‘Hulp bij borstvoeding standaard onderdeel van de basisverzekering’

attachment-Borstvoeding

Politici, beleidsmakers en bestuurders moeten het voortouw nemen om het geven van borstvoeding te behandelen als een public health issue. Het onderwerp lijkt ‘op bestuurlijk en politiek niveau steken op “borstvoeding als individuele keuze” van de ouder’, zo betogen vertegenwoordigers van de Landelijke Borstvoedingsraad in een opiniërend artikel in de nieuwste zomeruitgave van Voeding Nu. De leden van de raad vinden dat hulp bij borstvoeding een standaard onderdeel van de basisverzekering zou moeten zijn.

‘De zorg van bestuurders, beleidsmakers en politiek is dat door borstvoeding actief te ondersteunen, de druk op ouders en de zorgverleners onnodig groter wordt. Deze zorg, en als gevolg daarvan het uitblijven van ondersteuning van borstvoeding, heeft echter als ongewenst effect dat de druk en handelingsverlegenheid bij zowel ouders als zorgprofessionals juist toeneemt’, aldus de Landelijke Borstvoedingsraad in het artikel.

Afname druk

‘Als politici, beleidsmakers en bestuurders het voortouw nemen om het geven van borstvoeding te behandelen als een public health issue en ervoor zorgen dat ouders worden ondersteund in de uitvoering van hun keuzes, zal de druk op ouders en professionals juist afnemen’, vindt de raad. ‘Want daarmee bied je de randvoorwaarden om goede zorg te kunnen verlenen en ontvangen’

Standpunten

Ook gaan de vertegenwoordigers van de Raad in het artikel in op de rol die fabrikanten van babyvoeding hebben de mogelijkheden van publiek-private samenwerking. Een van de standpunten daarbij is dat er geen sponsoring plaatsvindt van opleidings- en bijscholingsmogelijkheden voor (aankomend) zorgprofessionals door fabrikanten van kunstvoeding. Ook zou hulp bij borstvoeding een standaard onderdeel van de basisverzekering moeten zijn.

Landelijke Borstvoedingsraad

Het artikel van de Landelijke Borstvoedingsraad is ondertekend door de volgende leden: Mw. H. Rippen, directeur Stichting Kind & Ziekenhuis; Drs. I. Ivakic, directeur Nederlands Centrum Jeugdgezondheid; Mw. J. Betlem, bestuurslid Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen; Dr. ir. G. Feunekes, directeur Voedingscentrum; Prof. dr. J.B. van Goudoever, hoogleraar kindergeneeskunde AMC/VUMC vanuit de Nederlandse Vereniging van Kindergeneeskunde; Drs. T. Roorda, voorzitter Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen; Drs. J. Dorscheidt, directeur kraamzorg de Waarden, vanuit Brancheorganisatie Geboortezorg;  Dhr. J.B. Wijbrandi, algemeen directeur UNICEF Nederland; Mw. M. Steen, directeur Stichting Zorg voor Borstvoeding Certificering; mw. K.I. van Drongelen, projectmanager Voedingscentrum, secretaris Landelijke Borstvoedingsraad.

Lees ook
Eetgedrag Nederlanders veranderd door COVID-19

Eetgedrag Nederlanders veranderd door COVID-19

22% van de Nederlanders eten sinds de coronacrisis gezonder en 12% juist minder gezond. Dit kwam uit onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) naar het effect van de pandemie op ons eetgedrag.

Gezondheidsraad publiceert voedingsadvies voor zwangeren

Gezondheidsraad publiceert voedingsadvies voor zwangeren

Twee keer per week vis; foliumzuur en vitamine D slikken; en voldoende calcium, jodium en ijzer consumeren. Zo luidt de kern van een serie voedingsaanbevelingen voor zwangeren die de Gezonheidsraad vandaag presenteert.

Blog: (Bijna) diëtist

Blog: (Bijna) diëtist

Wanneer mensen horen dat ik Voeding en Diëtetiek studeer, verandert een etentje vaak spontaan in een impromptu intakegesprek. “Zijn koolhydraten nou goed of slecht?” Zo begint het meestal. Soms wijzen ze naar de pasta op hun bord: “Is dit wel gezond?”