artikel

Dikke moeder dikke peuter? *

Voeding en gedrag

Dikke moeder dikke peuter? *

Hoe hoger het lichaamsgewicht van de moeder voor de zwangerschap, hoe hoger het gewicht van de peuter. Dat kwam uit de ABCD-studie, een grote cohortstudie in Amsterdam. Er werd onderzoek gedaan naar het effect van de BMI van de moeder voor de zwangerschap op het gewicht en de BMI van haar kind op de leeftijd van 14 maanden. Het kind wordt zwaarder geboren maar het verschil wordt nog meer veroorzaakt in de periode erna. Preventie van obesitas bij kinderen moet daarom al voor de zwangerschap beginnen.

Velen weten dat bepaalde factoren zoals roken, overmatig alcoholgebruik en slechte voeding, effect hebben op de gezondheid. Minder bekend is het feit dat ook de groei tijdens de eerste levensjaren effect heeft op de gezondheid op volwassen leeftijd. In de jaren tachtig toonden onderzoekers al aan dat een laag geboortegewicht en een laag lichaamsgewicht op eenjarige leeftijd het risico verhogen op hart- en vaatziekten op volwassen leeftijd (1). Meer recente studies (2, 3) laten zien dat ook de snelheid van de groei na de geboorte invloed hierop heeft. Versnelde groei bij pasgeborenen met een normaal geboortegewicht verhoogt het risico op hart- en vaatziekten op latere leeftijd. Een overmatige vetdepositie, vooral van het centrale vet, en de ontwikkeling van insulineresistentie zijn mogelijk enkele van de onderliggende mechanismen.

Veel studies tonen aan dat geboortegewicht een belangrijke determinant is voor de groei tijdens het eerste jaar. Het geboortegewicht wordt op haar beurt echter ook weer beïnvloed door een scala aan factoren zoals: lichaamslengte van beide ouders, pariteit, diabetes, hypertensie, Body Mass Index (BMI) van de moeder voor de zwangerschap, roken, alcohol, huwelijkse staat en educatie (4, 5). Wat voor effect deze factoren na de geboorte hebben op de groei van het kind is echter onbekend.

Met de huidige trend van steeds zwaarder worden, is het dan ook interessant om te kijken wat een hogere BMI, naast het directe effect op de gezondheid van de moeder, voor effect heeft op de groei van het kind. Is een dikke moeder voorspellend voor een dikke peuter? En bestaan er verschillen tussen de verschillende etniciteiten?

Het doel van deze studie was om te onderzoeken welke invloed de Body Mass Index van de moeder voor de zwangerschap (pBMI) heeft op het gewicht en de BMI van het kind op een leeftijd van 14 maanden. Verondersteld werd dat het effect van de BMI van de moeder voor de zwangerschap op het gewicht en de BMI van het kind vooral bepaald wordt door haar effect op het geboortegewicht en dat deze associatie hetzelfde is voor alle etnische groepen.

ABCD-studie

Het onderzoek vond plaats als onderdeel van de ABCD-studie (Amsterdam Born Children and their Development). Deze studie is een grootschalig, meerjarig onderzoek naar de leefstijl tijdens de zwangerschap en het effect daarvan op de zwangerschapsuitkomst en de ontwikkeling van het kind (6). Tussen januari 2003 en maart 2004 zijn alle zwangere vrouwen in Amsterdam (12.373) tijdens hun eerste prenatale controle (rond de 13e zwangerschapsweek) benaderd voor deelname. Zij ontvingen een vragenlijst, die zowel in het Nederlands als in het Engels, Arabisch en Turks beschikbaar was. De vragenlijst bevatte vragen op het gebied van sociale demografie, verloskundige en medische voorgeschiedenis, leefstijl en psychosociale factoren.

In totaal stuurden 8266 vrouwen de vragenlijst terug, een respons van 67 procent. Van deze groep vrouwen baarden er 7730 een vitale baby (eenling). De informatie over geboortegewicht, geslacht en zwangerschapsduur van deze baby’s werd verkregen via de jeugd gezondheidszorg van de GGD. De groei van deze kinderen werd vervolgens gevolgd door de standaardmetingen van het consultatiebureau te verzamelen. Momenteel zijn van 3729 kinderen de metingen verzameld en gedigitaliseerd. Van de overige kinderen waren bij de eerste verzamelronde geen gegevens beschikbaar omdat zij verhuisd waren binnen of buiten Amsterdam. 3372 kinderen hadden een meting op de leeftijd van 14 maanden (mediaan 61 weken, interquartile range 5 weken). Te vroeg (< 37 weken) geboren kinderen (n=201) werden geëxcludeerd. Het totale aantal kinderen beschikbaar voor analyse werd daarmee 3171.

De BMI van de moeder voor de zwangerschap werd berekend op basis van zelf gerapporteerde lengte en gewicht van voor de zwangerschap. Vervolgens werd een indeling gemaakt in 4 categorieën: < 18.5 (ondergewicht), 18.5-25 (normaal gewicht), 25-30 (overgewicht), ≥ 30 (obesitas). Het gewicht en de BMI van de kinderen op een leeftijd van 14 maanden werden als uitkomstmaat genomen.

Factoren die mogelijk daarop van invloed zijn zoals: leeftijd van de moeder, lichaamslengte van beide ouders, hypertensie, diabetes, roken en alcoholgebruik tijdens de zwangerschap, burgelijke staat, opleiding van de moeder en etniciteit waren gebaseerd op gegevens uit de vragenlijsten. De duur van de borstvoeding werd gehaald uit de dossiers van de consultatiebureaus. Al deze factoren werden meegenomen in de analyses.

Zo moeder zo kind

De demografische kenmerken van de moeders en de kinderen uit het onderzoek staan vermeld in tabel 1.

Gewicht
Als we uitsluitend naar de pBMI en het gewicht van het 14 maanden oude kind kijken, is er een duidelijk lineair verband tussen die twee. Per toename van 1 punt pBMI waren de kinderen gemiddeld 29 gram zwaarder bij 14 maanden. De kinderen van vrouwen met ondergewicht waren gemiddeld 318 gram lichter en de kinderen van obese vrouwen gemiddeld 261 gram zwaarder dan kinderen van vrouwen met een normaal gewicht (zie afbeelding 1a). Na correctie voor geboortegewicht, zwangerschapsduur en geslacht van het kind blijft er een duidelijk positief verband bestaan; echter minder sterk (een stijging van 1 punt pBMI resulteerde in een toename van 19 gram). Dit betekent dat 1/3 van de relatie tussen pBMI en het gewicht van het kind verklaard wordt door een grotere groei in de baarmoeder en 2/3 door een grotere groei vlak na de geboorte. Naast de grote invloed van geboortegewicht, zwangerschapsduur en geslacht van het kind werd het gewicht ook bepaald door de duur van de borstvoeding, de lengte van de vader en van de moeder en de etniciteit. Kinderen van moeders afkomstig uit Marokko, Turkije en andere niet-westerse landen waren zwaarder dan kinderen van Nederlandse afkomst.

BMI
Als we kijken naar de BMI van het kind 14 maanden na de geboorte zien we dezelfde trend. Moeders met een hogere pBMI hadden kinderen met een hogere BMI op de leeftijd van 14 maanden dan moeders die een lagere pBMI hadden (per punt pBMI 0.041 kg/m2). De resultaten voor de vier verschillende pBMI-groepen zijn weergeven in afbeelding 1b.

Na correctie voor geboortegewicht, zwangerschapsduur en geslacht van het kind blijft dit effect bestaan, maar daalde iets (per punt pBMI 0.034 kg/m2). Andere factoren die invloed hadden op de BMI van het kind waren: duur van de borstvoeding, leeftijd van de moeder en etniciteit.

Discussie

De resultaten van deze grote cohortstudie laten zien dat de BMI van de moeder voor de zwangerschap een grote onafhankelijke determinant is van het gewicht en de BMI van het kind op een leeftijd van 14 maanden. Dit effect kan gedeeltelijk verklaard worden door haar invloed op de intra-uterine groei (getoond in geboortegewicht), maar voor het grootste deel vindt het effect plaats na de geboorte. Dit deel zou kunnen lopen via postnatale factoren zoals voeding, maar ook via andere, onbekende intra-uteriene factoren, die dan geen invloed hebben op geboortegewicht. De effecten zijn in de verschillende etnische groepen gelijk, maar etniciteit zelf heeft een groot additioneel effect op het gewicht en de BMI van het kind, zelfs na correctie voor maternale, paternale en kindfactoren.

Het effect van pBMI is eerder aangetoond (7, 8), maar niet eerder werd er onderscheid gemaakt tussen het intra-uteriene en het postnatale effect.

Een sterk punt van deze studie is het grote aantal onderzochte kinderen, maar er zijn ook beperkingen. Ten eerste werd de pBMI berekend met zelf gerapporteerde lengte en gewicht. Mensen die gevraagd worden zelf hun lengte en gewicht in te schatten en te rapporteren  overschatten de lengte en onderschatten het gewicht vaak. Dit levert een onderschatting van de BMI op. Dit leidt echter eerder tot een onderschatting dan een overschatting van de relatie. Als tweede beperkende punt geldt het ontbreken van informatie over de gewichtstoename tijdens de zwangerschap en de start van de bijvoeding. De gewichtstoename tijdens de zwangerschap heeft een bewezen effect op het geboortegewicht (9). Van het punt waarop bijvoeding gestart wordt, werd eerder aangetoond dat het negatief geassocieerd is met het gewicht van het kind op een leeftijd van 1 jaar (7). Helaas was in de hier beschreven studie onvoldoende informatie beschikbaar over deze twee factoren.

Als laatste punt valt te noemen de BMI van het kind op 14 maanden. Deze moet zorgvuldig geïnterpreteerd worden. Ten eerste is de BMI een weergave van het hele lichaamsgewicht inclusief botten, spieren, water en vet en is dus geen directe maat voor adipositas. Ten tweede is het moeilijk om de BMI te vergelijken met een ‘normaalwaarde’ omdat de BMI op jonge leeftijd erg fluctueert. Van de geboorte tot de leeftijd van 1 jaar stijgt de BMI en na het eerste jaar daalt hij, eerst snel en daarna langzaam. Tussen de leeftijd van 5 en 7 jaar stijgt de BMI weer tot de leeftijd van een jaar of 16, wanneer het zijn volwassen waarde bereikt.

Meerdere mechanismen kunnen de relatie tussen de BMI van de moeder voor de zwangerschap en het gewicht en de BMI van het kind verklaren. Ten eerste kan het een reflectie zijn van een genetisch mechanisme. Ten tweede kan het een ‘instel’ probleem zijn. Dier- en mensstudies tonen dat instellingen tijdens de zwangerschap en de kinderjaren zorgen voor veranderingen in het regelsysteem en dit leidt tot een ongunstig vetmetabolisme (1). Tevens is er bewijs dat de samenstelling van borstvoeding van obese moeders anders is, met als gevolg een verhoogd risico op overgewicht bij het kind (10). Naast deze fysiologische mechanismen kan gewoonte ook een rol spelen. Obese vrouwen zijn mogelijk eerder geneigd om hun kinderen bijvoeding te geven of om hun kinderen meer (energierijke) voeding te geven.

Aanbevelingen

Om de relatie tussen de BMI van de moeder voor de zwangerschap en het gewicht en de BMI van het kind te onderzoeken zijn meer studies nodig. Optimale correctie voor andere factoren, vooral het voedingspatroon in het eerste levensjaar, is daarbij een voorwaarde om zuiver het effect van de pBMI te zien. Tevens is het belangrijk om te onderzoeken hoe voorspellend het gewicht en de BMI op de leeftijd van 14 maanden zijn voor het ontstaan van obesitas op latere leeftijd. Als het gewicht en de BMI op deze leeftijd voorspellend zijn, moet preventie van obesitas al van start gaan voor het zwanger worden. Speciale aandacht hierbij zal besteed moeten worden aan vrouwen van andere etnische origine, want zij tonen de hoogste prevalentie van overgewicht en obesitas en het zijn hun kinderen die de snelste groei vertonen tijdens het eerste levensjaar.

Referenties
1.
Barker DJP, Osmond C, Winter PD et al. Weight in infancy and death from ischaemic heart disease. Lancet 1989;2:577-80.
2. Eriksson JG, Forsen T, Tuomilehto J et al. Catch-up growth in childhood and death from coronary heart disease: longitudinal study. BMJ 1999;318:427-431.
3. Singhal A, Lucas A. Early origins of cardiovascular disease: is there a unifying hypothesis? The Lancet 2004;363:1642-45.
4. Kirchengast S, Hartmann B. Maternal pre-pregnancy weight status and pregnancy weight gain as major determinants for newborn weight and size.
Ann Hum Biol 1998;25(1):17-28.
5.  Harvey et al. Parental determinants of neonatal body composition.
J Clin Endocrinol Metab 2007;92(2):523-6.
6. Eijsden van M, van der Wal MF, Bonsel GJ. Folic acid knowledge and use in a multi-ethnic pregnancy cohort: the role of language proficiency. BJOG 2006;113(12):1446-51.
7. Baker JL, Michaelsen KF, Rasmussen KM et al. Maternal prepregnant body mass index, duration of breastfeeding, and timing of complementary food introduction are associated with infant weight gain. Am J Clin Nutr 2004;80:1579-88.
8. Reilly et al. Early life risk factors for obesity in childhood: cohort study. BMJ 2005;330(7504):1357.
9.
Cedergren M. Effects of gestational weight gain and body mass index on obstetric outcome in Sweden. Int J Gynaecol Obstet 2006;93(3):269-74.
10. Miralles O, Sanchez J, Palou Aet al.
A Physiological role of breast milk leptin in body weight control in developing infants. Obesity 2006;14:1371-1377.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 4 van april 2009 op bladzijde 10

Reageer op dit artikel