artikel

Voeding zwangeren wijkt op essentiële punten af van de aanbevelingen

Algemeen

Voeding zwangeren wijkt op essentiële punten af van de aanbevelingen

De voeding tijdens de eerste duizend dagen van het leven is van belang voor de gezondheid van het kind op latere leeftijd. Het is echter niet bekend wat vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven eten. Het oriënterende onderzoek Nutricheck Mama geeft een indicatie: deze vrouwen lijken gemotiveerd om gezond te eten, maar hun voeding wijkt desondanks af van de aanbevelingen van het Voedingscentrum. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 8.

De voeding tijdens de eerste duizend dagen van het leven, gerekend vanaf de conceptie, is van belang voor de gezondheid van het kind op latere leeftijd (1). Het heeft onder andere een blijvende invloed op de genregulatie en de metabole respons op omgevingsfactoren (2). In de allereerste periode, tijdens de zwangerschap en in de periode van borstvoeding, is het kind voor de voedingsstoffen afhankelijk van wat de moeder eet en drinkt. De Gezondheidsraad heroverweegt mede om deze reden of bestaande voedingsaanbevelingen voor vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven moeten worden herzien (1). Wat ontbreekt, zijn gegevens over het eetpatroon van deze vrouwen. De enige voedselconsumptiecijfers van slechts vijftig zwangere vrouwen dateren van twintig jaar geleden (3). Van vrouwen die borstvoeding geven, ontbreken dergelijke gegevens tot nu toe volledig.

Oriënterend onderzoek

Het oriënterende onderzoek Nutricheck Mama biedt inzicht in de voeding van vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven. De gegevens van 403 zwangere vrouwen en van 160 vrouwen die borstvoeding geven zijn hierin verwerkt. Dit onderzoek, op initiatief van het voedingsmiddelenconcern Nutricia¹, is een versimpelde voedselconsumptiepeiling. De belangrijkste verschillen ten opzichte van de voedselconsumptiepeilingen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zijn, dat het geen representatieve steekproef is, dat een 1 x 24 uurs-recallmethode is gebruikt en dat de deelnemer zelf, en niet een getrainde interviewer, het voedingsdagboek heeft ingevuld (tabel 1). De resultaten van dit oriënterende onderzoek hebben daarom een signaalfunctie, maar bieden geen bewijskracht. De signaalfunctie is belangrijk, omdat dergelijke gegevens tot nu toe ontbreken.
tabel 1 vn8

Onderzoeksopzet

Het onderzoek is opgezet in overleg met een klankbordgroep bestaande uit zes verloskundigen en vier diëtisten. Alleen vrouwen die zichzelf gezond verklaarden, konden participeren. De persoonskenmerken van de deelnemers staan in tabel 2. Een derde van de deelnemers is geworven via verloskundigenpraktijken, de andere participanten hebben zichzelf aangemeld via het platform www. nutriciavoorjou.nl. Op deze site staan adviezen over onder andere zwangerschap en (voeding in) de eerste vier jaar na de geboorte. De gegevens uit de periode april 2016 tot en met oktober 2017 zijn verwerkt. De deelnemers hebben voor één dag een digitaal gestructureerd voedingsdagboek ingevuld. Per eetmoment (drie hoofdmaaltijden en de consumpties tussen de maaltijden en voor het slapen gaan) hebben zij de geconsumeerde voedingsmiddelen en hoeveelheden (eten en drinken) genoteerd. Na afloop van het invullen van het voedingsdagboek kregen de deelnemers een voedingsadvies gebaseerd op de adviezen van het Voedingscentrum en hun ingevulde consumptie.

tabel 2 vn8

Van de in totaal 920 ingevulde voedingsdagboeken zijn er 132 geëxcludeerd, omdat hele dagdelen niet waren ingevuld (n=83), omdat de deelnemers geen vochtinname hadden gerapporteerd (n=39) of omdat er van een bepaald voedingsmiddel onwaarschijnlijk hoge hoeveelheden waren gebruikt (n=10). Indien een deelnemer meerdere keren het voedingsdagboek had ingevuld, is alleen het eerste voedingsdagboek gebruikt in de berekeningen, omdat de deelnemer op basis van het ingevulde dagboek tips kreeg om gezondere keuzes te maken. Uiteindelijk zijn de gegevens van 403 voedingsdagboeken van zwangere vrouwen (vrijwel gelijk verdeeld over de trimesters van de zwangerschap) en 160 van vrouwen die borstvoeding geven in het onderzoek gebruikt (afbeelding 1).

Per ingevuld voedingsdagboek in 2017 is € 2,00 gedoneerd aan het Fonds Gezond Geboren.

afbeelding 1 vn8

Anne Bedaux, 

verloskundige, trainer centering pregnancy en gedragswetenschapper, Amsterdam:

‘Ik denk dat het inderdaad belangrijk is om zwangeren en hun partners niet alleen informatie te geven over wat je niet moet eten in de zwangerschap, maar ook juist over wat wel gezond is. Dat past binnen het concept van positieve gezondheid waar centering pregnancy goed bij aansluit. In de centering pregnancy-groepen die ik begeleid, merk ik dat zwangeren met deze benadering meer gemotiveerd worden om zich bezig te houden met gezonde leefstijl dan wanneer de focus ligt op wat allemaal niet mag. Ik ervaar daarnaast dat er vaak te weinig aandacht is voor gezonde voeding tijdens de borstvoedingsperiode, zowel bij ouders als zorgverleners. Daar ligt zeker een kans voor gezondheidswinst.’

Resultaten

tabel 3 vn8

De mediane consumptie² (P50) van de vrouwen uit het onderzoek (zie tabel 3) ligt voor vrijwel alle voedingsmiddelen lager dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) die het Voedingscentrum voor deze vrouwen heeft geformuleerd (4). Alleen de consumptie van eiwitrijke producten als vis, vlees en ei komt bij zwangeren overeen met de ADH. Zeker de helft van de vrouwen heeft dus een voedingspatroon dat op essentiële punten afwijkt van de aanbevelingen. Hoe dicht de voeding de aanbevelingen nadert, is in afbeelding 2 gevisualiseerd. Hierin staat welk percentage van de aanbeveling door de helft van de vrouwen (mediane consumptie) wordt gerealiseerd. Fruit geeft bijvoorbeeld, zeker voor zwangere vrouwen, een gunstig beeld. De helft van hen eet minder dan 95% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid, de andere helft meer. Voor smeer- en bereidingsvetten ziet het er ongunstiger uit. De P50 voor deze voedingsmiddelen ligt op slechts 30% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Vrouwen die zwanger zijn, komen in het algemeen iets dichter bij de aanbevelingen dan de vrouwen die borstvoeding geven. Verschillen in het voedingspatroon tussen de drie zwangerschapstrimesters zijn niet gevonden.

afbeelding 2 vn8

Naast goede voeding draagt foliumzuur- en vitamine D-suppletie bij aan de ontwikkeling van het ongeboren kind. Uit het Nutricheck Mama-onderzoek blijkt 44-65% van de vrouwen een foliumzuursupplement te gebruiken volgens de adviezen (vanaf 4 weken voorafgaand tot 10 weken na de conceptie). Een dagelijks vitamine D-supplement wordt gebruikt door 70% van de vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven. Een ander micronutriënt dat om extra aandacht vraagt is vitamine A. Het advies is om tijdens de zwangerschap niet meer dan 3000 microgram vitamine A per dag te gebruiken, omdat het de kans op aangeboren afwijkingen verhoogt. De inname van de deelnemers blijft hier ruim onder; geen enkele deelnemer overschreed dit niveau.

Zwangeren eten anders

Voor een aantal voedingsmiddelengroepen is de consumptie door vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven vergeleken met die van vrouwen in de leeftijd van 19-50 jaar (afbeelding 3). Deze laatste gegevens zijn afkomstig uit de voorlopige rapportage van het RIVM over de periode 2012-2014 (5). Opvallend is dat de mediane consumptie van zwangere vrouwen dichter bij de aanbevelingen ligt voor fruit, groente en bruine en volkoren boterhammen en broodvervangers. Voor smeer- en bereidingsvetten, zuivel en ongezouten noten is het juist ongunstiger. Een kanttekening hierbij is dat in het Nutricheck Mama-onderzoek geen onderscheid tussen gezouten en ongezouten noten is gemaakt.
afbeelding 3 vn8

Voor vrouwen die borstvoeding geven, zijn de verschillen ten opzichte van de totale groep 19 tot 50-jarige vrouwen minder groot. Zij eten bijvoorbeeld evenveel groente als andere volwassen vrouwen.

Anita Badart,

diëtist en lactatiekundige, Rond & Gezond – voedingspraktijk voor moeder en kind:

‘Dit oriënterende onderzoek bevestigt nog eens dat de voeding van vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven extra aandacht verdient. Ik zie het ook in mijn eigen praktijk. Ik bereken altijd de voeding en er is geen enkele zwangere die alle aanbevelingen haalt. En dat terwijl we weten hoe belangrijk de voeding in de eerste duizend dagen na de conceptie is voor de gezondheid van het kind op latere leeftijd. Ik hoop dat dit voor verloskundigen een stimulans is om voeding een standaard onderdeel van hun zorg voor vrouwen in deze bijzondere levensfase te maken, zo nodig samen met diëtisten.’

Discussie

Zoals eerder aangegeven, is Nutricheck Mama een oriënterend onderzoek, waarvan de resultaten een signaalfunctie hebben. De signalen die uit het onderzoek volgen, zijn dat de voeding van vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven op relevante punten afwijkt van de aanbevelingen van het Voedingscentrum.

De gegevens lijken er ook op te duiden dat zwangere vrouwen gemotiveerd zijn om gezond te eten, met vooral extra aandacht voor fruit en daarna groente. Dit effect lijkt echter weg te ebben na de zwangerschap.

Bij het interpreteren van de resultaten is het onder andere van belang te onderkennen dat het geen representatieve steekproef betreft. De participanten zijn naar verwachting gemotiveerd en geïnteresseerd in voeding; twee derde van de deelnemers heeft zich immers zelf aangemeld voor het onderzoek. Daarnaast is het opleidingsniveau van de deelnemers waarschijnlijk hoger dan gemiddeld in Nederland. De leeftijd waarop het eerste kind geboren is, is daarvoor een indicatie. Bij de deelnemers lag dat hoger dan voor de gemiddelde Nederlandse bevolking (31,1 versus 29,7 jaar). Hoger opgeleiden eten meer groente en fruit dan de gemiddelde bevolking, de resultaten uit dit Nutricheck Mama-onderzoek geven daardoor een rooskleurig beeld (6).

Omdat gemotiveerde en hoger opgeleide vrouwen dus waarschijnlijk oververtegenwoordigd zijn in de onderzoeksgroep, is de verwachting reëel dat de voeding van de totale groep vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven verder afwijkt van de aanbevelingen dan in dit oriënterende onderzoek.

Conclusie

Voeding in de eerste 1.000 dagen van het leven is van belang voor de gezondheid van het kind op latere leeftijd. Het oriënterende onderzoek Nutricheck Mama geeft echter de indicatie dat de voeding van vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven op essentiële punten afwijkt van de aanbevelingen. Vrouwen die zwanger zijn, lijken wel gemotiveerd om gezond te eten. In de periode na de zwangerschap, tijdens de borstvoeding, ebt dit effect weg. Met name zwangere vrouwen geven aan meer fruit, groente en volkoren producten te eten dan andere volwassen vrouwen. Van vetten en zuivelproducten eten zij juist minder. Meer aandacht voor de voeding van vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven, is van belang.

¹ Nutricia zet zich in om een bijdrage te leveren aan een gezondere wereld. Voor deze leeftijdsgroep is het concernonderdeel Nutricia Early Life Nutrition hiervoor verantwoordelijk. Niet alleen door adequate voedingsmiddelen voor baby’s (die geen borstvoeding krijgen) en peuters te ontwikkelen, maar ook door moeders te adviseren over voeding tijdens de zwangerschap en in de periode dat zij borstvoeding geven.
² De mediaan is de P50 (50-ste percentiel). De helft van de vrouwen eet minder dan de mediaan en de ander helft van de vrouwen eet meer dan de mediaan.

Referenties


  1. Gezondheidsraad. Werkprogramma 2018 Gezondheidsraad. Den Haag: Gezondheidsraad, 2017.
  2. WHO. Good maternal nutrition. The best start in life. World Health Organization. Copenhagen: WHO Regional office or Europe, 2016.
  3. Zo eet Nederland: resultaten van de Voedselconsumptiepeiling 1997-1998. Den Haag: Voedingscentrum, 1998.
  4. www.voedingscentrum.nl d.d. 19 januari 2018.
  5. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Voedselconsumptie in 2012- 2014 vergeleken met de Richtlijnen goede voeding 2015. RIVM Briefrapport 2017-0095. DOI 10.21945/RIVM-2017-0095
  6. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). MEMO Consumptie groenten, fruit, vis en een aantal nutriënten opgedeeld naar opleidingsniveau en verstedelijking. 2013.
Reageer op dit artikel