nieuws

‘Kennis zwakke voorspeller van eetgedrag’

Voeding en gedrag

Jarenlange overheidscommunicatie over een gezond eetpatroon heeft de gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen alleen maar groter gemaakt. We weten wel wat gezond is, maar voor gedragsverandering is meer nodig, stelt prof. dr. Emely de Vet. Ze is somber gestemd, maar het kan ook zijn dat heel veel dingen nu ineens gaan verbeteren.

‘Kennis zwakke voorspeller van eetgedrag’

De leerstoelgroep Consumptie en Gezonde Leefstijl, met Emely de Vet als hoogleraar, is dit jaar in februari gestart aan Wageningen University & Research (WUR). Een interdisciplinaire leerstoelgroep die zich richt op het begrijpen hoe leefstijlpatronen tot stand komen, waarbij voeding centraal staat. Onderzoek is gebaseerd op de psychologie (bijvoorbeeld gedrag), sociologie (bevolkingsaspecten), maar ook epidemiologie: hoe geven grote dataveranderingen inzicht in wat er onder de bevolking aan de hand is. Waar wordt er in bepaalde wijken anders gegeten, en hoe hangt dat bijvoorbeeld samen met de aanwezigheid van aanbieders van fastfood of bepaalde supermarkten.

De Vet: ‘We onderzoeken dus waarom een bepaalde leefstijl ontstaat op bepaalde locaties en bij bepaalde groepen. We proberen te begrijpen waarom eetpatronen ontstaan en wat we kunnen doen om er in te sturen. Dat soort interventies kunnen gericht zijn op een individu (iemand die onder toezicht van een huisarts komt) of abstracter: kunnen we ingrijpen in de infrastructuur (moet die kiosk of friettent toch maar weg bij die school). Het unieke van de vakgroep is dat we én aandacht hebben voor de theorie, het begrijpen, en voor het doorvoeren van verandering. We zijn daarin meer toegepast, waarin we met lokale overheden kunnen samenwerken.’

‘Leefstijl wordt over het algemeen steeds belangrijker als het gaat om onderzoek naar en behandeling van bepaalde ziekten. Veel gezondheidsproblemen blijken sterk samen te hangen met leefstijlaspecten als voedingspatronen en lichaamsbeweging.’

Wat is uw indruk: weet de consument een beetje wat gezond voedsel of een gezond eetpatroon is?

‘Het is lastig. De vraag is ook: is de consument zich bewust van zijn leefstijl, en: als hij die kennis heeft, doet hij er dan ook iets mee? Er wordt vaak beweerd dat de consument te veel in de war wordt gebracht door allerlei publicaties, waarin steeds een ander product of stof als gezond of ongezond wordt bestempeld. Uiteindelijk is er nooit een eenduidig antwoord te geven op wat gezond is of niet. Zoals ook wel door voedingswetenschappers wordt gesteld: het is lastig om van één stofje of product te zeggen hoe ongezond het is; het gaat om het totale eetpatroon. Van een beetje chips ga je niet dood. Op alleen chips leef je een stuk korter. Daarnaast veranderen de voedingsrichtlijnen wel eens, maar door de jaren heen zijn de adviezen redelijk gelijk gebleven. De meeste mensen zullen groente en fruit als gezond bestempelen en koekjes en chocolade als minder gezond.

Maar kennis is een vrij zwakke voorspeller van gedrag, zeker bij eten. Dat komt omdat eetgedrag veel meer op routine gaat. Je denkt niet bij elke hap na over wat er in zit en wat de consequenties voor je gezondheid zijn. En dat is het lastige: de discussies over consumentengedrag gaan vaak over kennis en over de informatie die consumenten nodig hebben voor het maken van gezonde keuzes. Terwijl die keuzes ook sterk samenhangen met de infrastructuur en het gemak, met prijs en ook met de sociale context. De winkels in je buurt of je eventuele kinderen beïnvloeden jouw eetpatroon: je gaat niet drie keer koken en je wilt het ook gezellig hebben aan tafel. De consument weet dus wel veel over gezonde producten, maar gedrag gaat een paar stappen verder. Hetzelfde geldt voor keuzes die beter zouden zijn voor de planeet. Maar de veranderrichting is dezelfde: meer plantaardig en minder bewerkt voedsel.’

Waar gaat het mis in het gedrag van de consument?

‘Een groot gedeelte van ons eetgedrag wordt gestuurd door de omgeving, zoals de sociale context, welk voedselaanbod er is, waar dat wordt aangeboden, de prijs van voedsel. Het wordt niet zo zeer gestuurd door factoren die bij het individu liggen, zoals kennis en attitude. We weten en willen wel, maar het lukt niet. Om gedrag te veranderen moeten we ons dus meer richten op die andere omgevingsfactoren. Er is heel lang op de verkeerde strategie ingezet: op voorlichting, communicatie en educatie. Met meer communicatie over de Schijf van Vijf bereiken we vooral de mensen die toch al op gezond eten letten, die hoog opgeleid zijn en die de middelen hebben om daarnaar te handelen. Mede daardoor zijn in Nederland de gezondheidsverschillen groter geworden. De verschillen tussen hoog- en laagopgeleiden in eetgedrag en leefstijl zijn de afgelopen decennia toegenomen. Dat onze aanpak de ongelijkheid in Nederland heeft vergroot, is een spijtige constatering. Het is uiteraard nooit zo bedoeld, maar het is wel gebeurd.’

Het ligt dus niet direct aan de houding van consumentengroepen?

‘Nee het ligt eerder aan het op een verkeerde manier sturen op gedrag. En binnen onze vakgroep proberen we vanuit gedragsonderzoek, nieuwe strategieën te ontwikkelen. Dat is dus nieuw ten opzichte van de oude methodiek van “voorlichten en dan komt het goed”. Nu weten we dat eetgedrag niet zo rationeel is. We weten nu dat we meer moeten ingrijpen op de omgeving. En dat kan op verschillende manieren. Je kunt het aanbod veranderen, of portiegroottes aanpassen. Mensen eten meer van een grotere portie. Je kunt dan niet zeggen: mensen moeten een kleinere portie opscheppen, het gaat erom dat de aangeboden porties kleiner worden. In de afgelopen decennia zijn de porties van allerlei producten steeds groter geworden. In restaurants, in fastfood, maar ook koppen koffie, porties vlees en verpakkingen in de supermarkt. Daardoor is de hele populatie collectief steeds een beetje meer gaan eten. We zijn ook van grotere borden gaan eten. Zo heeft de omgeving ons gedrag beïnvloed zonder dat wij dat doorhebben. En naast portiegroottes zijn er nog veel meer prikkels die maken dat we meer zijn gaan eten. Dus wil je leefstijl gaan veranderen is het erg belangrijk dat je ook die aspecten daarin meeneemt. En stimuleer dat de gezonde keuze ook een makkelijke keuze wordt.’

Want ook u vindt dat er een objectief probleem is met de leefstijl in Nederland?

‘Er is zeker een probleem.’

En het is een taak van de overheid om daar aan te werken, vindt u. Wat moet de overheid doen?

‘Ja, vind ik wel. Landelijk maar ook lokaal moet de overheid aan de slag. Dat kan via het voedingsaanbod. De overheid kan kaders aangeven voor horeca, on-the-go of supermarkten, bijvoorbeeld: we willen dat zoveel procent van het aanbod binnen een bepaald kader valt. Nu valt 85 procent van het supermarktaanbod niet in de Schijf van Vijf. De supermarkt verkoopt dus vooral ongezonde dingen. Daar mag een overheid best op ingrijpen. Maar ook met prijsmaatregelen. En met regels voor marketing, zoals het verbieden van marketing gericht op kinderen.’

Zoals volgens onderzoek ook de aanbiedingen van de supermarkt vooral buiten de Schijf van Vijf vallen…

‘Ja. Ook al is het de private sector, toch kan de overheid daar meer stelling in innemen. Maar ook als het gaat om zorg voor een ongezonde leefstijl, valt er nog veel te verbeteren, Waar de overheid vooral in te kort schiet is om ondersteuning bij leefstijlverandering toegankelijk te maken. Een groot deel van de Nederlanders met een verhoogd risico op leefstijlgerelateerde aandoeningen (met een hoge bloeddruk, overgewicht, hoog cholesterol, bloedsuikerverstoringen), zou baat kunnen hebben bij ondersteuning. Die mensen lopen risico’s op chronische aandoeningen als diabetes of hart- en vaatziekten. De zorg voor een betere leefstijl is daarin zeer beperkt toegankelijk. De Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI), die inzet op gezonder eten en meer bewegen, zit nu pas voor het eerst in het basispakket, maar is voor slechts zeer weinig mensen beschikbaar. De huisarts moet daarin beslissen wie dat traject mag volgen en wie niet. Dat is al een onmogelijke keuze. omdat veel meer mensen dat nodig hebben dan er plaats is. Hoe ga je dat inzetten? Kies je voor de persoon bij wie het de grootste kans op succes heeft? Maar daarmee vergroot je misschien wel weer de verschillen tussen hoger en lager opgeleiden…’

Dat is een lastige triage…

‘Zeker. De toegankelijkheid tot leefstijlondersteuning moet hoe dan ook verhoogd worden, op veel verschillende manieren. Gelukkig lijkt er wel op steeds meer plaatsen aandacht voor het belang van een gezonde leefstijl. Ook in de medische wereld, die voorheen vooral naar zorg keek, nu inziet dat een gezonde leefstijl niet alleen belangrijk is in preventie maar ook essentieel onderdeel is in de behandeling van veel chronische aandoeningen die veelal aan leefstijl gerelateerd zijn.’

Andere wetenschappers, uit verschillende richtingen, roepen om een suikertaks, omdat de volksgezondheid anders bijna niet meer in de hand te houden is. Waar staat u?

‘Er is niet één magic bullet. Ze zullen frisdrank niet ineens drie keer zo duur maken. Een taks is hooguit een kleine verhoging. En vanuit de prijselasticiteit van levensmiddelen betekent dat een kleine gedragsverandering en dus gezondheidswinst. Voor nudging-technieken geldt hetzelfde, het zijn kleine veranderingen, met kleine winsten. Of het nu gaat om communicatie, aanpassingen in voedselomgeving, of een integrale leefstijlbehandeling, we hebben dus al die maatregelen naast elkaar nodig. Er is nog veel winst te behalen doordat er zo veel partijen en overheden direct en indirect een invloed hebben op onze leefstijl. Dat kan veel beter worden gecoördineerd. Het Preventieakkoord laat in elk geval zien dat er een breed draagvlak is.’

‘Ik ben wel gaan inzien dat als je voeding alleen ziet als iets om gezond te blijven leven, ga je voorbij aan veel aspecten van waarom mensen eten. Ons eten is iets heel sociaals, hoe en wat we eten zegt iets over onze identiteit en bij welke groep we horen. Dat maakt dat het niet zo makkelijk is om een leefstijl te veranderen. Aan dat inzicht gaan veel voedingsadviezen veel te snel voorbij.’

‘De overheid moet wél blijven informeren, de burger heeft recht op toegang tot de juiste informatie. En er zijn ook veel mensen die die informatie zoeken, het Voedingscentrum heeft nog nooit zo veel bezoekers op zijn website gehad als het laatste jaar. Maar alleen informatie is niet voldoende voor gedragsverandering.’

In Trouw geeft u een verklaring voor het niet aanslaan van gezonder eetgedrag: een groot deel van de consumenten is helemaal niet zo bewust bezig met al die verstandige adviezen. ‘Er is een enorme groep 55-plussers die traditioneel aardappelen, groente en vlees eet. En ook voor de groep die meer problemen dan geld heeft, is gezondheid geen prioriteit.’ Wat is volgens u de oplossing?

‘Er is niet één oplossing. Mensen met behoorlijke financiële of relatieproblemen zullen in leefstijl waarschijnlijk ook een probleem hebben, maar dat heeft bij hen even geen prioriteit. Wil je daarin iets bereiken, is het zaak dat je ook die andere problemen aanpakt. Verschillende instanties geven zo’n persoon adviezen op hun eigen terrein, maar het advies van een huisarts om gezonder te eten komt niet goed binnen bij iemand in een schuldsaneringtraject. Dat gaat om een heel andere individuele begeleiding, waarin de hulp uit verschillende sectoren zoals zorg en sociaal beter op elkaar wordt afgestemd.’

U ziet veel mogelijkheden tot actie voor de overheid. Welke rol ziet u voor de supermarkt?

‘Er wordt nogal gauw ten onrechte met het vingertje naar de supermarkt gewezen. Toch denk ik dat de supermarkt wel meer kan doen dan nu gebeurt. Het is toch de plek waar de meeste mensen hun voedsel vandaan halen. En ze willen vaak ook wel. Het zou het merk kunnen versterken als je een voorloperrol inneemt en sterker gaat inzetten op gezondheid. Een keten die sigaretten de deur uitdoet? Dat is een knap statement en hoeft niet te betekenen dat je klanten verliest. Ze willen de klant bieden waar hij om vraagt, maar ik denk dat iets te vaak te gauw wordt aangenomen dat wat de klant koopt ook écht zijn voorkeur is. Je kunt daar best in sturen. Wakker Dier is een lastig voorbeeld misschien, maar door de publieke verontwaardiging die hun campagnes opriepen, hebben ze een verandering teweeg gebracht en liggen er nu betere producten in het schap. Wat gezonde producten betreft hoeft de supermarkt niet te wachten op een volgende actiegroep, ze kunnen ook zelf een eerste stap zetten…’

Hoe ziet u de toekomst in deze kwestie?

‘Somber. Dat is het eerste dat in me opkomt, omdat gedragsverandering zo moeilijk is. Mensen zijn gewoontedieren en gedrag blijvend veranderen lukt maar mondjesmaat. Maar ik denk wel dat de urgentie op veel terreinen gevoeld wordt, zowel aan de volksgezondheid- en zorgkant als aan de voedsel- en landbouwkant. Er is nu een momentum, en het kan ook zijn dat er nu een kanteling gaat komen. Alle seinen staan op groen. Er is een Preventieakkoord, de gemeenten moeten een omgevingsvisie gaan maken met aandacht voor gezonde leefomgevingen, voedselproducenten en retail voelen de druk toenemen om gezonde en duurzame voeding aan te bieden in het belang van mens en planeet en ook de medische sector roept om meer aandacht voor leefstijl. Het kan zo maar gaan verbeteren.’

Dit artikel is afkomstig van Distrifood.

Reageer op dit artikel