artikel

De passie van: NAV-lid Kim Braun

Algemeen

De passie van: NAV-lid Kim Braun

‘Onderzoekdsgroepen zouden meer moeten samenwerken’, aldus NAV-lid Kim Braun. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 2.

Hoe bent u in de voedingswereld terechtgekomen?

Na de middelbare school kreeg ik het advies van mijn interesse mijn beroep te maken. Die lag op het gebied van voedingstoffen en hun effect op de gezondheid. Daarom besloot ik Voeding en diëtetiek te gaan studeren. In mijn laatste jaar liep ik een klinische stage in het Havenziekenhuis. Hoewel ik het heel mooi vond om patiënten advies te geven en ze te helpen, merkte ik dat ik wilde weten waarop de adviezen gebaseerd waren en hoe ze tot stand kwamen. Ik koos een onderzoekstage bij het Erasmus MC als afstudeerproject. Tijdens die stage heb ik meegewerkt aan een placebogecontroleerde interventiestudie over B-vitamines en osteoporotische fracturen. Het onderzoekswerk beviel me meteen en ik wilde daar meer in doen. Na mijn studie besloot ik een master Gezondheidswetenschappen aan de VU in Amsterdam te doen. Ook voor deze opleiding heb ik mijn afstudeerstage bij het Erasmus MC uitgevoerd, op de afdeling epidemiologie. Hier deed ik promotieonderzoek naar voeding en cardiometabole gezondheid en maakte ik de eerste stap naar DNAmethylatie en hoe deze gerelateerd is aan cardiometabole gezondheid.

Wat houdt uw huidige werk in?

Momenteel onderzoek ik onder andere hoe voeding veranderingen in DNA-methylatie teweeg brengt. DNA-methylatie is een epigenetisch mechanisme. Onze genen staan vast, maar hoe onze genen zich uiten kan wel beïnvloed worden door onder andere voeding. Bijvoorbeeld B-vitamines hebben daarin een belangrijke rol. Het leukste aan mijn werk is achterhalen wat onderliggende mechanismes doen en hoe deze invloed hebben op de gezondheid.

Wat wilt u nog onderzocht zien?

Voeding en epigenetica is een redelijk nieuw veld waarin nog veel winst te behalen valt. Er zijn veel mogelijkheden om vernieuwend onderzoek te doen. Grootschalige epidemiologische studies zijn nog schaars of zijn van onvoldoende kwaliteit. Enkele studies zijn niet voldoende om de aantallen te bereiken die nodig zijn om associaties te kunnen opsporen en vragen te beantwoorden. Het is daarom belangrijk dat er meer van dergelijke onderzoeken worden gedaan en dat onderzoeksgroepen meer samenwerken. Elk onderzoeksveld heeft zijn sterktes en zwaktes. Bij epidemiologisch onderzoek doe je onderzoek onder mensen en kun je de resultaten weer goed vertalen naar mensen. Maar er zitten ook wat haken en ogen aan dit soort studies. Daarom is het goed ook andere onderzoekdesigns te gebruiken om dezelfde vragen te beantwoorden. Zo kun je tekortkomingen tackelen. Labstudies en interventiestudies zouden bijvoorbeeld een goede aanvulling zijn op mijn huidig epidemiologisch onderzoek. Met labstudies kun je het moleculaire gedeelte uitkammen en met interventies kun je de causaliteit aantonen.

Reageer op dit artikel