artikel

De voeding van zelfstandig wonende ouderen *

Voeding en gedrag

De voeding van zelfstandig wonende ouderen *

Uit de Nederlandse Voedselconsumptiepeiling Ouderen 2010-2012 blijkt dat zelfstandig wonende 70-plussers meer verzadigde vetzuren en zout en minder volkoren producten, fruit en vis eten dan aanbevolen. Daarmee gelden voor hen dezelfde aandachtspunten om het voedingspatroon te verbeteren als voor de rest van de bevolking.

Ouderen boven de 70 vertegenwoordigen ongeveer 10% van de Nederlandse bevolking; het grootste deel van hen woont zelfstandig.

Eén op de vijf ouderen heeft ernstig overgewicht. Een gezonde voeding en voldoende lichaamsbeweging zijn van belang om chronische ziekten en beperkingen tegen te gaan. Eén op de vier 70-plussers volgt het advies op om extra vitamine D te slikken. Voldoende vitamine D vermindert het risico op vallen en botbreuken. 

Het doel is inzicht te geven in de belangrijkste bevindingen van de Nederlandse Voedselconsumptiepeiling onder zelfstandig wonende 70-plussers. Het onderzoek is uitgevoerd door het RIVM in opdracht van het ministerie van VWS; de gegevensverzameling is uitbesteed aan GfK panelservices. De uitkomsten zijn beschreven in het RIVM-rapport Diet of community-dwelling older adults (1).

Deelnemers
De data zijn verzameld tussen oktober 2010 en februari 2012. Een steekproef van 70-plussers uit de gemeentelijke basisadministraties van 15 gemeenten werd uitgenodigd voor het onderzoek. Van de uitgenodigde personen bleken er 2.848 personen te voldoen aan de gestelde criteria voor deelname. Hiervan hebben 739 mensen, 373 mannen en 366 vrouwen, deelgenomen aan de voedselconsumptiepeiling.

Overgewicht en ondervoeding
Bij de deelnemers is lengte, gewicht, buik- en armomtrek gemeten. Een body mass index (BMI) onder 20 kg/m2 kwam voor bij ongeveer 1% van de zelfstandig wonende ouderen. Bijna 20% van deze ouderen had een BMI van 30 kg/m2 of hoger. Bij ouderen staat het ter discussie of 20 kg/m2 en 30 kg/m2 goede afkappunten zijn voor ondergewicht en overgewicht. Ondervoeding, geschat met behulp van de Short Nutritional Assessment Questionnaire 65+ (2), bleek bij 1 op de 8 ouderen voor te komen (zie tabel 1). Het merendeel van de ouderen had een of meer chronische ziekten. Ruim 70% van de mannen en 80% van de vrouwen was op 5 of meer dagen per week minstens 30 minuten matig actief. Ruim 80% van de mannen en twee derde van de vrouwen kwam dagelijks buiten.

Algemene kenmerken
De zelfstandig wonende ouderen consumeerden de meeste voeding thuis. Meer dan de helft van de vrouwen en een vijfde van de mannen bereidde elke dag de warme maaltijd zelf. Voor de mannen gold dat vaak iemand anders in het huishouden de warme maaltijd bereidde. Een dieet, voor bijvoorbeeld diabetes of hoge bloeddruk, werd gevolgd door ruim 20% van de mannen en een kwart van de vrouwen.

Consumptie voedingsmiddelen
Tijdens twee huisbezoeken is de voeding over de vorige dag nagevraagd. Om deze 24-uurs voedingsnavraag te vergemakkelijken hielden de ouderen op de dag voor het interview een voedingsdagboekje bij. Tussen de twee huisbezoeken zat ongeveer een maand. De voedingsnavraag was computergestuurd (EPIC-Soft, IARC, Lyon) en werd uitgevoerd door getrainde diëtisten. Mannen consumeerden grotere of dezelfde hoeveelheden voedingsmiddelen dan de vrouwen behalve voor fruit en niet-alcoholische dranken. Gemiddeld dronken de zelfstandig wonende ouderen 1,5 liter per dag, zuiveldranken werden hierbij niet meegerekend. De richtlijn voor vochtgebruik door het Voedingscentrum is 1,5 tot 2 liter vocht per dag (3).

Ongeveer 70% van de ouderen gebruikte verrijkte voedingsmiddelen op een of beide nagevraagde dagen, vooral in de vorm van (met foliumzuur) verrijkte margarines. Ongeveer 35% van de mannen en de helft van de vrouwen gebruikte voedingssupplementen. Deze werden vaker gebruikt in de winter dan in de rest van het jaar. Vergeleken met volwassenen tussen de 50 en 69 jaar (4), gebruikten de ouderen minder vlees, saus en graanproducten en dronken ze minder alcohol. Ze aten meer fruit, suiker en snoep, margarine, halvarine en bereidingsvetten.

Energie en macronutriënten
De gemiddelde energie-inname lag iets onder de gemiddelde behoefte voor deze groep. Dit kan verklaard worden door een mogelijke onderschatting van de energie-inname. De eiwitinname was voldoende voor het merendeel van de ouderen. Afbeelding 1 toont de bijdragen van de macronutriënten aan de energie-inname voor zowel mannen als vrouwen. De gemiddelde bijdrage van koolhydraten aan de energie-inname (44 energie%) lag net onder de door EFSA aanbevolen range van 45 tot 60 energie%. De inname van totaal vet lag gemiddeld juist net binnen de aanbevolen range van 20-35 energie%. Alcohol droeg gemiddeld 2% bij aan de energie-inname van oudere vrouwen en 6% bij mannen.

Richtlijnen Goede Voeding
Afbeelding 2 toont de percentages oudere zelfstandig wonende mannen en vrouwen voor wie de voeding in overeenstemming is met de kwantitatieve streefwaarden voor volwassenen in de Richtlijnen Goede Voeding (5). Meer dan 90% van de oudere mannen en vrouwen at een voeding met minder dan 1 energie% transvetzuren. Tachtig procent van de vrouwen gebruikte geen alcoholische dranken, of dronk maximaal een glas per dag, conform de aanbeveling. Ruim 60% van de mannen voldeed aan de aanbeveling van mannen: geen alcoholgebruik of maximaal twee glazen per dag. De streefwaarden voor lichamelijke activiteit werd gehaald door (ruim) 80% van de vrouwen en 70% van de mannen; en die voor groenteconsumptie bleek door ruim de helft van de 70-plussers haalbaar. De overige streefwaarden voor zout, fruit, voedingsvezel en verzadigde vetzuren werden door minder dan de helft van de ouderen gehaald. Voor voedingsvezel en verzadigde vetzuren bleek dit zelfs voor minder dan 10% van de ouderen het geval. Voor zout was er een opvallend verschil tussen mannen en vrouwen: ongeveer drie kwart van de oudere mannen en de helft van de oudere vrouwen had een zoutinname boven de streefwaarde van maximaal 6 gram per dag. Dit is deels verklaarbaar doordat mannen meer eten dan vrouwen.

Vitamines, mineralen en spoorelementen
In deze studie was de inname van vitamine D duidelijk onvoldoende. Slechts 5% van de vrouwen en bijna 10% van de mannen had een adequate vitamine D-inname ten opzichte van de gemiddelde behoefte van 10 µg, zoals vastgesteld door de Gezondheidsraad (6). Dit bevestigt de noodzaak van suppletie van vitamine D voor alle personen van 70 jaar en ouder. De aanbeveling om dagelijks een supplement met vitamine D te nemen werd door slechts 25% van de vrouwen en 20% van de mannen opgevolgd.

De innames van andere vitamines, mineralen en spoorelementen waren voor het merendeel van de ouderen toereikend. Voor een klein deel van de ouderen is de inname van de vitamines A, B2, B6, en C en voor selenium en foliumzuur mogelijk inadequaat. Voedingsstatusonderzoek is nodig om dit te verifiëren. Naast natrium, waren er geen andere aanwijzingen voor te hoge innames van micronutriënten. Afbeelding 3 toont de bijdragen van verrijkte voedingsmiddelen en voedingssupplementen aan de innames van vitamines, mineralen en sporenelementen. Verrijkte voedingsmiddelen dragen vooral bij aan de innames van de vitamines A, B6, D, en E; en voedingssupplementen dragen meer dan 10% bij aan de vitamines B1, B2, B6, C en D. Voor mineralen en sporenelementen zijn de bijdragen kleiner.

Representativiteit onderzoekspopulatie
De respons van deze voedselconsumptiepeiling was met 26% erg laag. Nadere bestudering van de onderzoekspopulatie liet zien dat de respondenten een vitalere groep vertegenwoordigden dan de gemiddelde Nederlandse oudere: ze hadden minder chronische ziekten, konden beter traplopen en waren beter opgeleid. Bovendien kwam bij vrouwen minder ernstig overgewicht voor. Ook bleek dat de deelnemers die niet goed konden traplopen een lagere inname van energie, eiwit, groente, alcohol, calcium en magnesium hadden vergeleken met deelnemers die dat wel konden. Gegeven de in omvang groeiende groep ouderen, wordt aanbevolen om de voeding van minder vitale ouderen op korte termijn goed in beeld te brengen.

Conclusie
De Nederlandse Voedselconsumptiepeiling onder zelfstandig wonende ouderen geeft inzicht in de voedselconsumptie van een relatief vitale groep van deze ouderen. De aandachtspunten in de voeding van deze groep komen overeen met die van de overige Nederlandse volwassenen. De oudere volwassenen consumeren meer verzadigd vet en zout en minder volkoren producten, fruit en vis dan aanbevolen volgens de richtlijnen Goede Voeding.

Ouderen hebben een hoge behoefte aan vitamine D. Alleen met voedingssupplementen die vitamine D bevatten kan hieraan worden voldaan. Slechts een kwart van de vrouwen en een vijfde van de mannen gebruikt deze supplementen. De inname van vitamine D is dan ook inadequaat.

Gebruik voedselconsumptiegegevens
Deze voedselconsumptiepeiling onder zelfstandig wonende ouderen van 70 jaar en ouder heeft veel gedetailleerde gegevens opgeleverd over de voeding van deze groep. Deze studie was onderdeel van het Nederlandse Voedselconsumptiepeilingsysteem. De gegevens dragen bij aan de ontwikkeling van beleid voor gezonde voeding en veilig voedsel, productinformatie, voorlichting en voedingsonderzoek. Voor meer informatie, abonneren op VCP Nieuws, of het opvragen van de gegevens, zie www.voedselconsumptiepeiling.nl.

Contact
Marga Ocké, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Marga.ocke@rivm.nl
of vcp@rivm.nl

Referenties

  1. Ocké MC, Buurma-Rethans EJM, de Boer EJ, Wilson-van den Hooven C, Etemad-Ghameshlou Z, Drijvers JJMM, van Rossum CTM. Diet of community-dwelling older adults. Dutch National Food Consumption Survey Older Adults 2010-2012. Bilthoven: RIVM, 2013. RIVM-report 050413001/2013.
  2. Wijnhoven, H.A., Schilp, J., Van Bokhorst-de van der Schueren, M.A., de Vet, H.C., Kruizenga, H.M., Deeg, D.J., et al. Development and validation of criteria for determining undernutrition in community-dwelling older men and women: The Short Nutritional Assessment Questionnaire 65+. Clin Nutr. 2012; 31(3):351-8.
  3. Voedingscentrum. Richtlijnen voedselkeuze. Den Haag: Voedingscentrum, 2011.
  4. Van Rossum CTM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma EM, Ocké MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. Bilthoven: RIVM, 2011. RIVM-report 350070006.
  5. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2006. Den Haag: Gezondheidsraad, 2006. Publicatienummer 2006/21
  6. Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad, 2012. Publicatienummer 2012/15.


Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 1/2 van januari/februari 2014 op bladzijde 12

Reageer op dit artikel