artikel

Column: Meten is weten

Voeding en gedrag

Column: Meten is weten

Coosje Dijkstra, Vrije Universiteit Amsterdam, lid Nederlandse Academie Voedingswetenschappen: ‘Een van de highlights binnen mijn vak als voedingswetenschapper is het bezoeken van internationale congressen. Zo bezocht ik drie weken geleden ISBNPA (International Society of Behavioral Nutrition and Physical Activity) in Canada. Een congres waarbij voedingsgedrag en lichamelijke activiteit op de voorgrond staan.’

Een dag voor het congres bezocht ik twee pre-conferences over het meten van voedingsinname. Want een van de belangrijkste vragen binnen ons werk blijft toch wel hoe we zo betrouwbaar mogelijk kunnen meten wat mensen eten.

 

De nieuwste technologieën werden uit de kast gehaald. Er was een groep uit Nieuw Zeeland die onderzoek deed met behulp van een fotocamera die je om je nek moest bevestigen en die elke 10 seconden een foto nam. Dit leverde op een gewone dag bijna 3000 foto’s op (er zat ook een “privéstand” voor op de wc op). Innovatief onderzoek, maar arme onderzoeker die al die foto’s moet analyseren. Ook werd er veel werk over biomarkers gepresenteerd, zoals het meten van vitamine C in het bloed om zo iets te kunnen zeggen over de inname van groente en fruit. De boodschap luidde dat we op zoek moeten gaan naar meer en betere biomarkers. Dit is echter voor de meeste onderzoeken niet haalbaar en niet te betalen. En dan hebben we het nog niet eens over de extra belasting van respondenten gehad. Een groep onderzoekers uit Engeland hadden een mobiele-telefoonapp ontwikkeld. Alles wat je at moest je fotograferen. Aan de hand van deze foto’s berekende de app dan precies wat en hoeveel er gegeten was. Voor de ontwikkeling van deze app hebben de onderzoekers bijna alle voedingsmiddelen die er zijn in een MRI-scanner geplaatst, zodat ze de dichtheid konden meten. Mooi onderzoek. Uiteindelijk mochten we de app zelf proberen. Met mijn telefoon maakte ik een foto van mijn witte bord met een wortel erop. Na 10 minuten kon ik via de app precies bekijken wat ik had gegeten: een beker melk en een appel. Bijna goed…

 

Ik heb veel respect voor al deze innovatieve onderzoekers, maar aan de uitwerking moet nog wat tijd besteed worden. Tot die tijd gebruik ik toch nog maar mijn voedingsdagboekje, voedselfrequentie vragenlijst of 24-uurs navraag.

Reageer op dit artikel