artikel

Persoonlijk voedingsadvies in de supermarkt

Algemeen

Persoonlijk voedingsadvies in de supermarkt

Het project Personalized Nutrition and Health wordt uitgevoerd door TNO en Wageningen University and Research met een aantal private partijen. Doel van het project is te achterhalen hoe individuen geholpen kunnen worden bij het maken van goede voedingskeuzes. In 2017 is een onderzoek uitgevoerd bij twee supermarktfilialen waarbij persoonlijk voedingsadvies voor lager opgeleiden getest is op effectiviteit, haalbaarheid en waardering. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 7.

Uit statistieken blijkt dat mensen met een lagere sociaaleconomische status (waarbij opleiding een belangrijk facet is) vaker chronische ziek zijn (1). Obesitas, diabetes en/of hart- en vaatziekten komen in deze groep vaker voor en de levensverwachting is korter. Een belangrijke oorzaak hiervoor is het eetpatroon (2,3). Mensen met een lagere sociaaleconomische status eten doorgaans minder groente, fruit en vezels en meer vet (4,5). Dit kan verklaard worden door verschillen tussen mensen met een hogere dan wel lagere status in onder andere kennis, vaardigheden, intenties, motivatie, sociale steun, vertrouwen in het eigen kunnen, psychische problemen en gezondheidsbewustzijn (6,7). Met deze studie is onderzocht of een beter inzicht in het eigen voedingspatroon de gezondheid, motivatie en intentie om gezondere voedingskeuzes te maken kan versterken. Dit is gedaan met behulp van een interventie. Supermarktbezoekers werden hiervoor ingedeeld in groepen die op verschillende manieren persoonlijk voedingsadvies en feedback kregen op hun eetpatroon en gezondheid.

Voedingswaarden

voedingswaarden vn 7 

Gezondheidsmaten

gezondheidsmaten vn 7 

Advies

advies vn 7

Afbeelding 1. Een voorbeeld van feedback op de voedingsinname (aangegeven met sterren per categorie), een aantal gezondheidsmaten en een persoonlijk advies op een voedingscategorie naar keuze. 

Het idee was dat met name persoonlijk advies, waarbij de boodschap en het advies inhoudelijk waren afgestemd op de persoon, de motivatie en intentie om gezond te eten zou verhogen (8-9).

De supermarkt als proeflocatie

Het experiment werd gedurende vier weken uitgevoerd in twee supermarktfilialen in Almere onder bezoekers met een opleiding van maximaal mbo-niveau 2. De deelnemers vulden in de eerste week van het onderzoek ter plekke vragenlijsten in over hun voedingsinname en over een aantal psychologische kenmerken (bijvoorbeeld ‘geloof in eigen kunnen’ ook wel zelfeffectiviteit genoemd). Daarnaast werden bloeddruk, middelomtrek, lengte en gewicht (voor BMI) gemeten. De deelnemers werden vervolgens willekeurig ingedeeld in drie groepen: (1) de controlegroep, deelname aan vragenlijsten en metingen, maar geen feedback of voedingsadvies; (2) feedback op basis van de metingen op voedingsinname en gezondheid (BMI, middelomtrek en bloeddruk); (3) naast de feedback ook persoonlijk voedingsadvies. De laatste groep koos op basis van de feedback één voedingscategorie (bijvoorbeeld groente) en kreeg daar vervolgens een persoonlijk advies op. De categorieën ‘groente’, ‘ongezonde keuzes’ en ‘zuivel’ hadden daarbij de voorkeur. ‘Suikerhoudende frisdrank’, ‘alcohol’ en ‘zout’ werden het minst vaak gekozen om advies op te ontvangen. Feedback en/of advies werden op locatie en op een geautomatiseerde wijze verstrekt. Afbeelding 1 geeft een voorbeeld van feedback op de voedingsinname, gezondheidsmaten en een persoonlijk advies op een voedingscategorie naar keuze.

PNH-project

Personalised Nutrition and Health is een interdisciplinair project waarin verschillende expertises op het gebied van voeding en gezondheid, modelleren van kennisregels en consumentengedrag samenkomen. Het doel van het project is om gezondheid en welzijn van de bevolking te verbeteren door consumenten in staat te stellen te kiezen voor een optimaal persoonlijk dieet en dat in te passen in hun leefstijl. Hiervoor wordt onderzocht hoe diverse groepen consumenten geholpen kunnen worden bij het maken van optimale voedingskeuzes, door middel van het aanbieden van persoonlijk voedingsadvies. Er wordt bovendien een kennisbasis ontwikkeld voor een geautomatiseerd systeem waarmee persoonlijke voedingsadviezen kunnen worden gegenereerd. Hierbij is het niet de bedoeling om de diëtist te vervangen. Dit systeem kan juist hen specifieke informatie leveren als aanvulling op en ondersteuning van hun advies.

Effectiviteit

Score op voedingsrichtlijn

Afbeelding 2 laat voor de verschillende voedselcategorieën (x-as) zien in hoeverre consumenten voldeden aan de voedingsrichtlijnen (y-as), voor en na de interventie. In de figuur is te zien dat de interventie waarschijnlijk invloed heeft gehad op het eetpatroon van de deelnemers: ze zijn meer fruit en vezelrijke producten gaan eten en daarmee voor deze categorieën meer aan de voedingsrichtlijnen gaan voldoen. Ook laten de mensen die een advies voor een specifieke categorie hebben gehad bij de tweede meting van de voedingsinname een verbetering zien op desbetreffende categorie. Het experiment heeft geen veranderingen in de gezondheidsstatus van deelnemers teweeggebracht. Daarvoor is de periode van vier weken waarschijnlijk te kort geweest en de vorm van feedback en/of persoonlijk advies te ‘licht’ en vrijblijvend. De interventie heeft wel geresulteerd in een hogere zelfeffectiviteit en meer subjectieve kennis. Bovendien is bij de deelnemers het gevoel toegenomen een gezond eetpatroon te hebben. Dit is het geval voor alle deelnemers, of ze nu wel of geen feedback of advies hebben gehad. De intentie om gezonder te gaan eten is niet veranderd.

Beperkingen en waardering

Slechts ongeveer 4% van de benaderde supermarktbezoekers viel in de doelgroep en was tevens bereid mee te doen. Daarvan viel een derde uit tussen de werving en de start van het experiment (1-2 weken later). Van de 96 bezoekers die wel deelnamen, doorliep 98% het traject helemaal. Daarbij moet natuurlijk rekening worden gehouden met het feit dat voor deze interventie vooral mensen zijn geworven die al een bovengemiddelde intentie hebben om gezond te gaan eten. Deelnemers gaven aan de studie interessant, informatief, nuttig, motiverend en leuk te vinden en gaven gemiddeld een waarderingsscore van 7,5 op een schaal van 1 tot 10. Een groter bewustzijn van de eigen gezondheid en het eetgedrag was voor veel deelnemers een belangrijk resultaat van de interventie, maar werd ook als confronterend ervaren. Het persoonlijke contact met de onderzoekers werd ook als zeer waardevol ervaren. Op de vraag wie dit soort voedingsadvies zou moeten geven, gaf de meerderheid (80%) aan dat een diëtist daarvoor de aangewezen persoon zou zijn, gevolgd door een verzekeraar (60%), een supermarkt (40%) of een commerciële partij (30%). De deelnemers die zowel feedback als persoonlijk advies kregen, zagen beter de link tussen hun score op de voedingscategorieën en hun veranderde eetgedrag. Ook de mensen in de omgeving van de deelnemer waren positiever over de studie wanneer persoonlijk advies werd gegeven. Dit is een interessant gegeven, omdat sociale steun, met name bij deze doelgroep, van groot belang is om daadwerkelijk tot een beter eetpatroon te komen. Bovendien kan een dergelijke interventie een ‘uitwaaier-effect’ hebben binnen het sociale netwerk van deelnemers naar niet-deelnemers.

Praktijk

Deze studie laat zien dat er mogelijkheden zijn om ook lager opgeleiden te betrekken in een onderzoek naar persoonlijke voeding en gezondheid. De deelnemers die aan de eerste meting mee hebben gedaan, zijn vrijwel allemaal blijven meedoen tot aan het eind van de interventie. Hierdoor is de studie niet alleen uitvoerbaar gebleken; de deelnemers zijn er met een gemiddelde waardering van 7,5 ook heel positief over. Alleen al de deelname aan de studie heeft veel teweeggebracht op het gebied van voedingskeuze, ongeacht of mensen daadwerkelijk feedback en/of advies hebben ontvangen (Hawthorne-effect). Het lijkt dus effectief te zijn om mensen zich bewust te laten worden van hun voedingspatroon. De interventie heeft een positief effect gehad op het voedingspatroon en op een aantal psychische factoren van de deelnemers, zoals de zelfeffectiviteit en kennis. Het is uit de literatuur bekend dat dit belangrijke aspecten zijn om een verandering in gedrag te bereiken. Deze studie laat al een positief effect zien bij louter deelname, hetgeen voor de praktijk zou kunnen betekenen dat een eenvoudige interventie voldoende is om een eerste aanzet te geven tot gedragsverandering. Deelname aan een programma kan voor mensen een stok achter de deur zijn om over te gaan tot actie. Daarbij is persoonlijke contact van belang en worden vooral diëtisten gezien als een goed medium om voedingsadvies van te ontvangen. Kijk voor meer informatie op: www.personalizednutritionandhealth.com

Referenties

  1. Sommer I, Griebler U, Mahlknecht P, et al. Socioeconomic inequalities in non-communicable diseases and their risk factors: an overview of systematic reviews. BMC public health. 2015;15:914-926.
  2. Psaltopoulou T, Hatzis G, Papageorgiou N, Androulakis E, Briasoulis A, & Tousoulis D. Socioeconomic status and risk factors for cardiovascular disease: Impact of dietary mediators. Hellenic Journal of Cardiology. 2017;58:32-42.
  3. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014 (http://www.volksgezondheidtoekomstverkenning.nl/).
  4. Darmon N, & Drewnowski A. Does social class predict diet quality? The American journal of clinical nutrition. 2008;87:1107-1117.
  5. De Irala-Estevez J, Groth M, Johansson L, Oltersdorf U, Prättälä R, & Martínez-González MA. A systematic review of socio-economic differences in food habits in Europe: consumption of fruit and vegetables. European journal of clinical nutrition. 2000;54:706-714.
  6. Beydoun MA, & Wang Y. Do nutrition knowledge and beliefs modify the association of socio-economic factors and diet quality among US adults? Preventive Medicine. 2008;46:145-53.
  7. Chen E, & Miller GE. Socioeconomic status and health: mediating and moderating factors. Annual review of clinical psychology. 2013;9:723-749.
  8. Brug J, Campbell M, & Van Assema P. The application and impact of computer-generated personalized nutrition education: a review of the literature. Patient education and counseling. 1999;36:145-156.
  9. Rimer BK, & Kreuter MW. Advancing tailored health communication: A persuasion and message effects perspective. Journal of communication. 2006;56:S184-S201.
  10. Looman M, Biesbroek S, De Rijk M, et al. De Dutch Healthy Diet index 2015; Een score die meet hoe goed je aan de Richtlijnen goede voeding 2015 voldoet. Voeding.NU. 2016.
Reageer op dit artikel