Stimuleren van de groente- en fruitconsumptie via kinderdagverblijven

VN7-L-Kinderdagverblijven-Afbeelding 3-kinderen met begeleiding-shutterstock_1290250843

Het kinderdagverblijf lijkt de ideale plaats om het eten van groente en fruit door kinderen te bevorderen. In samenwerking met kinderdagverblijven en diverse bedrijven, testten onderzoekers van Wageningen Food & Biobased Research en het Louis Bolk Instituut daarom diverse methoden om juist daar jonge kinderen te stimuleren meer groente en fruit te eten.

Het eten van voldoende groente en fruit is goed voor je gezondheid. Toch halen de meeste Nederlanders, zoals voor alle westerse landen geldt, de dagelijkse aanbeveling van 250 gram groente en 200 gram fruit niet (1). Ook de meeste kinderen in Nederland eten onvoldoende groente en fruit (2,3). Omdat jong aangeleerde eetgewoontes gedurende de rest van het leven behouden blijven, is het van belang dat kinderen op jonge leeftijd leren om voldoende groente en fruit te eten (4).

Ideale setting

Het kinderdagverblijf biedt een ideale setting om de groente- en fruitconsumptie te stimuleren, omdat kinderen daar één of meerdere dagen per week doorbrengen en er een belangrijk deel van hun dagelijkse voeding eten (5). Daarnaast is het een plek waar kinderen spelenderwijs leren. Er zijn echter nog weinig praktische materialen en handvatten beschikbaar waarmee kinderdagverblijven aan de slag kunnen om het eten van groente en fruit te bevorderen. Binnen de publiek-private samenwerking Stimuleren groente- en fruitconsumptie van jonge kinderen via kinderdagverblijven verzamelen en testen onderzoekers van Wageningen Food & Biobased Research en het Louis Bolk Instituut samen met kinderdagverblijven, telers, leveranciers en andere partijen een aantal praktische methoden in/voor kinderdagverblijven om kinderen te stimuleren meer groente en fruit te eten (6). VN7-L-Kinderdagverblijven-Afbeelding-2-kinderen-289x300

Aantal eetmomenten

Uit vijftien interviews met pedagogisch medewerkers (pm-ers) en locatiemanagers van verschillende kinderdagverblijven in Nederland blijkt dat het aantal eetmomenten voor groente en fruit varieert tussen één en drie per dag. Bij bijna alle kinderdagverblijven is er een ‘fruitmoment’ in de ochtend, terwijl het tweede en derde moment soms een lunch en/of een tussendoortje in de middag is.

Aanbod op kinderdagverblijven

Over het algemeen worden fruit en groente bij 1-4 jarigen aangeboden op een bord dat rondgaat. Een aantal kinderdagverblijven maakt per kind een bakje klaar met daarin verschillende soorten fruit en/of groente; dit gebeurt vaker in Coronatijd vanwege hygiëne. Vrijwel alle kinderdagverblijven maken zelf, met de kinderen aan tafel, de groente en het fruit klaar. Standaard worden er appels, peren en bananen als fruit aangeboden. Komkommer is de standaardgroente. Wat er verder nog aangeboden wordt, is seizoensafhankelijk en verschilt per kinderdagverblijf. De kinderen krijgen bij het tussendoor-eetmoment een half tot twee stuks aangeboden. Een aantal kinderdagverblijven biedt een warme lunch aan. Hoeveel groente en fruit de kinderen eten bij de verschillende eetmomenten, verschilt erg per kind: de één eet nu eenmaal meer dan de ander.

Dagelijkse routine

Veel kinderdagverblijven stimuleren het eten van groente en fruit vooral door het onderdeel te maken van hun dagelijkse routine: het zijn vaste momenten die de kinderen herkennen. Daarnaast gaat het vooral om een gezellig gezamenlijk moment aan tafel en geldt er: zien eten, doet eten. Op sommige locaties wordt er vooraf een liedje gezongen, een verhaaltje verteld of gepraat over groente en fruit. De pm-er eet mee, eventueel met eigen meegenomen groente en fruit. Soms mogen de kinderen meehelpen snijden of iets koken. Over het algemeen krijgen ze meerdere soorten aangeboden en wordt er rekening gehouden met wat de kinderen lusten, om weggooien te voorkomen. Pm-ers blijven op een positieve manier aanbieden, maar kinderen worden niet gedwongen iets te eten of te proeven en er wordt ook geen strijd van gemaakt. Pm-ers zien tijdens de eetmomenten terug wat de kinderen thuis gewend zijn.

Rol en randvoorwaarden

Kinderdagverblijven zijn het erover eens dat zij een rol hebben in het groente- en fruit-eetgedrag van de kinderen. Zij zijn tenslotte een plek waar de kinderen een of meerdere dagen per week zijn. Ze zien het duidelijk als een taak die ze delen met de ouders. Over het algemeen zijn kinderdagverblijven tevreden over hun eigen manier van groente en fruit aanbieden en vinden ze dat de kinderen goed eten. Voor de huidige situatie geven de meeste pm-ers en locatiemanagers aan dat er genoeg tijd, materiaal en mankracht is om dit te doen. Bijzondere verwerkingen, zoals smoothies of een soepje maken, kan niet elke dag. Pm-ers en locatiemanagers geven aan open te staan voor nieuwe methoden, tips en praktische ideeën. Budget, tijd, leeftijd van de kinderen, ‘passend bij de organisatie’ en ‘enthousiasme in het team’ worden hierbij als belangrijke randvoorwaarden genoemd.

Evaluatie van strategieën

Naast de interviews is er ook een online vragenlijst uitgezet. Hierin beoordeelden pm-ers en locatiemanagers elf methoden (zie afbeelding 3 en 5) om kinderen (meer) groente en fruit te laten eten op verschillende aspecten: aantrekkelijkheid, implementatie, verwachte effectiviteit, in hoeverre ze de methode al inzetten en of ze er meer mee zouden willen doen. 'Implementatie' is een samengevoegde score van de factoren: 'makkelijk', 'kost weinig tijd', 'goedkoop', 'past binnen de organisatie' en 'zou enthousiast door een collega worden opgepakt'. 'Verwachte effectiviteit' is een gemiddelde score van: helpt om 1) nieuwe groente en fruit te proeven, 2) groente en fruit-eetplezier te verhogen en 3) meer groente en fruit te eten. De lijst werd ingevuld door 71 personen, werkend bij kinderdagverblijven door heel VN7-L-Kinderdagverblijven-Afbeelding-4-moestuinieren-shutterstock_607616723-300x200 Nederland, waarbij Den Haag (n=13), Driebergen (n=11), Wageningen (n=9), Utrecht (n=6) en Amsterdam (n=6) het vaakst voorkwamen.

Aantrekkelijkheid

Afbeelding 1 tot en met 5 laten per methode de gemiddelde scores per aspect zien. ‘Het goede voorbeeld geven als pm-er’ en ‘actief met groente en fruit bezig zijn door koken en moestuinieren’ scoren het hoogst op aantrekkelijkheid. Over het goede voorbeeld geven, zegt een respondent:

‘Ik denk dat het zeker goed is om het goede voorbeeld te geven aan de kinderen. Veel van de medewerkers doet dit, maar misschien goed om daar eens over te praten om dit standaard te doen. Het zal kinderen zeker stimuleren. Of ze meer groente/fruit gaan eten, weet ik niet, maar een goed voorbeeld is zeker het minste dat je kan doen.’

En over koken/moestuinieren:

‘Door de kinderen actief te laten helpen met het klaarmaken van fruit of groente, maak je ze bewuster van wat ze eten en verhoog je zeker het eetplezier.’

‘Het goede voorbeeld geven als pm-er’ en ‘koken en moestuinieren’ komen ook het hoogst uit de bus als methoden waar de respondenten meer mee zouden willen doen en worden, samen met ‘meerdere dagen een onbekende groente- en fruitsoort aanbieden’, door hen al het meest regelmatig toegepast.

Op implementatie scoren ‘het goede voorbeeld geven als pm-er’ en ‘bezig zijn met groente en fruit via liedjes, spelletjes of verhaaltjes’ het hoogste. Methoden als ‘herhaald onbekende soorten aanbieden’, ‘aanbieden van kant-en-klare producten’, ‘inlassen van een extra eetmoment’ en ’trainen van pm-ers’ scoren ook positief op implementatie, maar worden als minder goedkoop gezien.

Tandgezondheid

Bij het aspect 'implementatie wordt onder meer bij het ‘inlassen van een extra eetmoment’ ook opgemerkt dat te veel eetmomenten niet wenselijk zijn voor wat betreft de tandgezondheid en ervoor zorgen dat er te vaak aan tafel wordt gezeten. Bij ‘(herhaald) nieuwe soorten aanbieden’ geeft men aan dat dit moet passen binnen het budget en assortiment van de leverancier. Methoden als ‘in vrolijke vorm aanbieden’, ‘trainen van pm-ers’ en ‘koken/moestuinieren’ worden als tijdrovender ervaren. Over koken en moestuinieren schrijft een respondent:

‘Het gaat natuurlijk sneller als je het zelf doet. Dus als je het gaat toepassen, moet je er genoeg tijd voor nemen en je moet de juiste materialen hebben. Zeker met jongere kinderen is het toch wat gevaarlijker. Voor de

moestuin heb je best veel tijd nodig en alle collega's moeten dan ook meewerken, dat is denk ik wel een probleempje.’

Belonen niet populair

  • De respondenten zijn minder positief over belonen. Een reactie:
  • ‘Belonen geeft scheve gezichten, of een kind gaat iets tegen zijn zin in eten omdat het bijvoorbeeld ook graag een sticker wil. Kinderen moeten ervarend leren eten en niet omdat ze er dan iets voor krijgen als beloning.’

Bijna alle methoden worden relatief als het meest effectief beoordeeld op ‘helpt om groente en fruit te proeven’ en relatief het minst op ‘helpt om meer groente en fruit te eten’. ‘Helpt om eetplezier te stimuleren’ zit daar tussenin. Methoden die volgens de respondenten het beste helpen om kinderen meer groente en fruit te laten eten, zijn ‘als pm-er het goede voorbeeld geven’, ‘kant-en-klare producten aanbieden’ en - met wat lagere scores – ‘herhaald nieuwe soorten aanbieden’ en ‘koken/moestuinieren’.

Goed voorbeeld doet goed volgen

Al met al werd ‘het goede voorbeeld geven als pm-er’ op alle aspecten het beste beoordeeld. De meeste andere methoden werden ook als behoorlijk positief gezien, terwijl de respondenten niet enthousiast waren over 'belonen' en 'het gebruiken van digitale middelen'; op kinderdagverblijven wil men zo weinig mogelijk gebruikmaken van ‘schermpjes’.

Dit project is onderdeel van de PPS-implementatie van voedingsinterventies in intramurale zorginstellingen en Horeca (TU18012) en wordt gefinancierd door het Ministerie van LNV. De partners die participeren in dit project zijn Partou, Kindergarden, DAK Kindercentra, Van Kekem Fruit, Koppert Cress, Greenco, Atlantis Handelshuis, JOGG, NFO en Drukkerij Lijnco en de gemeente Wageningen in een gelieerd project. Vanuit een klankbordgroep nemen daarnaast Steunpunt Smaaklessen & EU-Schoolfruit, BOinK, kinderarts Koen Joosten, Voedingscentrum/Gezonde Kinderopvang, HAS Hogeschool en NAGF/GroentenFruit Huis deel.

Bekijk in de pdf de grafieken met de data uit het onderzoek op kinderdagverlijven.

Afbeelding 1-5. Gemiddelde score van de respondenten (n=71) op verschillende (samengestelde) aspecten van elf methodes om de groente- en fruitconsumptie bij jonge kinderen te stimuleren, op schaal 1 (helemaal niet mee eens) tot 7 (helemaal mee eens).

Conclusie en vervolgonderzoek

De resultaten van dit onderzoek laten zien dat, binnen een aantal randvoorwaarden, kinderdagverblijven open staan voor praktische toepassingen en er meerdere methoden passend kunnen zijn om kinderen te stimuleren meer groente en fruit te eten. Vanwege verschillen tussen kinderdagverblijven lijkt het belangrijk om meerdere opties aan te bieden, zodat zij een methode kunnen kiezen die goed bij hen past en aansluit bij hun situatie en beleid. Ook is het belangrijk om in het achterhoofd te houden dat degenen die de vragenlijst ingevuld hebben, waarschijnlijk medewerkers zijn geweest die dit thema, het bevorderen van het eten groente en fruit, een warm hart toedragen. Dit kan betekenen dat hun collega’s hier anders in staan of minder met dit thema bezig zijn. Om juist ook hen mee te krijgen in een positieve aanpak rondom groente- en fruitconsumptie, zal een mooie uitdaging zijn. In de volgende stap van dit project wordt een aantal methoden uitgewerkt en geïmplementeerd op verschillende kinderdagverblijven, waarbij de impact en haalbaarheid ervan wordt onderzocht.

Referenties

  1. Waxman A. Prevention of chronic diseases: WHO global strategy on diet, physical activity and health. Food and nutrition bulletin, 2003;24(3):281-284.
  2. National Institute for Public Health and the Environment, Van Rossum C, Nelis K, Wilson C & Ocké M. National dietary survey in 2012-2016 on the general population aged 1-79 years in the Netherlands. EFSA Supporting Publications, 2018;15(9):1488E.
  3. Goldbohm RA, Rubingh CM, Lanting CI & Joosten KF. Food consumption and nutrient intake by children aged 10 to 48 months attending day care in the Netherlands. Nutrients, 2016;8(7):428.
  4. Nicklaus S & Remy E. Early origins of overeating: tracking between early food habits and later eating patterns. CurrentObesityReports, 2013;2(2):179-184.
  5. CBS. Kinderopvang voor werkende ouders belangrijker geworden. Webmagazine, maandag 18 oktober 2010.
  6. Website: https://www.wur.nl/nl/Onderzoek-Resultaten/Onderzoeksinstituten/Economic-Research/show-wecr/Implementatie-van-voedingsinterventies-in-intramurale-zorginstellingen-en-horeca.htm
   
Lees ook
Leestip: Salt, sugar, fat door Michael Moss

Leestip: Salt, sugar, fat door Michael Moss

Elke vrijdag deelt de redactie van Voeding Nu een kijk-, luister- of leestip. Vandaag tippen we het boek Salt, sugar, fat van Michael Moss.

PlantLab verviervoudigt oppervlakte productielocatie

PlantLab verviervoudigt oppervlakte productielocatie

Vanaf november 2021 breidt scale-up PlantLab uit met 11.000 vierkante meter indoor farm in Amsterdam. Op de locatie worden groenten en kruiden geteeld onder gecontroleerde, ideale omstandigheden.

Cursus kindervoeding en kinderdiëtetiek

Cursus kindervoeding en kinderdiëtetiek

Bij HAN University of Applied Sciences start 16 december de vernieuwde post-HBO cursus Kindervoeding en kinderdiëtetiek voor diëtisten en verwante professionals.