epidemiological studies do not enable solid nutritional recommendations for preventing diet-related chronic diseases: the impact of food processing. Advances in nutrition (Bethesda, Md). 2015;6(6):629-38.
11. Martinez Steele E, Baraldi LG, Louzada ML, Moubarac JC, Mozaffarian D, Monteiro CA. Ultra-processed foods and added sugars in the US diet: evidence from a nationally representative cross-sectional study. BMJ open. 2016;6(3):e009892.
12. Poti JM, Mendez MA, Ng SW, Popkin BM. Is the degree of food processing and convenience linked with the nutritional quality of foods purchased by US households? The American Journal of Clinical Nutrition. 2015;101(6):1251-62.
13. Monteiro CA, Levy RB, Claro RM, Castro IR, Cannon G. A new classification of foods based on the extent and purpose of their processing. Cadernos de saude publica. 2010;26.
14. Fischer CG, Garnett T. Plates, pyramids, planet – Developments in national healthy and sustainable dietary guidelines: a state of play assessment. Food and Agriculture Organization of the United Nations and The Food Climate Research Network at The University of Oxford; 2016.
15. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding ecologisch belicht. Den Haag: Gezondheidsraad, 2011; publicatienr. 2011/08.
16. FRDO. Advies duurzaam voedingssysteem. Federale Raad voor duurzame ontwikkeling (FRDO); 2010.
17. De Ridder K, Bel S, Brocatus L, Cuypers K, Lebacq T, Moyersoen I, Ost C & Teppers E. De consumptie van voedingsmiddelen en de inname van voedingsstoffen. In: Bel S, Tafforeau J (ed.). Voedselconsumptiepeiling 2014-2015. Rapport 4. WIV-ISP, Brussel, 2016.

 

Reageer op dit artikel