Interview Guido Camps: Vet lekker!

20210412_ovdw_5732

Tekst: Angela Jans | Foto's: Oscar van der Wijk

Het zijn niet alleen bouwstenen en smeermiddelen voor ons lichaam, vetten bepalen ook de smaak van voedingsmiddelen. Waarom vinden we vet eigenlijk zo lekker? Dr. Guido Camps, dagvoorzitter en spreker op het congres VoedingNL 21 over Vet en metabole gezondheid: “Vet is gewoon de zesde smaak, naast zoet, zout, zuur, bitter en umami.”

Guido Camps kan het weten, als oud-finalist (2016) van het populaire tv-programma Heel Holland Bakt, schuwt hij het gebruik van roomboter niet. Al eten ze thuis - hij zelf, zijn vriendin en hun drie jongen kinderen - zo min mogelijk vet en kopen ze standaard nul procent vetzuivel. “Ik herinner me dat ik een keer per ongeluk volle yoghurt had gekocht. Geheel onvoorbereid nam ik een hap en toen ik het proefde dacht ik meteen: wow wat is dit lekker!”

Wie is Guido Camps?
Geboren: 1983 in Nijmegen
Woont: in Zeist
Werkzaam: als onderzoeker bij de WUR
Opleiding: Universiteit Radboud, Universiteit Utrecht, Harvard University
Vrije tijd: bakt graag (finalist Heel Holland Bakt 2016) en houdt bijen

Bakken is een hobby, beroepsmatig is Guido Camps niet alleen als onderzoeker verbonden aan Wageningen University & Research (WUR). Daarnaast is hij sinds kort is hij ook wetenschappelijk directeur van het ICAI, het Innovation Center for Artificial Intelligenge, samen met prof. dr. Tibor Bosse van Radboud University. Dit lab is gericht op gezondheid, gedrag en voeding. Camps houdt zich daar voornamelijk bezig met verzadiging, fysiologie en de technische kant van het onderzoek; sensoren die meten wat mensen aan het eten zijn. Deze sensorontwikkeling en algoritmen worden gebruikt om fysiologie beter te begrijpen.

Kwaliteit van data

“Het is onmogelijk goed voedingsonderzoek te doen als de onderliggende informatie ondeugdelijk is. De resultaten van elk onderzoek staan of vallen bij de kwaliteit van de data. Omdat we weten dat het heel lastig is, goed te meten wat iemand precies eet, is het van belang dat we betere inzichten krijgen. Het is bekend dat als je iemand een lijst laat invullen met vragen als: ‘wat heb je gisteren gegeten?’ er serieuze haken en ogen zitten aan de antwoorden. Die zijn subjectief. Het komt neer op zo’n 60 procent van de werkelijkheid. Het gevolg: als je op basis daarvan bijvoorbeeld gaat onderzoeken hoe erg het is als mensen te veel zout eten, zal de uitkomst en het daarop vervolgens gebaseerde advies, altijd die fouten in zich meenemen. Sensoren kunnen harde, objectieve informatie leveren zonder dat de deelnemer daar moeite voor hoeft te doen of iets hoeft te onthouden. Hoe correcter de data, hoe beter de onderzoeken hoe meer zin advies heeft. In het lab gebruiken we slimme sensoren en video om data van kauw- en eetgedrag te verzamelen. Die data kunnen leiden tot betere, persoonlijk gespecificeerde adviezen. We analyseren foto’s en videobeelden en gebruiken moderne technieken als hyperspectrale camera’s om de informatie over wat iemand exact eet, te verbeteren. Want op het moment dat je grote epidemiologische studies gaat doen of andere onderzoeken, moeten je data zo correct mogelijk zijn.”

‘We gebruiken moderne technieken om informatie over wat iemand exact eet, te verbeteren’

De continue glucosemeter voor mensen met diabetes en de smartwatch, zijn bijvoorbeeld toepassingen van sensoren die inmiddels gemeengoed zijn. Camps: “Vroeger werd voedingsadvies doorgaans gegeven op basis van groepsresultaten. Maar het is natuurlijk veel passender als je iemand kunt adviseren op basis van persoonlijke metingen. De een reageert immers met een veel hogere bloedsuikerspiegel op een banaan dan de ander. Met behulp van sensoren krijg je een veel beter inzicht in iemands persoonlijke staat. Die ontwikkeling gaat hard en voeding gaat daarin mee. Begin 2021 publiceerden we een onderzoek over een dienblad dat vol hing met sensoren. Iedere hap, de hoeveelheden, alles werd geregistreerd. Aan de hand van de resultaten proberen we digitale voedingscoaches slimmer te maken en voedingsprofessionals zoals diëtisten van betere data te voorzien. Zo kunnen zij hun consulten besteden aan zorg in plaats van aan data verzamelen.”

Verzadiging

Eerder, tijdens zijn promotieonderzoek, hield Camps zich vooral bezig met het proces van verzadiging. Zo kwam onder meer nadrukkelijk naar boven dat goed kauwen van groot belang is. “Verzadiging is niet zozeer 1:1 een factor van maagvulling of calorieën. Het blijkt meer te gaan om oral processing, dus: wat stop je in je mond, wat proef je en hoe lang kauw je erop? Vanuit Wageningen hebben we meerdere werken gezien, waarbij de theorie is dat als je dat gaat loskoppelen, dus snel en makkelijker voedsel neemt, men zich sneller overeet. Vroeger moesten we voor elke calorie in de mond vaak harder werken. Nu gooi je een smoothie of snack zo naar binnen. Soms zijn dat vitaminebommen of gezondheidsdrankjes, maar meestal niet. Het gaat vaak om de lekkere smaak waarbij je schrikt van de calorieën. Een groene shake wordt dankzij toevoeging van avocado bijvoorbeeld een calorierijk drankje waar je relatief weinig verzadiging voor terugkrijgt.”

Uit onderzoek wordt duidelijk dat vooral kauwen, ofwel oral processing, bepalend is voor het aantal calorieën dat iemand eet. Hoe moeilijker hoe minder, hoe makkelijk hoe meer. Waarom zouden mensen dat dan toch willen? Camps: “Omdat we gevoelig zijn voor beloningen met een lekker smaakje. Hedonisch eten, eten voor het genot, wordt steeds belangrijker. Twintig jaar geleden kreeg je tijdens een congres in een hotel een kopje filterkoffie met eventueel een koekje. Tegenwoordig, althans tot corona, komt een ober eerst de bestelling opnemen: wilt u een gewone koffie of liever een cappuccino, latte, een muffin erbij? En iedereen neemt het, want het is lekker. Zo overeet je ongemerkt tussen de maaltijden door, want in die melk en muffins zit veel vet. En vet is per gram het meest caloriedicht. Suiker bevat 4 calorieën per gram, bij vet is dat 9 per gram. We weten dat veel mensen te zwaar zijn door verschillende factoren, zoals genen, leefstijl, en ziektes. Allemaal waar, maar het innemen van calorieën is en blijft een belangrijke component. Dat zie je ook terug bij de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. Voor een goede gezondheid moet je gewoon veel plantaardig eten (en dan dus hele plantendelen), een beetje vis of vlees, wat zuivel en dat is het dan. En niet zoveel van die heerlijke met roomboter bereidde tussendoortjes.”

20210412_ovdw_5856

Vet en brein

Maar die vetrijke tussendoortjes zijn verleidelijk, want vetten hebben invloed op je brein. Hersenen registreren namelijk genot bij lekker eten. Daarnaast beïnvloeden omega vetzuren het brein. Er is wetenschappelijk bewijs dat essentiële vetzuren niet alleen van belang zijn voor de ontwikkeling van het brein van de ongeboren baby, maar dat consumptie ervan ook op latere leeftijd cognitieve achteruitgang kan verminderen.

Vet heeft dus vele eigenschappen, en ook verschillende belangen. Camps: “Als je een diëtist spreekt zal de tendens zijn: vet is iets wat je moet verminderen in je voedingspatroon. En als je het al eet, gebruik dan goede vetten zoals olijfolie en niet ossenvet. Iemand die zich bezighoudt met lichaamscompositie zal denken aan het verschil tussen visceraal en subcutaan vet. En spreek je iemand over metabool syndroom, dan denk diegene aan vetweefsel als een orgaan. Dat is een ontwikkeling in de laatste paar jaren. Mij is op school tijdens biologie nog geleerd dat vet nodig was als een soort kussen om de belangrijke organen van je lichaam te beschermen, maar het blijkt naast energieopslag ook een endocrien orgaan te zijn dat hormonale sturing geeft en krijgt. Als laatste heb je nog het verschil tussen bruin vet en wit vet in het weefsel. Ik ken al die perspectieven, maar ben ook dol op lekker eten. Ik zie vet daarom vooral als integrale component van smaak; een bouwsteen die je nodig hebt om gerechten (lekker) te maken. Juist vanwege de hoge hoeveelheid calorieën probeer ik minder vet te eten, maar als ik het dan eet, wil ik er graag extra van genieten. Daarom gebruik ik bijvoorbeeld toch weleens volle melk voor mijn cappuccino.”

Vet heeft veel gezichten en we weten er nog lang niet alles van. Het antwoord op de vraag ‘waarom is het zo lekker?’ is ingewikkeld. Camps: “Vet geeft een bepaalde romigheid en rijkheid aan producten. Maar het lijkt ook een smaakdrager te zijn die je in staat stelt om andere smaken beter te proeven. Ik denk dat niet veel mensen zich realiseren hoeveel kilo’s roomboter er in een restaurant met een Michelinster doorheen gaan. Bijna alles wordt daar afgemonteerd met roomboter, puur omdat we dan het gehele gerecht smaakvoller vinden.”

Vet is dus vet lekker. Hoe dat komt wordt, naast nog veel meer onderwerpen, besproken tijdens het VoedingNL congres op 10 juni over Vet en Metabole gezondheid.

Kijk voor meer informatie en inschrijven op: www.voedingnl.nl

Congres VoedingNL 21

Wat is de rol van verzadigde, onverzadigde en andere vetten in de voeding? Deze en vele andere vragen komen aan de orde op donderdag 10 juni tijdens het congres VoedingNL21 met als thema: Vet en metabole gezondheid.

Sinds 2010 organiseren vijf toonaangevende organisaties van voedingsprofessionals vrijwel jaarlijks het congres VoedingNL. Kenmerkend voor dit congres is de combinatie tussen wetenschap en praktijk. Aan de orde komen doorgaans onderwerpen die nog niet zijn uitgekristalliseerd, maar waarover je in de nabije toekomst vast meer gaat horen.

Daarnaast biedt het een platform voor jong talent omdat hier elk editie de Young Professional Award (YPA) wordt uitgereikt en de winnaar een presentatie mag verzorgen. Vast onderdeel is ook een posterpitch, waar eveneens een winnaar uit naar voren komt. Kortom, er valt veel te leren en te winnen op dit evenement dat dit jaar vanwege de coronamaatregelen zowel in Utrecht (beperkt aantal deelnemers) als online is bij te wonen.

Naast dagvoorzitter Guido Camps is prof.dr. Jogchum Plat, van de Universiteit Maastricht, een van de sprekers. De titel van zijn lezing: ‘Wel of geen HDL in het cardiovasculair risicoprofiel’. Plat: “Je mag je afvragen of HDL-cholesterol wel in het cardiovasculair risicoprofiel thuishoort. Een hoog serum HDL-cholesterolgehalte is weliswaar geassocieerd met een verlaagde kans op hart- en vaatziekten, maar we vinden geen causaal verband als we kijken naar de effecten van interventies die het serum HDL-cholesterol verhogen. Nieuwe verrassende inzichten geven duidelijkheid over het achterliggende mechanisme.”

Programma VoedingNL

Donderdag 10 juni
Aanvang 10.00 uur
Einde 17.15 uur

Deelnemers kunnen dit keer kiezen uit digitale of (beperkte aantal plaatsen) klassikale deelname in Utrecht. Kijk voor meer informatie en inschrijven op: www.voedingnl.nl

Initiatiefnemers

Het congres is een gezamenlijk initiatief van vijf organisaties op het gebied van voeding en gezondheid:
• Alliantie Voeding in de Zorg (AVZ)
• Diëtisten Coöperatie Nederland (DCN)
• Nederlandse Academie van Voedingswetenschappen (NAV)
• Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD)
• NVVL Network For Food Experts (NVVL)

 

Lees ook
Standpunt: De eetomgeving moet gezonder

Standpunt: De eetomgeving moet gezonder

Begin 2021 verscheen een beoordeling van het rijksoverheidsbeleid voor de voedselomgeving in Nederland, de zogeheten Healthy Food Environment Policy Index Nederland. Een belangrijke conclusie is dat er nog veel mogelijkheden zijn voor de Nederlandse overheid om haar beleid op de voedselomgeving te verbeteren [1].

Wie durft? Zaak tegen de overheid

Wie durft? Zaak tegen de overheid

De Nederlandse overheid faalt in de aanpak van de obesitaspandemie. De regering ontwikkelt te weinig beleid voor een gezonde voedselomgeving en laat kansen liggen om overgewicht te bestrijden. Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit Utrecht, Wageningen UR en Sciensano, de Belgische evenknie van het RIVM.

De passie van:  NAV-lid Laura van der Velde

De passie van: NAV-lid Laura van der Velde

In De passie van... spraken we Laura van der Velde. Ze is onderzoekers bij de LUMC-Campus in Den Haag en mocht de VoedingNL Award dit jaar in ontvangst nemen. Van der Velde onderzoekt voedselonzekerheid in Nederland en de gevolgen daarvan voor de gezondheid en voedingsinname.