Scholen, maak een gewoonte van gezond!

VNU 3-22 Scholen groente en fruit

Foto's: IStock/SolStock

De meeste kinderen eten veel minder groente en fruit dan aanbevolen. Onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) in samenwerkingen met externe partijen toont aan dat die hoeveelheid twee keer zo groot is op scholen waar een 10-uurtje met groente of fruit de regel is. Zowel ouders als scholen zijn hierover positief.

Iedere ouder herkent het: laat je je kind kiezen tussen groente en fruit, dan gaat de voorkeur uit naar fruit. Bied je fruit en koek aan, dan wordt het de koek. Uit de Nationale Voedselconsumptiepeiling 2012-2014 blijkt dat slechts 5% van de 4- tot 12-jarigen de aanbevolen hoeveelheid groente eet en 20% de aanbevolen hoeveelheid fruit.

Hoe zorg je ervoor dat kinderen meer groente en fruit binnenkrijgen? Gertrude Zeinstra, senior onderzoeker Consumentengedrag, en Marlies Willemsen, projectleider EUSchoolfruit en Smaaklessen, allebei verbonden aan Wageningen University & Research, hebben hiervoor een eenvoudige en goedwerkende oplossing gevonden. Als scholen namelijk het beleid hanteren dat het 10-uurtje altijd bestaat uit groente en fruit, dan eten kinderen gemiddeld 130 gram groente of fruit tijdens het 10-uurtje, terwijl dit 60 gram is op scholen die deze regel niet hebben. “Dat is meer dan een verdubbeling”, vertelt Zeinstra, “en dit zogenaamde 5-dagenbeleid heeft meer voordelen. Groente en fruit eten wordt een dagelijkse gewoonte en hierover is geen discussie meer. Dat waarderen ouders en leerkrachten.” Willemsen vult aan: ”Kinderen groeien meestal op in een omgeving met veel zoet. Dat is ook gemakkelijk, want koek en snoep zijn lang houdbaar en kinderen vinden het lekker. Voor de gezondheid en smaakontwikkeling is het goed als kinderen groente en fruit leren eten.”

Tips bij de introductie

“De grootste uitdaging is nu om alle scholen te enthousiasmeren, ook als ze gezonde voeding niet als hun taak zien”, vertelt Zeinstra. “Daarbij kunnen ouders en professionals rond het thema jeugd en gezondheid een rol spelen, bijvoorbeeld door leerkrachten en schoolleiders te attenderen op de positieve resultaten van het 5-dagenbeleid.” In het project blijkt dat elke school een eigen aanpak kiest voor de introductie: de een begint met groep 1 en 2, de ander met alle klassen tegelijk. “Het helpt als bij de start het hele team de regels handhaaft, door de afspraken duidelijk te communiceren en door met ouders in gesprek te gaan als kinderen toch een koek meenemen”, aldus Willemsen. Voor de introductie zijn veel tips en materialen beschikbaar (zie kader).

Aan de slag

Scholen die willen starten met het 5-dagenbeleid voor groente en fruit vinden een stappenplan, voorbeeldteksten en video’s op www.wijkiezengroenteenfruit.nu. Op deze site, die is opgezet door WUR en JOGG, zijn ook de contactgegevens te vinden voor eventuele vragen.

Slagkracht

De onderbouwing van het 5-dagenbeleid is de belangrijkste uitkomst van een PPS-project uitgevoerd door WUR, in samenwerking met diverse andere partners. Willemsen over de start: “Als projectleider van EU-Schoolfruit, waarbij scholen gedurende 20 weken op drie dagen per week fruit of groente krijgen voor elke leerling, zag ik hoe enthousiast iedereen was. Ik vroeg me af hoe we het aantal dagen waarop kinderen op school groente en fruit eten, kunnen vergroten. Daarvoor heb ik contact gelegd met collega’s uit het onderzoek en die waren meteen enthousiast. De combinatie van praktijkervaring en onderzoekexpertise zorgde voor extra slagkracht in dit project.”

VNU 3-22 Scholen infographic Groente- en fruitconsumptie van kinderen op 3 soorten scholen.

Zeinstra: “Iedereen weet hoe belangrijk groente en fruit zijn vanwege de vitamines, vezels en mineralen en om chronische ziekten als overgewicht en hart- en vaatziekten tevoorkomen. Ook voor eetgewoonten geldt: jong geleerd, oud gedaan.” Na een aantal voorstudies is de groente- en fruitconsumptie op drie soorten scholen verder onderzocht: zonder beleid (4 scholen met in totaal 196 kinderen), 5-dagenbeleid (3 scholen met 265 kinderen) en een pilot met de fruitschaal (2 scholen met 108 kinderen). Zowel het 5-dagenbeleid als de fruitschaal zijn kansrijk gebleken. De onderzoekers geven de voorkeur aan het 5-dagenbeleid: “Tijdens het project zijn de groente, het fruit en de fruitschalen gefinancierd en geleverd. Wil een school structureel een fruitschaal aanbieden, dan vraagt dat financiën en (gekoelde) opslag. Bovendien krijgen leerkrachten dan extra taken als fruit sorteren, schoonmaken en snijden”, aldus Willemsen.

Mandarijn en tomaat

In het onderzoek zijn de effectiviteit van het 5-dagenbeleid en de ervaringen van ouders bestudeerd. Zo is in de groepen 3, 4 en 5 van elke deelnemende school op twee niet vooraf aangekondigde dagen de inhoud van alle bakjes geïnventariseerd. Er is gekeken welk tussendoortje kinderen bij zich hadden en groente, fruit en andere snacks zijn gewogen. “We hebben veel verschillende groente- en fruitsoorten voorbij zien komen, vooral appel, peer, banaan, mandarijn, komkommer, paprika, wortels en tomaat, en soms ook bleekselderij, druif of meloen. Op scholen met het 5-dagenbeleid had 98% van de kinderen groente of fruit mee voor het 10-uurtje, op scholen zonder beleid 50-60%. Kinderen die het wel meenamen, kregen ongeveer dezelfde hoeveelheid als op de scholen met het 5-dagenbeleid, zoals eerder genoemd ongeveer 130 gram. Daaruit blijkt dat de meeste winst kan worden behaald door meer kinderen op meer dagen groente en fruit te laten eten”, vertelt Zeinstra.

Met een vragenlijst zijn de ervaringen van de ouders in kaart gebracht. De meeste ouders vinden het 5-dagenbeleid zinvol, stimulerend en plezierig en niet vervelend of overdreven. Meer dan 80% van hen gaf aan dat ze voldoende tijd hebben om elke dag groente of fruit klaar te maken en dat het financieel haalbaar is. Opmerkelijk is dat de drie deelnemende scholen met het 5-dagenbeleid in wijken lagen met een lagere sociaaleconomische status, wat impliceert dat het ook voor deze gezinnen realiseerbaar is. Zeinstra besluit: “Het is een kwestie van gewoon beginnen, dan wordt groente en fruit eten vanzelf een gewoonte.”

Op www.euschoolfruit.nl kunnen scholen zich (onder voorbehoud) van 9 - 20 mei aanmelden voor deelname in het schooljaar 2022-2023.

Meer informatie over het onderzoeksproject is te vinden op www.wur.nl/ groenteenfruitopschoolvanzelfsprekend

 

Lees ook
De rol van de diëtist bij kinderobesitas

De rol van de diëtist bij kinderobesitas

‘Lessen uit de stad: een analyse van de integrale aanpak van overgewicht en obesitas bij kinderen in stedelijke gemeenten’. In dit rapport zijn de beste opties verzameld. Welke rol spelen voedingsprofessionals hierin? Volgens Leonie Barelds en Michelle van Roost is kennis uit de praktijk essentieel.

Campagne ‘Trommel zonder Rommel’ wil gezondere broodtrommels voor scholieren

Campagne ‘Trommel zonder Rommel’ wil gezondere broodtrommels voor scholieren

In de broodtrommels van scholieren zit vaak weinig groente of fruit. Daarom is deze week de campagne ‘Trommel zonder Rommel’ van start gegaan. Met deze campagne willen initiatiefnemers Lidl en Voedingscentrum de lunch van basisschoolkinderen gezonder maken.

GroenteCongres reikt Best Practice Award uit voor meer groenten in de zorg

GroenteCongres reikt Best Practice Award uit voor meer groenten in de zorg

Op 8 september vindt het zesde GroenteCongres plaats met als thema ‘Meer groenten in de zorg’. Tijdens het congres wordt de Best Practice Award 2022 uitgereikt, een award voor producten, concepten of initiatieven die uitdagen tot introductie van gezondere gerechten met meer groenten in de zorg. Ideeën kunnen tot 29 augustus ingestuurd worden.