artikel

Zoutinname van volwassen Nederlanders te hoog *

Voeding en gedrag

Zoutinname van volwassen Nederlanders te hoog *

Volwassenen in Doetinchem consumeren gemiddeld 9 gram zout per dag. Dat is anderhalf keer de aanbevolen hoeveelheid. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM. Het is aannemelijk dat de zoutconsumptie van de hele Nederlandse bevolking ook te hoog is. Als Nederlanders minder zout gaan eten, dan kan er een aanzienlijke gezondheidswinst worden behaald.

Er is maar weinig bekend over de inname van zout in Nederland. De beste methode om de zoutinname te schatten is het meten van de uitscheiding van natrium in 24-uurs urine. Om vervolgens een goed beeld te krijgen van de gemiddelde zoutinname over een langere periode is het belangrijk om meerdere keren 24-uurs urine te verzamelen. Het 24 uur lang verzamelen van urine vormt echter een grote belasting voor studiedeelnemers en de logistieke organisatie is erg complex. Daarom zijn er maar weinig, veelal oudere, studies die uitspraken doen over de  zoutinname op basis van deze methodiek. Meer recente en nauwkeurige gegevens over de zoutinname in Nederland zijn nodig om de ontwikkelingen van de afgelopen jaren in kaart te brengen en het toekomstige beleid hierop af te stemmen. Met dit doel werd door het RIVM in 2006 dit onderzoek gedaan naar de zoutinname van volwassen Nederlanders (1).

24-uurs urine
De deelnemers van de studie werden deels geworven uit de Doetinchem Studie (35-70-jarigen), een groot longitudinaal onderzoek naar leefstijl, biologische risicofactoren en chronische ziekten (2) en deels uit het bevolkingsregister van Doetinchem (19-35-jarigen). Uiteindelijk hebben 333 deelnemers urine verzameld. Dit is een respons van 63% bij de deelnemers van de Doetinchem Studie en 19% bij de jongere deelnemers uit het bevolkingsregister. Iedere deelnemer bracht een bezoek aan de GGD in Doetinchem voor een instructiebijeenkomst, waarin ze een korte uitleg kregen over het doel van het onderzoek en het verzamelen van de 24-uurs urine. Alle urine na de ochtendurine op dag 1 tot en met de ochtendurine van dag 2 werd verzameld. Daarbij werd een korte vragenlijst over de urineverzameling en een korte vragenlijst over voeding, roken en medicijngebruik ingevuld door de deelnemers. Na het verzamelen van de 24-uurs urine bracht iedere deelnemer de urine en de thuis ingevulde vragenlijsten terug naar de GGD, waar de urine koel werd bewaard tot het moment van opwerking.

Zoutinname
De studiepopulatie bestond uit 295 deelnemers met een gemiddelde leeftijd van 48,4 jaar (tabel 1). Bijna 90% van de deelnemers gebruikte zout bij de bereiding of aan tafel. De gemiddelde inname van natrium in de totale groep was 3,5 gram per dag, wat overeenkomt met 8,8 gram zout per dag. De gemiddelde zoutinname was in alle leeftijds- en geslachtsgroepen boven de aanbeveling van maximaal 6 gram per dag (afbeelding 1). Het meeste zout werd ingenomen door mannen van 19-49 jaar, namelijk 10,1 gram per dag. De laatste studie naar de zoutinname van Nederlanders op basis van 24-uurs urine is ruim 10 jaar geleden uitgevoerd (EPIC-calibratiestudie, 1995-1997). Toen werd bij Nederlandse mannen en vrouwen (Amsterdam, Doetinchem en Maastricht) een hogere gemiddelde natriuminname gevonden: 3,9 gram natrium per dag (9,8 gram zout)(3). Van het grootste onderzoek naar de 24-uurs uitscheiding van natrium wereldwijd, de zogenaamde INTERSALT studie, werden de resultaten in 1988 gepubliceerd. De gemiddelde natriuminname van Nederlandse mannen (Zutphen) was toen 3,7 gram per dag (9,3 gram zout) (3).

Beide schattingen liggen ruim boven de aanbeveling voor zout. De verwachting is dat de inname de afgelopen 10 jaar is toegenomen door een toenemend gebruik van industrieel bereide producten. De Consumentenbond schat de zoutinname momenteel op ongeveer 10-12 gram zout per dag (4).

Beperkingen
De onderzoekspopulatie was niet helemaal representatief voor de Nederlandse bevolking omdat alle deelnemers uit dezelfde regio afkomstig waren (Doetinchem en directe omgeving). Bovendien hebben we hier te maken met een selectieve groep, omdat een groot deel van de deelnemers geworven is uit een langlopend onderzoek. Mogelijk zijn de deelnemers zich meer bewust van hun voeding dan de gemiddelde Nederlander, waardoor we met deze studie de gemiddelde zoutinname van de Nederlandse bevolking mogelijk onderschatten.

Ook kan op basis van urineverzameling op slechts 1 dag het percentage personen dat gewoonlijk voldoet aan de zoutaanbeveling niet bepaald worden. Om dit te kunnen berekenen, moet de gemiddelde inname over een langere periode bekend zijn. De hier genoemde beperkingen gelden echter ook voor de eerder genoemde onderzoeken naar de zoutinname.

Ruim boven aanbeveling
Ondanks de genoemde beperkingen duiden de resultaten erop dat de zoutinname in Nederland gemiddeld ruim boven de aanbeveling ligt. Gezien het bloeddrukverhogende effect van zout is het zeer aan te bevelen om acties te ondernemen die de zoutinname in de Nederlandse populatie verlaagt. Een daling van de zoutinname in de populatie zal leiden tot een verlaging van de gemiddelde bloeddruk en een daling in de prevalentie van hoge bloeddruk in Nederland. Aangezien ongeveer 75% van de natriuminname geleverd wordt door zout dat toegevoegd wordt aan industrieel bereide producten, is de hulp van de levensmiddelenindustrie hierin onontbeerlijk.

Recentelijk is door de levensmiddelenindustrie een actieplan gelanceerd om het toegevoegde zout in producten de komende 2 jaar met 12% te verlagen (5). Over enkele jaren kunnen de effecten van deze zoutreductie in kaart worden gebracht door eenzelfde studie op te zetten en de resultaten te vergelijken met de resultaten uit de studie van het RIVM.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 3 van maart 2009 op bladzijde 10

Reageer op dit artikel