artikel

Hoe gaan jongeren om met een voedselomgeving vol verleidingen? *

Voeding en gedrag

Hoe gaan jongeren om met een voedselomgeving vol verleidingen? *

Hoe Europese jongeren kunnen leren beter om te gaan met de zogeheten obesogene voedselomgeving, waarin voedsel altijd en overal verkrijgbaar is, was het doel van het TEMPEST-project. Hierin stond het begrip zelfregulatie centraal. Zelf-monitoring is daarbij een belangrijk hulpmiddel. Het verbieden van eten blijkt eerder averechts te werken. Enkele resultaten.

Binnenkort wordt het onderzoeksproject TEMPEST (Temptations to Eat Moderated by Personal and Environmental Self-regulatory Tools) afgerond. Gedurende vier jaar heeft een multidisciplinaire groep wetenschappers uit negen Europese landen onderzocht hoe jongeren kunnen leren hun eetgewoonten op een gezonde manier te regelen in een omgeving waarin (veelal ongezond) voedsel alomtegenwoordig is. Het onderzoek is uitgevoerd onder leiding van de Universiteit Utrecht. Bijna 15.000 jongeren in de leeftijd van 10 tot 17 jaar hebben meegewerkt. Sommige jongeren hebben hun ervaringen en mening gedeeld in focusgesprekken, sommigen hebben aan experimenteel onderzoek meegedaan en veruit de meeste deelnemers hebben vragenlijsten ingevuld.

Zelfregulatie
Het Tempest-project is gebaseerd op het idee dat jongere en omgeving elkaar voortdurend beïnvloeden en dat een aanpak van alleen de jongere of alleen de omgeving niet voldoende is om gezonder eetgedrag te bewerkstelligen. Het Tempest-project draait om de stelling dat een goede zelfregulatiecompetentie cruciaal is in het leren omgaan met de vele voedselverleidingen die een jongere dagelijks tegenkomt (1). Zelfregulatie omvat alles wat mensen zelf kunnen doen om hun gedachten, gevoelens en gedrag zo te sturen dat ze hun persoonlijke doelen kunnen halen. Met een goede zelfregulatie kan een jongere de aantrekkingskracht van een snackbar weerstaan en, in plaats van een patatje, een gezonde appel eten.

Er zijn verschillende manieren om zelfregulatie uit te oefenen. Binnen het Tempest-project zijn focusgesprekken gevoerd met jongeren waarin hen is gevraagd wat zij zelf kunnen doen om ervoor te zorgen dat ze gezond eten. Jongeren bleken goed in staat deze vraag te beantwoorden; ze droegen vele manieren aan die zij kenden voor het reguleren van hun eigen eetgedrag (2). Uit de focusgesprekken zijn uiteindelijk zes verschillende strategieën voor zelfregulatie van eetgedrag gedestilleerd. Deze strategieën zijn gebaseerd op wat jongeren zelf hebben aangedragen, waardoor zeker is dat jongeren de strategieën kennen, maar ze hebben tegelijkertijd ook een fundament in de psychologische theorie (3).

Zes zelfregulatiestrategieën
Het vermijden van verleidingen heeft betrekking op uit de weg gaan van zoveel mogelijk verleidingen. Op die manier kan de (beperkte) capaciteit voor zelfregulatie gespaard blijven. Jongeren gaven bijvoorbeeld aan dat ze thuis niet naar de keuken gingen als ze zich verveelden, of dat ze in de supermarkt de gangpaden met snoep en chips vermeden. Het controleren van verleidingen gaat niet zozeer over het ontwijken van verleidingen, maar over het minder aantrekkelijk maken van verleidingen, zodat ze gemakkelijker zijn te weerstaan. Deze strategie omvat kleine, slimme veranderingen in de omgeving die ervoor zorgen dat gezond eten op de voorgrond komt te staan en ongezond eten naar de achtergrond verdwijnt. Jongeren gaven bijvoorbeeld aan dat ze expres lekkere gezonde dingen klaarlegden als ze televisie gingen kijken zodat deze voor het grijpen lagen, en dat ze de snoeppot juist onzichtbaar in de kast zetten zodat die minder aantrekkingskracht zou hebben.

Het is niet altijd mogelijk om de verleiding te vermijden of te controleren. Wat dan kan helpen is afleiding zoeken. Voedselverleidingen kunnen je aandacht stevig vasthouden waardoor het steeds moeilijker wordt om de verleiding te weerstaan. Door simpelweg je aandacht op iets anders te richten wordt dit makkelijker. Jongeren gaven bijvoorbeeld aan dat ze een vriend(in) konden bellen wanneer ze trek hadden in iets lekkers, of een spelletje konden gaan doen als ze al trek hadden voor het avondeten. Een andere manier om aandacht te sturen is onderdrukken. Onderdrukken houdt in dat je met wilskracht probeert om de gedachte aan lekker eten weg te duwen. Jongeren gaven bijvoorbeeld aan dat ze gewoon ‘nee’ tegen zichzelf zeiden als ze iets lekkers wilden. Deze strategie kost veel mentale energie en is dan ook vooral geschikt als kortdurend ‘redmiddel’ als andere strategieën even niet toepasbaar zijn. 

Belangrijk voor zelfregulatie is dat er een persoonlijk doel is; in dit geval het doel om gezond te eten. Doelen en regels opstellen is daarom een belangrijke zelfregulatiestrategie. Jongeren bleken hierin bekwaam: ze stelden bijvoorbeeld als doel om elke dag een stuk fruit te eten, en koppelden daaraan regels zoals ‘altijd fruit mee naar school nemen’ of ‘bij thuiskomst uit school altijd eerst een stuk fruit eten’. Een hieraan gerelateerde strategie is het stilstaan bij doelen. Jongeren hebben over het algemeen veelzijdige levens waarin veel verschillende doelen tegelijk belangrijk zijn. Om gezond eten voldoende op de voorgrond te houden is het daarom goed om stil te staan bij het belang van dat doel. Jongeren doen dit bijvoorbeeld door voor het eten van iets ongezonds eerst even na te gaan of ze wel écht zin hebben in die chocoladereep.

Resultaten
Uit het onderzoek (4) blijkt inderdaad dat zelfregulatie cruciaal is in het weerstaan van ongezond eten. In een vragenlijst die werd ingevuld door ruim 2.500 jongeren vroegen de onderzoekers naar het gebruik van de zes strategieën, de toegankelijkheid van ongezond eten (dus het gemak waarmee de participanten ongezond eten konden verkrijgen) en de daadwerkelijke consumptie van ongezond voedsel, waarbij de focus lag op tussendoortjes, snacks en frisdranken.

Analyse van de antwoorden wees uit dat er iets bijzonders aan de hand was. Zoals verwacht was het gebruik van de zelfregulatiestrategieën gerelateerd aan de consumptie van ongezond voedsel; hoe meer strategiegebruik, hoe lager de consumptie. De toegankelijkheid van ongezond eten was gerelateerd aan de consumptie ervan; hoe toegankelijker, hoe hoger de consumptie. Ook dit is zoals je zou verwachten, maar het bijzondere was dat deze relatie niet voor alle jongeren even sterk was. De invloed van de toegankelijkheid van ongezond eten was minder sterk voor jongeren die een hoger strategiegebruik rapporteerden. Met andere woorden, het gebruiken van zelfregulatiestrategieën helpt om minder ongezond te eten, zelfs als dat ongezonde voedsel zeer gemakkelijk toegankelijk is.

Het gebruik van zelfregulatiestrategieën blijkt vooral van invloed te zijn op de consumptie bij een hoge toegankelijkheid van ongezond voedsel; bij lagere toegankelijkheid is het verschil tussen jongeren die veel en weinig strategieën gebruiken kleiner. Dit is natuurlijk logisch te verklaren. Als er weinig verleidingen zijn, is het gebruik van zelfregulatiestrategieën ook minder noodzakelijk: er is minder te reguleren. De huidige maatschappij kenmerkt zich echter door een bijna overweldigend aanbod aan ongezond voedsel, waarin zelfregulatie dus een belangrijk wapen kan zijn.

Praktische tips
Uit onderzoek (3) binnen het Tempest-project blijkt dat veel jongeren de strategieën en hun behulpzame effect weliswaar kennen, maar dat ze deze toch nog lang niet altijd toepassen wanneer dat zou moeten. In een vragenlijst werd de vraag gesteld hoe vaak de participanten een zelfregulatiestrategie toepasten in situaties waarin ze met een voedselverleiding werden geconfronteerd; gemiddeld werd er geantwoord met ‘soms’. Er is dus nog heel wat ruimte voor verbetering! Gelukkig is het mogelijk om het gebruik van zelfregulatiestrategieën te trainen en te verbeteren. Binnen het Tempest-project is hier ook onderzoek naar gedaan.

Zelfmonitoring is een belangrijk hulpmiddel voor zelfregulatie (2). Als jongeren zich beter bewust worden van patronen in hun eetgedrag – bijvoorbeeld door het bijhouden van een snackdagboekje waarin wordt bijgehouden in welke situatie ongezonde tussendoortjes worden gegeten – kunnen zij hun eetgewoontes ook gemakkelijker aanpakken.

Daarnaast heeft het onderzoek duidelijk aangetoond dat het verbieden van eten de zelfregulatie bepaald niet bevordert. In een onderzoek naar snoepjes kreeg de ene groep jongeren eerst een subtiele hint om niet van de snoepjes te eten. De andere groep kreeg expliciet te horen dat ze niet van de snoepjes mochten eten. In beide groepen was het resultaat hetzelfde, namelijk dat er niet van de snoepjes werd gegeten. In een tweede deel van het onderzoek, toen er vrij van de snoepjes mocht worden gegeten, bleek dat de groep die eerst een verbod had gekregen meer snoepjes at dan de groep die de subtiele hint had gekregen (34 gram tegenover 12 gram). Een dergelijke subtiele hint stimuleert de gezonde keuze, maar laat de uiteindelijke beslissing aan de jongere. Op die manier wordt de competentie voor zelfregulatie getraind en zal het de jongere een volgende keer minder moeite kosten om weer voor de gezonde optie te gaan.

Meer van dit soort praktische tips staan in het boek Fluitend Door De Chocoladefabriek dat de Nederlandse Tempest-onderzoekers schreven en dat wordt uitgegeven door het Voedingscentrum (5).

Referenties

  1. De Ridder DTD, De Vet E, Stok FM, Adriaanse MA, De Wit JBF. Obesity, overconsumption and self-regulation failure: The unsung role of eating appropriateness standards. Health Psychol Rev 2013; geaccepteerd voor publicatie.
  2. Stok FM, De Vet E, De Ridder DTD, De Wit JBF. “I should remember I don’t want to become fat”: Adolescents’ views on self-regulatory strategies for healthy eating. J Adolescence 2012;35:67-75.
  3. De Vet E, De Ridder DTD, Stok FM, Brunso K, Baban A, Gaspar De Matos T. Assessing self-regulation strategies: Development and validation of the Tempest Self-Regulation Questionnaire for Eating (TESQ-E) in adolescents. Aangeboden voor publicatie.
  4. De Vet E, De Wit JBF, Luszczynska A, et al. Access to excess: How do adolescents deal with unhealthy foods in their environment? Eur J Public Health 2013; geaccepteerd voor publicatie.
  5. Stok FM, De Ridder DTD, De Vet E, De Wit JBF, TEMPEST consortium. Fluitend Door De Chocoladefabriek: Hoe Jongeren Hun Weg Vinden In De Verleidelijke Voedselomgeving. Den Haag: Het Voedingscentrum, 2013.


Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 9 van september 2013 op bladzijde 9

Reageer op dit artikel