Eetgedrag Nederlanders veranderd door COVID-19

pandemie eetgedrag

Beeld door Uriel Mont op Pexels

22% van de Nederlanders eet sinds de coronacrisis gezonder en 12% juist minder gezond. Dit kwam uit een onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) naar het effect van de pandemie op ons eetgedrag.

In opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) bracht de WUR de impact van COVID-19 op ons voedselkeuzegedrag in kaart. De universiteit maakte daarvoor gebruik van 9 Nederlandse onderzoeken en 23 Europese wetenschappelijke artikelen over corona en eetgedrag.

Nederlanders die voor de pandemie een relatief ongezond eetpatroon hadden, zijn tijdens de crisis nog ongezonder zijn gaan eten, blijkt uit het rapport van de WUR. De verandering in eetpatroon is het grootst bij jongeren en mensen met overgewicht.

In supermarkten wordt wel meer groente en fruit gekocht, mogelijk doordat gezondheidsmotieven (zoals weerstand verhogen, afvallen, aandacht voor immuunsysteem en gezondheid) belangrijker zijn geworden. Ook gooien mensen minder voedsel weg. 

Motivatie, gelegenheid, uitvoerbaarheid

De onderzoekers maakten gebruik van het MOA-model (Olander & Thøgersen) om de veranderingen te verklaren. MOA staat voor ‘Motivation’, ‘Opportunity’ en ‘Ability’. 

Bij ‘Motivation’ wordt er gekeken naar welke motieven leiden tot verandering. Uit het onderzoek bleek extra aandacht voor gezondheid en het versterken van het immuunsysteem een rol te spelen. Voor ‘Opportunity’ kwamen de mogelijkheden in de omgeving die ervoor zorgen dat gedrag kan veranderen aan bod. Thuiswerken en meer tijd over hebben door de lockdown leken bij te dragen aan het veranderende eetgedrag. 'Ability’ staat voor de capaciteit voor gedragsverandering en het behoud van die verandering. Het resultaat hiervan was dat mensen stress of angst ervaren door de crisis en leren omgaan met veranderende situaties.

Om de motivatie tot gezonde gedragsverandering te versterken en duurzamere keuzes te stimuleren, heeft de WUR 9 aangrijpingspunten voor mensen en de overheid opgesteld. Denk hierbij aan het gebruik van sociale normen om gezonde keuzes te ondersteunen of mensen aansporen om het thuis koken te blijven doen. 

Hierbij is ook aandacht voor het aanpassen van de omgeving en het stimuleren van urgentie. Het doel is om door middel van deze interventies ervoor te zorgen dat de gezonde veranderingen in gedrag ook na de crisis blijven plakken.



Lees ook
Nieuwe studie over het belang van voedingsoliën en -vetten

Nieuwe studie over het belang van voedingsoliën en -vetten

Een nieuwe studie van Wageningen University & Research en de Charles University in Praag werpt een nieuw licht op voedingsoliën en -vetten. De studie beschouwt niet alle vetten als slecht voor onze gezondheid, maar benadrukt het belang van vetten in gezonde voeding, vooral voor ondervoede mensen. Ook gaat de studie in op het belang van het maken van...

Standpunt Voedingscentrum | Waarom je mensen zichzelf de les moet laten lezen

Standpunt Voedingscentrum | Waarom je mensen zichzelf de les moet laten lezen

Implementatie intenties, altercasting, de foot-in-the-door techniek, boosting, nudging. De lijst aan gedragsveranderingstechnieken is inmiddels zó lang, dat het voor professionals een uitdaging kan zijn om ze allemaal te kennen, laat staan toe te passen in de praktijk. Kortom: een goede aanleiding om – wat het Voedingscentrum betreft – hier een van...

Harm Veling benoemd tot persoonlijk hoogleraar onder leerstoelgroep Consumptie en Gezonde Leefstijl aan WUR

Harm Veling benoemd tot persoonlijk hoogleraar onder leerstoelgroep Consumptie en Gezonde Leefstijl aan WUR

Vanaf 1 maart maakt hoogleraar Harm Veling deel uit van het Departement Maatschappijwetenschappen onder de leerstoelgroep Consumptie en Gezonde Leefstijl van Wageningen University & Research (WUR). Zijn onderzoek is gericht op het begrijpen en testen van effectieve gedragsinterventies op het gebied van gezondheidsgedrag en milieugedrag.