Internationaal symposium: Probiotica, kansen en uitdagingen

Microbiotica iStock

Met behulp van gezonde darmen stress verminderen of milde depressies behandelen. Wetenschappers zijn ervan overtuigd dat het mogelijk is. Maar hoe precies? Er lopen veel onderzoeken en er zijn nog veel vragen. In Milaan werd de jongste kennis wereldwijd gedeeld.

De hersenen sturen niet alleen signalen naar de darm, omgekeerd stuurt de darm ook signalen naar de hersenen. Dat er tweerichtingsverkeer bestaat tussen de darmen en het brein staat inmiddels wel vast. Uit onderzoek blijkt dat darmbacteriën deze communicatie beïnvloeden en daarmee wellicht ook stemming en gedrag. De hoge comorbiditeit tussen stressgerelateerde psychiatrische symptomen zoals angst en depressie en verschillende chronische darmaandoeningen wijst op een rol van de intestinale microbiota in de darm-hersen-as.

Veilige interventies

Tijdens het Internationaal Yakult Symposium Microbiota and Probiotics: Chances and Challenges!, dat op 13 en 14 oktober in Milaan werd gehouden, kwamen hierover wetenschappers uit alle delen van de wereld aan het woord. Ze bespraken de wetenschap van de toekomst met de resultaten van nu. Hoe kunnen nieuwe inzichten in het darmmicrobioom helpen om te blijven pionieren met efficiënte en veilige interventies?

Onderzoeken over de verschillende aspecten van probiotica en microbiotica binnen de darmgezondheid: van een lang leven, tot de darm-hersen-as via microbioomdiversiteit, werden toegelicht. Evenals resultaten van onderzoeken op het gebied van de darmmicrobiota die steeds sneller lijken te vorderen en die het enorme potentieel van microbiota-gestuurde interventies met pre- en probiotica ondersteunen.
Onder de sprekers Robert-Jan Brummer, professor in gastroenterologie en klinische voeding, leider van het Nutrition-Gut-Brain Interactions Research Centre, alsmede vice-rector aan Örebro University in Zweden. Daar is hij betrokken bij en verantwoordelijk voor het universiteits-brede Food&Health Programme. Tevens is hij klinisch actief in het Universitair Ziekenhuis van Örebro. In zijn research ligt de focus op hoe voeding en darmmicrobiota zowel darm- als hersengezondheid kunnen beïnvloeden. Brummer studeerde geneeskunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, promoveerde in Göteborg en woont en werkt sinds 2008 wederom in Zweden.

Het moet anders

Volgens hem is het van belang om de traditionele onderzoeksmethodes voor klinische onderzoeken met probiotica aan te passen. Deze zouden nu veel te veel gebaseerd zijn op farmaceutische technieken en daarbij zijn de uitkomsten doorgaans heel anders, lees: veel groter en dus beter te meten. Daarbij, terminologie als gepersonaliseerde voeding wordt nu veel gebruikt in relatie tot individuele gezondheidseffecten van voeding, alhoewel het hierbij ontbreekt aan precisie. Een ander punt van kritiek is dat voedingsadviezen vooral gericht zijn op grote en relatief heterogene groepen en niet op het individu. Dit, terwijl probiotica in ieder lichaam anders zal reageren, want elk mens heeft een ander ecosysteem. “Daarom zijn de huidige interventies met voeding of probiotica eigenlijk niet valide. We moeten het anders gaan doen om meer wetenschappelijk bewijs vinden voor de werking ervan”, aldus Brummer.

Om aanbevelingen op maat te kunnen doen, wil hij een andere onderzoeksmethode inzetten. Daarbij richt hij zich op de responders en non-responders. “Als bij farmaceutisch onderzoek 40 procent van de deelnemers niet reageert, kun je bij de andere 60 procent duidelijke gevolgen meten. Maar bij onderzoek naar de werking van probiotica zijn die effecten bij de responders veel minder sterk dan bij geneesmiddelen. Dus als 40 procent van de deelnemers niet reageert, weet je in feite nog niets. De vraag is eigenlijk: wie is responder en wie niet en hoe komt dat? Ook moeten we de surrogaat biomarkers zien te vinden, markers aanwijzingen geven voor een gezondheidseffect. Dan kunnen we meer ontdekken en meer bereiken terwijl er veel minder grote interventie studies nodig zijn”, aldus de hoogleraar.

Preventief

Brummer denkt dat de kans en de termijn voor het krijgen van ziektes en aandoeningen terug te vinden zijn in de verschillende levenslopen van deze twee verschillende groepen. En dat door in een vroeg stadium bijvoorbeeld preventief probiotica toe te dienen, je de gezondheid positief kunt beïnvloeden. “Want iemand mankeert doorgaans al wat, ruim voordat er daadwerkelijk duidelijke gezondheidsklachten zijn en als het eenmaal al zover is, moet je meteen gaan behandelen met geneesmiddelen. Een curve laat ook duidelijk zien: als je eerder begint met een preventieve interventie is het resultaat dat de progressie van een ziekte minder snel gaat, de curve stijgt langzamer. Meer gezonde tijd over dus. Door bijvoorbeeld vroegtijdig/preventief probiotica te nemen is het effect ook groter, omdat je het over een lange tijd doet.”

Conclusies

“Als ik conclusies kan trekken uit de voorgeschiedenissen van individuele responders of non-responders, kan dat enorme voordelen hebben. Je kunt misschien depressies voorkomen, of diabetes type II. Momenteel focussen we nog teveel in het nu. Er kan iets in het verleden voorgevallen zijn, dat kan verklaren waarom iemand responder of non-responder is. Heeft hij in zijn jeugd misschien vaak antibiotica gehad, een depressie of andere medicijnen gebruikt? In Zweden kunnen we dat heel gemakkelijk terugzien. Daar is heel veel data toegankelijk, dat helpt bij het onderzoek. Al blijft het - grapje- toch nog een beetje beperkt omdat je geen biopten kunt afnemen uit de hersenen…”

Brummer lijkt ervan overtuigd dat preventief bezig zijn met de gezondheid van de darmen, heilzaam kan zijn. Zelfs op de korte termijn. Samen met zijn researchteam heeft hij een interventie gedaan van slechts vier weken bij super gezonde mensen en met een hersenscan gekeken naar het effect van probiotica op hun brein. Hoe de hersenen dealden met stress. Al na die relatief korte periode vier weken zagen ze effect. Brummer: “We kunnen hier nog verder mee gaan experimenteren. Dit kan er in de toekomst voor zorgen dat we weten voor wie dit kan werken en bij wie het geen effect zal hebben. Het is voor veel mensen misschien nog even wennen, maar het is geen manipuleren.”

Door de non-responders uit de onderzoeksgroep te halen, wordt ook geprobeerd de groep homogeen te maken. Daardoor kan het effect van voedingsinterventies en/of probiotica beter worden gefilterd. Want als je bepaalde waarden wilt meten en de omstandigheden van de deelnemende personen zijn heel verschillend, geeft dat ruis.

Boodschap

Brummer: “De boodschap is: we moeten niet generaliseren wie we wel en niet een voedingsinterventie aanbieden. We moeten dat personaliseren tot het criterium of je waarschijnlijk een responder bent of niet. Bijvoorbeeld bij een ziekte als IBS behandelen we nu een patiënt op basis van de symptomen in plaats van de functionele veranderingen in het lichaam. Als we de scheiding kunnen toepassen kun je beter bedenken of iemand daadwerkelijk wat zal hebben aan de behandeling of niet.” 

Referenties
Larsen, O. F. A., E. Claassen, and Robert Jan Brummer. “On the importance of intraindividual variation in nutritional research.” Beneficial microbes 11.6 (2020): 511-517.

Benef Microbes. 2020 Oct 12;11(6):511-517. doi:10.3920/BM2020.0044. Epub 2020 Oct 9. PMID: 33032470. Zeilstra D, Younes JA, Brummer RJ, Kleerebezem M. Perspective: Fundamental Limitations of the Randomized Controlled Trial Method in Nutritional Research: The Example of Probiotics. Adv Nutr. 2018 Sep 1;9(5):561-571. doi:10.1093/advances/ nmy046. PMID: 30124741; PMCID: PMC6140446.

Altijd op de hoogte blijven? 

Neem een abonnement