artikel

Interventies tegen overmatig alcoholgebruik bij jongeren *

Voeding en gedrag

Interventies tegen overmatig alcoholgebruik bij jongeren *

Nederlandse jongeren drinken veel teveel alcohol wanneer ze in Nederlandse kustplaatsen op vakantie zijn. Jade van de Luitgaarden evalueerde twee interventies die alcoholgebruik moeten afremmen bij de jeugd en schreef daarover haar proefschrift Excessive alcohol use in youth on holiday . Betere controle op regelgeving kan jongeren meer van het bier afhouden. Dat moet wel, want van nare gevolgen van teveel alcohol zijn jongeren niet erg onder de indruk.

22 glazen alcohol drinken jongens wanneer zij zonder ouders op vakantie zijn in Nederlandse kustgemeenten. Dat is geen uitzondering maar een gemiddelde. Bij meisjes ligt dat rond negen glazen per dag. Dit zijn zorgelijke hoeveelheden die leiden tot black-outs, vechtpartijen, ongelukjes, onveilige seks en alcoholvergiftigingen en daar maken jongeren zich geen zorgen om. Van de Luitgaarden concludeert: ‘Ik denk dat de beste aanpak ligt bij omgevingsinterventies, die de beschikbaarheid van alcohol voor jongeren verminderen.’

Hoe heeft het zover kunnen komen?
‘Jongeren willen een ‘time out’ wanneer ze op vakantie zijn. ‘Even lekker niks doen.’ Het dagprogramma bestaat voornamelijk uit op het strand liggen, met de vriendengroep op de camping ‘indrinken’ en daarna uitgaan om nog meer te drinken. Ouders zijn er niet bij waardoor zij geen inzicht hebben in hoeveel hun kroost drinkt en niet kunnen ingrijpen. Campingeigenaren proberen geluidsoverlast en rommel op hun campings te voorkomen, maar alcoholgebruik onder jongeren wordt door niemand tegengegaan. Na het indrinken op de camping in het café of de discotheek aangekomen, bestellen de jongeren drank in rondjes. Doordat zij dat om de beurt doen weet het barpersoneel niet precies hoeveel de jongeren al gedronken hebben. Volgens de Drank-en Horecawet mag barpersoneel niet doorschenken aan mensen die al onder invloed zijn, maar dit gebeurt wel, zo blijkt uit ander onderzoek. Net als schenken van alcohol aan personen die jonger zijn dan zestien jaar en schenken van sterke drank aan mensen jonger dan achttien. Kortom, er is onvoldoende toezicht op jongeren en op naleving van de Drank- en Horecawet. Bovendien maken ‘happy hours’ (een uur lang twee drankjes voor de prijs van een) en ruime openingstijden van uitgaansgelegenheden het voor jongeren nog makkelijker om te drinken. Het is voor de jeugd nu te eenvoudig om grote hoeveelheden alcohol binnen te krijgen.’

Kunnen beide interventies helpen om jongeren minder te laten drinken?
‘De EC, een leuke interventie waar jongeren graag aan mee doen, heeft niet geleid tot een lager alcoholgebruik op vakantie. Hij is erop gericht jongeren zelf hun alcoholgebruik te laten matigen door het ontkrachten van positieve verwachtingen over het drinken van alcohol, zoals ‘van alcohol word ik grappig of opgewonden.’ In een omgeving waarin alcohol echter overvloedig aanwezig is, blijkt alleen informatie geven niet genoeg om hen minder te laten drinken. Het is bovendien een interventie die niet eenvoudig uit te voeren is op locatie. Je hebt veel spullen nodig, goed getrainde ‘peers’, oftewel, jongeren die de interventie leiden en je kunt er relatief weinig jongeren mee bereiken. Met ‘Community’ interventies kan echter wel gezondheidswinst geboekt worden. De CI is gericht op het veranderen van de omgeving waarin iemand alcohol gebruikt in plaats van individuen overtuigen om hun gedrag te veranderen. De bedoeling is om alcohol minder gemakkelijk verkrijgbaar te maken voor jongeren die erop uit zijn (teveel) te drinken. Dit kan onder andere bereikt worden door leeftijdsgrenzen met betrekking tot alcoholverkoop beter te handhaven. Ook zou het helpen om horeca-uitbaters beter te controleren op doorschenken bij dronkenschap en alcoholverkoop op minder plaatsen toe te staan. De Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) die hier toezicht op houdt, heeft momenteel alleen beperkte mankracht waardoor er weinig controle plaatsvindt. De VWA denkt er wel over om het toezicht op naleving van de regels bij gemeenten neer te leggen. Bovendien is het doeltreffend om de openingstijden van café’s en discotheken te beperken en de prijs van alcohol te verhogen, bijvoorbeeld door happy hours af te schaffen. Wanneer de beschikbaarheid van alcohol voor jongeren succesvol verminderd wordt, zal de alcoholreductie daadwerkelijk slagen. Met deze maatregelen op landelijk en gemeentelijk niveau wordt bovendien een grotere groep drinkers bereikt, dus kan er meer gezondheidswinst geboekt worden.’

Hoe moeten ouders omgaan met alcohol in de opvoeding?
‘Ouders spelen een belangrijke rol in het voorkomen van drankgebruik bij hun kinderen. Het beste is wanneer ouders hun kinderen verbieden om alcohol te drinken, minimaal tot ze zestien jaar zijn. Hoe jonger kinderen beginnen te drinken, hoe groter de kans op hersenbeschadiging en verslaving op latere leeftijd. Toestaan dat kinderen bij een feestelijke gelegenheid af en toe een glaasje meedrinken verlaagt de drempel tot alcoholgebruik. Iedere slok is er een teveel. Ouders moeten er dan ook alert op zijn dat wanneer kinderen alleen met vrienden op vakantie gaan, ze gemakkelijk in de verleiding komen om (veel) te drinken. Het helpt wanneer ouders zelf het goede voorbeeld geven en weinig of geen alcohol gebruiken. Kinderen van ouders die regelmatig drinken beginnen vaak eerder met drinken en drinken meer. Wanneer kinderen uiteindelijk beginnen met drinken is het belangrijk om afspraken te maken over welke hoeveelheid toegestaan is. Ouders moeten vervolgens in de gaten houden of er niet teveel wordt gedronken, want dat is echt nodig. Jongeren zijn vaak niet eerlijk tegen ouders over alcoholgebruik. De hersenen van jongeren werken nog niet zoals die van een volwassene en daarom moeten ze tegen zichzelf in bescherming genomen worden. Tot op heden is het nog niet gelukt om het alcoholgebruik van jongeren op vakantie in Nederlandse kustplaatsen daadwerkelijk te verminderen.’

Referentie
(1) Van de Luitgaarden-Janssen J. Excessive alcohol use in youth on holiday, maart 2009.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 9 van september 2009 op bladzijde 12

Reageer op dit artikel