artikel

De passie van: NAV-lid Hinke Haisma

Algemeen

De passie van: NAV-lid Hinke Haisma

‘Mensen moeten met een andere bril naar de groei van kinderen kijken’, aldus NAV-lid Hinke Haisma. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 7.

Hoe bent u in de voedingswereld terechtgekomen?

Mijn interesse lag altijd bij bètavakken, biologie en scheikunde, maar ook bij mensen. Daarom ben ik in 1992 gestart met de studie Voeding en Mens in Wageningen. Na mijn studie werd ik assistent deskundige voor het ministerie van Buitenlandse zaken bij de Internationale Atoom Energie Organisatie van de Verenigde Naties in Wenen. Ik vloog de hele wereld over voor projectbegeleiding en -coördinatie. Mijn leidinggevende zei op een gegeven moment: ‘You can’t keep on flying around the world pretending you are an expert.’ Daardoor werd ik wakker geschud en besloot ik een PhD te gaan doen. Ik kreeg de mogelijkheid daarvoor onderzoek in Brazilië te doen naar de invloed van de sociaaleconomische status op de groei en het energiemetabolisme van kinderen. Ik kwam erachter dat arme Braziliaanse kinderen meer energie verbruikten dan rijke kinderen. Dat kwam niet doordat ze vaker ziek waren, maar doordat arme kinderen meer bewogen dan rijke. De context waarin deze kinderen leefden was belangrijker dan de fysiologische aspecten. Vanaf toen raakte ik geïnteresseerd in sociaal wetenschappelijk onderzoek en ben ik gestart met kwalitatief onderzoek.

Wat houdt uw huidige werk in?

Ik werk momenteel vier dagen in de week als adjunct hoogleraar bij Ruimtelijke Wetenschappen (afdeling Demografie) aan de RUG en daarnaast heb ik een dag in de week een aanstelling via het investeringssubsidieprogramma van voeding en gezondheid bij het UMCG. Mijn onderzoek gaat over groei van kinderen en hoe je daarbij naar meer dan alleen de fysieke dimensie kan kijken. Als je informatie over de context meeneemt en groei breder ziet dan alleen lengte en gewicht, kun je bijvoorbeeld een veel beter advies aan ouders geven. Ik probeer daarbij op conceptueel niveau een ander model voor groei van kinderen te ontwikkelen. Momenteel bekijken voedingsdeskundigen groei vooral vanuit een biomedische perspectief; ik probeer dat vanuit een meer sociaal-cultureel oogpunt te doen. Ik heb momenteel een promovendus in Tanzania en Bangladesh en had een postdoc gericht op India; zij kijken naar verschillende dimensies, onderzoeken hoe mensen daar de groei van een kind beschouwen en hoe in deze landen bepaald wordt of een kind gezond is. Met dit onderzoek houd ik mij bezig met een paradigmaverschuiving: hoewel de fysieke groei van kinderen een universeel meetbaar gegeven lijkt, maakt de context dat dit niet zo is en dat je dus anders naar groei moet kijken. Overigens hoort ook Nederland bij mijn aandachtsgebied: eerder deed een promovendus van mij onderzoek naar voedingsgewoonten in Oost- Groningen.

Wat zou u nog onderzocht willen zien?

Dit onderzoek zal een onderzoek zijn voor de rest van mijn leven. Ik zou graag met verschillende experts een multi-dimensionele index ontwikkelen voor groei, die recht doet aan de complexiteit van de context. De grote vraag is echter of dat mogelijk is. Daarbij zijn er risico’s verbonden aan het maken van een dergelijke index, bijvoorbeeld doordat opgestelde dimensies in de omgeving daarin verankerd worden, terwijl deze toch altijd in beweging zijn.

Reageer op dit artikel