artikel

Studie naar de trouw aan schoolprogramma’s ter preventie van overgewicht en obesitas

Algemeen

Studie naar de trouw aan schoolprogramma’s ter preventie van overgewicht en obesitas

Om overgewicht en obesitas bij kinderen te voorkomen worden er wereldwijd preventieprogramma’s ontwikkeld. Veel van deze programma’s richten zich op scholen om zoveel mogelijk kinderen te bereiken. In de praktijk blijkt dat de programma’s vaak minder effectief zijn dan werd verwacht. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 8.

Scholen zijn complexe organisaties en het is daarom niet altijd even eenvoudig om programma’s daadwerkelijk goed te implementeren. Om meer inzicht te krijgen in de processen die een rol spelen bij de in- en doorvoering van programma’s in de praktijk, kan een procesevaluatie worden uitgevoerd. Daarmee wordt inzicht verkregen in hoe een programma in de praktijk gebruikt wordt, welke aanpassingen er zijn gemaakt en of het heeft geleid tot een afname van overgewicht.

Fidelity

In de literatuur zijn diverse theorieën en modellen te vinden die implementatieprocessen beschrijven. Een belangrijk onderdeel van deze processen wordt hierin geduid met de term fidelity (ofwel getrouwheid aan het protocol, programmaintegriteit). Dusenbury en collega’s (2003) beschrijven dat fidelity uit de volgende componenten bestaat: (a) adherence (de mate waarin het programma is uitgevoerd volgens het gedachtegoed van de ontwikkelaars, bijvoorbeeld zoals beschreven in de handleiding), (b) dose (de hoeveelheid onderdelen van het programma die zijn geïmplementeerd, bijvoorbeeld het aantal lessen of aantal uren dat eraan is besteed), (c) quality of delivery (de kwaliteit van de uitvoering van het programma, bijvoorbeeld door actief te luisteren naar de doelgroep en adequaat in te springen op vragen), (d) responsiveness (de mate van tevredenheid van de deelnemers met het programma, bijvoorbeeld gemeten in programmawaardering) en (e) differentation (de bijdrage van de verschillende werkende mechanismen van het programma op programma-effecten). Tot nu toe is er nog geen duidelijk overzicht van hoe fidelity is gemeten in procesevaluaties van schoolprogramma’s ter preventie van overgewicht en obesitas. Daarom is een systematische literatuurstudie uitgevoerd om een overzicht te krijgen van welke componenten van fidelity gemeten worden, hoe deze gemeten worden en wat de kwaliteit van de gebruikte meetmethoden is.

Literatuuronderzoek

In de literatuur is gezocht naar procesevaluatie-studies van preventieprogramma’s tegen overgewicht die zich richten op het bevorderen van gezonde voeding en/of meer bewegen en/of het verminderen van zitgedrag, uitgevoerd op basisscholen en/ of middelbare scholen. In totaal werden er 73 artikelen gevonden die aan de zoekcriteria voldeden. Samen beschreven zij 63 verschillende procesevaluaties waarmee een of meerdere componenten van fidelity onderzocht waren zoals door Dusenbury gedefinieerd. De evaluaties waren in 12 verschillende landen uitgevoerd; het grootste aantal in de Verenigde Staten (31 studies) gevolgd door Nederland met 11 studies. De meeste programma’s waren gericht op het bevorderen van gezonde voeding (27 studies), meer bewegen (16 studies) of een combinatie daarvan (12 studies). Wat betreft de verschillende fidelity-componenten werd ‘dose’ het meest gemeten (50 keer). ‘Responsiveness’ werd 36 keer gemeten, ‘adherence’ 26 keer, ‘quality of delivery’ 8 keer en ‘differentation’ werd helemaal niet gemeten. In het overgrote deel van de studies waren een of twee fidelity-componenten gemeten, in 16 van de 63 studies waren drie componenten gemeten en in slechts één studie vier componenten.

Er was grote variatie in hoe fidelity werd gedefinieerd en gemeten. In slechts de helft van de studies werd in de procesevaluatie een beschrijving gegeven van wat er werd verstaan onder fidelity. Andere studies gaven een incomplete of helemaal geen definitie. Wanneer er wél een definitie was opgenomen van de gemeten fidelity-componenten, werden dezelfde concepten op zeer diverse manieren beschreven. Bovendien werden definities van componenten door elkaar heen gebruikt. Zo werd bijvoorbeeld dezelfde vrij algemene definitie gebruikt voor ‘dose’ en ‘adherence’, namelijk: implementatie-fidelity.

De meestgebruikte onderzoeksmethoden om de fidelity-componenten te meten waren observaties, logboeken en vragenlijsten. Soms werden gestructureerde interviews gebruikt. Methoden waren meestal gericht op observaties in de klas of interviews met de docenten die het programma in de praktijk gebruikten. Alleen bij het onderdeel ‘responsiveness’ werden de deelnemers van het programma (leerlingen) naar hun mening over het betreffende programma gevraagd. Een enkele keer werden directeuren van scholen ondervraagd. In veel studies werd maar één meetmethode toegepast en vaak maar op één moment gemeten, meestal na afloop van het programma. Geen enkele studie gebruikte een gevalideerde methode voor het meten van fidelity en de beschrijving van de gebruikte methoden was in de artikelen vaak onder de maat, waardoor het niet altijd duidelijk was wat de onderzoekers precies gedaan hadden. Enkele studies hadden de uitkomsten van de procesevaluatie gerelateerd aan het effect dat het programma had op de leerlingen die met het programma meededen. Het merendeel van de studies had dit echter niet onderzocht. Al met al was de kwaliteit van de gebruikte methoden laag.

Conclusies

Op basis van dit systematische literatuuronderzoek kan geconcludeerd worden dat veel verschillende methoden worden gebruikt voor het meten van fidelity in procesevaluaties van preventieprogramma’s tegen overgewicht op scholen. De kwaliteit van de gebruikte methoden voor het meten van fidelity is in het algemeen laag. Het goed meten van alle componenten van fidelity in één studie is complex en niet altijd haalbaar. Er is daarom behoefte aan het beter operationaliseren en definiëren van de componenten van fidelity. Onderzoekers zouden er goed aan doen in hun artikelen de gebruikte methoden helder en transparant te beschrijven. Om gefundeerde uitspraken te kunnen doen kan er beter voor gekozen worden een of enkele specifieke componenten te meten en dit vervolgens op een kwalitatief goede manier in praktijksituaties te doen. Op die manier kan er meer inzicht verkregen worden onder welke voorwaarden aanpassingen gedaan kunnen worden aan preventieprogramma’s in scholen, bijvoorbeeld om de interventie duurzamer te kunnen implementeren, terwijl de effectiviteit van het programma gewaarborgd blijft.

Het volledig artikel is te vinden op: https://doi. org/10.1186/s12966-018-0709-x

Schaap R, Bessems K, Otten R, Kremers S, & van Nassau F. Measuring implementation fidelity of school-based obesity prevention programmes: a systematic review. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity. 2018;15(1):75.

Reageer op dit artikel