De oorzaak van onderconsumptie groente en fruit is complex

attachment-fitte-kinderen

Het zal voor weinig lezers een verrassing zijn: kinderen eten veel te weinig groente en fruit. Hoewel uit de laatste Voedselconsumptiepeiling blijkt dat Nederlandse kinderen in de afgelopen vijf jaar twintig procent meer fruit zijn gaan eten (nu gemiddeld 94 gram per dag), is dat nog lang niet zo veel als eigenlijk zou moeten (150-200 gram per dag). Er lijkt een bredere benadering nodig om dit probleem op te lossen dan tot nu toe wordt ingezet.

Minder dan veertig procent van de Nederlandse kinderen eet voldoende fruit. Slechts iets meer dan veertig procent eet voldoende groente. Nu weten we natuurlijk al vrij lang dat kinderen onvoldoende groente en fruit (G&F) eten. Een snelle Pubmed-search naar Nederlandse studies over G&F-inname bij kinderen levert al snel tientallen publicaties op en bevestigt dit beeld. Op een recente, lichte stijging na, is er bedroevend weinig verbetering te zien in de G&F-consumptie van Nederlandse kinderen. Overigens is het beeld in andere landen niet anders.

 

Reductionistisch

Hoe is dat mogelijk? Een verklaring is, dat onze definitie van het probleem vaak nogal reductionistisch is geweest. Onderzoek heeft zich tot op heden vooral gericht op gezondheidsdeterminanten rondom voeding, zoals kennis over gezonde voeding, het voedselaanbod op scholen en opvoedstijlen van ouders. Maar voeding gaat over veel meer dan gezondheid.

Wat zou er bijvoorbeeld gebeuren als alle Nederlanders wél voldoende groente en fruit gingen eten? Is de benodigde hoeveelheden dan eigenlijk wel te produceren? (Antwoord: bij lange na niet). In het veld van public health wordt regelmatig “vergeten” dat er een voedselproductieketen is waarin allerlei factoren en belanghebbenden een rol spelen, zoals de boer, de producent, de supermarkt en de wereldeconomie. De ingewikkelde interactie en belangen van al deze partijen zijn een wezenlijk onderdeel van de problemen rond ongezonde voedselconsumptie en het is dan ook noodzakelijk deze te betrekken bij het vinden van de oplossing: een beter (gezonder, eerlijker en duurzamer) voedselsysteem.

[intermezzo:1]

Systeembenadering

Helaas wordt een dergelijke systeembenadering tot nu toe nog weinig toegepast. Hierdoor ontstaan vrij onlogische situaties. Zo wordt in het Nationaal Preventieakkoord de ambitie gesteld dat vanaf dit jaar minimaal 950 scholen hun leerlingen en personeel gezonde voeding moeten aanbieden in de kantine. Daartegenover staat een supermarktaanbod met verpakte voedingsproducten die in zeventig tot tachtig procent van de gevallen ongezond zijn (en waarover het Nationaal Preventieakkoord een vage ambitie/doelstelling geeft voor fabrikanten om frisdrank, snoep en melkproducten gezonder te maken). Uit onderzoek, blijkt dan ook dat een uitgebreid, interactief, theoretisch onderbouwd schoolprogramma ter preventie van overgewicht en obesitas niet effectief is, onder andere doordat er te veel mogelijkheden zijn om buiten de invloedssfeer van de school ongezond te eten (1).

 

Nieuw-Zeelandse studie

Onlangs is een Nieuw-Zeelandse studie gepubliceerd waarin de lage G&F-consumptie van kinderen als een complex (wicked) probleem wordt beschreven. De consumptie hangt af van veel verschillende factoren, is dynamisch en er is geen simpele oplossing voor (2). Een methode om deze complexiteit in kaart te brengen is het zogeheten systems dynamics. Systems dynamics is een manier waarmee het non-lineaire gedrag van complexe systemen begrepen kan worden door het ontwikkelen van causal loop diagrams (CLD’s), met interne feedback loops. Ter illustratie, een versterkende feedback loop die in de studie wordt beschreven is: meer fastfoodconsumptie -> meer winst voor fastfoodbedrijven -> meer fastfood outlets -> grotere beschikbaarheid van fastfood -> meer fastfoodconsumptie -> et cetera.

Systeemveranderingen

De specifieke methode die in de NieuwZeelandse studie wordt gehanteerd om het systeem te onderzoeken (en oplossingen te vinden) is group model building (GMB). GMB is een methode waarbij stakeholders uit verschillende sectoren samen nadenken over welke elementen in het systeem een rol spelen en hoe deze interacteren. Samen ontwikkelen ze zo een CLD. Deze methode is effectief voor het betrekken van communities en voor het ontwikkelen van bottom-upacties in het systeem die acceptabel zijn voor de verschillende stakeholders.

Samenwerking in onderzoek

In totaal werden voor genoemde studie drie GMB-workshops gehouden gedurende drie weken. Er waren 17 deelnemers die de volgende sectoren vertegenwoordigden: public health (n=2); retail (n=2); scholen (n=4) en community (n=9). De deelnemersgroep vormde een weerspiegeling van een multiculturele gemeenschap met een laag inkomen. Tijdens de eerste twee workshops maakten de deelnemers een CLD aan de hand van specifieke GMB-scripts (oefeningen), waaronder: brainstorm over oorzaken en gevolgen van een lage G&F-consumptie; vertaal deze oorzaken en gevolgen in een CLD; beoordeel de CLD. Een samenvatting van de CLD die de deelnemers ontwikkelden staat afgebeeld in figuur 1.

Figuur-1024x576

Subsystemen

  • Binnen deze CLD werden vier subsystemen onderscheiden, namelijk:
  • 1. De thuisomgeving (kinderen eten meer G&F als hun ouders het ook eten; kookvaardigheden);
  • 2. Fastfood (fastfood vervangt G&F; het is gemakkelijk en overal beschikbaar; er is stevige marketing voor. Stakeholders zeiden bijvoorbeeld: ‘Mijn puber krijgt Ubereats geleverd aan zijn slaapkamerraam – hoe kan ik daar tegenop?’);
  • 3. Community nutrition (zoals de normen rondom voeding - wat is normaal?);

4. Gezondheidsuitkomsten (alle deelnemers waren zich bewust van het belang van voldoende G&F-consumptie, zowel voor fysieke als mentale gezondheid).

Tijdens de derde GMB-workshop gebruikten de deelnemers de CLD om mogelijke punten voor interventie te vinden, onder andere door het aanwijzen van feedback loops. In subgroepen werden de top vijf-acties geprioriteerd en vervolgens gescoord op impact en haalbaarheid. In totaal werden achttien acties beschreven en onderverdeeld onder de vier subsystemen. Acties waren bijvoorbeeld een G&F delivery truck (net als fastfood kan ook G&F aan huis worden bezorgd); verminderen van marketing voor fastfood en gratis G&F op scholen.

Diepere systeemaspecten

De meest opvallende bevinding van deze studie was de discrepantie tussen de beschreven problemen op systeemniveau en de concrete acties die werden voorgesteld. De GMB was zeer effectief om deelnemers in systemen te leren denken en hun manier van denken op te schuiven van single-cause en lineair (bijvoorbeeld: meer kennis = betere G&F-inname) naar multi-cause en dynamisch (een systeem van determinanten is van invloed op G&F-inname en dit verandert voortdurend). De voorgestelde acties waren echter toch weer voornamelijk gericht op individuele gedragsverandering. Het bleek lastig voor deelnemers om acties te formuleren die van invloed kunnen zijn op diepere systeemaspecten als cultuur, sociale norm of onderliggende doelen van het systeem (bijvoorbeeld winst maken).

Complex maar actueel

Op dit moment wordt met de community uit beschreven onderzoek nog gewerkt aan dit project om acties verder te ontwikkelen (met co-design) en prototypes te testen. Mogelijk kan deze vervolgstap wel helpen om te komen tot interventies die het systeem kunnen veranderen. Een rapport over hetzelfde onderwerp is van de Lancet Commission on Obesity, Undernutirition & Climate Change (3).

Hierin worden interventies beschreven die een positieve impact kunnen hebben op het complexe probleem van overgewicht en obesitas, ondervoeding en klimaatverandering. De interventies kunnen bijvoorbeeld gaan over mensenrechten (recht op gezondheid, adequate voeding, cultuur en een gezonde omgeving). Ook mogelijk is een omslag naar duurzamer businessmodellen waarin niet alleen winstoogmerk maar ook gezondheid en klimaat aandacht krijgen.

Om veranderingen in het systeem te bewerkstelligen dat ten grondslag ligt aan de onderconsumptie van G&F, moet rekening worden gehouden met commerciële en politieke belangen, zoals ook de deelnemers aan de beschreven studie illustreerden met de feedback loop over fastfoodconsumptie. Het Nieuw-Zeelandse GMB-model kan aanleiding zijn om, samen met de belangrijkste actoren, ook voor Nederland te inventariseren wat er nodig is om tot een beter voedselsysteem te komen. Complex maar zeker actueel!

GEMEENTEN AAN DE BEURT

Het aanbod ongezond voedsel in de buurt van scholen is de afgelopen jaren toegenomen. Het eten in de schoolkantines werd gezonder. Vooral in buurten met mensen met lage inkomens nam het aantal zaken met ongezonde voeding toe. De afgelopen vijf jaar is het aantal fastfoodrestaurants met 34 procent toegenomen en het aantal lunchrooms met 98 procent. Het aantal bakkers, slagers en groenteboeren nam af. Dat komt naar voren in een studie van onderzoeksbureau Locatus, uitgevoerd in opdracht van Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG). JOGG constateert dat veel jongeren in het voortgezet onderwijs buiten de schoolmuren snacken of lunchen. Volgens directeur Marjon Bachra zouden gemeenten het voedingsaanbod in de buurt van scholen meer aandacht moeten geven. Zij waarschuwt voor het verarmen van het voedselaanbod rond scholen.

Samenwerken

‘We zien een snelle groei van scholen die gezond eten al de norm maken. Ook gemeenten moeten nu bijvoorbeeld in hun regelgeving aandacht schenken aan het voedingsaanbod in de buurt van scholen. Een gezonde leefomgeving creëer je door met iedereen samen te werken,’ aldus Marjon Bachra. Het aantal scholen dat werkt volgens de richtlijnen voor een gezonde voeding van het Voedingscentrum nam toe tot ruim twintig procent. Vijftien jaar geleden was dat zo’n vijf procent.

 

Referenties

1. Lloyd J, Creanor S, Logan S, Green C, et al. Effectiveness of the Healthy Lifestyles Programme (HeLP) to prevent obesity in UK primary-school children: a cluster randomised controlled trial. Lancet Child Adolesc Health, 2018; 2(1): 35-45.

2. Gerritsen S, Renker-Darby A, Harré S, Rees D, Raroa DA, Eickstaedt M, et al. Improving low fruit and vegetable intake in children: Findings from a system dynamics, community group model building study. PLoS ONE, 2019; 14(8): e0221107. https://doi.org/10.1371/ journal.pone.0221107

3. The Lancet Commissions. The Global Syndemic of Obesity, Undernutrition, and Climate Change: The Lancet Commission report. 2019, 393; 10173: 791-846. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(18)32822-8

 
Lees ook
Kan groente in de winkel en op je bord nog verser?

Kan groente in de winkel en op je bord nog verser?

Die vraag proberen Hessing Supervers en Brightlands Campus Greenport Venlo met ‘ja’ te beantwoorden in een nieuwe samenwerking, waarin ze met innovatieve oplossingen verse groente langer houdbaar willen maken.

Groente-spel helpt kinderen met eetproblemen

Groente-spel helpt kinderen met eetproblemen

Kinderen met eetproblemen kunnen een gezonder eetpatroon ontwikkelen door het doen van groente-spelletjes, zo blijkt uit een pilotstudie.

Slasoorten stammen af van 6.000 jaar oude plant

Slasoorten stammen af van 6.000 jaar oude plant

De sla die wij tegenwoordig eten, stamt af van wilde plantjes die 6.000 jaar geleden in de Kaukasus groeiden.