artikel

De invloed van de omgeving op eetgedrag *

Voeding en gedrag

De invloed van de omgeving op eetgedrag *

Een combinatie van een overmatige beschikbaarheid aan calorierijke voeding en een beperkte noodzaak tot bewegen, zorgt ervoor dat consumenten gemakkelijk meer energie innemen dan gebruiken en dus aankomen in gewicht. We noemen dit de obesogene omgeving: een omgeving die mensen stimuleert om te veel te eten en daarnaast te weinig te bewegen. Deze obesogene omgeving veroorzaakt voor een aanzienlijk deel de overgewichtepidemie.

Er zijn ten minste 3 omgevingsfactoren aan te wijzen die te veel eten bevorderen:
1.Groei beschikbaarheid en toegankelijkheid voedsel
Het aanbod van (calorierijk) voedsel is de afgelopen jaren toegenomen. Voedsel is makkelijker verkrijgbaar en bereikbaar. Het gaat hier om de toename in de dichtheid van het aantal punten waar eten te koop is; voedsel is vrijwel overal aanwezig. Ook lage prijzen, variatie en de veelheid van keuzemogelijkheden spelen een rol.
2. Grotere porties
Porties zijn in de loop der tijd groter geworden. Portiegrootte is een sterke beïnvloedende factor in de omgeving die energie-inname beïnvloedt. Er zijn 4 trends: er zijn grotere maten toegevoegd, portiegroottes van verschillende producten zijn toegenomen, multi-verpakkingen zijn geïntroduceerd, en het aantal items in een multi-verpakking is toegenomen.
3. Marketing
Prijsmarketingstrategieën die worden ingezet om consumenten te verleiden grotere hoeveelheden en meer producten te kopen, zijn onder andere voordeelverpakkingen en acties als 2 voor de prijs van 1. Consumenten kiezen eerder een verpakking waarvan zij het meeste profiteren, ook al waren ze niet van plan de aanbieding te kopen.

Gedrag
De sturing van menselijk gedrag vindt plaats via twee cognitieve systemen: het reflectieve en het impulsieve systeem. Het reflectieve systeem is gebaseerd op rationele keuzes en grotendeels bewust. Dit kost tijd en energie. Uit onderzoek blijkt dat mensen ongeveer 200 voedselkeuzes per dag maken.

Mensen hebben echter niet genoeg tijd en energie om alle beslissingen bewust te maken en dus via het reflectieve systeem te laten verlopen. Daarom zal het eetgedrag vaak bepaald worden door het impulsieve systeem en dus onbewust worden aangestuurd. Het impulsieve systeem stuurt gedrag op een automatische en spontane manier aan. Impulsieve processen komen tot stand door een bepaalde prikkel uit de omgeving. Het impulsieve systeem bepaalt vervolgens snel, moeiteloos en onbewust ons gedrag. Gewoonten spelen hierbij vaak een rol. Vaak is blootstelling aan de situatie (bijvoorbeeld tijd en plek) al voldoende om het impulsieve gedrag te activeren.

Prikkels in de omgeving kunnen zonder dat er sprake is van honger of dorst gedrag uitlokken, omdat iemand positieve ervaringen heeft met dat gedrag. De positieve ervaring is bijvoorbeeld dat het eten van een gefrituurde snack erg lekker was. Prikkels kunnen het in een bepaalde situatie aangeleerde gedrag activeren. Het zien van gefrituurde snacks zorgt er dan voor dat het bijbehorende vanzelfsprekende gedrag ‘eten’ ook uitgevoerd wordt.

Zelfcontrole
Om weerstand te bieden aan verleidingen uit de omgeving is zelfcontrole nodig. Dat vraagt veel mentale inspanning. Kortstondig kunnen we dat wel opbrengen. Doordat we echter voortdurend worden blootgesteld aan (ongezonde) verleidingen, kan dat uiteindelijk leiden tot wilsuitputting (egodepletie).

Wanneer voedselkeuzes impulsief zijn, gebaseerd op gewoonten en daarbij geleid worden door prikkels uit de omgeving, kan consumptie van ongezonde voedingsmiddelen het gevolg zijn. Zelfregulatie kan hier uitkomst bieden. Men maakt dan een voornemen om een specifiek gedrag te vertonen in een bepaalde situatie, ook wel implementatie intenties genoemd. Bijvoorbeeld “Als ik op het station ben en zin heb in iets lekkers, dan koop ik een stuk fruit”.

Veranderen van de omgeving
Er zijn verschillende aspecten in het aanbieden van voedsel die van invloed kunnen zijn op gezond keuzegedrag, zoals het vergroten van het aandeel gezonde keuzes. Maar ook kleine veranderingen in de plaatsing en toegankelijkheid van producten, of het gemak waarmee producten te consumeren zijn, kunnen leiden tot een verandering in keuze voor die producten.

De wijze waarop keuzes worden gepresenteerd, is altijd van invloed op de keuzes die mensen maken. Het gaat erom dat de keuzearchitectuur zodanig wordt ingericht dat deze het doel dat de meeste mensen hebben, namelijk gezond leven, ondersteunt. Consumenten een duwtje in de goede richting geven, ook wel ‘nudging’ genoemd, zonder daarbij hun vrijheden in te perken. De ongezonde keuze verdwijnt dus niet, maar de gezonde optie wordt makkelijker gemaakt.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 3/4 van maart/april 2015 op bladzijde 15

 

Reageer op dit artikel