Gebrek aan voedselkennis bij merendeel van de bevolking

attachment-Consument-maakt-keuze

Menig consument blijkt niet in staat de CO2-footprint en energiegehalte van voedingsmiddelen nauwkeurig te kunnen inschatten. Er is een gebrek aan voedselkennis bij het merendeel van de bevolking. Voedingsdeskundigen blijken zich niet bewust te zijn van het gebrek aan kennis bij de consument.

Daarover schrijft zustervakblad VMT. Dit blijkt uit een studie van de Universiteit van Sheffield gepubliceerd in Frontiers in Sustainable Food Systems.

Recent onderzoek suggereert dat er een kloof bestaat tussen voedselonderzoek en het grote publiek. Waarbij de burgers doorgaans de koolstofvoetafdruk onderschatten, portiegroottes verkeerd inschatten en het energiegehalte van voedingsmiddelen verkeerd inschatten, zo blijkt uit de studie.

Pilotstudie

Circa 500 mensen deden mee aan de pilotstudie. Voor dit onderzoek is er gebruik gemaakt van het Zooniverse Citizen science platform. Dit is een database met 1.865.612 geregistreerde gebruikers die mee kunnen helpen met dataverzameling rond een bepaald thema of experiment. Hiermee is Zooniverse het grootste Citizen science-platform op het internet.

Voor het onderzoek kregen de deelnemers een reeks met 10 foto’s te zien. Op de afbeeldingen stonden verschillende voedingsmiddelen zoals kaas, gekookte rijst en wortel. Op basis van de foto’s moesten de deelnemers de CO2-footprint, portiegrootte en energetische waarde van de producten schatten.

Er zijn drie verschillende invoermethodes getest waarin de deelnemers hun geschatte waarde konden invoeren. De invoermethodes betreffen: meerkeuze vragen, een schuifregelaar en een tekstvak. In de studie is meegenomen wat het effect is van de verschillende invoermethodes op de antwoorden van de deelnemers.

Verkeerde inschattingen

De meeste deelnemers (74,6%) overschatten de CO2-footprint. Relatief minder consumenten (11,3%) onderschatten de CO2-uitstoot en slechts 14% van de deelnemers wist (binnen het bereik van ± 10%) de juiste waarde te schatten. Ook bij het schatten van het caloriegehalte in voedsel, hadden de meeste consumenten het mis. 59,2% overschatte het caloriegehalte, 23,4% raden het correct en 17,4% onderschatte de calorische waarde.

Hieruit blijkt dat deelnemers verkeerde inschattingen maken, bij zowel de energiewaarde als CO2-footprint. De deelnemers waren verder niet in staat om duidelijk onderscheid te maken tussen de klimaatimpact van sommige voedselgroepen. Zo schatten ze dat vegetarische eiwitbronnen een vergelijkbare klimaatimpact hebben als kip.

Invoermethodes

Uit de pilotstudie blijkt dat het type invoermethode – meerkeuze vragen,  schuifregelaar en tekstvak – een significante invloed heeft op de schatting van de deelnemers. De CO2-footprint en energiewaarde werden het laagst ingeschat met behulp van een tekstvak, gevolgd door de schuifregelaar. De hoogste schattingen werden gegeven bij de meerkeuzevragen.

Portiegroottes

Ook de portiegrootte heeft een duidelijke invloed op de perceptie van de CO2-footprint en energiewaarde. De schattingen van de CO2-footprint en energiewaarde namen toe naarmate de portiegroottes stegen. Paarsgewijze vergelijkingen wijzen uit dat de schattingen bij de CO2-footprint alleen een significant verschillen tussen de middelgrote en grote porties. De geschatte energiewaarde was wel significant verschillend tussen elke portiegrootte.

Gewichtsinformatie

Deelnemers schatten dat de koolstofvoetafdruk van voedingsmiddelen significant lager is wanneer gewichtsinformatie aanwezig is. Omgekeerd resulteert de aanwezigheid van gewichtsinformatie in een significant hogere schatting van de energiewaarde dan wanneer gewichtsinformatie afwezig is.

Vervolgstudie

Het huidige onderzoek gebruikte het Zooniverse Citizen science platform om een reeks uitgangspunten te onderzoeken: percepties van CO2-footprint en energiewaarde meten, de impact van de drie verschillende invoermethoden beoordelen en te onderzoeken hoe portiegroottes en het soort voedsel de perceptie beïnvloeden.

Voor een vervolgstudie zou het onderzoek via Zooniverse kunnen worden herhaald. Dit biedt de mogelijkheid om meer informatie te verzamelen met een grotere en meer diverse steekproef. Ook is het zo mogelijk om burgers voedingskennis bij te brengen, waardoor de kennisverschillen tussen academische gemeenschappen en het grote publiek worden aangepakt.

Lees ook
De passie van: NAV-lid Corné van Dooren

De passie van: NAV-lid Corné van Dooren

Uit Voeding Nu 3: De passie van NAV-lid Corn'e van Dooren: ‘Ik kijk uit naar onderzoek over de biodiversiteit op ons bord’

Online event: De dilemma's van duurzaam eten

Online event: De dilemma's van duurzaam eten

Op donderdag 20 mei vindt de tweede Food Inspiration Session plaats. Tijdens deze online bijeenkomst, georganiseerd door Nutrimedia en Fix13, spreken verschillende experts over de dilemma's van duurzaam eten.

Eetgedrag is weinig veranderingsgezind

Eetgedrag is weinig veranderingsgezind

Als er gezegd – of verzucht – wordt dat een mens eigenlijk nooit verandert, dan gaat het niet alleen over iemands karakter maar ook om gedrag. Gedrag is vaak minder veranderingsgezind dan gedacht of gehoopt. Gewoontes hebben diepe wortels die gedrag ‘vasthouden’. Dit geldt zelfs in deze disruptieve tijden van de coronapandemie. Maar het belang van verandering...