artikel

Beweeg- en voedingsinterventie voor basisschoolkinderen

Algemeen

Beweeg- en voedingsinterventie voor basisschoolkinderen

Een groot deel van de Nederlandse kinderen voldoet niet aan de richtlijnen met betrekking tot de hoeveelheid beweging en gezonde voeding. De bottom-up-aanpak van het KEIGAAF-project moet dit veranderen. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 1.

Onderzoek toont aan dat ongezond beweeg- en eetgedrag vaker voorkomt onder kinderen van gezinnen met een lage sociaaleconomische status. De omgeving, en dan met name het gezin en de schoolomgeving, heeft een grote invloed op beweeg-, zit- en eetgedrag (energiebalans-gerelateerd gedrag) van kinderen.

Context

Er zijn initiatieven in het leven geroepen, zoals de Gezonde School, om energiebalans-gerelateerd gedrag van kinderen in de schoolsetting te verbeteren. Bij een traditionele aanpak wordt een schoolinterventie ontwikkeld door onderzoekers en implementeert de school de interventie volgens een protocol. Een dergelijke top-downaanpak houdt echter onvoldoende rekening met de unieke context waarin een school opereert. Daarom wordt deze in het KEIGAAF-project gecombineerd met een bottom- up-aanpak: de interventie wordt ontwikkeld en geïmplementeerd door de school, in samenwerking met lokale professionals en ouders. Een stuurgroep biedt op adaptieve wijze de richtlijnen met betrekking tot de interventie (top down). In dit project ligt de focus niet alleen op de school-, maar ook op de thuisomgeving. Ouders hebben immers een belangrijke invloed op het energiebalans-gerelateerde gedrag van hun kinderen middels de opvoedpraktijken en fysieke omgeving die ze aanbieden. Daarom worden voor het KEIGAAF-project ouders uitgenodigd deel te nemen aan een familie-interventie, waarbij aandacht is voor leefstijlgerelateerde opvoedpraktijken. Het algemene doel van de school- en familie-interventie is het verbeteren van het energiebalansgerelateerde gedrag van Eindhovense kinderen, woonachtig in aandachtswijken, door het creëren van een omgeving die prikkelt tot meer bewegen en gezonder eten en die zitgedrag ontmoedigt. KEIGAAF staat voor Kansen in Eindhoven voor GezinsAAnpak met Fontys en wordt gefinancierd door Fonds NutsOhra.

KEIGAAF

Het doel van KEIGAAF was het ontwikkelen en evalueren van de effecten van de school- en familie- interventie op de primaire uitkomstmaat (gewichtsstatus) en de secundaire uitkomstenmaten (beweeg- en zitgedrag, voedingsgedrag, fysieke fitheid en middelomtrek) van kinderen van 7 tot en met 10 jaar. Acht scholen in Eindhoven wilden meedoen aan het project en voldeden aan de toelatingscriteria zoals opgesteld door een stuurgroep. De stuurgroep bestond uit onderzoekers van Universiteit Maastricht en Fontys Sporthogeschool en lokale partners van een scholengemeenschap (SALTO), het gemeentelijk sportondersteuningsbedrijf (Eindhoven Sport), maatschappelijk werk (Dynamo Jeugdwerk) en de GGD Brabant Zuidoost. De drie controlescholen waren vergelijkbaar met de scholen in Eindhoven wat betreft sociaaleconomische status van de buurten. Alle kinderen van de groepen 4 tot en met 6 van de interventie- en controlescholen mochten deelnemen. Ouders moesten schriftelijk toestemming geven voor participatie. In totaal werkten zo’n zestig procent van de kinderen mee aan het onderzoek. Ouders werden uitgenodigd mee te doen aan de familie-interventie.

Interventie

De stuurgroep heeft vier KEIGAAF-principes ontwikkeld, in overeenstemming met de behoeften van de scholen en de wijk, die door de interventiescholen zijn geïmplementeerd. De KEIGAAF-principes zijn:

  1. Elke school vormt een werkgroep waaraan school-medewerkers, lokale gezondheids- of sportprofessionals (zoals een maatschappelijk werker of een gezondheidsbevorderaar) en ouders deelnemen.

  2. De werkgroepleden ontwikkelen en implementeren de KEIGAAF-schoolinterventie in overeenstemming met de behoeften van de kinderen en de mogelijkheden binnen de wijk. Interventieactiviteiten hoeven niet per se nieuwe initiatieven te zijn, maar mogen bestaande acties zijn die met elkaar verbonden worden. De werkgroepleden komen voor de ontwikkeling en implementatie van de interventie regelmatig samen.

  3. De interventie heeft als doel het beweeg- en eetgedrag van de kinderen in de leeftijd van 7 tot en met 12 jaar te bevorderen en het zitgedrag te reduceren.

  4. De werkgroep beslist op welke energiebalans-gerelateerde gedragingen zij zich focust en in welke mate en in welke volgorde hier aandacht aan besteed wordt.

Begeleiding

De acht werkgroepen van de deelnemende scholen worden begeleid door gezondheidsbevorderaars van de Universiteit Maastricht of Fontys Sporthogeschool. De werkgroepbegeleiders stellen activiteiten voor die bewezen effectief zijn en bespreken studieresultaten met de werkgroepen. Ze overleggen regelmatig met elkaar en met de stuurgroep over de implementatie van de interventies en wisselen ideeën over best practices uit. Elke werkgroep beschikt over een klein budget (€2500,- voor drie jaar) om activiteiten te kunnen initiëren. De scholen zijn geworven in april en mei 2016. Na de nulmetingen in maart en april 2017 zijn scholen gestart met de invoering van interventies. De interventiescholen implementeren de interventies gedurende twee jaar (tot en met maart/april 2019). Het doel is dat de scholen de KEIGAAFinterventies zelfstandig voortzetten na deze periode.

Implementatie

Vanaf september 2017 is de KEIGAAF-familie-interventie stapsgewijs geïmplementeerd. Het doel van de interventie is het verbeteren van de energiebalans- gerelateerde opvoedingspraktijken van de ouders. Een voorbeeld van een familie-interventie is Lifestyle Triple P. In acht groepssessies en vier eenop- een thuissessies worden de ouders gecoacht op het gebied van positief opvoeden en voedings- en bewegingsgerelateerde opvoedpraktijken. Terwijl de ouders meedoen aan groepssessies, nemen de kinderen deel aan actieve en leuke groepsactiviteiten, begeleid door sportstudenten. WIJK- EN SCHOOLSCANS Aan het begin van het project (september tot en met november 2016) zijn een wijkscan en een schoolscan uitgevoerd. De werkgroepen hebben de uitkomsten van de wijk- en schoolscan besproken. Samen met de uitkomsten van een behoeftepeiling onder de werkgroepenleden, hebben de scans als basis voor de ontwikkeling van de KEIGAAF aanpak gediend. De uitkomsten van de wijk- en schoolscan van de controlescholen worden alleen voor de procesevaluatie gebruikt. Met behulp van de wijkscan wordt de beweegvriendelijkheid onderzocht van de wijken waarin de interventie- en controlescholen liggen. De schoolscan wordt aan het begin van het project, na één schooljaar en na twee schooljaren, online ingevuld door de schooldirecteur, een leerkracht en/of de vakdocent van de interventie- en controlescholen. Met de schoolscan wordt inzicht verkregen in gezondheidsbevorderende schoolactiviteiten in de sociale en fysieke schoolomgeving en het schoolbeleid ten opzichte van gezondheidsbevording.

Metingen

Bij de kinderen worden tijdens de nulmeting en na één en twee jaar op de volgende manieren metingen gedaan: gedurende een week dragen de kinderen een Actigraphbeweegmeter, waarmee het beweeg- en zitgedrag gemeten wordt. De kinderen vullen onder schooltijd een vragenlijst in over het beweeggedrag op school, sportdeelname, voedingsgedrag op school, beweegplezier en voedings- en beweegvoorkeuren. Tijdens de gymles worden de kinderen gewogen en worden de lengte en de middelomtrek gemeten. Ook nemen ze tijdens de gymles deel aan een shuttle run-test, waarmee fysieke fitheid wordt gemeten. De ouders van de deelnemers worden verzocht om thuis een vragenlijst in te vullen. In de vragenlijst staan vragen over de beweeggewoonten van ouders ten opzichte van beweeggedrag, opvoedpraktijken ten opzichte van beweeggedrag, het gezondheidsklimaat binnen het gezin, het eetgedrag van het kind, gewicht en lengte van de ouders en betrokkenheid bij de school.

Evaluatie

Naast de effectevaluatie wordt een uitgebreide procesevaluatie uitgevoerd, waarbij de processen worden gemeten die tijdens de implementatie van de KEIGAAF-interventies zijn doorlopen en de contextuele factoren die deze processen hebben beïnvloed. Hierbij worden data verzameld middels verschillende methoden: een activiteitenlijst wordt bijgehouden door de werkgroepbegeleiders, een evaluatie over het teamklimaat binnen de werkgroep wordt ingevuld door de werkgroepleden, schoolbeleidsdocumenten worden verzameld, deelnemerobservaties worden gedaan door de werkgroepbegeleiders tijdens de werkgroepbijeenkomsten, en er worden semigestructureerde interviews met werkgroepleden gehouden. Daarnaast bieden de wijk- en schoolscan inzicht in karakteristieken van de wijk en schoolfactoren die interventiesucces mogelijk bevorderen of verhinderen.

Conclusie

In dit artikel is het ontwerp van een quasiexperimentele studie naar de effecten van de KEIGAAF-aanpak weergegeven. Een sterk element van de KEIGAAF-aanpak is de focus op twee belangrijke settingen binnen de omgeving van het kind, namelijk de school en het gezin. KEIGAAF heeft de potentie om een effectieve en duurzame versie van de Gezonde School-aanpak te zijn, door de gecombineerde top-down- en bottom-up-aanpak. De ontwikkeling van de interventie door de werkgroepen verzekert dat de interventie in de lokale context past, terwijl de top-down-besluiten (zoals politieke besluiten genomen door het schoolbestuur) de scholen actief stimuleren om actie te ondernemen. De implementatie van de KEIGAAF-aanpak en de dataverzameling lopen op dit moment nog. De eerste resultaten worden eind 2019 verwacht.

Reageer op dit artikel