Variatie verhoogt groente-inname door kinderen

VN4-Onderzoek-groente-acceptatie-afbeelding-2-paprike-CSIRO-Veg_190625_4124

De groente-inname van kinderen in de meeste Westerse landen voldoet niet aan de aanbevolen hoeveelheden. Smaak en andere sensorische eigenschappen van groenten blijken belangrijke barrières. Nieuwe interventies zijn nodig om de acceptatie van groente door kinderen te vergroten en daarmee een duurzame verhoging van de inname te bewerkstelligen.

Veel ouders zullen het volgende tafereel herkennen: het gezin zit gezellig aan tafel voor de avondmaaltijd, maar zoon- of dochterlief weigert de groente te eten: ‘Bah!’ Maar groente is belangrijk in een gezond en gebalanceerd dieet, dus wat te doen?

Smaakvoorkeuren

Kinderen worden geboren met een voorkeur voor zoet en een afkeer van bitter. Ook leren ze al heel jong de smaak van zout en vet te waarderen. Het smaakprofiel van groenten past daar niet goed bij; de meeste groenten zijn immers niet zoet, tamelijk neutraal van smaak en sommige zelfs bitter. De acceptatie van de smaak van groente moet dus, net als van de meeste smaken waar geen aangeboren voorkeur voor is, worden aangeleerd. De kindertijd is daarvoor een cruciale periode.

Smaakwaardering

Smaakwaardering is een van de belangrijkste determinanten van de voedselkeuze en -inname van kinderen. Door kinderen te leren de smaak van groenten te appreciëren, kan de inname ervan worden verhoogd. Bovendien is aangetoond dat voedingspatronen en -voorkeuren die in de kindertijd gevormd zijn een rol blijven spelen op latere leeftijd. De ontwikkeling van smaakvoorkeuren van kinderen heeft dus ook langetermijneffecten. Ouders zijn zich veelal niet bewust van het belang van deze ontwikkeling; vaak wordt gestopt met het aanbieden van een bepaald voedingsmiddel als een kind een of meerdere keren heeft aangegeven het niet lekker te vinden.

Herhaalde blootstelling

Er is de laatste jaren veel onderzoek verricht naar welke mechanismen werken om de acceptatie van groenten door kinderen te

vergroten. Herhaalde blootstelling is daarbij als één van de meest effectieve naar boven gekomen. Met herhaalde blootstelling wordt het meermaals eten van hetzelfde voedingsmiddel bedoeld. Een heel kleine portie is afdoende om dit effect te bewerkstelligen, maar dit effect blijft beperkt tot de aangeboden groente. Het blijft dus zoeken naar interventies die de acceptatie van meerdere soorten groenten tegelijkertijd kunnen verhogen.

Onderzoek bij baby's

Kinderen in de leeftijd van 4 tot 6 jaar worden gekenmerkt door een hoge voedselneofobie en kieskeurigheid. Dat wil zeggen: een angst voor en afwijzing van nieuwe of ongewaardeerde voedingsmiddelen. Een onderzoek met baby’s die begonnen met bijvoeding toonde aan dat het herhaald blootstellen aan een combinatie van verschillende groenten de acceptatie van deze groenten meer vergrootte dan de herhaalde blootstelling aan één bepaalde soort groente. Bovendien deed het de inname stijgen van andere groenten waaraan het kind niet was blootgesteld (overdrachtseffect). Dit is een resultaat van een pilotonderzoek met een groep van 32 Australische kinderen in de leeftijd van 4 tot 6 jaar met een lage groenteconsumptie (1). Het is niet bekend of deze principes ook werken bij oudere kinderen.

Jonge kinderen hebben snel last van voedselneofobie.

 

Effect van variatie op groente-inname

In genoemde pilotstudie werd met een gerandomiseerde onderzoeksopzet de effectiviteit van twee varianten van de strategie ‘herhaalde blootstelling’ op waardering en inname van groenten door kinderen vergeleken met een controlegroep. De twee varianten waren:

1. Herhaalde blootstelling over 15 gelegenheden aan 1 groente (broccoli) over 5 weken (per keer 2 hapjes van dezelfde groente);

2. Herhaalde blootstelling over 15 gelegenheden aan 3 verschillende groenten (broccoli, courgette en doperwtjes) over 5 weken (per keer een klein hapje van 2 van de 3 groenten, roterend over de gelegenheden).

De controlegroep bleef het eigen voedingspatroon volgen. Ouders voerden de strategieën thuis uit. Ze kregen specifieke instructies over hoe de groenten aan te bieden aan de kinderen, hoe hun kind aan te moedigen en wanneer te stoppen met aanmoedigen. Als beloning voor het proeven kregen de kinderen een sticker. De ervaringen werden bijgehouden in een dagboekje.

Smaakontwikkeling is ook op lange termijn belangrijk

 

De groente-inname van de kinderen werd gemeten op drie manieren, voor en na de interventie: tijdens een experimentele maaltijd in het onderzoekslaboratorium, met gewogen voedseldagboekjes gedurende drie dagen (van de totale inname thuis, op school en/of kinderopvang) en middels door de ouders gerapporteerde gewoonlijke dagelijkse groente-inname van het kind. Eveneens werden waarderingsdata en data over voedselneofobie verzameld.

grafiek-1-groente-inname

grafiek-2-groente-inname Afbeelding 1 A en B. Ontwikkeling van gemiddelde acceptatie van de aangeboden groente(n) als functie van aanbiedingsdag voor kinderen blootgesteld aan: A) één groente (broccoli), B) drie verschillende groenten (blauwe lijn = broccoli, groene lijn = courgette, gele lijn = doperwten). * is significant verschil met de eerste dag.

Resultaten: waardering stijgt

Het onderzoek liet een stijging zien in de waardering van groente onder kinderen in beide interventiegroepen. Deze hogere waardering bleef drie maanden na de interventie gehandhaafd. De ontwikkeling van de smaakacceptatie tijdens de interventie liet ook een stijgende lijn zien (afbeelding 1). De waardering van de groep die werd blootgesteld aan meerdere groenten tegelijkertijd steeg sneller dan bij de groep die werd blootgesteld aan één groente (een statistisch significant verschil werd respectievelijk na 5 en 9 dagen waargenomen). De gewoonlijke, dagelijkse groente-inname steeg van 0,6 (~45 g) tot 1,2 (~90 g) porties in de groep die werd blootgesteld aan meerdere groenten. In de andere twee groepen zagen de onderzoekers geen verandering.

 

Makkelijk te implementeren

De gerapporteerde groente-inname in voedseldagboekjes liet dezelfde trend zien. Echter deze resultaten waren niet statistisch significant omdat de dagelijkse groente-inname van dag tot dag een grote variatie liet zien. Er waren geen verschillen in groente-inname bij de maaltijden die in het onderzoekslaboratorium werden genuttigd. Verder werd direct na de interventie in alle groepen een reductie van voedselneofobie gezien. De ouders vonden beide interventiestrategieën gemakkelijk te implementeren en een meerderheid voerde de instructies uit op de interventiedagen.

Conclusies

  • Herhaalde blootstelling aan meerdere groenten tegelijkertijd kan een voordeel hebben op het vergroten van de acceptatie en inname van groenten ten opzichte van herhaalde blootstelling aan één en dezelfde groente door kinderen in de leeftijd waarop ze het meest gevoelig zijn voor (de ontwikkeling van) voedselneofobie.
  • Een mogelijke verklaring is dat de variatie in verschillende smaakprofielen helpt om smaakverveling te voorkomen.
  • De strategie van herhaalde blootstelling aan diverse groenten lijkt gemakkelijk implementeerbaar voor ouders in de thuisomgeving en is daarmee veelbelovend.
  • Deze studie is slechts een pilotonderzoek geweest, gezien de kleine onderzoeksgroep. Grootschalig vervolgonderzoek wordt dan ook aangeraden.
  • Referenties:
  • 1. Poelman AAM, Delahunty CM, Broch M & De Graaf C. Multiple vs Single Target Vegetable Exposure to Increase Young Children's Vegetable Intake. J Nutr Edu Beh. 2019. doi.org/10.1016/j.jneb.2019.06.009
  • Auteur: Astrid Poelman, CSIRO Australië en Wageningen Universiteit
Lees ook
Slasoorten stammen af van 6.000 jaar oude plant

Slasoorten stammen af van 6.000 jaar oude plant

De sla die wij tegenwoordig eten, stamt af van wilde plantjes die 6.000 jaar geleden in de Kaukasus groeiden.

HAK stapt in vers

HAK stapt in vers

Groenteverwerker HAK wil consumenten meer groente laten eten. Dat doet het bedrijf door nieuwe eetmomenten buiten de avondmaaltijd te creëren.

Hoe bereik je jongeren als het over groente gaat?

Hoe bereik je jongeren als het over groente gaat?

In het zesde nummer van Voeding Nu vorig jaar werd beschreven hoe groenterijke snacks door jongeren gewaardeerd werden na introductie in schoolkantines (1). Een belangrijke vraag die hierbij naar boven kwam is: hoe communiceer je met jongeren over groente en groenterijke producten? Ook dit is onderzocht binnen het project Groente als Ingrediënt van...