Interview met Wageningse onderzoekers: Biomerker voor suikerinname tackelt nadelen zelfrapportage 

close up of ripe vegetables and notebook on table

De WHO noemt de bewijslast voor de relatie tussen ziekte, overgewicht en suikerinname ‘van matige kwaliteit’. Dat de bewijslast onvoldoende is, kan veroorzaakt worden door de onnauwkeurigheid van de meetmethoden in onderzoek naar voedingsinname. Een veelgebruikt meetinstrument, dat gevoelig is voor fouten, is zelfrapportage. Dr. Jeanne de Vries en ir. Paul Hulshof van Wageningen University & Research, Human Nutrition & Health, onderzochten of met zogeheten biomerkers de inname van suiker accurater kan worden vastgesteld. 

Voeding en gezondheid zijn direct aan elkaar gerelateerd. Een gezonde voeding kan volgens de Gezondheidsraad bijvoorbeeld het risico op coronaire hartziekten, beroerte, diabetes, darmkanker en sterfte verkleinen (1). Ook bij ziekte kan voeding een cruciale rol spelen in de behandeling en het welbevinden van mensen. Om een gezonde voeding te kunnen bevorderen, hebben beleidsmakers en behandelaars inzicht nodig in de voedsel- inname van individuen en de Nederlandse bevolking.  

Dit inzicht wordt meestal verkregen via zelfrapportagemethoden, zoals opschrijfboekjes en navraagmethoden. Op deze manier worden bijvoorbeeld in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport sinds 1987 periodiek gegevens verzameld over de voedselconsumptie en de voedingstoestand van de Nederlandse bevolking. 

Nadelen van zelfrapportage 

Zelfrapportagemethoden hebben echter een aantal nadelen, weet De Vries. ‘Ze zijn subjectief, met als gevolg dat er fouten in de rapportage kunnen optreden. Het is heel menselijk om sociaal wenselijke antwoorden te gegeven op vragen over bijvoorbeeld voedsel dat als minder gezond wordt gezien, zoals suiker en vet. Onderrapportage zie je ook veel bij mensen met overgewicht. Ons onderzoek naar urinaire biomerkers voor suikerinname zou een mooie aanvulling kunnen opleveren op onderzoek naar voedselinname.’ VN1-L-Biomerkers-afbeelding-1-Jeanne-de-Vries-200x300

Biomerkers 

Biomerkers zijn indicatoren voor wat er in het lichaam gebeurt. Het zijn meetbare stoffen in bijvoorbeeld het bloed, de urine of ontlasting of activiteiten in de hersenen waarmee informatie verzameld kan worden over biologische en ziekteprocessen of reacties op bijvoorbeeld medicatie.  

‘We hebben onderzocht of we de sucrose- en fructoseconcentratie in urine kunnen gebruiken als een merker voor de inname van suiker’ legt De Vries uit.  ‘Meer specifiek, of we een goede rangordening kunnen maken van personen naar inname’, vult Hulshof aan. ‘Voor voedingsonderzoek is het interessant om vergelijkingen te maken tussen mensen met hoge en lage blootstelling van allerlei voedingscomponenten. Dat wilden we ook voor suiker doen.’ 

 Inname vergelijken 

‘Het is met veel merkers, ook de suikermerker, niet zo goed mogelijk om absolute niveaus van inname te meten. Maar we kunnen met onze kennis nu wel zeggen: deze persoon heeft meer of minder suiker binnengekregen dan andere personen of dan eerder bij hem of haar is gemeten', zegt Hulshof. 

De absolute suikerinname kan dus niet worden vastgesteld met de biomerker. Toch zou hij volgens de onderzoekers zeer nuttig kunnen zijn in de praktijk. De Vries: ‘Met deze methode kunnen innames worden vergeleken. Je kunt er bijvoorbeeld dieettrouw mee nagaan, of mensen bepaalde adviezen daadwerkelijk opvolgen. Ook kan zelfrapportage zoals die nu vaak plaatsvindt gevalideerd worden en interventies geëvalueerd.’  

VN1-L-Biomerkers-afbeelding-2-Paul_Hulshof-225x300 Hulshof valt haar bij: ‘Biomerkers zijn dus vooral geschikt om de inname van mensen te kunnen rangschikken. Ze integreren de inname van voedingscomponenten met verschillende concentraties en verschillende biobeschikbaarheid in één getal. Dat is ook een heel mooi iets van een biomerker. Maar ze zijn vooral nuttig naast de gebruikelijke methoden voor voedselconsumptieonderzoek. Merkers geven immers geen informatie over voedselpatronen en andere componenten van voeding. Maar als bijvoorbeeld een overheid besluit een beleid uit te zetten om de consumptie van suiker te verminderen, zou je met de door ons onderzochte merker via de urine kunnen monitoren wat het effect is van dergelijk beleid.’ 

Verouderde tabellen 

Nog een voordeel van biomerkeronderzoek is dat er geen gebruikgemaakt hoeft te worden van voedingsmiddelentabellen. Bij de verwerking van consumptiegegevens die via zelfrapportage verkregen zijn, is dat wel nodig.  

‘Deze voedingsmiddelentabellen zijn nog weleens verouderd, of voorzien niet in de producten die mensen gegeten hebben’, zegt De Vries. Hulshof licht toe: ‘In bijvoorbeeld de NEVO-tabel staat de samenstelling van producten voor een aantal jaar vast. Maar fabrikanten zitten niet stil: er vindt regelmatig een herformulering van producten plaats.' 

 Wat eet Nederland? 

Nederlanders eten volgens de VCP 237 gram koolhydraten per dag (gemiddeld 45 energieprocent (En%)), waarvan 110 gram mono- en disachariden (5). Van deze 110 gram bestaat 60 gram uit toegevoegde suikers . Kinderen eten in verhouding meer koolhydraten dan volwassenen en mannen meer dan vrouwen. Volgens de Gezondheidsraad zou 40 tot 70% van de energie-inname uit koolhydraten gehaald moeten worden.

Van de 45 En% koolhydraten komt 24% uit zetmeel en 21% uit mono- en disacchariden (suikers).

De gemiddelde inname van vrije suikers (toegevoegde suikers en suiker in vruchtensap) is 12,8 En% en die van nature in de voeding aanwezige suikers 8 En%.

De belangrijkste bronnen van koolhydraten zijn brood en andere graanproducten (34,6 g), zuivel (10,4 g) en koek en gebak (9,2). De meeste mono- en disacchariden worden uit zuivel gehaald (20,4 g), de meeste vrije en toegevoegde suikers uit niet-alcoholische dranken (respectievelijk 31,9 en 23,6 g). Hoewel kinderen minder niet-alcoholische dranken gebruiken dan volwassenen, drinken ze veel meer frisdrank (570,8 g/dag tegen 291,3 g/dag).

De consumptie van toegevoegde suikers door mensen tussen de 7 en 69 jaar is 4 kilo per jaar gedaald ten opzichte van de vorige VCP.

 

Suikerreductie 

Dat fabrikanten de samenstelling van hun producten regelmatig veranderen, wordt mede ingegeven door de wens de toenemende prevalentie van overgewicht een halt toe te roepen. Het ontstaan van veel chronische ziekten wordt hier immers mee in verband gebracht. In Nederland had in 2019 50,1% van de bevolking van 18 jaar en ouder matig tot ernstig overgewicht en 14,7% obesitas (2). Ook in het Preventieakkoord wordt het  

belang onderstreept van het terugdringen van overgewicht en obesitas, zijnde ‘de belangrijkste volksgezondheidsproblemen van dit moment’ (3). In het akkoord wordt, naast bijvoorbeeld vermindering van verzadigd vet, ook suikerreductie in producten genoemd als middel om de hoeveelheid calorieën in de voeding te verminderen. Minder suiker betekent echter niet per se minder calorieën, vooral niet in vaste voedingsmiddelen.  

De suikers daarin worden immers vaak als bulkvormer door andere energieleverende voedingsstoffen vervangen, met evenveel of zelfs meer calorieën. Daarbij geldt dat van de 45% aan energie die we uit koolhydraten halen, 21% afkomstig is uit mono- en disacchariden, waarin ook de suikers in groenten, fruit en zuivel zijn meegenomen (zie kader). De resterende 55% komt uit vetten, eiwitten, alcohol en een beetje uit vezels. ‘Bovendien kan ik me voorstellen dat als de suiker in producten wordt verminderd, mensen zelf suiker gaan toevoegen of meer van deze producten gaan gebruiken’, merkt De Vries op. 

Validatiestudie 

De Vries en Hulshof zochten dus een objectieve manier om de werkelijke inname van suiker te controleren. Hulshof: ‘We hadden al een validatiestudie liggen, waarin op allerlei manieren was gekeken naar inname, ook energie-inname, met de “dubbelgemerkte watermethode”*. Een heleboel studies waarin gekeken is naar het verband tussen de inname van suiker en suikermerkers zijn studies die onder redelijk gecontroleerde omstandigheden zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld in een laboratoriumsetting. Voor ons was het interessant om te kijken hoe de biomerker voor suiker zich gedroeg in wat we noemen “vrij levende omstandigheden”. Omdat we de validatiestudie al hadden, hoefden we een hoop dingen niet meer te doen, zoals het werven van deelnemers’.  

*Een methode waarmee energiegebruik geschat kan worden door toediening van water waarvan het gewicht van de atomen zuurstof en waterstof verschilt van normaal water. 

Opzet van het onderzoek 

Voor hun studie maakten de onderzoekers gebruik van de gegevens en populatie uit de zogeheten Duplo-studie. Van 198 gezonde, Nederlandse volwassenen werd de totale suikerinname over een periode van 24 uur geschat door duplicaatporties te verzamelen en door een 24-uurs inname-navraag. De Vries: ‘Bij ons onderzoek was een groot voordeel dat we gebruikmaakten van duplicaatporties. Deelnemers moesten van alles wat ze aten een extra portie verzamelen en in een emmertje doen. De inhoud daarvan konden we chemisch analyseren. Daardoor waren we niet afhankelijk van zelfrapportage en een voedingsmiddelentabel. Dat gaf ons een extra mogelijkheid om de gegevens te valideren.’ 

De gerapporteerde suikerinname werd berekend met behulp van een nieuw-ontwikkelde suikerdatabase, samengesteld door de afdeling Humane Voeding en Gezondheid van Wageningen Universiteit. Het suikergehalte in de duplicaatporties en urinemonsters werd bepaald met behulp van hogedrukvloeistofchromatografie – atomaire emissiespectrometrie en LC / MS-MS*. 

‘Dit is een van de weinige studies die de hoeveelheid suiker in urine heeft gemeten met een soort “vingerafdruk”, met massaspectrometrie’, vertelt Hulshof. ‘Voorgaande, ook gecontroleerde studies zijn gebaseerd op enzymatische methoden in het laboratorium. Deze zijn heel kritisch, je moet de goede conserveringsmiddelen gebruiken en de meetprecisie is lang niet zo hoog als bij massaspectrometrie. Dat is echt een aanwinst geweest.’ 

*Massaspectrometrie, een techniek die gebruikt wordt voor de identificatie, kwantificatie en profilering van isotopen, moleculen en molecuulcomplexen van chemische en biologische mengsels. 

Merker voor eiwit 

De suikermerker werd vergeleken met biomerkers voor proteïne. Hulshof vertelt waarom: ‘Als eiwitinname en -gebruik in balans zijn, weerspiegelt de stikstofuitscheiding in de urine de inname van eiwit. Voor eiwitinname is stikstof in urine een goede biomerker. Dat weten we. We noemen het zelfs een “recovery marker”: je kunt aan de hand van de uitscheiding in de urine terugrekenen wat de eiwitinname is geweest. Wij hebben gekeken hoe de merker voor suikerinname zich verhoudt tot die stikstofmerker voor eiwit. Hoewel je met de suikermerker dus alleen de relatieve inname kunt vaststellen, en niet de absolute, blijkt hij net zo nauwkeurig te zijn als de merker voor eiwit. Daarvoor moet dan wel urine gebruikt worden die over meerdere dagen verzameld is, omdat de dag-tot-dag- 

variatie van suikerinname groter is dan van eiwitinname. Door te vergelijken is de interpretatie hiervan beter geworden.’ ‘Meedoen aan deze vorm van onderzoek houdt dus wel wat in', geeft De Vries aan. 'Het verzamelen en verwerken van 24-uurs-urine - liefst gedurende 2 dagen - is voor deelnemers en onderzoekers best een klus.’ 

Diabetes 

Er wordt wel gezegd dat diabetici ‘suiker’ in hun urine hebben. Bij nierfalen komen ook stoffen in de urine. Hoe weten de onderzoekers zeker dat ze naar juiste biomerkers kijken? 

Hulshof: ‘Bij diabetici gaat het erom dat de hoeveelheid glucose die ze uitscheiden via de urine omhooggaat. De populatie waar wij naar hebben gekeken, die uit de DUPLO-studie, is gescreend op dit soort chronische ziekten. Mensen met diabetes zijn niet geïncludeerd. Bovendien hebben wij niet naar glucose gekeken, maar naar de uitscheiding van sucrose en fructose. Dat staat los van wat je bij diabetici vindt: die scheiden, als de diabetes ongecontroleerd is, meer glucose uit.’ 

Vervolg 

De onderzoekers zouden graag zien dat hun studie een vervolg krijgt. Hulshof: ‘Ons onderzoek is niet representatief voor de Nederlandse bevolking. De populatie was behoorlijk  

selectief: het betrof mensen met een redelijk hoge opleiding, een normale BMI en goede motivatie. We hebben daarom niet de mogelijkheid gehad naar heel extreme innames te kijken. Het zou interessant zijn dat nog te doen. Het is ook interessant om met een andere studieopzet (en populatie) te kijken of dat wat wij vonden bevestigd kan worden.’  

Abreu TC, Hulshof PJM, Boshuizen HC, Trijsburg L, Gray N & De Vries JHM. Validity Coefficient of Repeated Measurements of Urinary Marker of Sugar Intake Is Comparable to Urinary Nitrogen as Marker of Protein Intake in Free-living SubjectsPublished Online First September 30, 2020.  

Dit onderzoek werd medegefinancierd door het Kenniscentrum suiker & voeding. 

Referenties 

Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag: Gezondheidsraad, 2015; publicatienr. 2015/24.

https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2015/11/04/richtlijnen-goede-voeding-2015

RIVM. Volksgezondheidszorg.info.  

https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/overgewicht/cijfers-context/samenvatting

Nationaal Preventieakkoord. Den Haag. 2019.

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/gezondheid-en-preventie/documenten/convenanten/2018/11/23/nationaal-preventieakkoord

RIVM. Wat eet en drinkt Nederland? Voedselconsumptiepeiling 2012-2016. https://www.wateetnederland.nl/ 

 
Lees ook
Suiker schaadt mogelijk kinderbrein

Suiker schaadt mogelijk kinderbrein

Het (overmatig) consumeren van suiker lijkt de ontwikkeling van een kinderbrein negatief te beïnvloeden, zo toont nieuw onderzoek aan.

Suikertaks op frisdrank leidt tot minder suikerconsumptie

Suikertaks op frisdrank leidt tot minder suikerconsumptie

Brits onderzoek laat zien dat een suikertaks op frisdrank werkt. De heffing, die Engeland in 2018 invoerde, heeft binnen een jaar tijd geleid tot een verlaging van suikerinname, zonder dat er minder frisdrank werd gekocht.

Weerstand in verschillende verschijningen

Weerstand in verschillende verschijningen

‘Juist nu is het belangrijk om aandacht te besteden aan leefstijl’, een boodschap die regelmatig terugkomt in deze coronatijd.In een brandbrief aan het kabinet werd recentelijk zelfs opgeroepen om een campagne te starten over het belang van een gezonde leefstijl tijdens deze pandemie (1). Door onder andere gezonder te eten kan de weerstand immers worden...