artikel

Sociaaleconomische verschillen in het behalen van de groente-, fruit- en visrichtlijn

Voeding en gedrag

Sociaaleconomische verschillen in het behalen van de groente-, fruit- en visrichtlijn

Er zijn aanzienlijke verschillen onder Nederlandse ouderen in het behalen van de groente-, fruit- en visrichtlijn tussen de diverse inkomens- en opleidingsgroepen. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Coosje Dijkstra van de Vrije Universiteit Amsterdam. In haar proefschrift heeft zij deze verschillen onderzocht met als doel om redenen voor de sociaaleconomisch bepaalde ongelijkheden te vinden.

Zo zag zij dat ouderen met een lager opleidings- en inkomensniveau andere redenen hebben om gezond te eten dan ouderen met een hoger opleidings- en inkomensniveau. De ’preventie van ziekten’ als reden om gezond te eten werd door de eerste groep minder vaak genoemd dan door de tweede. Ouderen met een lager opleidingsniveau rapporteerden vaker ‘smaakvoorkeur’ of ‘huidige ziekte’ als motivatie om gezond te eten dan ouderen met een hoger opleidingsniveau. Deze resultaten suggereren dat interventies gericht op het stimuleren van gezond eten onder ouderen mogelijk effectiever zouden zijn als deze beter zouden zijn afgestemd op de specifieke redenen om gezond te eten van de verschillende sociaaleconomische geledingen.

 

Verder ziet Dijkstra dat bij ouderen met een lager opleidings- en inkomensniveau vaker misperceptie voorkomt: het idee bestaat dat er voldoende of onvoldoende groente, fruit of vis gegeten wordt, maar in werkelijkheid is dat niet het geval. Het onderzoek laat zien dat ouderen met een lager opleidingsniveau vaker overschatten dat zij de groenterichtlijn halen dan ouderen met een hoger opleidingsniveau. Deze resultaten suggereren dat de ouderen uit de eerstgenoemde groep zich mogelijk niet bewust zijn van hun lage inname. Daarom zullen zij zich mogelijk minder aangesproken voelen door een voorlichtingsboodschap om meer groente te eten en daardoor niet gestimuleerd worden hun gedrag te veranderen.

 

Ook ervaren ouderen met een lager opleidings- en inkomensniveau meer en andere barrières om te voldoen aan de groente-, fruit- en visrichtlijn. De meest gerapporteerde obstakels voor deze ouderen zijn de ’hoge prijs’ van groente, fruit en vis. Voor ouderen met een hoog opleidings- en inkomensniveau waren dit ‘bezorgd om bestrijdingsmiddelen’ voor groente en fruit, ‘voorbereiding kost tijd’ voor groente en ‘gewoonten en tradities’ voor vis. De barrières door inkomensverschillen om te voldoen aan de fruitrichtlijn, kunnen deels verklaard worden door het bezwaar ‘niet lekker’. Voor het behalen van de visrichtlijn is in dit geval de ‘hoge prijs’ te noemen. Deze resultaten suggereren dat interventies die gericht zijn op het stimuleren van fruit- en visinname in lagere inkomensgroepen zich mogelijk specifiek zouden moeten richten op de smaak en/of variatie van fruit en de prijs van vis.

 

De onderzoeksresultaten van Dijkstra’s proefschrift dienen als basis voor de ontwikkeling van nieuwe interventies en beleid, gericht op het verkleinen van de verschillen in voeding en uiteindelijk in gezondheid tussen de sociaaleconomische geledingen. Belangrijk aanknopingspunt is de diversiteit in de redenen en barrières om gezond te eten en de mate waarin ouderen zich bewust zijn van hun eigen voedselinname. Toekomstig onderzoek zal zich vooral moeten richten op het verder verklaren van de onderliggende oorzaken van de verschillen in gezonde én ongezonde voeding in de diverse sociaaleconomische groeperingen. Dit kan leiden tot betere interventies en beleid voor ouderen met een lagere sociaaleconomische positie, zodat ook zij meer mogelijkheden hebben om gezond ouder te worden.

Reageer op dit artikel