artikel

Plaats jij E-nummers ook in hokjes?

Algemeen

Plaats jij E-nummers ook in hokjes?

E-140, E-161d, E-440, E-296, E-330… Een blik op de achterkant van ons pak amandelmelk of wraps wekt steeds vaker irritatie en angst op: ‘Waarom zoveel rotzooi in ons voedsel?’ Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 1.

Over Duwtje

Waarom eten we vaak meer in gezelschap en zorgt het eten van dat ene verboden koekje ervoor dat we meteen maar stoppen met ons hele dieet? De gedragspsychologen van bureau Duwtje houden zich dagelijks bezig met situaties waarin we (net) niet doen wat verstandig is. De verklaringen zoeken zij in het eigenwijze brein, dat op een niet altijd rationele manier aan de haal gaat met wat er om ons heen gebeurt. Duwtje werkt aan sociale vraagstukken voor uiteenlopende organisaties en is opgericht vanuit de overtuiging dat er met het benutten van kennis over gedrag zoveel meer kan worden bereikt. In 2019 buigen de psychologen van Duwtje zich voor elke uitgave van Voeding NU over een voedingsgerelateerd vraagstuk, met een gedragswetenschappelijke bril op.

Hoe komt het toch dat het E-nummersysteem, dat er kwam om ons te beschermen tegen voedselfraude, een verre van veilig gevoel teweegbrengt? Wanneer je je verdiept in de discussie over E-nummers, valt al snel een parallel op met een klassiek psychologisch onderzoek: onder tijdsdruk beoordelen we een onduidelijk voorwerp eerder als een pistool wanneer het in handen is van een Afro-Amerikaans persoon (1). De verklaring voor deze pijnlijke onderzoeksuitkomst? Bij een overdaad aan informatie kennen onze hersenen een categorie toe aan waar we al wat van af (denken te) weten, in plaats van iedere nieuwe situatie of nieuw persoon uitgebreid te analyseren. Vaak handig, maar soms dus enorm onterecht en pijnlijk.

Wat heeft dat te maken met E-nummers? Termen als ‘aspartaam’ en het niet uit te spreken ‘ethyl-p-hydroxybenzonaat’ zeggen de meesten van ons niets. En de E-nummering om deze lange en lastige ingrediëntennamen te vermijden, maakt het nog nietszeggender. En dus plaatsen onze hersenen de moeilijk uitspreekbare ingredienten en E-nummers in een begrijpelijke categorie. De categorie waarin E-nummers worden gegooid, is al snel ‘chemie’. Een begrip waar we nare gevoelens van krijgen, terwijl velen van ons er niet zo veel van afweten. Ook een veelgemaakte associatie: E-nummers behoren tot ‘de industrie’. Nog zo’n categorie die tot wantrouwen leidt, aangezien industrie vooral achter gesloten deuren plaatsvindt (2). Als die deur dan wel een keer wordt opengegooid, bijvoorbeeld door de Keuringsdienst van Waarde, is het beeld dat we krijgen ook niet al te best. Dit slechte beeld kan ertoe leiden dat we ook meteen alle E-nummers in de ban doen (3). Net zoals we mensen die we al langer kennen ook niet meer beoordelen aan de hand van categorieën, verdienen ook producten met E-nummers misschien een wat persoonlijker benadering.

Referenties

  1. Correll J, Park B, Judd CM, & Wittenbrink B. The police officer’s dilemma: Using ethnicity to disambiguate potentially threatening individuals. Journal of Personality and Social Psychology. 2002. 83(6);1314-1329.

  2. Wageningen University & Research (z.d.). E-nummers: Vriend of vijand? Verkregen van https://www.wur.nl/nl/showlongread/ E-nummers-vriend-of-vijand. htm

  3. BlazzHofski (producent). E-nummers. In Broodje Gezond (tv-serie). 2018, 3 september. Amsterdam: BlazzHofski.

Auteur: Eva Vermeulen, onderzoeker en trainer bij Duwtje

Reageer op dit artikel