Nieuw leven voor A2-melk? Onderzoek naar analyse, processing en gezondheidsvoordelen komt op stoom (podcast)

melk-schenken-rechtenvrij

A2-melk -soms ook wel ‘oermelk’ genoemd- werd in 2016 door critici afgedaan als een hype en een marketingverhaal. Vermeende gezondheidsvoordelen konden nog onvoldoende worden onderbouwd. NIZO food research denkt dat er inmiddels wél genoeg aanknopingspunten zijn voor de zuivelindustrie om een goed onderbouwde gezondheidsclaim te verkrijgen bij EFSA.

Dat zegt Raymond Kievit, innovation accelerator bij NIZO food research. Samen met NIZO-onderzoeker en Project Teamleader Food Lex Oosterveld gaat hij in dit podcastinterview afkomstig van zusterblad VMT in op het onderzoek naar potentiële gezondheidsvoordelen van het eiwit bèta-caseïne A2, de analysemethode en vraagstukken rondom processing van A2-melk en andere zuivelproducten met A2.

Beluister de podcast hier:

Vermeende gezondheidsvoordelen

Raymond-Kievit-Nizo

Raymond Kievit, NIZO food research

Toen in 2016 verschillende partijen A2-melk of ‘oermelk’ op de markt brachten, werden daarbij ook de nodige gezondheidsvoordelen gecommuniceerd. Mensen met maagdarmproblemen zouden A2-melk ‘zonder problemen’ kunnen drinken. Hoewel er wel studies waren, stelden experts van het Voedingscentrum en de Wageningen Universiteit toen dat deze claims wetenschappelijk onvoldoende waren onderbouwd. Daarbij werd gerefereerd aan een uitgebreide EFSA-studie uit 2009 op basis van de toen bekende kennis. Ook Teun van de Keuken liet zich kritisch uit over A2-producten, omdat er te weinig wetenschappelijk bewijs voor de gepredikte gezondheidsvoordelen was. Kievit: “Hetzelfde zag je enkele jaren geleden ook met probiotica. Veel producten worden op de markt gebracht, met bewijs, hetgeen voor EFSA nog te zwak blijkt voor een harde claim.”

Eén ander aminozuur

Beta-caseine

Dat wil niet zeggen dat er geen verschil en geen effect ís van A2-melk. Er is een duidelijk moleculair verschil tussen het eiwit bèta-caseïne A1 en A2. Beide eiwitvarianten zijn te vinden in reguliere zuivelproducten. Ze wijken slechts één aminozuur van elkaar af. Maar het effect is groot. Bij vertering van het A1-eiwit worden de aminozuren in het eiwit omgezet in een schadelijke stof.

Lex-Oosterveld-Nizo-crop

Lex Oosterveld, Project Teamleader Food, NIZO food research

Dat is het peptide beta-casomorfine-7 (BCM-7). De hypothese is dat de vertering van BCM-7 problemen kan opleveren in mensen zoals aan een opgeblazen gevoel, opstopping, diarree of auto-immuunziekten. Oosterveld: “In de literatuur vinden we ook een relatie met autisme, diabetes, hart- en vaatziekten en zelfs schizofrenie. Maar inderdaad, dit is tot dusver nog onvoldoende wetenschappelijk bewezen.”

Wat is A2?

De term A2 heeft betrekking op een variant van het eiwit bèta-caseïne. In melk zitten melkvet, melkeiwit, lactose en vitamines. Het melkeiwit bestaat voor 90% uit zes eiwitten: alfa S1-caseine, alfa S2-caseine, bèta-caseine, kappa-caseine, alpha-lactalbumine en bèta-lactoglobuline. Bèta -caseïne maakt met een aandeeel van ruim een kwart (tussen 24,5 en 29,5%) een relatief groot deel uit van het melkeiwit. Van bèta-caseïne zijn er vier varianten: A1, A2, A3 en B. A1 en A2 komen het meest voor, meestal is is het aandeel A2 het grootst (tussen de 30 en 80%). Van elk melkveeras bestaat de melk dus al voor een belangrijk deel uit A2-melk. Het is daarom vrij eenvoudig om van elk van deze rassen pure A2 melk te produceren. (Bron: Groen Kennisnet)

Wie gaat investeren?

Maar daarmee is de kous niet af. Voor NIZO food research is het juist een startpunt om meer onderzoek te doen naar de mogelijke voordelen van A2. Dat begint al met de koeien die de melk geven. Het is namelijk genetisch bepaald welke concentraties bèta-caseïne de melk bevat. Er is melk waarin beide eiwitten zitten, maar ook melk waarin alleen A1 of A2 zitten. Kievit: “Het aanbod A2-melk zien we groeien, omdat het steeds duidelijker wordt welke koeienrassen die melk produceren. Daarbij zien we de vraag uit de markt groeien. Bijvoorbeeld producenten van ‘infant formula’ melkpoeder waarin alleen A2 zit. Maar er zijn ook A2-kazen op de markt. De vraag is alleen: wie neemt de eerste stap om te komen met nog meer bewijsvoering? Er zijn veel toeleveranciers en potentiële afnemers, maar ga je daar als bedrijf alleen in investeren of pak je dat als bedrijven gezamenlijk op?” Volgens Kievit heeft NIZO veel ervaring om te begeleiden bij dergelijke pre-competitieve trajecten.

De juiste analyse

Wat moet er dan allemaal worden uitgezocht om uiteindelijk te kunnen komen tot een goed onderbouwde gezondheidsclaim? Dat begint met een goede analysemethode om de eiwitsamenstelling van de melk te kunnen bepalen. Oosterveld ontwikkelde daar bij NIZO een methode voor. Geen sinecure, omdat A1 en A2 zo weinig van elkaar verschillen. “Het scheelt maar één aminozuur in een lange keten,  maakt het analyse vrij lastig.” NIZO maakt gebruik van een combinatie van HPLC (high-performance liquid chromatography) en daarna LC-MS (massaspectrometrie). Met HPLC kunnen eiwitten van elkaar worden onderscheiden, met massaspectrometrie kunnen we de massa van het eiwit bepalen. Zo is de verhouding vrij nauwkeurig te bepalen.” De analysemethode moet nu verder worden verfijnd.

analyse-A1-en-A2-nizo-

Contaminatie voorkomen

Soms is het nodig die analyse vaker uit te voeren tijdens een proces. Dit om te garanderen dat er in een eindproduct ook louter A2 zit en er geen sprake is van contaminatie. Kievit: “Bij een gesloten korte keten waar bijvoorbeeld een boer kaas maakt van zijn eigen A2-melk, is dat niet nodig. Maar als je te maken hebt met complexere ketens en processing waar ook producten met A1 worden gemaakt, wordt vaker analyseren relevant.” Een aparte keten voor A2 is voor de meeste bedrijven voorlopig economisch niet haalbaar. Oosterveld: “Een gemengde keten kan heel goed mits je de juiste controles op de juiste momenten doet.”

Effect sproeidrogen

attachment-Melkpoeder-Nutrilon Ook zal er moeten worden gekeken naar het effect van de verschillende processtappen zoals verwarmen, drogen, scheiden en verdampen op A2. Oosterveld: “Ik ben bijvoorbeeld benieuwd naar het effect van sproeidrogen op de melk. En name wat er gebeurt als je in een lijn overschakelt van A1 naar A2-melk. In theorie zou je dan vermenging kunnen krijgen en dat is niet wat je wilt. Anders kun je niet garanderen dat de melk die je verkoopt ook echt louter A2-melk is.” Verder zijn er voor NIZO-klanten projecten uitgevoerd om de impact van verwerking op bioactiviteit te beschermen en te voorspellen, de procesefficiëntie te verbeteren, inclusief energieverbruik, en opbrengsten en de poederfunctionaliteit te verbeteren.

Ziektebeeld adresseren

attachment-800px-EFSA-logo Na het vaststellen van de aanwezigheid van bèta-caseïne A1 en of A2 en het effect van processing, zegt NIZO ook te kunnen helpen om gezondheidsclaims rond deze caseïnen op te bouwen. Het instituut wil het liefst samen met de industrie de potentie van A2-melk verder onderzoeken. Initieel kan dat gaan om het verder onderzoeken van het vrijkomen van schadelijke stof. Vervolgens er meer inzichten te verkrijgen van de link van schadelijke stof met mogelijke negatieve gezondheid effecten. Welk effect of ziektebeeld is erg afhankelijk van interesse vanuit de markt.

Kievit: “Samen moeten we bepalen welk ziektebeeld we willen adresseren. Dan een onafhankelijke voorstudie op basis van de modellen die we hebben, zoals in-vitro onderzoek. Vervolgens zou je klinisch onderzoek kunnen opzetten. De bewijsvoering kun je vervolgens gebruiken richting de markt en mogelijk ook in een dossier voor EFSA om uiteindelijk de kansen tot een goedgekeurde gezondheidsclaim te vergroten.” Volgens Kievit zijn er genoeg geïnteresseerde partijen, maar deze willen het óf liefst helemaal zelf oppakken óf meer duidelijkheid over het te verwachten resultaat. “Dat is vaak een barrière voor bedrijven om in te stappen.” NIZO roept daarom zuivelverwerkers op om zich te melden om een consortium te vormen.

Geduld en vertrouwen

Hoe groot de kans is dat er een goedgekeurde EFSA-claim komt, is moeilijk te zeggen. Een goedgekeurde claim op A2 zal bovendien de nodige tijd in beslag nemen. Kievit: “Je moet denken aan een traject van enige jaren.” Maar dat is het zeker waard denkt hij. “Wij zien het ook bij andere ingrediënten waar de vraag naar wetenschappelijk bewijs voor gezondheidsvoordelen groeit. Consumenten van nu willen die informatie hebben. Het schept bij die consument vertrouwen als gezondheidsvoordelen goed zijn onderbouwd. De waarde van dat vertrouwen moet je niet onderschatten. Bedrijven kunnen daar echt voordeel van hebben. Wij dragen daar graag aan bij.”

Is A2 een oplossing bij lactose-intolerantie en koemelkallergie?

Nee. Voor mensen met lactose-intoleratie of een koemelkallergie is A2-melk geen oplossing. Bij lactose-intolerantie reageert het lichaam op melksuikers en die zitten net zo goed in A2-melk. Bij koemelkallergie gaat het om de eiwitten die in koemelk zitten, maar de allergische reactie treedt net zo goed op bij A2-melk.

Lees ook
Europa investeerde 2,2 miljard in eiwittransitie in 2021

Europa investeerde 2,2 miljard in eiwittransitie in 2021

Europese bedrijven die zich bezig houden met voedingsproducten gebaseerd op niet-dierlijke eiwitten wisten in 2021 gezamenlijk meer dan 2 miljard euro aan kapitaal van investeerders aan te trekken, stelt het Good Food Institute Europa (GFI), een organisatie die de verduurzaming van het voedselsysteem wil bevorderen. In 2020 werd er 460 miljoen euro...

Onderzoek GGD Amsterdam: Jongeren drinken 2 à 3 glazen frisdrank per dag

Onderzoek GGD Amsterdam: Jongeren drinken 2 à 3 glazen frisdrank per dag

Jongeren drinken gemiddeld 2 à 3 glazen frisdrank per dag, blijkt uit onderzoek dat de GGD Amsterdam uitvoerde onder jongeren van 12 t/m 16 jaar. Ook besteden jongeren gemiddeld 3 tot 4 euro aan frisdrank per week.

Krachttraining en eiwitten ideale combi voor ouderen

Krachttraining en eiwitten ideale combi voor ouderen

Tijdens haar promotieonderzoek optimaliseerde voedingswetenschapper Amely Verreijen de behandeling voor ouderen met obesitas. Een eiwitrijk dieet gecombineerd met krachttraining blijkt cruciaal.