artikel

‘Confronteer consument met lust naar suiker’ *

Voeding en gedrag

‘Confronteer consument met lust naar suiker’ *

Suiker zit in bijna alle bewerkte producten en bijna overal verleiden fabrikanten consumenten. Kortom, aan ‘zoet’ valt nauwelijks te ontkomen, zo signaleren experts. Meer educatie, overheidsmaatregelen én veel meer actie van de voedingsindustrie zijn nodig, menen zij.

2015 is bij voorbaat al een geslaagd jaar voor Koninklijke Peijnenburg, tegenwoordig onderdeel van het Belgische Lotus Bakeries. Onlangs introduceerde de ontbijtkoekfabrikant ‘Peijnenburg Zero’, zonder toegevoegde suiker. Dit is de grootste innovatie sinds de oprichting van Peijnenburg in 1883, verklaart R&D-manager Marloes Kramer. ‘Er is dan ook patent aangevraagd voor de receptuur.’

Al jaren vragen consumenten naar ontbijtkoek zonder suiker. Maar een dergelijk product ontwikkelen is zo makkelijk niet. Peijnenburg zocht hiervoor de samenwerking met onderzoeksinstituut TNO. De twee partijen deden er maar liefst drie jaar over om de ontbijtkoek zonder toegevoegde suiker op de markt te brengen. Het resultaat mag er zijn. ‘Veel consumenten vinden Peijnenburg Zero lekkerder dan onze reguliere ontbijtkoek’, vertelt Kramer. Supermarkten namen het product snel op in hun assortiment. De doorbraakinnovatie kreeg ook een eigen website: www.peijnenburgzero.nl.

Voedingsfabrikanten
De introductie van Peijnenburg Zero moet Astrid Postma, senior voedingskundige van het Voedingscentrum, als muziek in de oren klinken. Ze aarzelt om dit keihard te bevestigen. ‘Ik heb het product nog niet helemaal ontleed’, luidt de sceptische reactie. Het kan immers zijn dat de lange suikerketen in het zetmeel van de rogge in stukjes is geknipt tot zoete suikermoleculen, redeneert Postma. Ze lijkt opgelucht adem te halen als ze hoort dat Peijnenburg de suiker heeft vervangen voor xylitol en oligofructose. Haar terughoudendheid richting innovaties van fabrikanten valt te begrijpen. Voedingsbedrijven zetten consumenten nogal eens op het verkeerde been met hun producten.

Is er sprake van misleiding? In sommige gevallen zeker wel, meent de voedingskundige. Van veel producten weten consumenten immers niet dat er suiker inzit. Ze doelt bijvoorbeeld op ketchup waar relatief veel suiker inzit en vruchtenyoghurts in het zuivelschap. ‘Je bent je als consument niet bewust van de hoeveelheid suiker in producten. Fabrikanten moeten dit duidelijker maken en er gewoon minder instoppen.’ Maar mensen kunnen op het etiket toch precies lezen hoeveel suiker een product bevat? De moderne mens is druk en heeft weinig tijd om continu verpakkingen te checken op zaken als suiker, zout en vet. ‘Boodschappen doen wordt een hele taak als je hier allemaal op moet letten. De verantwoordelijkheid van de consument houdt ergens op. Ook al omdat ze overal worden verleid. En: hoe groter de verpakking, hoe meer je eet. Over dit soort zaken kun je nauwelijks controle uitoefenen.’

Overal verleiding
Hoogleraar Voeding & Gezondheid Jaap Seidell van de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam kan zich prima verplaatsen in Postma’s zienswijze. Zo liep hij zelf onlangs door centrum Amsterdam na een congres. Op iedere straathoek werd hij verleid met suikerrijke producten. Voor kinderen en hun ouders is het lastig om voedingsmiddelen zonder suiker te vinden. Tijdens een interventieprogramma van de VU voor kinderen met overgewicht stuurde Seidell en zijn team de jongeren de supermarkten in. De opdracht: bekijk op de etiketten hoeveel suiker er in verschillende producten zit. ‘Suiker staat namelijk onder veel verschillende noemers op de verpakking, bijvoorbeeld als geconcentreerd druivensap. Op deze manier wilden we meer bewustwording creëren.’

Suikerhoudende dranken
Het valt Seidell op dat ouders weinig weten over voeding. ‘Ze denken dat fruitdrankjes gezond zijn en hebben totaal geen idee wat er inzit.’ Consumenten worden vaak misleid en vinden ingrediëntendeclaraties lastig te interpreteren, meent hij. ‘Verpakkingen bevatten louter positieve boodschappen. Op de voorkant van het pak wordt suiker niet genoemd. Dit mag volgens de wet, maar de overheid zou hier meer op moeten letten.’ Het verkopen van voedsel is net als het verkopen van een auto: je verkoopt het op positieve aspecten.

Vooral suikerhoudende dranken staan erg hoog op het lijstje met ongezonde voedingsmiddelen, weet Seidell. Daaronder vallen ook sappen en siropen. Een glaasje frisdrank per week geeft niet, maar met name jongeren klokken wekelijks vele glazen weg. ‘Vloeibare suikers bevatten weinig voedingsstoffen en zijn niet verzadigend. Daardoor blijf je doordrinken. Dat kan weer tot overgewicht leiden’, waarschuwt de voedingshoogleraar. Suiker in dranken is een breed onderkend probleem. Het gaat er daarbij echt niet alleen om dat mensen te weinig bewegen, stelt Seidell. ‘Je kunt je ongans drinken aan appelsap, maar de hoeveelheid appels in één pak, 8 stuks, die eet je niet zomaar even op.’ Bovendien verliest een product zijn verzadigende waarde als je vloeibaar maakt, vult voedingskundige Postma van het Voedingscentrum aan. Zowel Postma als Seidell raden aan zoveel mogelijk onbewerkte (volkoren) producten te eten. Bij het raffineren van brood of pasta verdwijnen veel voedingsstoffen, zoals vezel, uit de producten. De calorieën blijven over. ‘We hebben niet veel energie nodig. Het is een puzzel die niet past’, oordeelt Seidell.

Wennen aan minder zoet
Die loze suikercalorieën vormen een heus probleem, ondervindt voorzitter van Beroepsvereniging voor Gewichtsconsulenten Nederland (BGN) Marianne Kramer in haar praktijk. Ze probeert haar cliënten bewuste keuzes te laten maken door duidelijk te maken waar suikers inzitten en waarom de drang naar steeds meer zoetigheid groot is. ‘Je moet eerst jezelf kennen voor je kunt veranderen. Plus je moet je ervan bewust zijn dat fabrikanten tactieken gebruiken om je te verleiden.’ Verwenmomenten, een stukje appeltaart bijvoorbeeld, moeten kunnen. De gewichtsconsulent helpt een schema op te stellen waarin die verwenmomenten zijn ingebouwd. Een balans vinden dus tussen voeding met veel voedingsstoffen en producten die meer als vulling worden gezien. ‘Door te leren hoe je alles in balans kunt brengen, zal je bewuster kiezen voor producten met of zonder suiker’, redeneert Kramer. Vooral kinderen bezondigen zich aan een hoge suikerconsumptie, vooral frisdranken. ‘Ze moeten weer water leren drinken, maar altijd in de week wel een verwenmomentje waar ze een glaasje frisdrank mogen drinken.’ Dit werkt alleen als het hele gezin meeverandert. Kramer is niet zo’n fan van producten waar zoetstoffen suiker vervangen. In haar optiek moeten kinderen, maar ook volwassenen, wennen aan minder zoete producten.

Dubbelfrisss
Wennen aan minder zoet. Dat was precies het doel toen FrieslandCampina in 2005 het suikergehalte in de drank Dubbelfrisss verlaagde. De Dubbelfrisss uit 2005 is niet meer te vergelijken met de versie uit 2015. ‘Die eerste is heel zoet en dat zijn we niet meer gewend. De markt zat in 2005 veel hoger in suiker dan nu’, zegt voedingskundige Astrid Bakker-Zierikzee van FrieslandCampina. Het suikergehalte daalde in tien jaar tijd van 10,5 gram suiker per 100 milliliter naar 6,9 gram per 100 milliliter.

FrieslandCampina is een voorstander van het stapsgewijs verlagen van suiker. In 2009 begon het concern het reduceren van zijn zuivel- en vruchtendranken. De suikervermindering in deze producten tussen 2009 en 2015 varieert van 43% (Fristi) tot 7% (Campina fruitmelk). De uitdaging tijdens deze exercities was om de smaakwaardering van de producten zoveel mogelijk vast te houden. Consumenten moeten het product wel lekker blijven vinden. Daarom kan de suikerreductie niet te snel gaan. Bakker: ‘Omdat consumenten vaak weglopen als je het suikergehalte in een keer terugbrengt, verlagen wij het suikergehalte in veel producten stapsgewijs met tussenpozen van één tot twee jaar. De consument merkt niet of nauwelijks dat het product steeds iets minder zoet wordt.’

Begin dit jaar sloot FrieslandCampina zich aan bij het Akkoord Verbetering Productsamenstelling. Hierin spreekt de hele zuivelbranche af om toegevoegde suiker de komende jaren te verlagen. ‘Wanneer in het hele zuivelschap het suikergehalte omlaag gaat en producten minder zoet worden, heeft de consument minder alternatieven’, zegt Bakker. Zo loopt FrieslandCampina niet het risico dat klanten overlopen naar de concurrent die nog wel veel suiker gebruikt.

Confrontatie suikergebruik
Ondanks positieve bewegingen bij bedrijven als FrieslandCampina en Peijnenburg doet de voedingsindustrie ‘nog niet hard genoeg zijn best’, vindt Postma. Met al die convenanten en akkoorden onder leiding van de overheid gaat de suikerreductie niet snel genoeg, denkt Seidell. ‘Te veel lange termijn en te kleine ambities.’ De hoogleraar denkt dat het zou helpen om mensen te confronteren met hun eigen suikergebruik. ‘Bak eens een appeltaart’, raadt de professor consumenten aan. ‘ Ze zien dan hoe schrikbarend veel boter en suiker erin gaat. Bij kant-en-klaarproducten hebben ze namelijk vaak geen idee hoeveel suiker erin zit. Meer koken kan ook de bewustwording rond suiker vergroten.’

Water
Het probleem van suikerhoudende dranken kan worden ondervangen door meer water beschikbaar te stellen. Op steeds meer scholen en kinderdagverblijven is frisdrank in de ban gedaan en kwam water ervoor in de plaats. In Amsterdam zijn steeds meer waterpunten waar hoofdstedelingen hun dorst kunnen lessen. Kinderen die al in het eerste decennium van hun leven geconfronteerd worden met veel zoet, maakt smaakgewenning een hele opgave. Maar het is mogelijk, zo ondervond Seidell zelf. ‘Vroeger dronk ik altijd suiker in mijn koffie. Een maand nadat ik gestopt was vond ik het niet lekker meer.’

Meer aandacht voor voeding in het onderwijs zal de bewustwording rond suikerrijke producten vergroten. Dat ondervond de hoogleraar tijdens de interventie van de VU waaraan kinderen met overgewicht meededen. ‘Ze kwamen geschokt terug uit de supermarkt. Zoveel suiker in voedingsmiddelen; dat hadden ze niet verwacht.’ Seidell pleit er dan ook voor om consumenten beter te informeren en de voedingsindustrie meer te reguleren. En: ‘Maak gezonde producten goedkoper en voedingsmiddelen met veel toegevoegde suikers duurder.’

Nederland haalt bronzen plak in suikerconsumptie
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert een dagelijkse suikerinname van 50 gram voor iemand van een normaal gewicht. Suikers mogen niet meer dan 10 en% van de dagelijkse energie-inname uitmaken, stelt de WHO. Maar een verdere reductie naar 5en% of 25 gram per dag, zou nog meer gezondheidsvoordelen opleveren. Als de WHO het over suiker heeft dan gaat het om de zogeheten ‘vrije suikers’ zoals mono- en disachariden die worden toegevoegd aan voedingsmiddelen. Maar ook suikers in honing, siropen, vruchtensappen en sapconcentraten vallen hieronder. De WHO-richtlijn verwijst niet naar verse groenten, fruit en natuurlijke suikers in melk.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 10 van oktober 2015 op bladzijde 12

Reageer op dit artikel