Vicevoorzitter Gezondheidsraad: 'We zitten in een proces naar meer transparantie'

Marianne-Gelijnse

Welke professional zit niet te wachten op een advies van de Gezondheidsraad? Heldere, goed onderbouwde richtlijnen die duidelijkheid scheppen en waar beleidsmakers en professionals mee uit de voeten kunnen, over bijvoorbeeld voedingsnormen. Bij vicevoorzitter Marianne Geleijnse rees de vraag of het veld wel een beeld heeft bij hoe die adviezen, normen en richtlijnen tot stand komen. Reden voor een gesprek.

Geleijnse is nu ongeveer twee jaar vicevoorzitter van de Gezondheidsraad en het bevalt haar goed. Ze verdeelt haar tijd over het werk voor de raad en het hoogleraarschap Voeding en Hart- en vaatziekten aan Wageningen Universiteit. Voedingsonderwerpen liggen haar na

aan het hart en het werk bij de Gezondheidsraad is heel breed en interessant, uitdagend en afwisselend, vindt ze. ‘We behandelen allerlei vraagstukken op het gebied van gezondheidszorg en volksgezondheid. Ook veel niet-klinische vragen, bijvoorbeeld over de leefomgeving of gevaarlijke stoffen.’ De mogelijk schadelijke gevolgen van het gebruik van purschuim in huizen is zo’n onderwerp.

Luisteren

Ze wil graag een keer vertellen hoe de adviezen van de Gezondheidsraad tot stand komen. ‘Ik heb de indruk dat niet altijd goed wordt gezien hoe dat in zijn werk gaat en waar de adviezen op gebaseerd zijn’, zegt ze. Het past in de lijn van de raad om meer naar buiten te willen treden. ‘We zitten in een proces waarmee we transparantie willen vergroten en meer inzicht geven in hoe we werken. We zijn ons bewust van onze omgeving en luisteren naar geluiden uit de samenleving, zonder afbreuk te doen aan de wetenschap en onze onafhankelijkheid.’

Wetenschappelijk gezag

De raad is een onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan voor regering en parlement en heeft als missie het vertalen van wetenschap voor beleid. Hoewel zijn adviezen een sterke doorwerking hebben in het overheidsbeleid en daarbuiten, vindt Geleijnse dat wetenschappelijk gezag wel elke dag opnieuw verdiend moet worden. ‘Dat gezag is niet meer zo vanzelfsprekend als het was; mensen willen meekijken met hoe je dingen aanpakt en op welke manier de adviezen tot stand komen. Ik denk dat dat goed is. Als Gezondheidsraad moedigen we dat aan: kijk mee, wees kritisch en bevraag ons. Afhankelijk van het onderwerp houden we bijvoorbeeld regelmatig openbare commentaarrondes voordat adviezen worden voltooid. We delen daarbij de achtergronddocumenten en de door ons geraadpleegde literatuur met de buitenwacht en bieden de gelegenheid om te reageren, bijvoorbeeld op de vraag of we belangrijke informatie over het hoofd zien. Daarnaast geven we steeds vaker acte de présance op congressen en symposia, om zichtbaar te zijn en om vragen te beantwoorden.’

Dat botst volgens Geleijnse niet met het werkveld van bijvoorbeeld het Voedingscentrum, dat veel meer gericht is op het grote publiek en de praktijk. ‘Wij concentreren ons primair op beleidsmakers en professionals en leggen graag uit welke werkwijzen we hanteren om tot een advies te komen. Dat neemt niet weg dat we steeds vaker toegankelijke informatiekanalen  gebruiken waar ook het grote publiek wat mee kan, zoals infographics, videoboodschappen en webinars.’

Commissies

De Gezondheidsraad bestaat uit een raad met zo’n honderd benoemde leden die verdeeld zijn over vaste adviescommissies. Ook zijn er minstens zo veel wetenschappers die deelnemen aan de zogeheten ad-hoccommissies. De conceptadviezen worden door een beraadsgroep getoetst op wetenschappelijke kwaliteit en op consistentie met andere adviezen van de raad. ‘Het is een netwerk van experts uit allerlei hoeken van de wetenschap’, licht Geleijnse toe. Voedingsonderwerpen komen in de regel terecht bij de vaste Commissie Voeding. Ad-hoccommissies worden, zo de naam al aanduidt, tijdelijk in het leven geroepen voor specifieke onderwerpen of adviesaanvragen, zoals de Commissie Alcohol en hersenen in 2018 en de huidige commissie Voedingsaanbevelingen voor zwangere vrouwen.

‘De commissies op het gebied van voeding zijn niet zomaar groepjes voedingsonderzoekers’, zegt Geleijnse. ‘Het gaat om een zeer gevarieerd wetenschappelijk gezelschap met diverse expertises. Belangrijk is dat een commissie bestaat uit experts met verschillende wetenschappelijke achtergronden. Niet alleen voedingsdeskundigen, maar ook artsen, toxicologen, fysiologen, sociale wetenschappers en deskundigen uit andere relevante disciplines. Die multidisciplinariteit in de commissies, met vertegenwoordiging uit zowel de medische als niet-medische wereld, is erg waardevol voor de kwaliteit en doorwerking van onze voedingsadviezen. Nadat de betrokken minister of staatssecretaris het advies heeft overgenomen, is het belangrijk dat de boodschap breed gedragen wordt door het veld.’

‘Een advies van de Gezondheidsraad hoort gebaseerd te zijn op een onbevooroordeelde, transparante weging van wetenschappelijke gegevens, feiten en opvattingen’, weet Geleijnse. Om dit te borgen, overleggen de leden die in de commissies van de Gezondheidsraad zitting nemen dan ook een belangenverklaring die openbaar wordt gemaakt. Daarmee geven ze inzicht in hun nevenfuncties en in mogelijke directe en indirecte belangen, waaronder extern gefinancierd onderzoek. Als er (een schijn van) belangenverstrengeling is, dan kan dat de geloofwaardigheid van het advies ondermijnen. ‘Soms kan een wetenschapper die samenwerkt met het bedrijfsleven zulke specifieke

kennis hebben, dat deze toch waardevol is voor een advies. In dat geval kunnen we die expert bijvoorbeeld laten deelnemen in de rol van “geraadpleegd deskundige”, zonder stemrecht’, licht Geleijnse toe.

Tegenspraak en debat

Daarbij wijst Geleijnse erop dat binnen de commissies de discussie goed moet worden georganiseerd. ‘Adviezen komen nooit van één persoon’, zegt ze. ‘Aan de commissietafel is er vaak tegenspraak en debat, wat heel goed is voor het adviesproces. We streven naar een evenwichtige samenstelling van de commissie, waarbij we wetenschappers kiezen die toonaangevend zijn in hun vakgebied.Dat zijn niet per se hoogleraren. De werving ging van oudsher via mond-tot- mondreclame in de wetenschappelijke gremia, maar inmiddels werven we ook experts met openbare vacatures. Dat past in ons streven naar een nog opener werkproces.’ De commissieleden komen naar behoefte bij elkaar, doorgaans elke twee à drie maanden. ‘Voorafgaand aan de vergadering krijgen ze stukken toegestuurd. Soms kunnen zij via een digitale ronde eerst schriftelijk hun commentaar geven, waarna de grote discussiepunten tijdens de vergadering besproken worden. In de vergaderstukken zijn al discussiepunten opgenomen en de commissieleden kunnen uiteraard ook andere punten inbrengen’, aldus Geleijnse.

vergadering-300x200

Secretarissen

De commissies die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de adviezen van de Gezondheidsraad, worden ondersteund door een ambtelijk apparaat dat onder verantwoordelijkheid valt van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Dit secretariaat bestaat uit circa dertig wetenschappelijke secretarissen, die de commissievergaderingen over adviezen voorbereiden, en zo’n twintig procesondersteuners en communicatiemedewerkers. De secretarissen doen onder andere literatuuronderzoek en schrijven samen met wetenschappelijk redacteuren aan de adviezen op basis van de commissieberaadslagingen. Geleijnse zelf is niet in dienst van VWS, maar bij de Gezondheidsraad gedetacheerd vanuit Wageningen Universiteit. Dat geldt ook voor de voorzitter van de raad: per 1 januari BartJan Kullberg, hoogleraar Interne Geneeskunde en Infectieziekten van het Radboudumc.

Voedingsteam

Het voedingsteam van de raad bestaat momenteel uit zes secretarissen. ‘Het zijn er nog nooit zo veel geweest en dat onderstreept het belang van voeding in de adviezen van de raad’, zegt Geleijnse. ‘Deze medewerkers hebben we hard nodig om de verschillende adviesaanvragen te beantwoorden. Voor een groot aantal voedingsmiddelen en -stoffen moet het wetenschappelijk bewijs op een rij worden gezet.’

Daarbij wijst de vicevoorzitter op de adviezen die aangekondigd zijn over voedingsaanbevelingen voor zwangere vrouwen en zuigelingen rond de eerste duizend dagen. ‘Dat blijkt een grote klus, waarbij we ook het veld goed willen betrekken. Na de zomer komt het eerste deeladvies hierover uit. De richtlijnen voor zwangere vrouwen zijn bijna net zo uitgebreid als algemene richtlijnen: je moet alles uitzoeken. Het is voor onze adviezen belangrijk om te wachten tot het wetenschappelijke bewijs “gerijpt” is. Dat kost soms tijd, maar daarin zit ook onze kracht: de kwaliteit en gedegenheid van adviezen blijven, ook onder tijdsdruk, onverminderd belangrijk. Maar we willen tegelijkertijd flexibel zijn, zodat we onze adviezen op het juiste moment kunnen aanbieden en daarmee relevant zijn voor beleidsmakers. Dat doen we door onze werkwijze zo efficiënt mogelijk in te richten, waarbij we ook experimenteren met nieuwe werkvormen.’

Werkprogramma

De Gezondheidsraad publiceert eens per jaar het werkprogramma waarin de adviezen staan waaraan het komende kalenderjaar gewerkt wordt. Het merendeel van de adviezen wordt gemaakt op vraag van beleidsmakers. Ongeveer tien tot vijftien procent van de adviezen is ongevraagd, dat zijn er gemiddeld twee per jaar. ‘Maar binnen het  werkprogramma kunnen gedurende het jaar nog accenten verschuiven en extra onderwerpen worden opgenomen, bijvoorbeeld wanneer bewindslieden nieuwe prioriteiten stellen’, zegt Geleijnse. ‘Het is niet in beton gegoten. De volgorde waarin de adviezen behandeld worden, wordt wel vaak bepaald in overleg met de opdrachtgever. Zo merken we dat er veel vraag is naar de nieuwe normen voor eiwit en ouderen, ook in het veld. Daar geven we nu voorrang aan boven de normen voor koolhydraten en vetten, maar ja, ook die laatste staan hoog op de agenda. De EFSA is op het moment ook bezig met adviezen over koolhydraten. Ook daar kijken wij naar uit. In principe zijn de normen van de EFSA leidend; daar werken al veel experts aan mee. We kijken ook naar data in rapporten en adviezen van bijvoorbeeld Duitstalige landen, de Nordic countries of Noord-Amerika. De EFSA-normen worden wel altijd kritisch beschouwd en waar nodig vertaald naar de Nederlandse situatie: kunnen ze wel een-opeen toegepast worden? Als we willen afwijken, dan brengt dat het nodige werk met zich mee, want dat moet natuurlijk beargumenteerd gebeuren.’

Cardiometabole aandoeningen

Een advies waar menigeen naar uitkijkt, betreft het belang van voeding bij patiënten met cardiometabole aandoeningen. ‘Doorgaans richten we ons op de gezonde populatie, waarbij het Voedingscentrum onze richtlijnen vertaalt voor de Nederlandse bevolking. In dit advies kijken we specifiek naar patiëntgroepen met chronische aandoeningen. Dat staat hoog op de agenda’, zegt Geleijnse. ‘De vraag is wat we bij hartpatiënten, diabeten en mensen met een slechte nierfunctie kunnen bereiken met goede voeding, bovenop de bestaande medicijnen of behandelingen. Welke voeding kan helpen bij het “omkeren” van diabetes? Geldt dat voor alle patiënten en wat zijn de effecten op de lange termijn? Of we al dan niet een sluitend advies kunnen geven, is de vraag. Maar ook als dat niet zou kunnen, is dat een belangrijk signaal. Er is namelijk wel onderzoek nodig voor je iets op grote schaal gaat uitrollen.’

DUURZAAMHEID

duurzaamheid-300x200 Onlangs hield de Gezondheidsraad een werkconferentie over voeding en duurzaamheid. Beleidsmakers hebben gevraagd naar een oriëntatie op de duurzaamheidsproblematiek in relatie tot voeding. Het gaat hierbij niet om een advies, maar om een signalement naar aanleiding van een verkenning met experts. De rapportage wordt voor de zomer van dit jaar verwacht.

ALCOHOL EN KOFFIE

Adviezen van de raad worden zo nodig geactualiseerd. Zo is de aanbeveling rond alcohol door voortschrijdend inzicht in de loop der jaren omlaaggegaan. Ook werd het drinken van koffie vroeger afgeraden in verband met de kans op hart- en vaatziekten, terwijl nu is gespecificeerd dat alleen ongefilterde koffie geassocieerd is met dit risico. Doordat koffie tegenwoordig meestal gefilterd wordt, is dit advies niet meer van kracht.

koffie-en-alcohol-klein-300x200

WAARNEMERS

Een commissie van de Gezondheidsraad heeft één of meer waarnemers. Dat zijn vertegenwoordigers van een departement of andere (overheids)organisatie, bijvoorbeeld het Voedingscentrum of het RIVM. Zij zijn geen lid van een commissie en nemen niet deel aan de beraadslagingen, maar hebben wel een belangrijke inbreng. Geleijnse: ‘Vertegenwoordigers van ministeries kunnen de aanleiding tot de adviesvraag en de beleidscontext toelichten, zodat de commissie er beter mee uit de voeten kan. Ze zorgen dat er geen belangrijke aspecten van het beleid over het hoofd gezien worden. En ze zien welke kant een advies op gaat, zodat men daarop kan “voorsorteren”. De hulp van waarnemers is ook waardevol wanneer de commissie extra informatie nodig heeft. Doorrekeningen van het RIVM bijvoorbeeld kunnen helpen bij adviestrajecten. Zeker bij voedingsaanbevelingen is dat laatste heel relevant. Als je bijvoorbeeld weet dat een deel van een populatie deficiënt is, dan plaatst dat de aanbevelingen in een ander licht.'

JONGGR

In het voorjaar houdt de Gezondheidsraad een themabijeenkomst over voeding om jonge wetenschappers uit het veld te betrekken bij het werk van de raad. JongGR bestaat uit wetenschappers op allerlei vakgebieden, gerelateerd aan gezondheid, die nog moeten promoveren of dat niet langer dan tien jaar geleden hebben gedaan. Het is onder andere de kweekvijver voor nieuwe commissieleden en belangrijk voor het onderhouden van een actueel netwerk. Ook beleidsmakers kunnen de bijeenkomsten van JongGR bijwonen. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via de speciale JongGR-nieuwsbrief van de Gezondheidsraad: www.gezondheidsraad.nl/over-ons/organisatie/jonggr.

Lees ook
Gezondheidsraad herziet voedingsnormen voor energie

Gezondheidsraad herziet voedingsnormen voor energie

De Gezondheidsraad heeft de voedingsnormen voor energie, ofwel de referentiewaarden voor de dagelijkse calorische inname, herzien. De gemiddelde energiebehoefte die de raad heeft afgeleid is vooral van belang voor de voedingsvoorlichting en niet geschikt voor toepassing op het individu.

Kwart Nederlanders negatiever over alcohol

Kwart Nederlanders negatiever over alcohol

De afgelopen vijf jaar is een kwart van de Nederlanders negatiever gaan denken over het drinken van alcohol. De voornaamste reden is bewustwording van de gezondheidsrisico's. Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag over gezondheid en preventie.

Veel suiker en zout in barbecuesauzen

Veel suiker en zout in barbecuesauzen

Het Voedingscentrum vergeleek zes kant-en-klare barbecuesauzen met elkaar. Daaruit blijkt dat een groot aantal sauzen veel suiker en zout bevatten.