Groenteconsumptie jongeren stimuleren met snacks met groente als ingrediënt

sinaasappels

Nederlandse jongeren eten onvoldoende groente (1). Als ze wel groente eten, gebeurt dat vooral bij het avondeten. Jongeren kopen in de middelbareschoolleeftijd vaker zelf wat te eten of te snacken en die momenten bieden mogelijk kansen om de groenteconsumptie te verhogen.

Er zijn weinig groenterijke snacks op de markt die voldoen aan de Richtlijnen Goede Voeding. Kunnen dergelijke snacks bijdragen aan het verhogen van de groenteconsumptie bij jongeren? Deze vraag is onderzocht binnen het TKI-project Groente als Ingrediënt, een samenwerking tussen Wageningen Food & Biobased Research, de HAS Hogeschool en verschillende partners (2).  

Aanpak op de scholen 

In de reguliere kantines van zes middelbare scholen in Brabant zijn drie groenterijke producten aangeboden, waarbij gestreefd is naar aantrekkelijke producten voor jongeren die passen binnen de richtlijnen van de Gezonde Schoolkantine: nuggets, wraps en balletjes (tabel 1).  

Tabel 1. De onderzochte producten 

Eigenschappen  Nuggets (i)  Balletjes (ii)  Wraps (iii) 
Naamgeving op de scholen  Nuggets  Canon balls  Spicy Rolls 
Hoofdbestanddeel  Bloemkool  Wortel  Groentevulling, sla, worteltortilla 
Portiegrootte  46 g, 75 kcal  51 g, 103 kcal  100 g, 118 kcal 
Hoeveelheid groente per portie  20 g  31 g  65 g 
Richtlijnen Gezonde Schoolkantine*  betere keuze in categorie ‘hartige snacks’   betere keuze in categorie ‘hartige snacks’   uitzonderingsproduct in categorie ‘lunchproducten’ 

* Richtlijnen geldend in 2019 (3); i: ontwikkeld binnen project (HAS), ii: vanRijsingenIngredients B.V., iii: ontwikkeld binnen project (HAK Fresh, SceltaMushrooms B.V.) 

Door zowel de verkoopgegevens te meten als vragenlijsten onder leerlingen uit te zetten, is onderzocht hoe aantrekkelijk de producten gevonden werden en of deze aanpak potentie heeft om de groenteconsumptie bij jongeren te verhogen. 

Zes scholen, drie in Helmond en drie in Den Bosch, deden mee aan het onderzoek: een school voor praktijkonderwijs, drie vmbo-scholen, een school voor mavo-havo-vwo en een mbo-opleiding. Om de leerlingen de kans te geven de producten te leren kennen, werd gestart met gratis proeven van de producten in de kantine. Daarna werden de producten aangeboden in de kantine tijdens de reguliere openingstijden. Een overzicht van de onderzoeksopzet is weergegeven in tabel 2.  

Tabel 2. Onderzoeksopzet met groenterijke producten op zes scholen in Brabant 

Kalenderweek   Assortiment  Metingen 
3-5  Standaardassortiment  Verkoopgegevens 
1 proefdag nuggets   
7-9  Periode 1: Testassortiment nuggets  Verkoopgegevens 
10  Schoolvakantie   
11-12  Standaardassortiment 

1 of 2 proefdag(en) balletjes en wraps 

Vragenlijst nuggets 

Verkoopgegevens 

13-15  Periode 2: Testassortiment balletjes en wraps  Verkoopgegevens 
16    Vragenlijst balletjes en wraps 

Communicatie 

Om de producten onder de aandacht van de leerlingen te brengen, zijn in de kantine posters opgehangen van het fictieve merk Urban Snackerz (afbeelding 1). Er werd niet expliciet genoemd dat de producten groenterijk of gezonder waren, omdat eerder onderzoek impliceert dat gezond (groenterijk) mogelijk een negatieve associatie oproept qua beleving (4). Dit werd bevestigd in focusgroep-gesprekken met jongeren, een eerder onderdeel van dit project, waarin jongeren aangaven dat ze meestal bewust op zoek zijn naar ‘lekker’ en gezondheid nauwelijks een rol speelt. Hoe gezonder iets is of lijkt, hoe minder lekker en hoe minder ‘cool’ het is. Ook bleek dat de zichtbaarheid van groente meespeelt in de waardering van groenteconcepten. Producten waarbij groente duidelijk zichtbaar is en waarbij groente niet als passend worden ervaren, zoals groente in ijs of in een muffin, vonden ze (op basis van foto’s) minder aantrekkelijk dan een groente-wrap of een pizza met een groentebodem. 

posters voor jongeren

De verkoop  

In totaal zijn er gedurende de testperiodes van 3 weken 200 porties nuggets, 156 porties balletjes en 228 porties wraps gekocht door de jongeren.  Bij de nuggets lijkt de verkoop in de loop van de drie weken af te nemen. Bij de balletjes en wraps lijkt de verkoop wat constanter met af en toe een uitschieter. 

De verkoop van de groenterijke producten is vergeleken met andere producten in een vergelijkbare productcategorie. Het aandeel van de nuggets en de balletjes was respectievelijk 9 en 9,5% van het totaal aantal verkochte hartige snacks.  

De verkoop van de wraps was 6,4% van het totaal aantal verkochte lunchproducten.  

Koopgedrag jongeren 

De vragenlijst over de nuggets (periode 1) werd ingevuld door ruim 800 leerlingen. De vragenlijst over de balletjes en wraps (periode 2) werd door veel minder leerlingen ingevuld (ruim 200). De gemiddelde leeftijd van de respondenten was circa 15 jaar. De leerlingen gaven aan normaal gesproken gemiddeld 1,3 tot 1,4 keer per week iets te kopen in de kantine. Een behoorlijke groep (17-22%) kocht nooit iets in de kantine. 

Zichtbaarheid 

De nuggets werden door bijna 40% van de leerlingen die de vragenlijst hebben ingevuld gratis geproefd, wat twee keer zoveel is (p<0.001) als bij de balletjes (20%) en wraps (14%). Twee derde van de leerlingen (62%) had het nugget-aanbod in de kantine gezien, tegenover 33% voor de balletjes en 37% voor de wraps (p<0.001). Een groot deel van de leerlingen heeft de groenterijke producten dus niet gezien.  

Gecombineerd met de relatief lage verkoopcijfers, kan dit betekenen dat er een langere periode nodig is om de producten onder de aandacht van de jongeren te brengen. 

Waardering 

Circa 10% van de leerlingen heeft de groenterijke producten gekocht; hiervoor was geen verschil tussen de drie producten. De belangrijkste redenen om de producten niet te kopen waren: ‘ik wist het niet’, ‘vond het het geld niet waard’, ‘niet lekker’ en ‘niet gezien’. 

De leerlingen die de groenterijke producten wel gekocht hadden (nuggets N=74; balletjes N=12; wraps N=15), kregen een aantal extra vragen. Zij kochten de producten in totaal drie tot zes keer. De score voor ‘lekker’ was voor alle drie producten net onder neutraal (38-46 op een 100-puntsschaal). Aangezien 'lekker' een belangrijke drijfveer van eten en aankopen is, betekent dit dat de groenterijke producten verdere optimalisatie nodig hebben om de waardering ervan onder deze doelgroep te verhogen. 

De leerlingen vonden de nuggets en de wraps iets te duur en de balletjes aardig goed geprijsd (leerlingen vonden €0,63 een redelijke prijs, terwijl de balletjes voor €0,60 werden aangeboden). De portiegrootte van de nuggets en balletjes vonden ze te klein en de wrap-portie precies goed. 

Tabel 3. Totale verkoop van de onderzochte producten tijdens de verschillende pauzemomenten 

  Nuggets  Balletjes  Wraps** 
Ochtendpauze*  43  52  34 
Lunchpauze*  132  75  162 
Middagpauze*  10 
Totaal (5 scholen)*  178  132  206 
Totale verkoop (6 scholen)  200  156  228 
Aandeel verkoop in categorie hartige snacks#  9.0%  9.5%  n.v.t. 
Aandeel verkoop in categorie lunchproducten##  n.v.t.  n.v.t.  6.4% 

*Van één school zijn geen gegevens per pauze beschikbaar.

** Op één school zijn geen wraps verstrekt.

#bijv. chips, snackworstjes, falafel, worstenbroodje.

##bijv. brood met en zonder beleg, snackbroodje 

Hoe verder met groenteconsumptie jongeren? 

Zijn groenterijke snacks in de kantine van middelbare scholen een manier om de groenteconsumptie bij jongeren te verhogen? De hierboven beschreven resultaten laten zien dat het nog een hele uitdaging is om producten te ontwikkelen waar jongeren enthousiast over zijn en die ze graag kopen. Belangrijkste verbeterpunten die uit dit onderzoek naar voren komen, zijn het onder de aandacht brengen van de producten bij de jongeren, communicatie erover, smaak en prijsstelling. Er is aanvullende productontwikkeling nodig om lekkere groenterijke producten op school te kunnen aanbieden voor een aantrekkelijke prijs, die bovendien voldoen aan de nieuwe richtlijnen van de Gezonde Schoolkantine.  

Als aan al deze randvoorwaarden voldaan wordt, dan is er nog een aantal vragen over de communicatie voor vervolgonderzoek. Bijvoorbeeld: Hoe communiceer je het beste met jongeren over groenterijke producten? Werkt het averechts of juist positief om de groente als ingrediënt te benoemen? Wat is de beste manier om ervoor te zorgen dat de jongeren de groenterijke producten in de kantine zien?  

Gezien de bevinding dat de leerlingen ongeveer één keer per week iets kopen in de schoolkantine, betekent het dat er sowieso via verschillende kanalen (settings) strategieën ingezet moeten worden om de groente- consumptie bij jongeren te stimuleren.  

Samenvatting 

De verkoop van groenterijke snacks aan jongeren blijkt nog niet zo eenvoudig. Aandachts- en verbeterpunten die uit dit onderzoek naar voren komen, zijn: het onder de aandacht brengen van de producten, de communicatie erover, smaak en prijsstelling. Wanneer er producten zijn ontwikkeld die beter aansluiten bij de smaak van de jongeren en bovendien voldoen aan de nieuwe richtlijnen van de Gezonde Schoolkantine, moet ook de effectiviteit van de communicatie verder worden nagegaan in vervolgonderzoek. Aanbeveling is in elk geval om via verschillende kanalen, strategieën in te zetten om de groenteconsumptie bij jongeren te stimuleren. 

Dit project, TKI-AF-16073, is gefinancierd vanuit het ministerie van Economische Zaken en een consortium van partners: vanRijsingeningredients B.V., HAK Fresh (voorheen Peter van Halder B.V.), Appel BV, SceltaMushrooms B.V., Jibb+, Gemeente Helmond, GGD Hart voor Brabant en Stichting ORO.  

Referenties 

  1. www.wateetnederland.nl/resultaten/voedingsmiddelen/consumptie
  2. www.wur.nl/en/project/Groente-als-ingredient-1.htm
  3. gezondeschoolkantine.voedingscentrum.nl/Assets/Uploads/de-gezonde-kantine/Documents/Gezonde%20schoolkantine/Wat%20en%20waarom/2016%20Richtlijnen%20Gezondere%20Kantines%20voor%20Scholen.pdf
  4. journals.sagepub.com/doi/10.1509/jmkg.70.4.170
Lees ook
Leestip: Salt, sugar, fat door Michael Moss

Leestip: Salt, sugar, fat door Michael Moss

Elke vrijdag deelt de redactie van Voeding Nu een kijk-, luister- of leestip. Vandaag tippen we het boek Salt, sugar, fat van Michael Moss.

PlantLab verviervoudigt oppervlakte productielocatie

PlantLab verviervoudigt oppervlakte productielocatie

Vanaf november 2021 breidt scale-up PlantLab uit met 11.000 vierkante meter indoor farm in Amsterdam. Op de locatie worden groenten en kruiden geteeld onder gecontroleerde, ideale omstandigheden.

Volop voedingsinititatieven in Duurzame Jonge 100

Volop voedingsinititatieven in Duurzame Jonge 100

De Duurzame Jonge 100 (DJ100) van 2021 is bekend gemaakt. Deze lijst zet 100 jonge ondernemers, young professionals en studenten in het zonnetje. De voedingsgerelateerde initiatieven zijn goed gerepresenteerd.