artikel

Af en toe een biertje kan best gezond zijn *

Voeding en gedrag

Af en toe een biertje kan best gezond zijn *

Past matige bierconsumptie in de gezonde leefstijl van een volwassene? Op die vraag gingen wetenschappers uit diverse landen in Europa in tijdens het zevende Beer and Health Symposium in Brussel op 30 september.

Centraal tijdens het symposium stond de J-curve van Di Castelnuovo et al, (2006, 1). Deze grafiek toont dat matige drinkers een verlaagd risico hebben om vroegtijdig te sterven ten opzichte van geheelonthouders en overmatige drinkers. Matige drinkers zijn volwassen mannen die maximaal twee standaardglazen per dag drinken of volwassen vrouwen die het bij maximaal één standaardglas houden. Het verlaagde risico geldt voor bier, wijn én gedistilleerd.

J-curve
Professor Philippe De Witte van de Universiteit van Leuven (België) opende het symposium met de interpretatie van de J-curve. Hij vertelde het 150-koppige gezelschap van wetenschappers, (para)medici, journalisten en anderen dat matige alcoholconsumptie het risico op aandoeningen als hart- en vaatziekten en diabetes type 2 kan verlagen. Voor een groot deel door de alcohol in de dranken, maar De Witte gaf aan dat ongeveer een vijfde van het beschermende effect ook door polyfenolen zou kunnen komen. Hij ziet voor de toekomst dan ook potentie voor een laagalcoholhoudend biertje met een mengsel van gunstige polyfenolen uit graan en hop.

Gluten, vezels en polyfenolen
In bier zitten vaak gluten, voor mensen met coeliakie dus niet verstandig om bier te consumeren. De cijfers variëren, maar minimaal 1 procent van de wereldbevolking heeft hier last van, aldus dr. Martin Zarnkow van de Technische Universiteit München (Duitsland). Tot nu toe is het lastig om gluten in bier te bepalen. Het is een gehydrolyseerd product en de beschikbare testen zijn niet geschikt om gluten in zo’n product te meten. “Het probleem is het meten. De vraag blijft ook of glutenvrij bier absoluut glutenvrij is”, geeft Zarnkow aan. Hij lichtte de mogelijkheden van brouwen met van nature glutenvrije granen – zoals teff en sorghum – toe. Waarbij het belangrijk blijft om voor besmetting met gluten uit andere granen te waken.

Bier wordt gemaakt van graan en daarom kunnen er naast gluten ook vezels in bier zitten. Postdoc Jonatan Fangel van de Universiteit van Kopenhagen (Denemarken) ging in op een microarraymethode om vezels in bier te meten. Vooral de ß-glucanen zijn daarbij interessant, omdat dagelijks 3 gram van deze oplosbare vezels eten bijdraagt aan het verlagen van het totaal- en LDL-cholesterol. Met deze nieuwe methode kunnen snel veel monsters tegelijk worden gemeten, zonder het bier voor te bewerken. Nadeel is dat op dit moment alleen mogelijk is om te achterhalen welke vezels er in bier zitten. Aan de kwantificatie, dus hoeveel vezels van een bepaalde soort er daadwerkelijk in zitten, wordt nog gewerkt. De eerste resultaten suggereren dat er in twee glazen toch wel zo’n 1 à 1,5 gram ß-glucanen kunnen zitten.

Professor Rosa Lamuela van de Universiteit van Barcelona (Spanje) keek naar polyfenolen in bier en vond er 47, waarvan 7 tot dusver onbekende. 20-30 procent van de polyfenolen in bier zijn afkomstig uit hop. Bier is het enige voedingsmiddel waarvoor hop wordt gebruikt. “Bier zit daarmee tussen witte en rode wijn in qua hoeveelheid polyfenolen”, legde Lamuela uit. Interessant is ook dat isoxanthohumol, een van de polyfenolen in bier, in urine een goede marker is om bierconsumptie te bepalen.

De plaats van bier in het eetpatroon
Na het drankje zelf was de bierdrinker aan de beurt. Is dat inderdaad de doordrinker met een slecht eetpatroon uit de lagere sociale klasse zoals we soms denken? Uit onderzoek van professor Edith Feskens van Wageningen Universiteit blijkt dat bierdrinkers inderdaad ongezonder eten. Terwijl degenen die een voorkeur hebben voor wijn veelal gezondere eetgewoontes hebben. Maar als je corrigeert voor allerlei verstorende factoren (leeftijd, geslacht, roken, opleidingsniveau en lichamelijke activiteit) blijken deze verschillen te verdwijnen. Feskens concludeert dan ook dat niet drankvoorkeur, maar socio-demografische en ander leefstijlfactoren bepalen hoe gezond iemand eet.

En is bier een dikmaker? Voedingskundige Dr. Kathryn O’Sullivan (Verenigd Koninkrijk) onderzocht de bierbuikmythe in haar land. Ze keek hoe de media omgaat met de gezondheidseffecten van wijn en bier. Waarom blijft er toch zo’n halo van gezondheid kleven aan wijn en wordt bier altijd neergezet als de dikmaker, vroeg zij zich af. Een belangrijke conclusie is dat de bevolking meer kennis moeten krijgen over eenheden alcohol en hoeveel calorieën alcoholhoudende dranken leveren. Driekwart van de Britse vrouwen denkt dat bier meer calorieën levert dan wijn. En is er nog veel winst te behalen door de grote ‘pints’ te vervangen door kleinere glazen. Ook dr. Corina-Aurelia Zugravu, werkzaam aan de Universiteit van Boekarest (Roemenië) concludeert dat bier een voedingsmiddel is als alle andere en er geen bewijs is dat matige bierconsumptie een dikmaker is. Ze vroeg ruim 1500 volwassen Roemeense mannen en vrouwen naar eetgewoonten en leefstijl en nam hun maten op. Vooral leeftijd, sociale status en lichamelijke inspanning bleken goede voorspellers van hoe dik de buik is.

Matige bierconsumptie en je gezondheid
Dat matige bier- of wijnconsumptie kan beschermen tegen hart- en vaatziekten, zelfs in mensen met hart- en vaatziekten, liet Dr. Simona Costanzo, Mediterraan Neurologisch Instituut IRCCS, Pozzilli (Italië) zien. Ook zij geeft de hoofdrol aan alcohol en de bijrol aan non-alcoholische componenten (polyfenolen) in zowel bier als wijn. Matige bierconsumptie kan er zelfs voor zorgen dat na een hartaanval het littekenweefsel op het hart vermindert. Ze sloot af met de opmerking: “Een glas bier of wijn is om van te genieten, geen behandeling.”

Hoe zit het met een biertje na het sporten? Professor Johannes Scherr, Technische Universiteit van München (Duitsland) bestudeerde het effect van alcoholvrij bier op luchtweginfecties bij marathonlopers. 277 mannelijke sporters moesten drie weken voor en twee weken na de marathon dagelijks 1-1,5 liter alcoholvrij bier of een controledrank zonder polyfenolen drinken. De groep die alcoholvrij bier dronk, rapporteerde na de marathon minder infecties. Deze resultaten suggereren dat de polyfenolen uit alcoholvrij bier gunstige effecten kunnen hebben na het sporten.

Geniet, maar drink met mate
Of er in de toekomst bier met meer vezels en polyfenolen gebrouwen gaat worden met weinig of geen alcohol dat lekker smaakt en een mooie schuimkraag heeft, is nog maar de vraag. Wel blijkt dat bier en wijn veel dichter bij elkaar zitten qua gezondheidseffecten dan veel mensen denken.

Het Beer and Health Symposium stond vooral in het teken van de positieve gezondheidseffecten, maar alcohol kent natuurlijk ook negatieve kanten. Zo verhoogt alcoholconsumptie het risico op het krijgen van een aantal soorten kanker, soms al vanaf het eerste glas. En is er altijd het risico van gewenning en overmatige consumptie, wat schadelijk is voor de gezondheid. Het aloude ‘geniet, maar drink met mate’ blijft van toepassing. Waarbij de Gezondheidsraad in Nederland dat met mate duidelijk gedefinieerd heeft als: Als je drinkt maximaal twee standaardglazen per dag voor volwassen mannen en één voor volwassen vrouwen.

Young Scientist Award
Tijdens het Beer & Health Symposium ontving Ilse Schrieks, AIO bij TNO/Wageningen Universiteit, de eerste Young Scientist Award. De wetenschappelijke commissie van het Beer and Health Symposium beoordeelde haar systematische review en meta-analyse van interventiestudies naar het effect van alcoholconsumptie op insulinegevoeligheid en glycemische status als origineel, betrouwbaar en van zeer hoge kwaliteit. Op basis van 13 interventiestudies concludeerde Schrieks dat matige alcoholconsumptie bij vrouwen insuline verlaagt en insulinegevoeligheid verhoogt. Terwijl bij mannen alleen HbA1c (maat voor gemiddelde glucosewaarde) verlaagd is na matige alcoholconsumptie. Schrieks suggereert om meer onderzoek te doen naar alcohol en markers voor diabetes onder mannen.

Referenties
1.Di Castelnuovo A., Constanzo S., Bagnardi V. et al. Alcohol dosing and total mortality in men and women; An updated meta-analysis of 34 prospective studies. Archives of Internal Medicine 2006;166:2437-2445.
2.Costanzo S, Di Castelnuovo A, Donati MB, Iacoviello L, de Gaetano G. Wine, beer or spirit drinking in relation to fatal and non-fatal cardiovascular events: a meta-analysis. Eur J Epidemiol. 2011 Nov;26(11):833-50. doi: 10.1007/s10654-011-9631-0.
3.
Quifer-Rada P, Vallverdú-Queralt A, Martínez-Huélamo M, Chiva-Blanch G, Jáuregui O, Estruch R, Lamuela-Raventós R. A comprehensive characterisation of beer polyphenols by high resolution mass spectrometry (LC-ESI-LTQ-Orbitrap-MS). Food Chem. 2015 Feb 15;169:336-43. doi: 10.1016/j.foodchem.2014.07.154.
4.Scherr et al. Nonalcoholic beer reduces inflammation and incidence of respiratory tract illness.
Med Sci Sports Exerc. 2012 Jan;44(1):18-26. doi: 10.1249/MSS.0b013e3182250dda
5.Sluik D, Lee van L, Geelen A, Feskens EJ, Alcoholic beverage preference and diet in a representative Dutch population: the Dutch national food consumption survey 2007-2010. European Journal of Clinical Nutrition 2014; doi:10.1038/ejcn.2013.279
6.Vilahur G, Casani L,
Mendieta G, Lamuela-Raventos RM, Estruch R, Badimon L. Beer elicits vasculoprotective effects through Akt/eNOS activation. Eur J Clin Invest. 2014; doi: 10.1111/eci.12352

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2014 op bladzijde 10

Reageer op dit artikel