Column | Voedselveiligheid en de lessen van covid-19

Voeding Nu Hans Verhagen

Ik heb me altijd verbaasd over het onbegrip over de veiligheid van additieven. Google maar eens op: 'zijn voedseladditieven veilig?' en je hebt snel veel berichten en websites die de veiligheid in twijfel trekken. Additieven zijn echter de meest veilige bestanddelen van onze voeding. Dat komt omdat er zoveel bekend is over hun toxiciteit. Voedseladditieven en andere gereguleerde stoffen in onze voeding worden uitgebreid toxicologisch onderzocht. Op basis van toxiciteitsonderzoek, vaak uitgevoerd bij proefdieren, wordt hun gevaar in kaart gebracht. Dat gevaar is iets wezenlijks anders dan het risico. Het Voedingscentrum legt het verschil helder uit: 'Een stof kan gevaarlijk zijn, maar hoeft dan toch geen of een heel klein (verwaarloosbaar) risico te vormen. (...) En andersom hoeft een stof helemaal niet gevaarlijk te zijn, maar kan deze in grote hoeveelheden toch een risico vormen'.
Aldus is het concept 'dosis' al eeuwenlang de basis van de toxicologie. Op basis van uitgebreid toxiciteitsonderzoek wordt vastgesteld wat de nadelige effecten van een stof zijn en bij welke blootstelling die niet meer optreedt. Die dosis is het 'geen nadelig effect niveau' (no observed adverse effect level; NOAEL; soms gebruikt men ook de iets nieuwere benchmark dose). Die NOAEL is dan het vertrekpunt voor het vaststellen van een veilige inname door de mens: het NOAEL wordt gedeeld door een veiligheidsfactor (onzekerheidsfactor) van meestal 100 om rekening te houden met verschillen tussen proefdieren en de mens (factor 10) en verschillen tussen mensen onderling (factor 10). Aldus wordt een dosis die geen effect heeft in proefdieren nog eens verlaagd tot een dosis die al helemaal geen effect zal hebben (in het dier noch in de mens); alle waarden op basis van mg/kg lichaamsgewicht. Dit toxicologische concept gebruikt men al decennia lang met succes. Op die manier wordt voor een gevaar de hoeveelheid zonder gevaar vastgesteld en na het toepassen van een veiligheidsfactor de inname zonder risico.
Ik moest hier aan denken in coronatijd. We hebben in Nederland vastgesteld dat een veilige afstand bestaat uit anderhalve meter. Dat zouden we ook het NOAEL kunnen noemen. Als we dit doortrekken naar wat dan een veilige afstand zou zijn, kom ik uit op 15 meter. Je zou zelfs kunnen denken aan 150 meter, maar die anderhalve is al gebaseerd op gegevens in de mens, dus 15 meter is wel voldoende. Als we de principes van toxicologische risico beoordeling loslaten op de corona maatregelen dan zou de maatschappij er heel anders uitzien met een onderlinge afstand van minstens 15 meter, Dankzij covid-19 kan ik uitleggen hoe toxicologische risicobeoordeling werkt. Zouden de mensen die twijfelen aan de noodzakelijke coronamaatregelen ook de veiligheid van additieven niet vertrouwen dat zou echt meten met dubbele maten zijn.

Hans Verhagen
Food safety & Nutrition Consultancy; Ulster University; Danish Technical University

Redactieadviesraad

De redactie van Voeding Nu wordt ondersteund door de Redactieadviesraad. Deze bestaat uit wetenschappers, diëtisten en andere voedingsdeskundigen. Om beurten zullen zij zich op deze plek presenteren. 

Meer over
Lees ook
Column | Denken en doen

Column | Denken en doen

Vijftien jaar geleden kreeg ik mijn diploma Voeding en Diëtetiek. Vier ontzettend leuke jaren had ik doorgebracht aan de Hanzehogeschool in Groningen en enorm veel geleerd over voeding en gezondheid, maar ook over scheikunde (inclusief de vele bijlessen) en statistiek.

Ga toch fietsen!

Ga toch fietsen!

Mooi is ie hè? Trots laat mijn clubgenoot zijn spiksplinternieuwe triathlonfiets aan me zien. Hij vertelt over de állerbeste versnellingsgroep en de speciale banden, over het unieke zadel en de nieuwste pedalen, waarmee je het vermogen kunt aflezen via een appje op je telefoon. Ik ben er een beetje stil van. Zelf rijd ik al jaren op een redelijke racefiets,...

Column | Bredere focus

Column | Bredere focus

Mijn passie voor voedingsonderzoek is ontstaan aan de Universiteit Maastricht; voedingsonderzoek is belangrijk en je kan er zelf erg veel plezier aan beleven. Zowel het onderzoek met mensen – waardoor er een korte lijn is tussen de bevindingen en de toepasbaarheid – en de focus op het fysiologische aspect van voeding, trekt me aan.