artikel

Anders eten om overgewicht te voorkomen?

Voeding en gedrag

Anders eten om overgewicht te voorkomen?

Mensen met overgewicht en obesitas ontwikkelen vaker cardiovasculaire aandoeningen dan mensen met normaal gewicht. Ongeveer de helft van de volwassen Nederlandse bevolking heeft overgewicht. Het voorkomen van overgewicht in de bevolking kan dus een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van het cardiovasculair risico op populatieniveau.

De relatie tussen obesitas en cardiovasculaire aandoeningen is complex. Naast de totale hoeveelheid lichaamsvet is ook de lokalisatie van de vetophoping van belang. Vooral vet dat buiten de reguliere zones (subcutane depots) is opgeslagen, zoals in de spieren, de lever, de nieren, rond de bloedvaten of de organen, het zogenaamde ectopische vet (buiten normale ligging, red.), is geassocieerd met negatieve cardiovasculaire effecten.

Vetopslag
Niet alleen beperking van de totale vetmassa, maar met name het voorkomen van ectopische vetopslag is dus van belang. Verminderen van de energie-inname is daarbij cruciaal. De vraag is of de samenstelling van de voeding hierbij een rol kan spelen. Gekeken is naar de rol van de totale hoeveelheid vet, koolhydraten en eiwit in de voeding, en van de verschillende soorten vetten, koolhydraten en eiwitten onder condities van ad libitum energie-inname (1).

Europese studie
Er zijn nauwelijks gegevens over specifieke effecten van voeding op ectopische vetverdeling, de meeste studies rapporteren effecten op gewicht en soms vetmassa. Ook de rol van verschillende typen vetten, koolhydraten en eiwitten in “normale” voedingspatronen is nog onderbelicht.

Een recente meta-analyse laat zien dat een lagere vetinname leidt tot een lager gewicht (2). Er zijn op dit moment geen duidelijke aanwijzingen dat de verhouding tussen verzadigde, onverzadigde en meervoudig onverzadigde vetten hierbij een rol speelt. Het verlagen van de vetinname gaat meestal gepaard met een verhoging van de koolhydraatinname. Hoewel laag-koolhydraat diëten populair zijn onder afvallers en op korte termijn vaak effectiever zijn dan andere diëten, is de combinatie minder vet-meer koolhydraten in een ad libitum voedingspatroon toch gunstiger voor het gewicht dan de combinatie meer vet-minder koolhydraten.

De grote Europese Diogenes studie heeft laten zien dat een voeding met rond 30 energie% vet, 23 energie% eiwit en 47 energie% koolhydraten een jaar na afvallen leidt tot minder gewichtsstijging dan een voeding met 30 energie% vet, 16 energie% eiwit en 54 energie% koolhydraten (3). Dus een combinatie van een lagere vetinname en een hogere eiwitinname zonder stijging van de koolhydraatinname lijkt het meest effectief voor het voorkomen van gewichtsstijging.

Overigens zijn de effecten van de samenstelling van de voeding op individueel niveau beperkt, gemiddeld in de orde van grootte van 1-2 kg verschil in gewicht. Als op populatieniveau een dergelijk verschil bereikt zou kunnen worden, zou dat zeker relevant zijn. De uitdaging is om mensen ertoe te bewegen hun voedingspatroon aan te passen, terwijl de winst daarvan voor hun eigen gewicht beperkt is.

Referenties
1.MA van Baak. Nutrition as a link between obesity and cardiovascular disease: how can we stop the obesity epidemic? Thromb Haemost 2013; 110: 689-696.
2. L Hooper, A Abdelhamid, HJ Moore et al. Effect of reducing total fat intake on body weight: systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials and cohort studies. Br Med J 2013; 345: e7666.
3. EEJG Aller, TM Larsen, C Holst et al. Weight loss maintenance in overweight subjects on ad libitum diets with high or low protein content and glycemic index: the DIOGENES trial 12 months results, submitted.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 1/2 van januari/februari 2014 op bladzijde 28

Reageer op dit artikel