Schooltuin, samen eten of koken helpt

kind tuin

Voedingsonderwijs in Nederland

Tekst: Annette Stafleu, Aletta Boele, Marthe Huigens

Gezond en duurzaam eten is een belangrijk thema voor opgroeiende kinderen en jongeren. Het verdient de voortdurende aandacht, ook op school. De effectiviteit van voedselonderwijs wordt vergroot door kennis te combineren met vaardigheden, zoals eten bereiden, proeven, samen eten of tuinieren in de schooltuin, en het betrekken van ouders hierbij.

Vanuit het Voedingscentrum bestaat de wens dat de Nederlandse jeugd voedselvaardiger wordt. Onder voedselvaardigheid (ook wel food literacy genoemd) wordt verstaan: ‘het hebben van kennis en vaardigheden om eten te kunnen plannen, regelen, kiezen en bereiden ten behoeve van een gezonde, veilige en duurzamere voedingsinname’ (1). Voedselvaardigheden kunnen kinderen nu en later gebruiken om gezonder en duurzamer te kiezen. Veel kinderen krijgen deze vaardigheden thuis niet altijd mee. De school is daarom, naast de thuissituatie, bij uitstek een omgeving waar gezond gedrag op jonge leeftijd gestimuleerd kan worden.

Voedselonderwijs vergroot onder andere de kennis die kinderen hebben over voeding (2, 3). Het is echter meer dan alleen kennisoverdracht. Het effect van voedingsonderwijs wordt vergroot door op structurele wijze kennis te combineren met het aanleren van vaardigheden, zoals eten bereiden, proeven, samen eten of groente verbouwen in de schooltuin. Het is belangrijk dat de lessen zijn afgestemd op de leeftijd van de leerlingen en dat ouders worden betrokken (4). Ook is het belangrijk om voedselonderwijs niet als een losstaand element te zien, maar in te bedden in een geheel aan gezondheidsbevorderende maatregelen in de school.

tabelblauw

Leerplankader

Voor leermiddelenontwikkelaars heeft het Voedingscentrum een doorlopende leerlijn ontwikkeld. Deze leerlijn geeft inzicht in te ontwikkelen kennis, houding en vaardigheden op het vlak van gezond en duurzaam eten voor 0-18-jarigen. De leerlijn Thema Voeding van SLO (Landelijk expertisecentrum voor het curriculum) is gebaseerd op deze doorlopende leerlijn (5). De leerlijn behandelt de kernen voeding en gezondheid, voedselkwaliteit, en eten kopen, bereiden, beleven. Deze kernen zijn onderverdeeld in subkernen. Zie tabel 1. Lesmaterialen van het Voedingscentrum of waar het Voedingscentrum aan meewerkt zijn gebaseerd op de SLO leerlijn. Met het doorlopen van de leerlijn worden kennis en vaardigheden op elk onderwijsniveau op een structurele manier aangeleerd.

Lespakketten

Er zijn voor verschillende schoolniveaus (gratis) lespakketten beschikbaar die gebaseerd zijn op de doorlopende leerlijn. Smaaklessen van het landelijk Steunpunt Smaaklessen & EU-schoolfruit is een lesprogramma over eten en smaak voor groep 1 tot en met 8 van de basisschool. De lessen kunnen worden ingezet bij een projectweek, verspreid over het jaar of kunnen worden gekoppeld aan een reguliere lesmethode (smaaklessen.nl). Smaaklessen is opgenomen in de CGL (Centrum Gezond leven) interventiedata­base met erkenningsstatus eerste aanwijzing voor effectiviteit.

Weet wat je eet van het Voedingscentrum is een online lespakket voor de onderbouw van het vmbo, havo, vwo en mbo. Het bestaat uit tien online lessen van ongeveer een half uur. Krachtvoer van Universiteit Maastricht is een lesprogramma om leerlingen te helpen gezond te leven en gezonde voedselkeuzes te maken. Het is bedoeld voor de eerste twee leerjaren van alle leerwegen van het vmbo. Voor het vak burgerschap voor het mbo heeft het Voedingscentrum lessen over voeding en het eigen voedingsgedrag ontwikkeld. Het doel van de lessen is dat mbo-studenten meer inzicht krijgen in hun eigen voedingsgedrag op het gebied van gezond eten, verleidingen en duurzaamheid.

Gezonde School

Het onderwijs rond het thema voeding richt zich op de keuze voor een meer gezond en duurzaam voedingspatroon. Met de Gezonde School-aanpak werkt een school structureel en samenhangend aan de gezondheid van de leerlingen en het team. Binnen de Gezonde School-aanpak wordt gewerkt met vier pijlers: signalering, educatie, omgeving en beleid. Het leerplankader sluit aan bij de pijler educatie. Met een CGL erkend lesprogramma of een eigen lespakket over voeding dat voldoende subkernen bevat uit de doorlopende leerlijn, voldoet een school aan de pijler educatie van het themacerticicaat Voeding van Gezonde School. Het themacertificaat Voeding kan worden gehaald als naast voedingsonderwijs ook wordt gewerkt aan de pijlers schoolomgeving, signaleren en beleid. Met het vignet Gezonde School kan een school laten zien dat de school een Gezonde School is.

Voedseleducatie is niet verplicht en daarmee geen structureel onderdeel van het Nederlandse curriculum. Het curriculum biedt via wettelijk vastgestelde kerndoelen en doorlopende leerlijnen in het primair en voortgezet onderwijs en via kwalificatiedossiers in het middelbaar beroepsonderwijs aanknopingspunten waar programma’s over gezond, veilig en bewust eten bij aan kunnen sluiten of invulling aan kunnen geven (6). Maar door een gebrek aan concrete kerndoelen op dit onderwerp hangt aandacht voor voeding op school veelal af van de keuzes van de schoolleiding, of persoonlijke interesse van de docent.

Op de basisschool was in 2010 de gemiddelde lestijd voor het onderwerp voeding en gezondheid 7 tot 8 uur (7). Ongeveer de helft integreerde dit onderwerp binnen het biologieonderwijs en circa 40% beschouwde het als apart thema of project. Volgens onderzoek van het RIVM (8) uit 2015 werden in het voortgezet onderwijs op 48% van de scholen één of meerdere projecten uitgevoerd op het gebied van gezonde voeding, bewegen of leefstijl. ‘Weet wat je eet’ werd door de meeste scholen (24%) genoemd. Een eigen project met als thema voeding, bewegen of leefstijl werd door 22% van de scholen uitgevoerd, in de helft van de gevallen in combinatie met een landelijk erkend project. Naast projecten werd ook in 89% van de scholen in het standaard lesprogramma aandacht besteed aan voeding. Volgens ditzelfde onderzoek werden in 44% van de mbo-scholen projecten op het gebied van gezonde voeding, bewegen of leefstijl uitgevoerd. Testjeleefstijl werd het meest gebruikt (22%) en een eigen project werd door 20% van de scholen gedaan, waarbij de helft naast een eigen project ook een landelijk erkend project uitvoerde. Ook in het standaard lesprogramma werd door 68% van de mbo-scholen aandacht besteed aan voeding. Mogelijk is de situatie minder positief, omdat scholen die al actief bezig waren met gezonde voeding vaker deelnamen aan het onderzoek.

Conclusie

Het is van belang om voedseleducatie op een structurele manier in te bedden in het onderwijs. Dit helpt bij de ontwikkeling van een gezond en duurzaam voedingspatroon. Jong geleerd is immers oud gedaan. Vooral voor kinderen die thuis niet alles meekrijgen is de school een belangrijke omgeving om toch de juiste kennis en vaardigheden aan te leren. Voor de meeste schoolniveaus is een CGL erkend lespakket beschikbaar waarin voldoende subkernen uit de doorlopende leerlijn zijn opgenomen. Om ervoor te zorgen dat elk kind voedingsonderwijs krijgt, is het belangrijk dat steeds meer scholen (jaarlijks) besluiten om voedseleducatie in het programma/curriculum op te nemen.

Meer informatie is te vinden op voedingscentrum.nl/onderwijs 

Referenties 

  • Vigden HA & Gallegos D. Defining food literacy and its components. Appetite, 2014:76:50-59. 
  • Battjes-Fries MCE, Haveman-Nies A, Renes R-J et al. Effect of the Dutch school-based education programme ‘Taste Lessons’ on behavioural determinants of taste acceptance and healthy eating: a quasi-experimental study. Public Health Nutrition, 2015;18 (22), 2231-2241.
  • Verdonschot A, de Vet E, van Rossum J et al. Education or Provision? A Comparison of Two School-Based Fruit and Vegetable Nutrition Education Programs in the Netherlands. Nutrients, 2020; 12(11):3280. 
  • Murimi MW, Moyeda-Carabaza AF, Nguyen B et al. Factors that contribute to effective nutrition education interventions in children: a systematic review. Nutrition Reviews, 2018;76(8):553-580 
  • SLO, thema voeding. https://www.slo.nl/thema/meer/gezonde-leefstijl/doelgroepen-thema/voeding/ 
  • Bron J, Keijzer J, van Lanschot Hubrecht V et al. Gezondheidsbevorderend gedrag (PO/VO). Voorstel voor doorlopende leerlijnen. Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede, 2006 
  • Thijssen J, van der Schoot F & Hemker B. Balans van het biologie-onderwijs aan het einde van de basisschool 4. Extra aandachtsgebied Voeding en gezondheid. Uitkomsten van de vierde peiling in 2010. PPON-reeks nummer 44. Periodieke Peiling van het Onderwijsniveau. Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling, 2011
  • Geurts M, Brants H & Milder I. De voedingsomgeving op scholen. De stand van zaken in het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs anno 2015. RIVM Briefrapport 2016-0006, Bilthoven, 2016
Lees ook
Kijktip | Vierdelige serie van Zembla: De uitgeputte bodem

Kijktip | Vierdelige serie van Zembla: De uitgeputte bodem

In deze vrijdagtip kijken we wat verder dan gezondheid alleen. Zembla maakte een serie van vier uitzendingen over het boerenland, want dat is er slecht aan doe. “Vrijwel iedereen is het erover eens dat het radicaal anders moet. Maar waarom gebeurt dat niet?”

Nederlander wil wel minder snoepen, maar gezond aanbod ontbreekt

Nederlander wil wel minder snoepen, maar gezond aanbod ontbreekt

Tweederde van de Nederlanders wil minder snoepen en snacken of is hier al actief mee bezig, maar gebrek aan gezond aanbod maakt het lastig. Dat blijkt uit onderzoek van het Voedingscentrum.

Plant the Future-diner over de eiwittransitie

Plant the Future-diner over de eiwittransitie

Er is een daadkrachtig politiek beleid nodig om de transitie naar een meer plantaardig voedingspatroon ‘het nieuwe normaal’ te maken. Dat werd duidelijk tijdens het eerste Plant the Future-diner dat op 14 oktober werd georganiseerd door de Transitiecoalitie Voedsel in Den Haag.