artikel

Invloed eetstijl op voedselinname *

Voeding en gedrag

Invloed eetstijl op voedselinname *

Een te grote voedselinname in verhouding tot het verbruik van energie wordt gezien als een van de belangrijkste oorzaken van overgewicht. Over de invloed die verschillende eetstijlen kunnen hebben op voedselinname is nog maar weinig bekend. Het is belangrijk om deze invloed te onderzoeken met het oog op de ontwikkeling van interventies gericht op het terugdringen van eetproblematiek.

Doeschka Anschutz en collega’s deden onderzoek naar de invloed van de eetstijl op de voedselinname. Daarvoor lieten zij 475 jonge vrouwen vragenlijsten invullen over hun  voedselinname, eetgedrag, gewicht en fysieke activiteit. Er worden drie eetstijlen onderscheiden: lijngericht-, emotioneel- en extern eten. Lijngericht eten kan worden omschreven als bewuste restrictie van energieinname met als doel om gewicht te behouden of te verliezen. Emotioneel eten impliceert eten als reactie op hevige emoties. Extern eten is het eten als gevolg van blootstelling aan externe ‘voedselcues’, zoals het zien of ruiken van voedsel.

De voedselinname werd door Anschutz en collega’s gemeten met behulp van een Food Frequency (voedselfrequentie) vragenlijst, waarbij de vrouwen alles wat ze de afgelopen maand geconsumeerd hadden moesten rapporteren. Lijngericht eten bleek een negatieve relatie te hebben met totale voedselinname en de inname van vet en koolhydraten.

Hoe meer lijngedrag de vrouwen vertoonden, hoe minder ze consumeerden. Bovendien was lijnen geassocieerd met een hoger gewicht maar hogere fysieke activiteit, wat doet vermoeden dat zwaardere vrouwen vaker aan de lijn doen dan minder zware vrouwen en naast het lijnen ook meer bewegen.

Inventariseren
Er werd geen relatie gevonden tussen emotioneel eten en voedselinname. Dit zou kunnen komen doordat het onderzoek niet specifiek naar voedselinname na stressvolle gebeurtenissen gekeken heeft. Hoge scores op extern eten waren sterk gerelateerd aan verhoogde totale voedselinname en de inname van koolhydraten en vooral vet. Opvallend was dat extern eten tevens negatief  gerelateerd was aan fysieke activiteit, terwijl er geen verband was met gewicht.

De resultaten van dit onderzoek geven meer inzicht in onderliggende processen van voedselinname. Een voorbeeld van een praktische implicatie van het onderzoek zou kunnen zijn om bij de behandeling van eetproblematiek te inventariseren welke eetstijl vrouwen hanteren. De interventie zou dan kunnen worden toegespitst op de aandachtsgebieden met betrekking tot voedselinname of energieverbruik die passen bij de betreffende eetstijl.

De bacteriën VTEC O157 en campylobacter kunnen voedselvergiftiging veroorzaken bij mensen en vooral jonge kinderen kunnen ernstig ziek worden. Beide bacteriën komen regelmatig voor bij vee; de bacteriën zitten in de uitwerpselen die vervolgens terechtkomen in de bodem en in water en zo gezondheidsrisico’s kunnen opleveren. Een goede controle op vee is daarom noodzakelijk.

Met name jong vee draagt de pathogene VTEC O157. Ondanks dat gevogelte de hoofdbron is van besmetting met Campylobacteriosis blijkt uit meerdere onderzoeken dat het leven in een rurale omgeving risico’s kan inhouden voor jonge kinderen. In een onderzoek naar slachthuizen in Engeland en Wales, bleek 56% van het vee drager van de Campylobacter jejuni/coli. Dit komt overeen met resultaten uit andere Europese studies.

Controle op VTEC O157 en campylobacter op veehouderijen is dus noodzakelijk om de kans op besmetting van de leefomgeving te verkleinen en daarmee het risico voor mensen te verminderen. Controle op deze bacteriën op veehouderijen is echter een controversieel punt, aangezien de dieren nietsymptomatische dragers zijn. De veehouder verliest geen vee, dus geen productie, en zal zich er nauwelijks of niet van bewust zijn dat zijn dieren drager zijn van de bacteriën.

Het controleren op deze bacteriën is vooral gericht op een verbetering van de volksgezondheid. Het is echter de veehouder die zal moeten investeren in controleapparatuur en voorzieningen. Dit dilemma maakt controles op veehouderijen lastig. Er zal een succesvol controleplan moeten worden ontwikkeld dat uitvoerbaar is, daadwerkelijk resultaat oplevert, en de veehouders zodanige voordelen oplevert, dat de controles op voldoende veehouderijen worden uitgevoerd. Alleen zo zal het impact hebben en voordelen op kunnen leveren voor de volksgezondheid.

Controleplan
Het onderzoeksteam van Joey Ellis-Iversen heeft een ‘evidence based’-controleplan ontwikkeld waarbij gebruik is gemaakt van verschillende soorten onderzoeken [1,2,3,4]. Het plan omvat vijf methoden: ‘dry bedding’, stabiele ‘opgroeiende’ kuddes, gesloten kuddes, troggen met schoon water, en het vermijden van contact tussen vee van verschillende kuddes.

Ondanks de ontwikkeling van een controleplan waren maar weinig veehouders in Engeland en Wales bereid om de methoden te implementeren. Er werd bij de boeren wel degelijk de wil waargenomen om veilige producten te leveren, maar de implementatie van het controleprogramma leverde te veel struikelblokken op. Het team heeft ten slotte een concept ontwikkeld, genaamd ‘pathway to disease control’ waarin de barrières die veehouders tegenkomen worden uitgelegd aan de risico-managers en wat de samenwerking om deze barrières te overkomen moet vergemakkelijken. Zo kan er worden toegewerkt naar een goede controle van zoönosen bij vee [5].

Referenties
1. Ellis-Iversen J, Smith RP, Snow LC, Watson E, Millar MF, Pritchard GC, Sayers AR, Cook AJ, Evans SJ, Paiba GA. Identification of management risk factors for VTEC O157 in young-stock in England and Wales. Prev Vet Med 2007, 82:29-41.
2. Ellis-Iversen J, Pritchard GC, Wooldridge M, Nielen M. Risk factors for Campylobacter jejuni and Campylobacter coli in young cattle on English and Welsh farms. Prev Vet Med 2009, 88:42-48.
3. Ellis-Iversen J, Cook AJC, Smith RP, Pritchard GC, Nielen M. Temporal patterns and risk factors for Escherichia coli O157 and Campylobacter spp. in young cattle. J Food Protect 2009, 72:490-496.
4. Ellis-Iversen J, Smith RP, Van Winden S, Paiba GA, Watson E, Snow LC, Cook AJ. Farm practices to control E. coli O157 in young cattle – a randomized controlled trial. Vet Res 2008, 39 (1):article 3.
5. Ellis-Iversen J, Cook AJ, Watson E, Nielen M, Larkin L, Wooldridge M, Hogeveen H. Perceptions, circumstances and motivators that affect implementation of zoonotic control programs on cattle farms.
Prev Vet Med 2009, In press.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 12 van december 2009 op bladzijde 32

Reageer op dit artikel