artikel

Peulvruchten: meer potentie dan praktijk en prioriteit *

Voeding en gedrag

Peulvruchten: meer potentie dan praktijk en prioriteit *

Witte en bruinen, kidneybonen, kapucijners, linzen en kikkererwten zijn peulvruchten die vergeten groenten blijken te zijn. Om te beginnen in wetenschappelijk onderzoek. De afgelopen tien jaar is er niets over de consumentenvraag naar peulvruchten gepubliceerd. Maar in de dagelijkse praktijk vergeten Nederlanders ze ook te eten. Opmerkelijk, want de potentie van peulvruchten rechtvaardigt een andere positie.

In de begintijd van Google waren er liefhebbers die zoektermen probeerden te vinden waar de zoekmachine nog geen hits op wist te scoren. Er was toen een kans van slagen. Nu is dit nagenoeg onmogelijk, en als het zou lukken is dat een uitzondering. Uitzonderlijk is het woord dat ons over de lippen kwam toen we in wetenschappelijke zoekmachines trefwoorden rond peulenconsumptie intoetsten die hoegenaamd geen resultaat opleverden. Over de gezondheidseffecten (metabolisme, winderigheid, cholesterol, e.d.) van humane consumptie van peulvruchten is wel iets te vinden. Maar als de interesse uitgaat naar waarom consumenten peulvruchten (on)aantrekkelijk vinden om te eten en welke motieven consumenten daarvoor hebben, dan is de oogst mager. Pas wanneer we meer dan tien jaar terug in de tijd gaan, komt er een artikel tevoorschijn. Het voorbije decennium is er dus niets over de consumptie van peulvruchten gepubliceerd in de internationale tijdschriften. We konden onze ogen nauwelijks geloven. Wordt immers niet alles wel ergens onderzocht? De consumentenvraag naar peulvruchten is kennelijk zo’n exotisch onderwerp. Hoe verbazingwekkend ook, het is wel een duidelijke indicatie dat peulenconsumptie geen prioriteit heeft in de wetenschappelijke wereld en allesbehalve met onderzoeksgelden wordt ondersteund.

Vergeten eten
Behalve wetenschappelijk zijn peulvruchten ook in de praktijk van alledag nauwelijks aanwezig. Mondjesmaat worden in Nederland peulvruchten geconsumeerd. Maken we op basis van de Voedselconsumptiepeiling – een zeldzame databron – een inschatting, dan komen we uit op nog geen kilo per jaar voor de doorsnee Nederlander. Als we uitgaan van peulvruchten als groenten en van de Richtlijnen Goede Voeding waar twee ons groenten per dag worden aanbevolen, dan hebben we aan vijf doordeweekse dagen genoeg om ons jaarlijkse portie peulvruchten te eten. Dat mag ‘vergeten eten’ worden genoemd. Met een dergelijke hoeveelheid bevindt het Nederlandse consumptieniveau zich in de Europese middenmoot. Omdat de consumentenvraag in Nederland al jarenlang stabiel is, is er weinig reden om te denken dat we de afstand tot bijvoorbeeld Spanje, met een consumptie boven de vier kilo, snel in zullen lopen.  

Potentieel
Peulvruchten hebben wel potentieel. Hun gevarieerde kenmerken maken peulvruchten lastig te positioneren. Moeten we ze betitelen als groenten, bron van koolhydraten of als vleesvervangers? En in de supermarktpraktijk zijn peulvruchten op verschillende plekken te vinden. De diverse kwaliteiten bieden tegelijkertijd ook kansen. Peulvruchten zijn te positioneren als rijk aan essentiële voedingsstoffen, aan vezels of als weinig calorieën bevattend dan wel als vetvrij. Behalve hun nutritionele waarde en hun positieve effect op de reductie van risico’s op hart- en vaatziekten, zijn peulvruchten een goed alternatief voor de vervanging van (een deel van) de geconsumeerde dierlijke eiwitten (vlees en zuivel). Ze kunnen daardoor een bijdrage leveren aan de eiwittransitie waarin de overgang naar meer plantaardige eiwitten en minder dierlijke wordt gemaakt om daarmee de ecologische voetafdruk van voedsel te verminderen. De Gezondheidsraad bevestigde twee jaar geleden nog maar eens dat peulvruchten een van de weinige productgroepen is die zowel gezondheidswinst als ecologische winst opleveren.

Naast gezond en groen zijn de potentiële marketingtools van peulvruchten te completeren met goedkoop en met geschiedenis tot de 4 G’s. Peulvruchten zijn doorgaans schappelijk geprijsd, zeker in vergelijking met vlees. En peulvruchten hebben historie in de Hollandse keuken. Natuurlijk zijn het verleden en de prijs van peulvruchten niet alleen voordelig. Ze kunnen aanleiding geven peulvruchten als oubollig en inferieur (armeluiseten) weg te zetten – al dan niet onder het motto ‘ik bid nie veur bruune boon’n’.

Initiatieven
Deze beroemde kreet van Bartje mag getuigen van het geringe respect dat peulvruchten ten deel valt, deze kan ook worden gehoord als een roep om culinaire vernieuwing en herpositionering van peulvruchten. Dit is precies waar vandaag de dag voorbeelden van zijn te vinden. Verschillende initiatieven – van de kant van Bruine Bonen Bende tot Bonduelle en van Voedingscentrum (Bachelor’s Awards 2013) tot Viva las Vega’s – proberen op uiteenlopende manieren peulvruchten een meer modern en culinair imago te geven. Eveneens is op diverse internetfora aandacht voor peulvruchten, waarbij vegetariërs, bodybuilders en ‘culi’s’ opvallen in hun belangstelling. Opvallend is eveneens dat de Nederlandse internetwereld ver achterloopt bij de Angelsaksische als het gaat om de promotie van peulvruchten door brancheverenigingen en door de overheid.

Hoe sympathiek en eigentijds de tegenwoordige PR voor peulvruchten is, ze maakt de harde werkelijkheid van marktcijfers en wetenschappelijk onderzoek niet ongedaan. De interesse en initiatieven bevestigen eerder dat er geen sprake is van enorme innovatie en massieve bestorming van de voedingsmarkt door producenten en verwerkers van peulvruchten. Gelooft de branche zelf wel echt in de promotie van peulvruchten?

Hoger niveau
Bij een bevestigend antwoord op deze vraag, lijkt het belangrijk voor de peulvruchtensector te beseffen dat alle denkbare aanknopingspunten die er zijn te bedenken om peulvruchten te promoten momenteel geen basis in gepubliceerd consumentenonderzoek hebben. Zodoende kan evengoed worden gekozen om in te zetten op gezonde voedingswaarden als op peulvruchten ter vervanging van vlees, op gebruiksgemak als op prijs, dan wel op verrassende variatie in het menu als op nostalgische bekende kost. Het kan alle kanten op. Onderbouwde keuzes ontbreken; marktstrategieën bevatten willekeur. Er is op zichzelf niks mis met trial and error, maar biedt een verbrokkeld fundament. De promotie van peulvruchten vraagt en verdient meer. De peulvruchtenbranche zou voor aanmoediging en inspiratie eens kunnen kijken naar het huidige zuivelschap. Dat laat zien dat voor het bereiken van een hoger niveau in de markt en in de beleving van consumenten veel energie en geld geïnvesteerd en krachten gebundeld moeten worden. Dat de peulvruchtenindustrie veel kleiner en minder kapitaalkrachtig is dan de zuivelindustrie, geeft des te meer reden de handen ineen te slaan in het streven peulvruchten populairder te maken.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 1/2 van januari/februari 2014 op bladzijde 16

Reageer op dit artikel