De rol van de diëtist bij kinderobesitas

pexels_alex_green

‘Lessen uit de stad: een analyse van de integrale aanpak van overgewicht en obesitas bij kinderen in  stedelijke gemeenten’. In dit rapport zijn de beste opties verzameld. Welke rol spelen voedingsprofessionals  hierin? Volgens Leonie Barelds en Michelle van Roost  is kennis uit de praktijk essentieel.

De Netherlands Working Group on international Nutrition (NWGN) identificeerde in 2018, samen met maatschappelijke partijen SUN, GAIN, academici (VU) en Nederlandse gemeenten, de behoefte om ervaringen vanuit de integrale aanpak in Nederland van overgewicht en obesitas bij kinderen te verzamelen. De bevindingen zouden ook voor andere landen waardevol zijn. Ze werden samen met kennis- en communicatiebureau Voedingsjungle opgetekend in het rapport, afgekort: ‘Lessen uit de stad’. “Binnen Nederland bestaan veel losse initiatieven rond dit thema. Het doel was om de kennis te analyseren en te verspreiden. Uiteindelijk ook in de internationale context”, zegt Leonie Barelds, co-chair bij de NWGN en senior specialist kinderrechten bij UNICEF.

Michelle van Roost, oprichter van Voedingsjungle, onderzocht samen met Manon van Eijsden en een team van vier stagiaires de aanpak van de grootste gemeenten in Nederland. “Op basis van deskresearch en gesprekken met wetenschaps- en praktijkexperts definieerden we een raamwerk met vijf essentiële elementen”, legt Van Roost uit. “Deze hoofdthema’s beïnvloeden de effectiviteit van verschillende methodes. Het raamwerk hielp ons, de bevindingen uit het literatuuronderzoek en veldwerk te structureren.” Voor het onderzoek hebben Van Roost en haar team 33 gemeenten benaderd. “De gesprekken waren een waardevolle aanvulling op het literatuuronderzoek, omdat ze beeldend inzichtelijk maakten wat wel en niet werkte binnen verschillende contexten.”

Met z'n allen

Een integrale aanpak betekent nauwe samenwerking op elk niveau, dus ook vanuit de zorg [1]. “Binnen gemeenten bestaan veel initiatieven waarin diëtisten en voedingsprofessionals kunnen bijdragen. Het delen van kennis zou moeten plaatsvinden op alle niveaus: van kinderen tot aanbieders van voeding”, vertelt Van Roost. “Maar ook door het versterken van voedselvaardigheden, door bijvoorbeeld kookworkshops te geven aan ouders of smaaklessen met kinderen. Het is de uitdaging om gezamenlijk de eet- en leefomgeving positief te beïnvloeden. Leerlingen lopen in de pauzes naar de supermarkt of snackbar in de buurt. Een bestaande supermarkt kun je niet zomaar verplaatsen, maar over de komst van een nieuwe patatkraam of fastfoodtent zou je met de gemeente in gesprek kunnen gaan, zodat deze bijvoorbeeld niet in de directe omgeving van een school geplaatst wordt.”

Barelds onderschrijft het belang van de voedingsprofessional: “De kennis uit de praktijk is belangrijk omdat je beter kunt bedenken wat er nodig is als je ziet waar mensen tegenaan lopen. Vanuit praktijkinformatie kun je urgentie meegeven over wat er moet veranderen op beleidsniveau.” Daarnaast zijn, zo staat in het rapport, lessen uit de praktijk waardevol om bevindingen te vertalen naar een internationale context.[1]
“Uit de gesprekken met het projectteam blijkt dat je binnen een omgeving ‘key-mensen’ nodig hebt die zich hiervoor hard willen maken.” Het rapport benadrukt dat professionals het voortouw moeten nemen [1]. “Zij kunnen op gemeentelijk of landelijk beleidsniveau andere mensen meekrijgen”, voegt Barelds toe.

Van Roost: “In de praktijk zie je of een beleid of advies werkt. Elke dag een stuk fruit van thuis mee naar school nemen, is niet zomaar haalbaar voor kinderen die in armoede leven. Die kinderen help je pas echt als je fruit op school verstrekt. Of als het gaat om gezonde lunches; biedt ze aan via school, dan krijgt ieder kind dezelfde kansen. Naast voeding, moet ook gedrag en de eetomgeving worden aangepakt. Al weet een kind wel wat gezond is, als de omgeving verzadigd is met goedkope verleidelijke ongezonde producten, kun je niet verwachten dat een kind daar niet voor zwicht”, vertelt van Roost. Professionals uit de voedings- en gezondheidssector die een bijdrage willen leveren adviseert Van Roost: “Wees bewust van programma’s en initiatieven binnen je eigen gemeente. Probeer verbinding te zoeken, want we moeten het samen doen.”

Do's en don'ts

“Bijzonder aan het rapport is dat de verschillende belangrijke onderdelen zijn uitgesplitst in ‘do’s en don’ts’. Deze zijn uitgewerkt met concrete voorbeelden uit alle gemeenten die ze hebben gesproken”, vertelt Barelds. De nadruk blijkt te liggen op het verbinden van alle niveaus. Op die manier kan het project verder worden ontwikkeld en verspreid. Barelds: “Want het is zonde dat je niet van elkaar weet wat er gebeurt, en misschien zelf het wiel opnieuw gaat uitvinden terwijl er al heel veel informatie beschikbaar is.”

Meten is weten

Om de aanpak te verspreiden, benadrukken zowel Barelds als Van Roost het belang van monitoring en evaluatie in de praktijk. “Als je resultaten meet, kun je laten zien dat een aanpak écht werkt en krijg je gemakkelijker mensen mee in het proces”, zegt Barelds. In de JOGG-aanpak kwam BMI vaak terug als uitkomstmaat [2], maar volgens Van Roost moet vooral worden gekeken naar resultaten die wijzen op gedragsverandering. “Bijvoorbeeld of er een voedingsbeleid is op scholen en kinderopvang, of kinderen meer water zijn gaan drinken in plaats van dranken met suiker, het aanbod en de afname van
voedseleducatie op scholen en hoe de deelname is aan het beweegaanbod in de omgeving. Zo kun je ook meten of een gemeentelijke aanpak effect heeft of niet.”

Barelds en Van Roost hopen dat het rapport gemeenten inspireert. “De gezondheid van kinderen zou niet mogen afhangen van hoe rijk de gemeente waar ze in wonen is”, stelt Barelds. “Elk kind heeft het recht op gezondheid. Het is niet eerlijk dat gemeenten daar individueel verantwoordelijk voor worden gemaakt. De overheid heeft een belangrijke rol om daarvoor kaders te scheppen.”

“De vier grote steden hebben al actie ondernomen richting de staatssecretaris om de eetomgeving positief te beïnvloeden”, voegt Van Roost toe. “Hopelijk worden krachten vanuit de praktijk en wetenschap steeds meer gebundeld zodat de ministeries, samen met gemeenten, professionals en inwoners aan een gezondere toekomst kunnen gaan werken.”

Het rapport is in december 2021 gepubliceerd en biedt een startpunt voor steden om een gezonde leefomgeving voor kinderen te stimuleren. Het volledig rapport is te vinden via: https://the-nwgn.org/wp-content/uploads/2021/07/NWGN-Nederlandse-samenvatting.pdf 

Bronnen

[1] NWGN. Lessen uit de stad: een analyse van de integrale aanpak van overgewicht en obesitas bij kinderen in Nederlandse stedelijke gemeenten. Beschikbaar via https://the-nwgn.org/wp-content/uploads/2021/07/NWGN-Nederlandse-samenvatting.pdf Geraadpleegd 2022 juni 7.
[2] JOGG. De JOGG-aanpak. Beschikbaar via https://jogg.nl/jogg-aanpak. Geraadpleegd 2022 juni 

Altijd op de hoogte blijven? 

Neem een abonnement
  
Lees ook
Overgewicht TV vergroot kennis over (voorkomen van) obesitas

Overgewicht TV vergroot kennis over (voorkomen van) obesitas

Voor de gewone Nederlander is er weinig uitleg beschikbaar over obesitas. Veel factoren spelen bij obesitas een rol, zoals te weinig slaap, stress, armoede en de omgeving die bol staat van plekken waar ongezond voedsel te koop is. Om die reden is Overgewicht TV (www.overgewicht.tv) gestart met de driedelige serie ‘Eigen schuld, dikke bult?’ . Experts...

Foodwatch: Te veel pesticiden in fruit voor kinderen

Foodwatch: Te veel pesticiden in fruit voor kinderen

Er zitten te veel pesticiden in fruit dat populair is bij kinderen, zoals mandarijnen en sinaasappelen. Dat concludeert Foodwatch na een analyse van de residu-cijfers van groente en fruit van Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA).

Kabinet wil kindermarketing voor ongezonde voeding inperken

Kabinet wil kindermarketing voor ongezonde voeding inperken

Om de gezonde keuze makkelijker te maken, wil het kabinet reclames voor ongezonde voeding die gericht zijn op kinderen wettelijk inperken. Staatssecretaris Van Ooijen komt met een wet die kindermarketing voor ongezonde producten moet tegengaan. Voor gezond eten en drinken blijft reclame gericht op kinderen wel toegestaan.