Zo behandelen diëtisten COVID-19 op verschillende plekken in de wereld

covid-4948866_1920

COVID-19-Patiënten worden overal op de wereld door diëtisten behandeld. Zijn er verschillen in aanpak en wat kunnen we van elkaar leren?

Heeft China, waar de COVID-19 uitbraak begon, meer diëtetische kennis dan Ierland? Is Nederland het enige land met aandacht voor de geestelijke gesteldheid van COVID-19 patiënten? The European Federation of the associations of dietitians (EFAC) deelt op haar website informatie en richtlijnen van verschillende plekken op de wereld. Voeding Nu nam ze onder de loep.

China

De informatie van de Chinese Zhejiang University lijkt leidraad voor veel richtlijnen op de wereld. De Turkse richtlijn verwijst ernaar als belangrijkste bron en behalve een Engelse versie, zijn er vertalingen in onder andere Russisch, Koreaans, Duits en zelfs Nederlands.

Belangrijke punten uit de richtlijn zijn:

  • Orale voeding heeft altijd de voorkeur;
  • 20% van de patiënten heeft maag-darmklachten;
  • Ernstig zieke COVID-19-patiënten hebben een risico op ondervoeding. Vroege evaluatie van de voedingstoestand, het functioneren van het maagdarmkanaal, het risico op aspiratie en tijdig starten van enterale voedingsondersteuning zijn belangrijk voor de prognose van de patiënt;
  • Patiënten met darmbeschadiging wordt licht verteerbare (drink)voeding geadviseerd;
  • Energiebehoefte: de internationaal veel gebruikte aanbeveling van 25-30 kcal per kg lichaamsgewicht aan energie wordt genoemd;
  • Eiwit: een hoeveelheid eiwit van 1,2-2,0 g / kg aan eiwit wordt geadviseerd.

In Nederland nam de hoofdredacteur van het Nederlands tijdschrift Voor Voeding en Diëtetiek (NTVD) Hinke Kruizenga de Chinese richtlijn verder de loep en vertaalde deze naar de attachment-darmen-300x158 Nederlandse situatie. Uit haar document komt naar voren dat er nog veel vragen zijn, maar dat de maagdarmklachten ook Nederland gezien worden. In het Chinese handboek wordt geadviseerd bij deze klachten probiotica te gebruiken, maar dat lijkt een brug te ver voor Nederland, reageren Amsterdamse internisten.

Ierland

Bijzonder aan de informatie uit Ierland is dat ze behalve het risico op ondervoeding ook vragen om aandacht voor overvoeding voor patiënten op de IC. Voor diëtisten bevatten de materialen onder andere infographics, figuren, flyers en richtlijnen. Onderwerpen die aan bod komen zijn onder andere parenterale en enterale voeding, onder- en overvoeding, patiënten met obesitas, patiënten met nierproblemen en het refeeding syndroom. In de verschillende informatiematerialen wordt gewaarschuwd voor:

  • Verminderede wondheling;
  • Verminderde weerstand;
  • Verminderde longcapaciteit;
  • Verminderde darmfunctie;
  • Spierverlies.

De plaats van die diëtist wordt in multidisciplinair perspectief geplaatst. Energie- en eiwitbehoeften worden aangepast aan de fase van de opname. Dez ziekenhuis-300x232 e fases zijn: vroeg acuut (dag 0-2 op de IC), laat acuut (dag 2-7 op de IC), post-acuut (7+ dagen na opname) en de rehabilitatiefase. De informatie is specifieker in vergelijking met andere richtlijnen en lijkt zich te focussen op de situatie van patiënten.

Nieuw Zeeland en Australië

Uit nieuw Zeeland en Australië komt een richtlijn gericht op patiënten in het ziekenhuis. Deze is onderschreven door de Australian Society of Parenteral and Enteral Nutrition (AuSPEN). Patiënten met een risico op ondervoeding worden in de richtlijn gekenmerkt door:

  • Voedselallergieën;
  • Vastgestelde of vermoedelijke ondervoeding;
  • Patiënten met een gewicht boven de 120 kilogram of met een BMI boven de 40;
  • Patiënten die parenterale voeding nodig hebben;
  • Patiënten met een risico op refeeding syndroom;
  • Patiënten met Type 1 diabetes. attachment-parenterale-voeding-300x224

Deze patiëntengroep wordt dan ook als risicogroep gezien voor parenterale of enterale voeding. Voor patiënten buiten de risicogroep wordt orale voeding geadviseerd met een hoog eiwit- en energiegehalte. Ook worden er eventuele supplementen aangeraden mocht dit nodig zijn. Alle patiënten worden ideaal gezien binnen 24 uur gescreend op het risico voorondervoeding. Onnodig vasten wordt zoveel mogelijk afgeraden en een focus op maag-darmklachten is gewenst. De richtlijn benoemt misselijkheid en gewijzigde ontlastingspatronen als belangrijkste maag-darmklachten.

Groot-Brittannië

In Groot-Brittannië deelt The Association of UK Dietitians (BDA) op haar website veel updates over COVID-19, zowel voor de algemene bevolking als professionals. De organisatie geeft duidelijk aan dat haar richtlijn gebaseerd is op behandelde patiënten. Net als in andere landen zien ze in Groot-Brittannië dat 73 procent van de patiënten overgewicht heeft en dat velen maag-darmklachten hebben.

Belangrijke punten zijn uit de richtlijnen in Groot-Brittannië:

  • Ernstig zieke patiënten hebben soms voeding nodig met een gewijzigde consistentie (dikte/vloeibaarheid). Mogelijk is het lastig voldoende binnen te krijgen;
  • Patiënten krijgen gemiddeld 14 dagen beademing bij ernstige klachten en lopen zo hoog risico tot ondervoeding;
  • Fysiotherapie is belangrijk bij herstel in verband met verloren spiermassa;
  • Energie- en eiwitbehoeften worden bepaald door lokale praktijken. Eiwitsuppletie wordt aangeraden bij patiënten die deze doelen niet halen;
  • Ze zien patiënten met type 2 diabetes als belangrijke risicogroep waarbij er extra aandacht moet zijn voor de bloedsuikerspiegel bij het gebruik van enterale of parenterale voeding.

Nederland

In Nederland zijn verschillende richtlijnen opgesteld die gericht op patiënten die herstellen van COVID-19. De Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD) presenteerde op 23 april het revisiedocument ‘Aanbevelingen voor diëtische zorg bij ontslag na ziekenhuis COVID’. Naar deze richtlijn wordt ook verwezen door de EFAD.

De informatie van de NVD is meegenomen in de richtlijn van de Diëtheek. Diëtistenorganisatie Diëtheek heeft een nieuwe behandelingsrichtlijn opgesteld voor coronapatiënten die herstellen na een ziekenhuisopname. Belangrijke punten uit de richtlijn zijn: voedingssupplementen, vocht, sonde- en/of drinkvoeding, maaltijdfrequentie, (gewijzigde) consistentie en sarcopene obesitas (gekenmerkt door een verminderde spiermassa en te hoge vetmassa). De richtlijn is vertaald en na controle bij de EFAD zal deze binnenkort ook via de website van de organisatie beschikbaar zijn.

Als laatste komt veel Nederlandse informatie vrij via de Alliantie voeding in de Zorg. Deze heeft onder andere een factsheet Reuk -en Smaakverlies  door corona gemaakt. Hierin worden tips gegeven hoe je om kunt gaan met reuk- en smaakverlies door corona en welke tips je kan geven. Daarnaast worden er informatie gegeven over leefstijladviezen voor chronisch zieke patiënten in tijden van het coronavirus.

Vergelijking van de richtlijnen

Wanneer de verschillende richtlijnen met elkaar vergeleken worden zijn er enkele dingen die opvallen:

      • Er lijkt een overeenstemming te zijn in het belang van interdisciplinair samenwerken met bijvoorbeeld fysiotherapeuten en artsen;
      • Alle richtlijnen benoemen dat vele patiënten overgewicht en/of obesitas hebben;
      • Alle richtlijnen benoemen dat een gedeelte van de patiënten maag-darmklachten heeft;
      • De richtlijnen geven verschillende richtlijnen voor energie- en eiwitgehalte, maar er is vrijwel altijd sprake van een verhoging van de basisbehoefte;
      • Het risico van refeeding syndroom wordt in vrijwel elke richtlijn benoemd;
      • Probiotica wordt specifiek in China aangeraden,andere landen adviseren suppletie waar nodig. Of probiotica hier ook onder valt is onduidelijk. Nederlandse richtlijnen adviseren niet specifiek over probiotica;
      • Diabetes komt in meerdere landen voor als risicofactor. Een studie uit China laat zien dat diabetici met COVID-19 meer medische interventies nodig hebben dan andere geïnfecteerde patiënten;
      • Adviezen voor mensen met nierproblemen zijn vooral terug te vinden in de Ierse richtlijn. De Diëtheek laat echter weten zelf ook bezig te zijn met een toevoeging van deze informatie aan hun richtlijn;
      • De Nederlandse richtlijnen zijn vrijwel de enige die aandacht geeft aan de geestelijke gesteldheid van de patiënt en gespreksvoering. Andere richtlijnen hebben meer puur ‘medische’ adviezen.
Lees ook
Nederlander wil wel minder snoepen, maar gezond aanbod ontbreekt

Nederlander wil wel minder snoepen, maar gezond aanbod ontbreekt

Tweederde van de Nederlanders wil minder snoepen en snacken of is hier al actief mee bezig, maar gebrek aan gezond aanbod maakt het lastig. Dat blijkt uit onderzoek van het Voedingscentrum.

Schooltuin, samen eten of koken helpt

Schooltuin, samen eten of koken helpt

Gezond en duurzaam eten is een belangrijk thema voor opgroeiende kinderen en jongeren. Het verdient de voortdurende aandacht, ook op school. De effectiviteit van voedselonderwijs wordt vergroot door kennis te combineren met vaardigheden, zoals eten bereiden, proeven, samen eten of tuinieren in de schooltuin, en het betrekken van ouders hierbij.

Onderzoek Stanford University: darmflora heeft baat bij fermentatierijke voeding

Onderzoek Stanford University: darmflora heeft baat bij fermentatierijke voeding

Een eetpatroon dat rijk is aan gefermenteerde voeding zorgt voor lagere ontstekingswaarden en een grotere microbiële diversiteit van de darmflora. Kan een voedingsinterventie de prevalentie van chronische inflammatoire ziekten verlagen?