Onderzoeker dr. ir. Coosje Dijkstra: Meer kinderen een betere start geven

10 december 2021 Angela Jans

Foto’s: Herbert Wiggerman

Hoe verander je voedingsgedrag? Wat werkt, wat niet? Zonder dat je wat gaat opleggen. “Ik wilde daar altijd al meer over weten”, zegt dr. ir. Coosje Dijkstra, nieuw lid van de Redactieadviesraad van Voeding Nu. Als docent bij de afdeling Gezondheidswetenschappen van de VU in Amsterdam is ze betrokken bij studies op dit gebied zoals Food4smiles, het LIKE-onderzoek en ‘Etenopschool’.

Wie is dr. ir. Coosje Dijkstra?
Geboren: 1981 in Balk, Friesland
Woont: in Amsterdam
Werkzaam: universitair docent/onderzoeker, afdeling Gezondheidswetenschappen, sectie Jeugd en Leefstijl, Vrije Universiteit Amsterdam
Opleiding: Voeding & Diëtetiek Hanzehogeschool Groningen, Voeding- en Gezondheid WUR,
gepromoveerd aan de VU Amsterdam
Vrije tijd: zoon (3), vriend, koken, eten, zeilen, sporten

LIKE (Lifestyle Innovations Based on youth’s Knowledge en Experience) is een vijf jaar durend project in Amsterdam Oost. De focus ligt hier op het stimuleren van een gezonde leefstijl van kinderen in de leeftijd van 10 tot 14 jaar waarin de focus ligt op de transitie van basisschool naar middelbare school. Voor deze groep is gekozen omdat in Amsterdam, bij 23 procent van deze kinderen, sprake is van overgewicht of obesitas.

Dijkstra: “In deze studie proberen we het hele systeem rondom gezondheid te verbeteren in plaats van dat we ons richten op het individu. Ook betrekken we kinderen en ouders actief bij het onderzoek door samen onderzoek te doen en acties uit te voeren. Want het is nog steeds een puzzel om uit te zoeken, wat werkt nou wel en wat niet. Hoe kunnen we mensen gezonder laten eten, hoe geef je de juiste informatie, hoe verbeter je voedingsgedrag? Door ons enkel te richten op het individu gaan mensen niet gezonder eten, daarvoor is de omgeving te bepalend. We zien dat die omgeving vooral ongezond is. Uit een recent onderzoek dat we uitvoerden in opdracht van het ministerie van VWS, bleek dat 80 procent van al het aanbod, de aanbiedingen en de promoties in de supermarkt, niet in de Schijf van Vijf valt. Als je dat beseft, kun je eigenlijk niet verwachten dat een individu gezond gaat eten. Pas als je die omgeving verandert, wordt een gezonde keuze, de makkelijke keuze. Ik hoop dat dit op lange termijn tot gezondheidswinst leidt.”

‘Pas als je de voedselomgeving verandert, wordt een gezonde keuze, de makkelijke keuze’

Voedingsvak

Na haar middelbare school koos Dijkstra, bijna als vanzelfsprekend, voor de opleiding Voeding en Diëtetiek. “Ik heb het voedingsvak altijd fascinerend gevonden. Iedereen eet, iedereen heeft er een mening over. Ik wilde er meer over weten. Maar tijdens mijn opleiding merkte ik dat mijn kracht niet ligt in het individueel adviseren van mensen. Ik ontdekte dat ik geen diëtist wilde worden en ben verder gaan studeren: Voeding en Gezondheid in Wageningen. Uiteindelijk ben ik gepromoveerd aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op sociaal-economische verschillen in voedingsgedrag en voedingsinname.”

Gedrag van tieners

Lopende onderzoeken waar ze momenteel bij betrokken is, kijken behalve naar de voedselomgeving in bepaalde wijken in Amsterdam, naar het voedingsgedrag van tieners, verschillen in sociaal-economische status of naar de eerste duizend dagen van een kind (Food4smiles).

Dijkstra: “We betrekken bij dat alles actief de doelgroep. Want te vaak wordt er over mensen gedacht, in plaats van mét ze te spreken. Ik kan als wetenschapper in mijn ivoren toren blijven zitten, dat werkt in ieder geval niet. Dus ik wil naar buiten om te zorgen dat de impact wordt vergroot en ik probeer samen met mensen onderzoek te doen, en ik hoop dat ook diëtisten dat doen. Door op verschillende plaatsen hun stem te laten horen over gezond eten, het belang van een gezonde omgeving en wat we hieraan kunnen doen. Zonder activistisch te willen worden, maar ik denk dat het helpt als iedereen het belang van gezonde voeding op verschillende plekken laat vallen.”

Food4smiles

Zoals bij het onderzoek Food4smiles. Hierbij gaat het om inzichten die kunnen helpen, kinderen in de eerste duizend dagen van hun leven een gezonde start te geven. Het Food4smiles-onderzoek wil het grotere systeem rond deze factoren in kaart brengen. “Dus wij betrekken zowel zwangere vrouwen als aanstaande vaders bij het onderzoek, maar ook alle stakeholders in de wijk die van belang zijn voor een gezonde start”, zegt Dijkstra. De vrouwen worden bijvoorbeeld uitgenodigd voor bijeenkomsten in de buurt waar moeders elkaar kunnen ontmoeten en tips uitwisselen. Soms krijgen ze daar bijvoorbeeld uitleg van een diëtist om zelf gezonde babyhapjes te maken. Of een diëtist vertelt over wat ze beter kunnen mijden in de supermarkt bij de afdeling babyvoeding. “Daar staan tegenwoordig ontzettend veel ongezonde dingen zoals te zoete pyjamapapjes, of babychips. Producten die helemaal niet nodig zijn voor baby’s. Jonge kinderen kunnen al vrij snel gewoon een beetje met de pot mee-eten”, zegt Dijkstra, zelf moeder van een zoontje van 3 jaar oud.

Schoollunch

In de afgelopen vier jaar heeft ze in samenwerking met verschillende partijen, ook onderzoek gedaan op basisscholen in Nederland om te kijken wat er bij de leerlingen in het broodtrommeltje zit en wat kinderen, ouders en scholen zouden vinden van een gezonde schoollunch. De verschillen bleken heel groot. “Het ene kind had dagelijks een goed gevulde trommel met volkorenbrood, een stukje fruit, paar plakjes komkommer. Echt een traktatie, elke dag weer. Maar je zag ook lege trommels of broodtrommels waar alleen een donut of een knakworstje in zit. Daar merk je weer dat de sociaal-economische verschillen in voedingsinname enorm zijn. Daarop hebben we gesproken met de kinderen, met ouders, onderwijzers, schooldirecteuren en gevraagd: ‘Wat zou je willen?’

Uiteindelijk is er, in overleg met het Voedingscentrum, op basis van de Schijf van Vijf, een concept voor een gezonde schoollunch uitgerold. Vervolgens hebben we een half jaar lang, kinderen elke dag een gezonde lunch aangeboden op school. De basis daarvoor werd een zelfsmeerlunch; met volkorenbrood, gezond beleg, altijd groente erbij. En daarnaast iedere dag een extraatje als soep, een gekookt eitje, een vegetarisch balletje of iets dergelijks. Het resultaat was enorm. Ze vonden het lekker en je zag dat kinderen veel meer groenten gingen eten. We hebben ook gemeten of dit effect had op de thuisomgeving, of ze daar dan wellicht ongezonder gingen eten, dat leek niet aan de orde. Er was geen compensatie effect. Uit de resultaten van de studie blijkt dat het effect heel groot is als je de ongezonde keuze weghaalt en dit vervangt door een gezonde keuze. En het bereik van een interventie op school is heel groot omdat alle kinderen, ongeacht hun achtergrond, naar school gaan. Dus dit is een interventie waarbij je als je de omgeving verandert, je een goed bereik hebt voor iedereen.”

‘De ene broodtrommel was goed gevuld, de andere leeg. De verschillen zijn heel groot’

Haar eigen kind zit, toevallig, zegt ze, op een kinderdagverblijf waar tussen de middag een gezonde warme maaltijd wordt geserveerd. Een gewoonte waar Dijkstra heel blij mee is en die ze op veel plekken zou toejuichen.

Thuis probeert ze zelf zo gezond mogelijk te eten door ‘gewoon’ zo min mogelijk ongezonde producten in huis te halen. “En als ik de deur uitga, zorg ik er altijd voor dat ik een gezonde lunch meeneem. Dan hoef ik niet te stoppen bij een tankstation, om daar in de verleiding te komen en dan misschien ook wel een kaassoufflé te nemen.”

Regelgeving

Wat Dijkstra betreft, is nu de overheid aan zet om regelgeving op nationaal niveau te bewerkstelligen. Om er op die manier aan bij te dragen dat het aanbod, de voedselomgeving wellicht wijzigt en mensen gezonder gaan eten.

“Er is actie nodig op alle fronten. Onderzoek heeft aangetoond dat het geven van enkel voorlichting niet goed genoeg werkt en uit studies blijkt dat de invoering van een suikertaks wel effect kan hebben. Die uitkomst is heel overtuigend. We zien inmiddels gelukkig bij sommige politieke partijen, de invoering van de suikertaks in hun politieke programma staan. Dat was vijf jaar geleden ondenkbaar. Dus er gebeurt wel iets, het beleid lijkt te veranderen, maar het gaat heel langzaam. Ik hoop dat we over vijf jaar echt succesvol zijn, want gezondheidsverschillen groeien. Het is niet nog niet gelukt om dit een halt toe te roepen. Daar is echt meer voor nodig, want je ziet dat mensen met een laag inkomen in Nederland gemiddeld 6 jaar korter en zelfs 15 jaar minder lang in goede gezondheid leven dan mensen met een hoger inkomen. Dit zijn schrikbarende cijfers dus enige regelgeving vanuit de overheid daarvoor, is wel wenselijk.”

Dijkstra is gepromoveerd op sociaal-economische verschillen in voedingsgedrag en voedingsinname. Waarom eten mensen met lager inkomen en lagere opleiding ongezonder? “Er lijkt een bredere benadering nodig om hier verandering in te krijgen waarbij verschillende settingen worden betrokken: armoede, stress, bewegen, slaap, alles zul je in moeten zetten om echt problemen op te lossen. Er is niet één oplossing of één gouden tip. Je hebt een heel scala aan oplossingen nodig waarbij onder anderen wij als wetenschappers en (kinder)diëtisten, verschillende disciplines vanuit voedingswetenschap, bestuurskundigen, antropologen en betrokken hulpverleners uit een buurt moeten samenwerken.”

Ze pleit voor een beperking op het aanbod van ongezond voedsel. Moet alles wat (te) zoet, zout of vet is, verboden worden? Dijkstra: “Nee hoor. Want bijna ieder kind wordt geboren met een voorkeur voor deze smaken. Dat zit erin en iets minder gezonds op zijn tijd hoort erbij. Maar het zou heel mooi zijn als ze opgroeien in een omgeving waarbij de keuze fifty-fifty is, zodat je altijd en overal evenveel kans hebt om gezond te kiezen of ongezond. Dat zou een enorme winst zijn.”  

Altijd op de hoogte blijven?