artikel

E-nummers: Voor, tegen of iets er tussenin?

Algemeen

E-nummers: Voor, tegen of iets er tussenin?

Als ik aan mensen vertel dat ik een voedingsmiddelentechnoloog ben, is er steevast één vraag die me gesteld wordt: Wat vind jij nou eigenlijk van al die E-nummers? Een lastige vraag. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 1.

Meestal wil de vragensteller bevestigd horen dat het inderdaad allemaal troep is. Wanneer ik zou zeggen dat het goed onderzochte stoffen zijn, die zorgvuldig worden toegepast, denkt de vragensteller dat ik alleen maar het standpunt van de industrie verkondig. Is er één antwoord mogelijk? Zoals altijd ligt het iets genuanceerder.

De historie van E-nummers

Ironisch genoeg zijn E-nummers ooit geïntroduceerd om voor alle consumenten duidelijk te maken dat de ingrediënten op een etiket goedgekeurd zijn door de EU. Als we kijken naar de geschiedenis, dan zijn er veel E-nummers die van oudsher al toegepast worden, in een vorm die we allemaal kennen. Het inleggen van groenten in azijn werd gedaan om de houdbaarheid te verlengen. Azijn bevat azijnzuur: E 260. Ook melkzuur, zoals in yoghurt, heeft een E-nummer: E270. Er zijn ook veel E-nummers die van nature voorkomen in bijvoorbeeld verse groenten en fruit. Denk aan de kleurstoffen, de pectines en zelfs smaakversterkers in tomaat en champignons. E-nummers Voor, tegen of iets er tussenin?

Opinie

In de jaren 80 van de vorige eeuw begon het wantrouwen over toevoegingen in ons eten en dat wantrouwen is alleen maar toegenomen. De angst voor E-nummers is begonnen met onderzoeken naar kunstmatige kleurstoffen. Een onderzoek in Southampton liet zien dat kinderen er hyperactief van zouden kunnen worden. Dit onderzoek bleek later volkomen verkeerd te zijn opgezet, maar de twijfel was gezaaid. Vervolgens kwamen er boekjes op de markt, bijvoorbeeld dat van Corinne Gouget, die via kleuren (rood, oranje en groen) lieten zien welke E-nummers gevaarlijk zouden zijn. Makkelijk, handzaam en duidelijk, maar de wetenschappelijke onderbouwing was er niet of slechts flinterdun. Er zijn echter honderdduizenden exemplaren van het boekje van Gouget verkocht en veel consumenten geloven er heilig in.

Wat pleit er vóór de toepassing van E-nummers?

De argumenten vóór E-nummers zijn duidelijk. Het zijn stoffen waar veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan is, met duidelijke wetgeving en duidelijke grenzen voor wat betreft de toepassing. Ook het nut is onbetwistbaar. Vleesproducten moeten houdbaar zijn, omdat ze van de producent, via een distributiecentrum, via de supermarkt uiteindelijk in de koelkast van de consument terechtkomen en daar ook nog enkele dagen bewaard moeten kunnen worden. Dan is het simpelweg niet mogelijk om zonder conserveermiddelen te werken. Een bijkomend voordeel is dat daarmee ook voedselverspilling wordt voorkomen. E-nummers die op het eerste oog minder noodzakelijk zijn, zoals kleurstoffen, spelen een belangrijke rol bij de keuze van consumenten in de supermarkt. Samengevat is het in de huidige maatschappij met ons huidige eetpatroon niet mogelijk om alle E-nummers uit te bannen. Ieder westers mens zonder pakjes en zakjes laten koken is een mooie droom, maar verre van realistisch.

Wat pleit er tegen E-nummers?

De meeste argumenten die vaak genoemd worden, hebben met gevoelens van de consumenten en het gebrek aan vertrouwen in onze voeding te maken. Ja, er is veel wetenschappelijk onderzoek verricht. Maar ondanks dat onderzoek zijn risico’s nooit 100% uit te sluiten. En inderdaad, er bestaat altijd de mogelijkheid dat E-nummers een interactie hebben of dat ze op zeer lange termijn schade berokkenen. In de wetenschap kun je alleen maar statistisch verantwoorde conclusies trekken, een volledige garantie bestaat niet. Toch ben ik er persoonlijk van overtuigd dat E-nummers veilig zijn. Als het over gezondheidseffecten gaat, kunnen we ons veel beter druk maken over obesitas en de te hoge zoutconsumptie. Als technoloog weet ik dat E-nummers in veel gevallen echt noodzakelijk zijn voor houdbaarheid, voedselveiligheid of andere eigenschappen. Maar als consument zie ik soms verpakkingen waar zoveel E-nummers op staan, dat ik eraan twijfel of die allemaal wel noodzakelijk zijn. Een van de redenen kan zijn dat er veel zeer goedkope producten op de Nederlandse markt zijn, waarvan de kwaliteit opgepept wordt met additieven. Ook voor dit soort producten is een markt en de retailers leggen strikte eisen op aan producenten voor wat betreft de inkoopprijs. Bekend is ook dat Nederlanders de prijs van een product vaak als doorslaggevend argument zien bij de aankoop. E-nummers maken het mogelijk om producten van een lage kwaliteit te leveren die toch nog ergens naar smaken.

De toekomst van E-nummers?

Er is een aantal scenario’s te bedenken, waarvan enkele al in gang gezet zijn:

Scenario 1: Het “vermommen” van E-nummers onder onschuldige namen: appelsapconcentraat (vervanger van suiker), kleurende plantenextracten (vlierbessenextract, spinazie-extract, wortelextract, granaatappelextract en nog veel meer – dit zijn in feite kleurstoffen). Ook gistextract en champignonextract worden veel gebruikt, als alternatief voor de smaakversterker MSG. Laten we ook selderij-extract niet vergeten, dat het conserveermiddel nitriet in vleeswaren kan vervangen. Of rozemarijnextract, wat een volkomen normale toevoeging lijkt aan hartige producten, maar echt uitsluitend toegepast wordt als antioxidant. Het is echter een kwestie van tijd voordat consumenten dit door hebben, denk aan de recente uitzending van de Keuringsdienst van Waarde over appelsapconcentraat.

Scenario 2: Goede voorlichting geven aan consumenten over welke E-nummers écht noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van voedselveiligheid, en dit open, neutraal en begrijpelijk communiceren naar consumenten. Naar mijn mening een goede optie, maar zeker niet de makkelijkste weg. Hoe nemen we de ongerustheid weg over E-nummers en welke instantie is neutraal en overtuigend genoeg om dat te doen?

Scenario 3: Het beïnvloeden van het gedrag van consumenten zelf. Dit gedrag in zichzelf is een reden voor het gebruik van E-nummers. Als consumenten genoegen zouden nemen met een iets kortere houdbaarheid, iets minder kant-en-klare producten en iets meer zouden willen betalen voor hun eten, dan kunnen er zeker minder E-nummers gebruikt worden. Scenario 1 is het meest eenvoudig en wordt ook al op uitgebreide schaal toegepast; scenario 2 en 3 vormen niet de gemakkelijkste weg. Het beïnvloeden van consumenten door voorlichting te geven, vereist een lange adem. Als we, zoals in scenario 3, het gedrag van consumenten willen veranderen, dan is dat zelfs nog complexer. De enige manier waarop vooral de laatste twee scenario’s gerealiseerd kunnen worden, is als verschillende partijen samenwerken. De supermarkten spelen een belangrijke rol, omdat zij naar eigen zeggen hun assortiment aanpassen aan de wensen van de consument. Het is echter ook zo dat zij het aankoopgedrag van consumenten beïnvloeden. Als supermarkten, in goede samenspraak met producenten en partijen als het Voedingscentrum, hier energie in steken, dan zou de consument daar weleens veel baat bij kunnen hebben. Want wat is er mooier dan een consument die zich zeker voelt over de kwaliteit, de veiligheid en de gezondheid van zijn dagelijkse eten? 

Reageer op dit artikel