artikel

Probiotica: De stand van zaken

Algemeen

Probiotica: De stand van zaken

De veelheid aan functies van de darmmicrobiota dwingt ons om op een meer holistische manier naar ons lichaam en onze gezondheid te kijken: de invloed van de darmmicrobiota lijkt zich uit te strekken tot onze complete fysiologie. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 6.

Sterker nog, de verzameling genen (de stukken DNA die coderen voor eiwitten) van onze darmmicrobiota is ongeveer 150 maal groter dan onze set van humane genen (1). De invloed van onze darmmicrobiota kan dus moeilijk worden overschat.

Darmmicrobiota

Ons maag-darmkanaal herbergt een enorme hoeveelheid microorganismen, kortweg de darmmicrobiota genoemd. Recente schattingen geven aan dat we ongeveer net zoveel micro-organismen in onze darmen hebben als lichaamscellen (2). Van de darmmicrobiota bestaat het grootste deel uit bacteriën. De nieuwste inzichten suggereren dat bacteriofagen (virussen die selectief bacteriën infecteren) ook in grotere getale aanwezig zijn (3). De darmmicrobiota is betrokken bij tal van functies in het lichaam. Deze functies variëren van het verteren van (voor ons maag-darmkanaal) moeilijk verteerbare vezels (ongeveer 10% van onze calorische inname is te danken aan onze darmmicrobiota) (4), de productie van vitamines (zoals vitamine K) (5), het produceren van brandstof voor onze darmcellen (in de vorm van butyraat) (5) tot aan het beïnvloeden van ons centraal zenuwstelsel via de hersen-darmas (6). Bovendien speelt de darmmicrobiota een sleutelrol bij het immuunsysteem (7).

De samenstelling van de darmmicrobiota is een delicaat evenwicht, zowel voor wat betreft diversiteit als voor absolute hoeveelheid van micro-organismen. Ieder mens heeft bovendien een unieke microbiota (8). Het blijkt dat een verstoring van dit (persoonlijke) evenwicht van de darmmicrobiota (een dysbiose) gerelateerd is aan tal vanziektes, variërend van obesitas en diabetes, tot aan Alzheimer en autisme (9). Steeds vaker blijkt ook dat een dysbiose daadwerkelijk (een van de) oorzaken is van een ziekte (10). Het herstellen van een verstoorde microbiota biedt dan ook veel perspectief om de gezondheid te verbeteren.

Probiotica

Een van de manieren om een verstoorde darmmicrobiota (deels) terug te brengen naar een gezonde toestand is het eten van pre- en probiotica. Prebiotica zijn vezels die specifiek de “goede” bacteriën in onze darmmicrobiota stimuleren. Ze zijn onder andere te vinden in witlof, cichorei, asperges, ui en knoflook (11). Probiotica zijn voedingsmiddelen of farmaceutische preparaten die volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) levende micro-organismen bevatten die, wanneer ze in voldoende hoeveelheden worden ingenomen, een gezondheidsbevorderend effect hebben (12). Er zijn probiotica in diverse vormen te koop, zoals probiotische poeders, – pillen, en -zuivelproducten. Goede probiotische producten moeten voldoen aan een aantal criteria en het is van belang hierop te letten bij het kopen van deze producten.

Criteria

Ten eerste dienen de micro-organismen de maag te overleven en dus levend de darmen te bereiken. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, overleven de bacteriën in “gewone” yoghurt de maag niet. Dat houdt uiteraard niet in dat yoghurt niet gezond is, maar het is geen probioticum. Ook dient het probioticum voldoende levende micro-organismen te bevatten. De wetenschappelijke consensus is dat een portie minimaal 1 miljard micro-organismen moet bevatten, hoewel de tendens richting 2 tot 3 miljard per portie gaat. Verder moet er wetenschappelijke literatuur voor handen zijn waarin beschreven staat dat het consumeren van het probioticum ook daadwerkelijk tot gezondheidsbevorderende effecten leidt. En, last but not least, de micro-organismen die in het product zitten moeten tot stamniveau staan beschreven.

De stam is het meest gedetailleerde niveau waarop micro-organismen geclassificeerd kunnen worden. Deze classificering is belangrijk, omdat veel effecten zogenaamd stamspecifiek zijn en niet algemeen aan probiotica toe zijn te schrijven (12). Verder blijkt dat de productmatrix (bijvoorbeeld melk of yoghurt) waarin de probiotische organismen zijn verwerkt ook belangrijk is voor tal van producteigenschappen, waaronder de houdbaarheid, de overleving in de maag en de werkzaamheid (13). Er moeten dus wetenschappelijke publicaties te vinden zijn over het complete product en niet alleen over het micro-organisme zelf dat in een probioticum zit.

Toepassingsgebieden

Hoewel een dysbiose van de darmmicrobiota correleert met een groot scala aan ziektebeelden, zijn de velden waarin gedegen bewijs is wat betreft de werkzaamheid van probiotica nog relatief beperkt. Recentelijk is een document gepubliceerd waarin de effectiviteit van probiotica voor verscheidene ziektebeelden is gekwalificeerd met een A-status (sterke, positieve studies in de wetenschappelijke literatuur), B-status of C-status (enkele positieve studies, maar door te weinig data nog te veel controverse). De ziektebeelden waarvoor een A-status wordt toebedeeld zijn: (1) de behandeling van infectueuze diarree bij kinderen, (2) antibioticum- geassocieerde diarree, (3) het voorkomen en het onderhouden van remissie van pouchitis, (3) het onderhouden van Collitis Ulcerosa, (4) immuun respons, (5) atopisch eczeem geassocieerd met (koe) melkallergie en (5) hepatische encefalopathie (14).

Pilotfase

Er zijn nog meer veelbelovende studies over klinische indicaties waarvoor probiotica ingezet (kunnen) worden, zoals necrotiserende enterocolitis, stress en obstipatie. Wel dient men oplettend te zijn bij het vergelijken van studies, omdat de studies vaak met verschillende probiotica zijn uitgevoerd. Ook verschillen de studies in opzet en de gemeten klinische eindpunten. Door dit alles is het lastig studies te vergelijken en een overall effect te bepalen in een zogenaamde meta-analyse. Verder ontbreekt het nog vaak aan grootschalige, gerandomiseerde en placebo-gecontroleerde studies. Hierdoor blijft het onderzoek met probiotica nog dikwijls in de zogenaamde pilotfase steken. Desalniettemin zijn voor veel indicaties de resultaten van interventie met probiotica veelbelovend te noemen.

Veiligheid

Probiotica zijn veilig. In een recent aantal publicaties zijn klinische studies met probiotica geïnventariseerd. Hierbij is een vergelijking gemaakt van de bijwerkingen in de groepen die probiotica kregen met de bijwerkingen in de controlegroepen die geen probiotica (of een placebo) kregen. Het bleek dat de probioticagroepen niet meer bijwerkingen vertoonden dan de controlegroepen. Dit geldt voor studies met kinderen tot 2 jaar, voor studies met kinderen van 2 tot 18 jaar, voor ouderen (vanaf 60 jaar) en zelfs voor studies met patiënten die immuun-gecompromitteerd zijn (15,16,17,18).

Stoelgangverbetering bij ouderen

Obstipatie is een veelvoorkomend probleem bij ouderen en in verpleeghuizen loopt de gemiddelde incidentie zelfs op tot 60% (18). Aangezien obstipatie is geassocieerd met een dysbiose van de darmmicrobiota (19), is interventie met probiotica een mogelijke optie tot verlichting van deze klachten. In de literatuur zijn zes studies te vinden waarin in een verpleeghuis wordt geprobeerd obstipatieklachten door middel van probiotica te verminderen. Vijf van deze studies rapporteren een significante verbetering van obstipatieklachten door de interventie met probiotica. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de studies in het algemeen nog in de pilotfase zitten en dus nog door middel van grootschalige trials bevestigd moeten worden. De ervaring is echter dat deze grootschalige studies vooralsnog moeilijk zijn te realiseren door de hoge werkdruk van het personeel binnen zorginstellingen. Wat een dergelijke interventiestudie aantrekkelijk maakt, is dat de probiotica relatief simpel en goedkoop kunnen worden toegepast in het dieet, bijvoorbeeld door een probiotisch zuivelproduct bij de maaltijd.

Bristol stool chart

Het beoordelen van de ontlasting kan relatief gemakkelijk gestandaardiseerd worden door het gebruik van de zogenaamde Bristol Stool Chart, een hulpmiddel waarmee via plaatjes de ontlasting geclassificeerd kan worden middels een 7-punts-schaal, met obstipatie- type, ideaal-type en diarree-type. Naast de verbetering van de kwaliteit van leven door verlichting van obstipatieklachten, is er door het inzetten van probiotica ook winst te behalen wat betreft verlichting van de werkdruk van het personeel en vermindering van zorgkosten. De resultaten van beschreven onderzoeken worden binnenkort gepubliceerd en zien er veelbelovend uit. De noodzaak tot meer onderzoek binnen verpleeghuisinstellingen moge duidelijk zijn, gezien de grote potentie voor deze doelgroep.

Referenties

  1. Qin J, et al. A human gut microbial gene catalogue established by metagenomic sequencing. Nature 464.7285. 2010;59.
  2. Sender R, Fuchs S, & Milo R. Revised estimates for the number of human and bacteria cells in the body. PLoS biology 14.8. 2016;e1002533.
  3. Pilar M, Dills M, & Young MJ. The human gut phage community and its implications for health and disease. Viruses 9.6. 2017;141.
  4. Duranti S, et al. Obesity and microbiota: an example of an intricate relationship. Genes & nutrition 12.1. 2017;18.
  5. Rowland I, et al. Gut microbiota functions: metabolism of nutrients and other food components. European journal of nutrition. 2017;1-24.
  6. Quigley EMM. Microbiota-brain-gut axis and neurodegenerative diseases. Current neurology and neuroscience reports 17.12. 2017;94.
  7. Belkaid Y & Hand TW. Role of the microbiota in immunity and inflammation. Cell 157.1. 2014;121-141.
  8. Gilbert JA. Our unique microbial identity. Genome biology 16.1. 2015;97.
  9. Cani PD & Claude Knauf. How gut microbes talk to organs: the role of endocrine and nervous routes. Molecular metabolism 5.9. 2016;743-752.
  10. Cani PD. Gut microbiota—at the intersection of everything?. Nature Reviews Gastroenterology & Hepatology 14.6. 2017;321.
  11. Claassen E. Probiotica gunstig bij infectie met Clostridium difficile. Pharm Weekblad 7 maart. 2014;149–10.
  12. Hill C, et al. Expert consensus document: The International Scientific Association for Probiotics and Prebiotics consensus statement on the scope and appropriate use of the term probiotic. Nature Reviews Gastroenterology and Hepatology 11.8. 2014;506.
  13. Flach J, et al. The underexposed role of food matrices in probiotic products: Reviewing the relationship between carrier matrices and product parameters. Critical reviews in food science and nutrition. 2017;1-15.
  14. Floch MH, et al. Recommendations for probiotic use—2015 update: proceedings and consensus opinion. Journal of clinical gastroenterology 49. 2015;S69-S73.
  15. Van den Nieuwboer M, et al. Probiotic and synbiotic safety in infants under two years of age. Beneficial microbes 5.1. 2014;45-60.
  16. Van den Nieuwboer, M., et al. “Safety of probiotics and synbiotics in children under 18 years of age.” Beneficial microbes 6.5 (2015): 615-630.
  17. Van den Nieuwboer M, et al. The administration of probiotics and synbiotics in immune compromised adults: is it safe?. Beneficial Microbes 6.1. 2014;3-17.
  18. Larsen OFA, et al. Probiotics for healthy ageing: Innovation barriers and opportunities for bowel habit improvement in nursing homes. Agro Food Industry Hi Tech 28.5. 2017;12-15.
  19. Vandeputte D, et al. Stool consistency is strongly associated with gut microbiota richness and composition, enterotypes and bacterial growth rates. Gut. 2015;gutjnl-2015.
Reageer op dit artikel