artikel

‘Sportvoeding is niet hetzelfde als gezonde voeding’

Voeding en gedrag

Anja van Geel werkt al vijftien jaar als sportdiëtiste op het sportcentrum Papendal. In de beginjaren maakten sporters en hun begeleiders geen verschil tussen gezonde voeding en sportvoeding. ‘Nu zijn we heel veel stappen verder.’

‘Sportvoeding is niet hetzelfde als gezonde voeding’

Van Geel was altijd geïntegreerd in de combinatie sport en voeding. ‘Ik wilde naar de sportacademie, maar kwam er toentertijd niet tussen. Daarom koos ik voor diëtetiek.’ Van Geel is zelf fanatiek sporter, heeft veel aan hardlopen gedaan, waaronder marathons. Ze is begonnen als algemeen diëtist, maar toen ze in 2004 het Olympisch dameshockeyteam mocht begeleiden, was het voor haar duidelijk waar ze zich op wilde richten.

‘Ik heb alle andere doelgroepen losgelaten. Dat was natuurlijk een gok, maar het heeft goed uitgepakt. De begeleiding van sporters is niet hetzelfde als die van andere doelgroepen. ‘Het uitgangspunt is anders. Bij sporters is het doel prestatieverbetering. Sportvoeding is daarom niet hetzelfde als gezonde voeding.’ Van Geel geeft een voorbeeld: ‘Sportdranken vallen niet onder gezonde voeding, maar bij inspanning zijn ze nodig om de prestatie te verbeteren. Ook naar zaken als gewicht en lichaamssamenstelling kijken we in de sport anders dan daarbuiten.’

Naam: Anja van Geel
Praktijk: Sportdiëtiste op sportcentrum Papendal
Specialisatie: Topsport
Hoogtepunt: De begeleiding van de hockeydames tijdens de Olympische Spelen 2004. Dat was een heel mooie
groep om te begeleiden bij de bewustwording van de rol van voeding. Coach Marc Lammers stond ook achter wat ik deed. ‘Achteraf kreeg ik een berichtje dat hun voeding een rol gespeeld heeft in het totaal. Daar was ik echt blij mee.’
Dieptepunt: Kan ik zo snel niet bedenken.

Gezonde sportvoeding

De diëtiste laat een voedselpiramide voor sportvoeding zien. De basis is gezonde voeding zoals ook niet-sporters zouden eten. Het verschil is dat de porties, en vooral het energie- en koolhydraatgehalte, afhankelijk van het type sporter, hoger is. Daarbovenop komen speciale sportdranken en eiwitshakes die sporters extra innemen tijdens of na een inspanning. Als laatste komen de supplementen die de prestatie mogelijk een klein beetje kunnen beïnvloeden. ‘Dat is heel erg individueel. Ik raad ze recreanten niet aan; ze doen het wel, omdat ze het topsporters zien doen.’ Ook tussen het soort sport is er verschil.

De diëtiste begeleidt op Papendal bijvoorbeeld handboogschutters en wielrenners. ‘Vooral hun koolhydraatbehoefte varieert. Sporters moeten leren dat de hoeveelheid koolhydraten afhankelijk is van de intensiteit van de training. De hoeveelheid eiwitten blijft redelijk constant voor rust- en trainingsdagen.’

Ontwikkeling leerlijn

Van Geel ontwikkelt in opdracht van NOC*NSF een leerlijn sportvoeding voor jonge sporttalenten in de regio. ‘Die wonen nog thuis. Bij hen beginnen we met sportvoeding te koppelen aan de training. In deze leeftijdsfase hoeven ze nog niet precies te weten hoeveel eiwit ze consumeren, maar wel wanneer ze het moeten eten.’ Daarnaast begeleidt ze sporters die op Papendal wonen. Ze combineren sport met school. ‘Deze groep (16-25 jaar) berekent zelf hoeveel ze kunnen eten, afhankelijk van de training die ze hebben gedaan.’

Zelf nadenken

In het restaurant op Papendal zijn bij de kassa’s scanners die de voedingswaarde van elk voedingsmiddel registreren en opslaan in een speciaal ontwikkelde voedingsapp. ‘Met die data ontwikkelen we een persoonlijk voedingsplan.’ Van Geel wil dat de sporters zelf ook nadenken over wat en hoeveel ze het best kunnen eten. Daarom zijn er workshops over herstel, wedstrijdvoorbereiding, tussendoortjes, enzovoorts. ‘Aan het eind van de workshop heeft de sporter zelf een voedingsplan gemaakt voor bijvoorbeeld de eerstvolgende wedstrijd.’ Het blijft ook een uitdaging om sporters gemotiveerd te houden over voeding, zeker de jonge talenten. ‘Ze komen binnen als pubers die natuurlijk niet meteen alles goed doen.’

Begeleiden sporters

Naast de workshops met sporters is ze betrokken bij projecten over voeding. Ook huurt ze een dag in de week een ruimte op Papendal waar ze sporters (topsporters en recreanten) individueel begeleidt. Van Geel doet Isakmetingen (meten van lichaamsvet en lichaamssamenstelling via huidplooien, omvangsmaten en botbreedtes) voor alle groepen. Ze houdt vooral van de variatie in het werk. ‘Ik kan de ervaring die ik in de jaren heb opgedaan via de leerlijn overdragen aan mijn collega’s, maar het begeleiden van sporters vind ik ook nog steeds leuk.’ Ze heeft in de loop van de jaren veel sporters zien doorstromen van jong talent naar toptalent. ‘We zijn hier bijvoorbeeld gestart met de handbalacademie. Het merendeel zit nu in de nationale selectie.’

Anja van Geel is nog steeds fanatiek sporter.

Advies aan recreanten

Steeds meer recreanten zijn geïnteresseerd in sportvoeding om hun prestaties te verbeteren. Volgens Van Geel moet je deze cliënten altijd benaderen vanuit de inspanningskant. ‘Als iemand een marathon wil lopen, ga dan na wat zijn of haar niveau en doel is: uitlopen of een bepaalde tijd neerzetten. Dit is misschien niet iets waar diëtisten zich normaal gesproken mee bezighouden, maar wel belangrijk om een goed advies te kunnen geven over sportvoeding. “Meer koolhydraten en meer vocht” is snel gezegd, maar hoe gaat iemand dat precies doen? Het is daarom belangrijk om de sport en de trainingsprogramma’s goed te kennen.’ Als Van Geel na afloop van een race enthousiaste reacties krijgt van haar cliënten, maakt dat haar heel blij. ‘Voeding is nu echt onderdeel geworden van de trainingsprogramma’s. Ook bij recreanten.’

Reageer op dit artikel