COACH-programma | Lange begeleiding kinderen met obesitas werkt

kind

Kinderen met overgewicht, obesitas en zeer ernstige obesitas hebben allemaal baat bij een doorlopende, poliklinische leefstijlinterventie op maat. Na een interventie van een jaar is in elke categorie een aanzienlijk gewichtsverlies te zien en een verbetering van cardiovasculaire risicoparameters. 

Hoewel de prevalentie van overgewicht onder kinderen in westerse landen lijkt te verminderen, neemt het aantal kinderen met zeer ernstige, ofwel graad 3 obesitas toe. Dit is een groot probleem, gezien de cardiovasculaire risicofactoren, psychosociale problemen en de vermindering van de kwaliteit van leven voor kinderen met graad 3 obesitas en de financiële last die dit voor de samenleving oplevert.

Weinig interventies

Gezien de gevaren en problemen van graad 3 obesitas bij kinderen, is het opvallend dat er tot nu toe nog maar zo weinig interventies zijn uitgevoerd om de gezondheid van deze kinderen te verbeteren. Als ze al gedaan zijn, worden ze gekenmerkt door tekortkomingen: de populaties zijn te klein, de interventieperiodes te kort en de follow-uptijden te beperkt om er geldige conclusies aan te verbinden. Kortdurende leefstijlinterventies blijken alleen effect te hebben op de korte termijn en de verbeteringen die er zijn, zijn minder prominent bij kinderen met graad 3 obesitas dan bij kinderen met minder ernstig overgewicht.

Vanwege het uitblijven van resultaten van deze kortdurende interventies worden wel alternatieven als medicatie, bariatrische chirurgie of intramurale behandeling voorgesteld. Deze interventies zijn echter stressvol, enkel van toepassing op een zeer selecte groep kinderen met graad 3 obesitas en de langetermijneffecten ervan zijn niet goed bekend.

COACH

Er is dus dringend behoefte aan een effectieve behandelmethode voor kinderen met graad 3 obesitas waarmee behaalde resultaten ook op de lange termijn vastgehouden kunnen worden. Vanuit deze behoefte is door het Center for Overweight Adolescent and Children’s Healthcare (COACH) in het Universitair Medisch Centrum (MUMC+) een programma ontwikkeld voor doorlopende, ambulante, gezinsgerichte en interdisciplinaire zorg, dat wordt aangeboden aan kinderen met overgewicht, obesitas en graad 3 obesitas. In het hier besproken artikel wordt geëvalueerd of het ontwikkelde COACH-zorgmodel haalbaar is en of kinderen met graad 3 obesitas er evenveel baat bij hebben als kinderen met overgewicht en obesitas

Programma in het kort

Wekelijks worden er kinderen met overgewicht, obesitas en graad 3 obesitas doorverwezen naar het COACH-centrum. Daar wordt allereerst onderzocht of er geen onderliggende ziektebeelden verantwoordelijk zijn voor het overgewicht van het kind. Daarna volgt een uitgebreid (gezins)assessment, waarbij onder meer wordt gekeken naar mogelijke belemmerende en bevorderende factoren bij de behandeling, het gedrag en functioneren (ook binnen het gezin), de fysieke gesteldheid en huidige leefstijl van het kind. Vervolgens stelt een multidisciplinair team (met kinderartsen, diëtisten, psychologen, pedagogen, bewegingscoaches en verpleegkundigen) een behandelplan op maat samen, waarin rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften en mogelijkheden van het kind en zijn of haar gezin. Naast een (meestal) maandelijks consult, worden er in het COACH-centrum programma’s aangeboden op het gebied van sport, voedingskennis en -acceptatie.

Evaluatie

Voor de evaluatie van het COACH-programma werden alle 172 kinderen (73 jongens) meegenomen die langer dan 6 maanden aan het programma hadden deelgenomen. Bij aanvang van het programma en op het moment van evalueren, werden de antropometrische gegevens verzameld over gewicht, lengte, BMI (z), tailleomtrek en etniciteit. Het effect van de interventie op de cardiovasculaire risicoparameters werd geëvalueerd bij alle 61 kinderen die een klinische herbeoordeling ondergingen binnen twaalf tot zestien maanden na de intake. Daarvoor werden nuchtere serum totaal cholesterol, HDL- en LDL-cholesterol, triglyceriden, bloedglucose, de concentraties C-reactief proteïne (CRP), geglycosyleerd hemoglobine (HbA1c) en bloeddruk bepaald en vergeleken met de beginwaarden.

Resultaten BMI z-score

Bij aanvang van de interventie had 16 procent van de kinderen overgewicht, 40 procent obesitas en 44 procent graad 3 obesitas. De totale gemiddelde BMI z-score van alle kinderen was 3,45 ± 0,69 (tabel 1).
Na respectievelijk 6, 12, 18 en 24 maanden was de gemiddelde BMI z-score afgenomen met -0,07 ± 0,20; -0,12 ± 0,27; -0,18 ± 0,34 en -0,21 ± 0,31. Hierbij kan worden opgemerkt dat een afname van de BMI z-score van ten minste −0,25 een klinisch relevante verbetering betekent voor de cardiometabole gezondheid.
De verbetering van de BMI z-score werd bij alle kinderen groter naarmate de interventie langer duurde en was net zo goed bij de kinderen met overgewicht en obesitas als bij de kinderen met graad 3 obesitas (tabel 1). Het was goed om te zien dat respectievelijk 21 procent en 25 procent van deze laatstgenoemde groep na 12 en 24 maanden niet meer in de categorie ‘graad 3 obesitas’ viel, maar opgeschoven was naar de groep met ‘obesitas’. Ter vergelijking: 6 procent en 15 procent van de kinderen met overgewicht verbeterde in deze periode tot ‘gezond gewicht’, en 15 procent en 17 procent van de kinderen met obesitas tot ‘overgewicht’.

vnu4 tabel Tabel 1 | Klik op de tabel of hier voor een grotere weergave

Nog een belangrijk punt is dat de daling van de BMI z-score duidelijker was bij jongere kinderen met graad 3 obesitas in vergelijking met de oudere groep. Eerdere studies hebben aangetoond dat een stijging van de BMI tussen de leeftijd van 2 en 6 jaar specifiek bijdraagt aan overgewicht en cardiometabole risico’s op latere leeftijd. Dit benadrukt het belang van een vroegtijdige diagnose en behandeling, niet alleen in termen van gezondheidswinst, maar ook in die van slagingspercentages.

Resultaten cardiovasculaire parameters

Bij aanvang van de interventie lagen bij de meeste kinderen de waarden voor bloeddruk, totaal cholesterol, HbA1c (bloedsuikerspiegel) en CRP-concentraties (het C-reactief proteïne dat aangemaakt wordt bij ontstekingen) binnen het normale bereik. Dat lijkt positief, maar er is eerder al aangetoond dat tot 67 procent van de kinderen met overgewicht en obesitas zonder cardiovasculaire afwijkingen tijdens de kindertijd, op latere leeftijd toch cardiovasculaire stoornissen ontwikkelt.

Met het COACH-programma verminderde bij de hele groep onderzochte kinderen het serum totaal cholesterol, het LDL-cholesterol, de HbA1c-concentraties, de middelomtrek z-score, de diastolische bloeddruk z-score en de Pediatric Nonalcoholic Fatty Liver Index (PNFI) aanzienlijk. De belangrijkste ontwikkeling in dit verband is dat alle cardiovasculaire risicoparameters (behalve HDL-cholesterol) voor de kinderen met graad 3 obesitas na een jaar gelijk waren aan die van de kinderen met overgewicht en obesitas.

Programmatrouw

Over het algemeen was het retentiepercentage van de kinderen die deelnamen aan het COACH-programma hoog. Gedurende het eerste jaar zette 91 procent van de kinderen de interventie voort. Na 18 en 24 maanden deed respectievelijk 79 procent en 67 procent dat nog steeds. Het belangrijkste argument om de interventie te staken was dat het programma niet voldeed aan de verwachtingen van de gezinnen. De laatst beschikbare lengte- en gewichtsmetingen van deze kinderen werden gebruikt voor de analyse. De initiële BMI z-score van de kinderen die de zorg stopzetten, waren statistisch gezien niet anders dan de kinderen die doorgingen met de interventie.

Conclusies

Het is essentieel om meer inspanningen te leveren om kinderen met (morbide) obesitas te behandelen en verdere verslechtering van hun BMI en de daaraan gerelateerde gezondheidsproblemen te voorkomen. De hier besproken evaluatie van het COACH-programma laat zien dat deze behandeling resulteert in een aanhoudende verbetering van de BMI z-score en cardiovasculaire risicoparameters. Daarbij hebben kinderen met graad 3 obesitas dezelfde gezondheidsvoordelen van het programma als kinderen met overgewicht en obesitas.

De resultaten van deze analyse roepen ook vragen op over de noodzaak van dure, stressvolle en invasieve interventies, die mogelijk niet voor elk kind geschikt zijn.

Rijks JM, Plat J, Mensink RP, Dorenbos E, Buurman WA & Vreugdenhil ACE. Children With Morbid Obesity Benefit Equally as Children With Overweight and Obesity From an Ongoing Care Program.
The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism. 2015;100(9):3572–3580. doi.org/10.1210/jc.2015-1444

 

Lees ook
Boekfragment | Verwerking vet en glucose gaat hand-in-hand

Boekfragment | Verwerking vet en glucose gaat hand-in-hand

Steeds meer mensen ontwikkelen diabetes type 2. Deze aandoening werd lang beschouwd als een ongeneeslijke, chronische ziekte. In Leven zonder diabetes legt professor Roy Taylor uit hoe diabetes type 2 zich ontwikkelt en biedt hij een dieetprogramma waarmee je de aandoening kunt omkeren.

Column: Zuster Immaculata

Column: Zuster Immaculata

'Als je meedoet aan een klimaatmars kun je het niet maken om ’s avonds biefstuk te eten', zeg ik tijdens een kampvuurborrel in het bos tegen mijn vrienden. Er ontstaat een flinke discussie. Ik háát mensen die vooral actievoeren om een klimaatselfie op Insta te kunnen posten. Zij zijn juist blij met de aandacht, omdat een klimaatmars er vooral op is...

Van ARFID  tot orthorexia

Van ARFID tot orthorexia

Niet willen eten. Te veel eten of bepaalde types voedsel links laten liggen vanwege de kleur of textuur, in praktijk Gezond Leven Diëtisten van Berdien van Wezel kloppen mensen aan met verschillende voeding-gerelateerde problemen. Soms levert dit zoveel belemmeringen op voor het dagelijks functioneren dat gesproken kan worden van een eetstoornis.