artikel

‘What the hell, nu heb ik het toch al verpest’

Algemeen

‘What the hell, nu heb ik het toch al verpest’

Als het goed is een herkenbare gedachte als je weleens op dieet bent geweest. Je zou vandaag geen chocola eten, maar na één blokje is het hek van de dam en eet je meteen die hele reep op. Er is geen hogere wiskunde voor nodig om te bedenken dat die hele reep een stuk fataler is dan dat ene blokje. Hoe komt het dan toch dat we zo vaak vervallen in het What-the- Hell-effect? Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 2.

Over Duwtje

De psychologen van bureau duwtje willen wetenschappelijke kennis benutten om gedrag op een positieve manier te veranderen. Ze buigen zich voor elke uitgave van voeding nu over een voedingsgerelateerd vraagstuk.

Het antwoord vereist een kijkje in de wetenschap van het stellen van doelen. Je hebt vaak het meeste kans op succes als je doelen concreet zijn. Dus: ‘drie keer per week een half uur hardlopen’ in plaats van ‘meer bewegen’. Daarnaast is het goed om het doel op te delen in kleine subdoelen die snel te halen zijn. Als je doel is om drie keer per week hard te lopen, heb je namelijk drie keer per week kans op een klein succesje. Dat motiveert weer om verder te trainen voor die marathon of dat fitte lijf (1).

Volgens onderzoekers hebben concrete en snel te halen doelen echter ook een nadeel als het om diëten gaat: het zorgt ervoor dat we regelmatig, en sterk, faalgevoelens kunnen ervaren. In tegenstelling tot sporten, is diëten namelijk een negatief doel: je moet iets niet doen (geen ongezonde dingen eten of niet meer dan een bepaald aantal kilocalorieën op een dag eten). De nadruk ligt hierbij veel meer op verliezen. Als je een keer een koekje te veel eet, heb je duidelijk meteen “verloren”. Dat leidt tot de gedachte: Ik kan vandaag toch geen succes meer boeken, dus waarom zou ik er nog moeite voor doen? Bij sporten, een positief doel, heb je enkel “nog niet gewonnen” wanneer het je niet gelukt is om te sporten die dag (1).

In plaats van te blijven hangen in het What-the-Hell-effect, is er gelukkig ook een oplossing: probeer negatieve doelen om te zetten in positieve doelen (1). Dus in plaats van ‘elke dag geen zoetigheid eten’ stel je jezelf als doel om ‘zoveel mogelijk dagen geen zoetigheid te eten’. Zo ligt de focus minder op verliezen en meer op het boeken van kleine succesjes. Easy does it.

Referentie

1. Cochran W, & Tesser A. The “what the hell” effect: Some effects of goal proximity and goal framing on performance. In Martin LL, & Tesser A. Striving and feeling: Interactions among goals, affect, and self-regulation. 1996;99-120.

Reageer op dit artikel