Column | Bredere focus

VNU 3-22 Peter J. Joris

Mijn passie voor voedingsonderzoek is ontstaan aan de Universiteit Maastricht; voedingsonderzoek is belangrijk en je kan er zelf erg veel plezier aan beleven. Zowel het onderzoek met mensen – waardoor er een korte lijn is tussen de bevindingen en de toepasbaarheid – en de focus op het fysiologische aspect van voeding, trekt me aan.

Binnen de Physiology of Human Nutrition (PHuN) onderzoeksgroep, onderdeel van de vakgroep Voeding en Bewegingswetenschappen (NUTRIM School of Nutrition and Translational Research in Metabolism van de Universiteit Maastricht), focust mijn onderzoek zich niet alleen op gecontroleerde interventiestudies naar de effecten van voedingsstoffen op de gezondheid bij mensen, maar nu ook in het bijzonder op (gezonde) voedingsmiddelen en -patronen. Dit is een opvallende verbreding van de onderzoeksfocus. Een voorbeeld hiervan zijn de gezondheidseffecten van noten die momenteel worden onderzocht; noten zijn een goede bron van plantaardige eiwitten, onverzadigd vet, vezels en andere voedingsstoffen die samen kunnen bijdragen aan de gezondheidseffecten van een plantaardig voedingspatroon. Daarnaast merk ik binnen mijn onderzoeksgebied, gericht op de vasculaire en metabole gezondheid bij mensen, dat de connectie met het brein steeds belangrijker wordt en de hoofdfocus niet alleen meer ligt op effecten gemeten in de periferie. Dit is een belangrijke ontwikkeling, gegeven het belang van een gezond brein voor onder andere het cognitief functioneren en het voorkomen van dementie.
Wat mijn onderzoekswerk extra interessant maakt, is de huidige focus op zogenaamde niet-invasieve functionele risicomarkers gemeten met specifieke medische apparatuur. Belangrijke uitkomstmaten zijn dus niet alleen bloedparameters, maar bijvoorbeeld ook directe effecten van voeding op het brein, gemeten met innovatieve beeldvormingstechnologieën. Het toenemend belang van veranderingen in functionele uitkomstmaten, zoals cognitieve prestaties, en andere direct waarneembare voordelen valt hierbij op. De fysiologische gezondheidseffecten van voeding staan centraal, maar het belang van deze effecten is natuurlijk nog groter indien deze zich eveneens vertalen in functionele veranderingen waardoor de doelgroep zich ook beter gaat voelen. Een andere interessante ontwikkeling binnen het huidige voedingsonderzoek is het toenemende gebruik van draagbare sensoren om parameters, zoals bijvoorbeeld bloeddruk, glucosestofwisseling en fysieke activiteit, op een continue basis te registreren. Het voordeel hiervan is dat je effecten niet enkel kan meten bij de doelgroep binnen de onderzoeksunit, maar ook tijdens hun dagelijks leven.

Een belangrijke vraag is natuurlijk hoe het toekomstig voedingsonderzoek eruit gaat zien. Ik hoop dat er verder onderzoek wordt gedaan bij specifieke patiëntenpopulaties. Implementatie van onderzoeksresultaten is hierbij uiteraard cruciaal. Ik denk dat hieraan gerelateerd het ook van substantieel belang is om de interactie met de kliniek verder te bevorderen. Verder worden voedingsaanbevelingen voornamelijk gedaan op groepsniveau, welke eventueel afhankelijk zijn van geslacht, leeftijd en gezondheidsstatus. Ik hoop dat dit verder wordt gesegmenteerd en dat nog meer de focus ligt op een gepersonaliseerde benadering.

Dr. Peter J. Joris
Universitair Docent aan de vakgroep Voeding en Bewegingswetenschappen Universiteit Maastricht

Redactieadviesraad

De redactie van Voeding Nu wordt ondersteund door de Redactieadviesraad. Deze bestaat uit wetenschappers, diëtisten en andere voedingsdeskundigen. Om de beurt presenteren zij zich hier.

Meer over
Lees ook
Hoe lang moet je nog?

Hoe lang moet je nog?

Vanwege corona hadden we bij het RIVM twee jaar grotendeels thuisgewerkt. Ondertussen waren diverse collega’s in stilte met pensioen gegaan. Hierover ging het gesprek bij de koffieautomaat. En toen vroeg iemand: ‘Hoe lang moet jij nog?’. Bam. Ik werk al ruim dertig jaar bij het RIVM maar het was nog nooit bij me opgekomen om na te...

Stamgasten

Stamgasten

Sinds kort werk ik op een andere afdeling in het ziekenhuis. Op de dialyse zien we patiënten meerdere keren per week. Daardoor is de band echt totaal anders dan op de klinische afdelingen in het ziekenhuis waar ik eerder werkte. Ik noem ze, ondanks hun leeftijd, eigenlijk altijd bij de voornaam. En de sfeer is, ondanks de medische setting, eigenlijk...

Column | Denken en doen

Column | Denken en doen

Vijftien jaar geleden kreeg ik mijn diploma Voeding en Diëtetiek. Vier ontzettend leuke jaren had ik doorgebracht aan de Hanzehogeschool in Groningen en enorm veel geleerd over voeding en gezondheid, maar ook over scheikunde (inclusief de vele bijlessen) en statistiek.